dance, pop, recensie

Glitterbug: techno als verwerking

Ja, ik weet: Cancerboy van Glitterbug is al een tijdje uit. Toch verdient het album nog wat extra aandacht. Had eigenlijk gewoon in OOR moeten gebeuren, maar andere releases kregen om diverse redenen voorrang. Ook René Passet recenseerde het album niet, al kom je z’n quote – <<Germany’s best kept techno secret>> – overal tegen.

Passet heeft een punt. Een Nederlandstalige recensie van Cancerboy ben ik immers nog niet tegengekomen. Zonde, want deze derde van Till Rohmann uit Keulen is z’n beste. Z’n meest intense en persoonlijke, ook. Cancerboy is de soundtrack van de periode dat Rohmann als jongetje streed tegen kanker en overwon. Tijdens ons gesprek in het Keulse clubcafé Zum Scheuen Reh bekent hij niet gemakkelijk over die periode te praten. “Voor mij voelde het goed om er een album over te maken om het zo een plek te geven”, vertelde hij.

Ook zonder die achtergrondkennis luistert Cancerboy als een intens album. Al klinkt ‘t mét natuurlijk nog emotioneler. Eerder bracht Rohmann werk uit op labels als Ware, Wolfskuil, Mule, Notown, Ghostly, False-Industries, Ki en Obsolete Components. Soms duidelijk gericht op de dansvloer, soms dieper en abstracter. Cancerboy is verschenen op z’n eigen c.sides-platenlabel. Rohmann gaat er diep. Vindt er muzikaal aansluiting bij het geluid van Panta Du Prince, maar voegt – hoe koud zijn techno soms ook mag klinken – altijd wat warmte toe. Die combinatie is bij vlagen prachtig. In ‘Passages’ bijvoorbeeld, waar gloedvolle synths zorgen voor een bleek soort blijdschap.

Die tegengestelde klankkleuren zijn op deze derde langspeler hét handelsmerk van Rohmann. Hoe diep en donker zijn techno ook mag klinken, altijd is er die andere kant, die van lichte euforie, van een bleek zonnetje dat tegen beter weten in is opgekomen om wat warmte te bieden. Rohmann gaat uiterst subtiel te werk. Nergens liggen de emoties er te dicht bovenop. Je zou Cancerboy wat dat betreft een ingetogen album kunnen noemen.

En dan zijn er nog de titels die enig inzicht lijken te geven in de gevoerde strijd. ‘Those Hopefull Moments’ is een uiterst fragiel, maar prachtig nummer dat langzaam richting euforie gaat. In ‘From Here On’ en ‘Dragged Along’ is de pijn, tanende geloof in een goede afloop en eenzaamheid voelbaar.

Dat zoiets vreselijks tot zo’n prachtig album kan leiden.

Cancerboy van Glitterbug is verschenen bij c.sides en wordt gedistribueerd door Kompakt en N.E.W.S..

Opslaan als: diepe, subtiele techno met tegengestelde klankkleuren.
Meer Glitterbug: www.glitterbug.de.

Standard
dance, pop, recensie

[recensie] Diverse Artiesten – Cosmic Balearic Beats Vol. 2

‘Met een beetje geluk is het binnenkort zelfs opnieuw carnaval’, sluit het Belgische kwaliteitsmuziekzine Kwadratuur de recensie van Cosmic Balearic Beats Vol.2 af. Eindelijk muziek dus om met plezier op te dansen, wil Johan Giglot er maar mee zeggen. Gelijk heeft ie. En ook weer niet.

Goed, minimal techno heeft de laatste tijd de overhand in clubland. Zeker in Nederland. Serieuze, wellicht ietwat grimmige muziek. De soundtrack van een maatschappij op drift, zeg maar. Toch is er genoeg tegenwicht. Cosmic balearic beats komen niet zo maar uit de lucht vallen, zoals Kwadratuur lijkt te suggereren. Integendeel: ze zijn nooit weggeweest. Wie openers I Need Love van Toddy en Rayko’s Slowtrack hoort, weet wat ik bedoel. Dit is gewoon new beat. En nog verdomd goede ook.

En zo doet het Gentse platenlabel Eskimo met de Cosmic Balearic Beats-serie weer aan fijne geschiedschrijving . Zoals het dat in het verleden zo goed deed met de Serie Noire-verzamelaars. Ditmaal geen mengeling van oud en nieuw materiaal. Op Cosmic Balearic Beats staat een nieuwe groep producers centraal die het pan-Europese dansgeluid herwaarderen. Wat dat pan-Europese dansgeluid precies is? Dat is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Sinds de opkomst van de eerste discoclubs in Italië – ergens begin zeventiger jaren van de vorige eeuw – wordt pop en avantgarde schaamteloos gemixt. En vaak op het verkeerde toerental gedraaid. Trager dan de bedoeling was. Die niet-alledaagse mix én het vreemde gevoel dat er iets niet klopt (de vertraging) zorgen voor dat typische pan-Europese geluid: dromerig, afstandelijk en toch, eh, vrolijk. Al is het een vrolijkheid van vreemde orde. Echt populair werd het niet. Toch leeft de stijl gedeeltelijk voort als Italo house en blijft populair in onder andere Den Haag. Exemplarisch overigens hoe Peter Shapiro in zijn boek Turn The Beat Around, The Secret History of Disco het genre niet meer dan een hoofdstuk geeft.

Eind jaren tachtig introduceert new beat het geluid in de dan opbloeiende dancescene. De Britten – of eigenlijk een Argentijn die oude Europese pophits in Amnesia draaide – doen iets soortgelijks op Ibiza en noemen de nieuwe stijl balearic. Dat dromerige geluid past uitstekend bij het, dan nog nieuwe, gebruik van ecstasy. Dwarsverbanden met Italo disco en deephouse zijn snel gelegd. Toch verdwijnen de genres in de negentiger jaren naar de underground. Tot deze eeuw, eigenlijk. Electroclash zorgt voor een korte opleving van Italo house en new beat. Het Keulse Kompakt label schept met microhouse een nieuw soort loot aan de pan-Europese muziekboom. Noren Lindstrøm en Prins Thomas halen het oude Europese discogeluid weer van stal en flirten daarbij opzichtig met de Duitse kosmische rock – krautrock, zo je wilt – van welleer.

De herintroductie van de term balearic door Eskimo is nog niet zo goed. Zeker niet met het voorvoegsel cosmic. Juist door niet te kiezen voor het label ‘disco’ worden de dwarsverbanden nóg duidelijk. Althans, voor mij. Dit is muziek die de popmuzikale ruggengraat van Europa blootlegt. Dit is wat Europese pop Europees maakt. Op de tweede in de reekst klinkt werkelijk alles door. Vroeg zeventig jaren disco uit Italië, krautrockritmes, synthesizerpatronen van de eerste Europese disco, de zoetsappigheid van europop en het buitenaardse van nu beat. Dit is, kortom, een prachtige staalkaart van wat er buiten de gebaande paden in de dancescene wordt gemaakt.

Genoeg achtergrond. Naar de muziek. Die is van exceptioneel niveau. Van aanstormend talent van over de hele wereld. Achter het eerder genoemde Rayko gaat Spanjaard Raico Peña schuil. Hij transport Alan Pasons Project direct naar de eenentwintigste eeuw. The Outrunners kunnen zo aan tafel bij Legowelt. Dance Disorder smeedt succesvol new beat en Lindstrøm aan elkaar. Opener I Need Love van Toddy – de enige oudgediende van het stel – flirt met de trage minimal van Ripperton. Nederlander Lyhome is duidelijk beïnvloed door indietronics. Deze Cosmic Balearic Beats is, kortom, meer dan veertig jaar Europese muziekgeschiedenis. Het is de belichaming van een nieuwe generatie producers die de historische onderstroom van de dancemuziek naar de oppervlakte probeert te halen. Of Balearic Beats bij de gemiddelde muziekliefhebber kan concurreren met minimal techno of Warp-elektronica. Vast niet, daarvoor wijkt het geluid toch te zeer af van de standaard die in de mainstream is gezet. Die carnaval kan Johan Giglot dus op z’n buik schrijven. Al is België wel een heel stuk toleranter als het op nieuwe muziek aankomt dan Nederland. Misschien is verhuizen naar de grensstreek nog niet zo’n slecht idee.

Links:
www.eskimorecordings.com
www.myspace.com/eskimorecordings
www.newsrecords.be/promopage/cbb2/ (hele album te beluisteren)

Standard