Vaandeldragers van de Nederlandse neoindie noem ik ze in de zojuist verschenen OOR. Terecht. Tweede album Destroyer Of Worlds is een, eh, plaatje. Mijn recensie lees je hier. En nu is er een prachtige animatieclip, gemaakt door de Spaanse filmmakers Carola Roberti en Marco Fettolini, die perfect past bij de thematiek van het album en het titelnummer.
In de media en op de blogs die ik volg komt iedereen superlatieven te kort om R.I.P., de derde langspeler van Actress, te omschrijven. En ja, Zuid-Londenaar Darren J. Cunningham heeft een te gek album gemaakt. Bij Pitchfork wordt er beweerd dat hij stappen voorloopt op die andere vernieuwers Burial en Zomby omdat hij ‘post-dancemusic’ is. Dat is te eenvoudig. En, om eerlijk te zijn, moet ik R.I.P. nog vaker draaien om er een duidelijke mening over te hebben en het album te plaatsen binnen te context van het nu. Gaat nog gebeuren. Dat het een te gek album is? Staat ook voor mij buiten kijf.
Darren J. Cunningham is in ieder geval net zo mysterieus als Burial en Zomby. In Dazed & Confused staat een vreemd interview met hem. Het tijdschrift maakte ook er ook een korte video bij.
Niet alleen rock en pop bijt in de eigen staart, ook elektronische dansmuziek grijpt opzichtig terug naar de tijd dat dansen nog een sublieme ervaring was. Begin jaren negentig, voor het einde van de drugseuforie en geloof in internet, waren clubs tempels van de toekomst. Dansen was geen activiteit meer om de rest van de week van je af te schudden, om te vergeten dat je nog een leven had buiten de dansvloer, buiten het hier en nu. Nee, de sublieme clubervaring was er een van utopische euforie: het leven werd er gevierd. De buzz die het dagelijkse leven in de jaren negentig bezighield werd er gevangen in muziek, in beweging.
Elektronische muziek was het muzikale equivalent van de experimenten die er waren in de wereld van de tijdschriften (Speak, Raygun, Opscene, blvd, Next!), grafisch ontwerp (DEPT, Büro Destruct, Tomato, Designers Republic), theorie (‘The End Of History’, ‘Rules for the New Economy’) en mediatechniek (Apple’s schelpvormige laptop, Ericssons hypermoderne mobiele telefoon, het oprolbare digitale papier van Philips). Er sprak een belofte uit. En dat zorgde voor gezonde spanning, voor euforie. Alles was goed en werd alleen maar beter.
Vijftien jaar later leven we in tijden van sci-fi (althans, volgens socioloog Fredric Jameson): we grijpen terug op het verleden, naar de tijd waarin er wel nog geloof was in de toekomst. De toekomst, die was er ooit. En dat heeft Simian Mobile Disco goed begrepen. Derde album Unpatterns is het beste van de Britten tot nu toe. De eerste twee singles (en videoclips) zijn niet mis. Welcome back in the future.
Aafke, tja, Aafke. Schrijven over haar debuutalbum Stella Must Die! staat al tijden op de agenda. Is er niet van gekomen en nu is het album oud. Relatief oud, dan. Ach, maak ik er gewoon een zondagclip van. Laat er geen misverstand over bestaan: ik vind Stella Must Die! een mooi album. Dat inmiddels ook al is opgepikt door de Britse kant The Guardian. Terecht. Op Facebook werd er geklaagd over de slechte Engelse uitspraak van de lerares Nederlands, grapjes gemaakt over het theatrale karakter van de nummers op het album, Aafke afgedaan als een tweederangs Kate Bush of, erger, Tori Amos. Dergelijke droeftoeterij bewijst alleen maar het belang van de popcriticus in tijden waarin iedereen een mening moet te mogen hebben. Want al die pseudokenners zitten er ver naast.
Maar genoeg over de tijdsgeest. Stella Must Die! is een bijzonder album. Geen idee hoe ik met de muziek van Aafke Romeijn in aanraking kwam. Via haar Bandcamp misschien? Haar eerste ep heb ik al sinds de zomer in mijn bezit en zorgde ervoor dat ik ook haar langspeeldebuut direct aanschafte. Het meest genoot ik van haar optreden bij 3VOOR12/Amsterdam. Daar speelde ze ‘Huilend naar de Club’, een cover van De Jeugd van Tegenwoordig. Goede song, maar Aafke maakt er pas echt een hartverscheurend lied van, over het bestaan zelf. Ze zingt alsof ze het meent. Kom daar maar eens om bij Lana Del Rey.
Haar album Stella Must Die! is, zoals FileUnder terecht schrijft, een plaat die bloedt. De emotie spat er keihard en onverbloemd vanaf. Na afloop ben je als luisteraar leeg. Heeft Stella alle leven uit je gezogen en is Aafke onder je huid gekropen. Een plaat die dat kan is zeldzaam. Oordeel zelf. Ondanks dat Zondagclip normaal alleen video bevat heb ik Stella Must Die! ditmaal ook via Spotify gelinkt. Check ook vooral Aafkes ep bij Bandcamp en haar mooi cover van ‘Boys don’t Cry’ van The Cure.
Met haar uitspraak van het Engels is overigens niets mis. Toch hoop ik ergens op een Nederlandstalige plaat van Aafke. Gewoon, omdat haar versie van ‘Huilend naar de Club’ zo intens mooi is.
Poeh, wat een citatenmachine is ‘Dark Steering’, het nieuwe nummer van Tom Jenkinson aka Squarepusher. Op Youtube leidt dat tot heftige reacties, al wordt er weinig op ‘niet leuk’ gestemd. Wat het probleem is? Squarepusher reageert op de huidige trends in elektronische dansmuziek. Dat doet ie radicaal. Guido vd Brink, producer, labeleigenaar en dj uit Rotterdam wiens mening ik zeer waardeer, reageerde bij Facebook op het nummer én clip:
“Ik kan het niet zo mooi verwoorden als dat jij dat kan maar het raakt me niet het is gewoon gepiegel op een “dubstep” ritme net als wat aaaal die anderen ook doen alleen nu doet squarepusher het. helaas maakt dat het niet heel erg beter. Wanneer gaan mensen weer is iets eigens doen. Ik vind het niet bijzonder in ieder geval. En dan heb ik he nog niet over de clip gehad: Been there done that!”
Kortom, Jenkinson doet wat anderen doen, doet dat niet exceptioneel goed en dat verwacht je wel van ‘m. Ik begrijp Guido heel goed. Het lijkt er eerder op dat Jenkinson ons een spiegel voor wil houden. Door Daft Punk, dubstep, drum’n'bass en jaren negentig (video)esthetiek door elkaar te husselen wil hij zeggen: er gebeurt momenteel helemaal niets. Goed, ik werd volwassen in de jaren negentig toen experiment nog de norm was. Ik kan dus wel iets met ‘Dark Steering’. Toch maar eens proberen Jenkinson te spreken te krijgen over de koerswissel.
Dan Benga. De Londense producers, echte naam Adegbenga Adejumo, levert met ‘I Will Never Change’ ook een soort retro-dubstep-rave-vehikel af. Doet me muzikaal weinig, maar de clip is prachtig. Daar worden 960 vinlyplaten aan elkaar geregen tot een prachtige bevroren golf. Idee is van Christopher Barrett and Luke Taylor (Us) en je leest er bij Creative Review meer over. Frank Kloos noemde het eindresultaat meteen New Aesthetic en waar hij eerder voor frnkfrt over schreef. En ja, door dat prachtige beeld krijgt ook de muziek een nieuwe betekenis. Prachtig, maar eigenlijk te kort.
Kan alleen in Duitsland (en Engeland, laat ik eerlijk zijn): je band Frittenbude (frituur, in ‘t Holland: snackbar) noemen en dan zingen met diepgang zingen over de het leven. Alsof Aux Rausch de teksten van, pakweg, Spinvis adopteert. Kunnen Nederlanders zich niet voorstellen. In Duitse popmuziek is het normaal. Een van de reden waarom ik van Duitsland als popland houd. Gepassioneerd houd.
Frittenbude klinkt als een lichtvoetig, minder dwingend alternatief voor het inmiddels ter ziele gegane Mediengruppe Telekommander.
Beelden uit Einfach nicht leicht’ – de eerste single van het derde album ‘Delfinarium’ – komen uit de speelfilm “The F of A” van Michael Maie.
De oudjes ‘Bilder mit Katze’, ‘Und täglich grüsst das Murmeltier’ en ‘Das Licht’ wil ik jullie niet onthouden.
Morgen komt ‘Egomodal EP’ van Max Cooper uit bij het Keulse Traum. Videomaker Dmitry Zakharov nam ‘Micron’ vast onder handen. Die trage vloeibare techno van het nummer noemen onze Oosterburen Kopfkinotechno. Hoef ik vast niet uit te leggen.
Ja, de videoclip voor ‘Time To Dance’ van The Shoes werd de afgelopen week veelvuldig gedeeld op internet, ook door Nederlandse blogs. Dat is echter geen redden om het kunstwerk niet nog een keer te delen. Zondagclip is er namelijk maar een maal per week en vorige week gaf ik Stabil Elite voorrang.
Het Franse duo The Shoes, Guillaume Brière en Benjamin Lebeau uit Reims, zag ik al eens live. Geen idee meer waar. Ik dacht op Les Ardentes in Luik. Vorig jaar brachten de twee het album Crack My Bones uit. Aardig album dat in Nederland niet zoveel heeft gedaan. The Shoes is op z’n best wanneer melancholische elektronica zich mengt met naïeve indiepop. Zoals in ‘Time To Dance’, een van de betere nummers op het album.
De clip is een kunstwerk op zich. Brett Easton Ellis tweette er vorig week over.
Het ligt voor de hand om de clip van regisseur Daniel Wolfe losjes in verband te brengen met het boek American Psycho van de Amerikaanse schrijver. Daarin leidt (en lijdt) Patrick Bateman een dubbelleven. Al is dat eigenlijk niet helemaal duidelijk. In de clip mag acteur Jake Gyllenhaal (onder andere Zodiac en Brokeback Mountain) zijn dubbelleven laten zien. Wolfe brengt dat zo, eh, esthetisch, in beeld dat de muziek van The Shoes – naïef dus, maar ook dreigend en licht ongemakkelijk – perfect past.
Schaamteloos retro, zo klinkt Stabil Elite op debuutalbum Douze Pouze. Komen ze mee weg. Simpelweg omdat hun pastiche te gek klinkt, maar ergens ook nog eens ongemakkelijk. De tekst in Drie Gerade Zahlen is hilarisch (‘haben drei tote Vögel den Ombudsman bestellt’). Single Expo is alsof de Kraftwerk van Radioaktivität in de studio de Depeche Mode uit hun meest donkere periode ontmoet.
Kortom, Stabil Elite laat twee decennia – de zorgeloze jaren zeventig en de donkere jaren tachtig – keihard op elkaar botsen. En dat leidt tot opwinding door de muzikale vervlechting én die van twee tegenovergestelde tijdsbeelden. Mijn advies? Meteen op vinyl bestellen bij platenmaatschappij Italic. En nu genieten van de prachtige clip bij Expo.