dance, pop, recensie

De narcotische dancepop van Douglas Greed

Geen idee waarom ik ‘m eerst op de stapel ‘pas luisteren als ik tijd over heb’ legde. Ik heb namelijk nooit tijd over. Was het de hoes? Die ziet er niet zo ‘dance’ uit. Die maand misschien al genoeg nieuwe albums van ‘moetjes’ te recenseren? Waarschijnlijk een combinatie. Tijdens mijn Duitslandreis vorige maand blies Douglas Greed me echter van m’n sokken.

Plaats van handeling? Een boottocht over de Spree in Berlijn, georganiseerd door Initiative Musik – zeg maar het Nederlands Popinstituut van Duitsland – om nieuwe, upcoming acts voor te stellen aan buitenlandse journalisten. Dit schreef over het optreden van Douglas Greed in mijn verslag voor frnkfrt:

“Beste act? Zonder twijfel Douglas Greed. De labelbaas van platenlabel Freude am Tanzen uit Jena sluit aan bij de huidige trend van rave-esthetiek: traag, moody en melancholisch. Ergens tussen Portable, Scuba en John Talabot in. Met percussionist Fabian Kuss en zanger Michael Nagler bouwt Greed een perfect feestje.”

Langspeler KRL – vorig jaar verschenen maar begin dit jaar pas in Nederland verkrijgbaar – staat vol prachtig onderkoelde dancepop zoals Closer Musik dat ooit ook maakte. Muziek voor doppy dansvloeren. Traag voortschrijdende pop voor een nachtelijke drugsroes. Muziek die zelf een narcoticum is. Er is nog een andere kant aan Douglas Greed, die van het ontwaken uit die roes. Dat is misschien wel het meest gelukzalige moment van een nacht dansen: het moment dat je langzaam terugkeert in de ‘echte’ wereld, waarin je de dansvloer achter je laat voor de hangclub, waar rustig afdansen of gewoon genieten van de opkomende zon de belangrijkste bezigheden zijn. Je weet dat de roes weldra uitgewerkt is en geniet nog van die laatste momenten.

Opener ‘Pain’ is wat dat betreft duidelijk. Maar de roes zelf is ook aan Douglas Greed besteed. Met KRL keert hij terug naar de tijd dat raven op z’n esthetische hoogtepunt was, ergens begin jaren negentig en lonkt hij ook naar de tijd dat de drugs niet meer werkten (de prachtige donkere popparel ‘Bridges Over Babylon’), althans ook een rauwe, zwarte kant kregen.

Daarop borduurt de Duitser voort op de nog niet zo lang geleden bij International Deejay Gigolos verschenen Storytelling EP. Om in de drugs-vergelijking te blijven: hier is het narcoticum niet meer MDMA, maar cocaïne of speed. Er hangt een prettige donkere waas over de ep. Zoals Tiga dat in zijn beste momenten had. ‘A Club’s Gotta Be Dirty’ en ‘Resist’ zijn manisch en dansbaar. En opener ‘Down On You’ begon nog wel zo goed. Maar ook tijdens dat nummer had je beter moeten weten: ze is fout, heel fout, alleen voelt het door al die speed niet zo. Zo snel mogelijk naar Nederland halen, al zal Douglas Greed voor Amsterdam wellicht te rauw zijn.

Opslaan als: narcotische dancepop voor een langzaam ontsporende rave.
Meer Douglas Greed: www.douglas-greed.com.

Standard
dance, pop, recensie

Glitterbug: techno als verwerking

Ja, ik weet: Cancerboy van Glitterbug is al een tijdje uit. Toch verdient het album nog wat extra aandacht. Had eigenlijk gewoon in OOR moeten gebeuren, maar andere releases kregen om diverse redenen voorrang. Ook René Passet recenseerde het album niet, al kom je z’n quote – <<Germany’s best kept techno secret>> – overal tegen.

Passet heeft een punt. Een Nederlandstalige recensie van Cancerboy ben ik immers nog niet tegengekomen. Zonde, want deze derde van Till Rohmann uit Keulen is z’n beste. Z’n meest intense en persoonlijke, ook. Cancerboy is de soundtrack van de periode dat Rohmann als jongetje streed tegen kanker en overwon. Tijdens ons gesprek in het Keulse clubcafé Zum Scheuen Reh bekent hij niet gemakkelijk over die periode te praten. “Voor mij voelde het goed om er een album over te maken om het zo een plek te geven”, vertelde hij.

Ook zonder die achtergrondkennis luistert Cancerboy als een intens album. Al klinkt ‘t mét natuurlijk nog emotioneler. Eerder bracht Rohmann werk uit op labels als Ware, Wolfskuil, Mule, Notown, Ghostly, False-Industries, Ki en Obsolete Components. Soms duidelijk gericht op de dansvloer, soms dieper en abstracter. Cancerboy is verschenen op z’n eigen c.sides-platenlabel. Rohmann gaat er diep. Vindt er muzikaal aansluiting bij het geluid van Panta Du Prince, maar voegt – hoe koud zijn techno soms ook mag klinken – altijd wat warmte toe. Die combinatie is bij vlagen prachtig. In ‘Passages’ bijvoorbeeld, waar gloedvolle synths zorgen voor een bleek soort blijdschap.

Die tegengestelde klankkleuren zijn op deze derde langspeler hét handelsmerk van Rohmann. Hoe diep en donker zijn techno ook mag klinken, altijd is er die andere kant, die van lichte euforie, van een bleek zonnetje dat tegen beter weten in is opgekomen om wat warmte te bieden. Rohmann gaat uiterst subtiel te werk. Nergens liggen de emoties er te dicht bovenop. Je zou Cancerboy wat dat betreft een ingetogen album kunnen noemen.

En dan zijn er nog de titels die enig inzicht lijken te geven in de gevoerde strijd. ‘Those Hopefull Moments’ is een uiterst fragiel, maar prachtig nummer dat langzaam richting euforie gaat. In ‘From Here On’ en ‘Dragged Along’ is de pijn, tanende geloof in een goede afloop en eenzaamheid voelbaar.

Dat zoiets vreselijks tot zo’n prachtig album kan leiden.

Cancerboy van Glitterbug is verschenen bij c.sides en wordt gedistribueerd door Kompakt en N.E.W.S..

Opslaan als: diepe, subtiele techno met tegengestelde klankkleuren.
Meer Glitterbug: www.glitterbug.de.

Standard
dance, pop

Alex Under: Weg van de dansvloer, op naar de huiskamer

Door de week struinen door de parken van Madrid en wat studiowerk, in de weekenden draaien in de belangrijkste clubs van de wereld. Dat bepaalde het eerste decennium van deze eeuw het hectische leven van Alex Under. Tot hij instortte.

Artistieke crisis, fysieke uitputting en mentale chaos: de laatste drie jaar waren niet bepaald een pretje voor Alexandru Enache, alias Alex Under. Onvermijdelijk én uiteindelijk goed, meent de Spaanse producer. Hij krabbelde overeind, rechtte de rug en maakte ‘La Máquina de Bolas’, een gitzwart technoalbum dat traag voorbijtrekt. Negeren is geen optie, daar is de muziek te intens voor. Intenser dan zijn vroegere werk voor het Keulse platenlabel Trapez, waar hij in 2005 debuteerde met de langspeler ‘Dispositivos de Mi Granja’, en voor de Madrileense labels Apnea en Cmyk Musik, waarvan hij mede-eigenaar is. “‘La Máquina de Bolas’ is het eerste werk dat ik maakte zonder na te denken over wat anderen er van zouden vinden. Dit is mijn meest persoonlijke en diepste album tot nu toe.”

Lees mijn interview met Alex Under in Gonzo (circus) #109. Zijn album ‘La Máquina de Bolas’ is een tijdje geleden uitgekomen en staat vol prachtige, donkere, minimalistische dubtechno. Luister het hieronder via Spotify.

Standard
dance, kunst, pop

Zondagclip #29: Actress

In de media en op de blogs die ik volg komt iedereen superlatieven te kort om R.I.P., de derde langspeler van Actress, te omschrijven. En ja, Zuid-Londenaar Darren J. Cunningham heeft een te gek album gemaakt. Bij Pitchfork wordt er beweerd dat hij stappen voorloopt op die andere vernieuwers Burial en Zomby omdat hij ‘post-dancemusic’ is. Dat is te eenvoudig. En, om eerlijk te zijn, moet ik R.I.P. nog vaker draaien om er een duidelijke mening over te hebben en het album te plaatsen binnen te context van het nu. Gaat nog gebeuren. Dat het een te gek album is? Staat ook voor mij buiten kijf.

Darren J. Cunningham is in ieder geval net zo mysterieus als Burial en Zomby. In Dazed & Confused staat een vreemd interview met hem. Het tijdschrift maakte ook er ook een korte video bij.

Binnenkort meer Actress.

Standard