pop, recensie

Soho Preachers: theatrale wave-pop om in te verdrinken

Ooit, begin jaren 1990, draaiden albums van Into Paradise en Kitchens Of Distinction oneindig veel rondjes in mijn pas aangeschafte cd-speler. Wake Up van Soho Preachers herinnert aan de melancholische bombast van die bands. Op doorzichtig – of kristalhelder, zoals de band het zelf noemt – vinyl spuit het geluid mijn huiskamer binnen. Wake Up verscheen begin dit jaar bij het kersverse platenlabel ‘voor indie, electronics en experimentele muziek’ in de best mogelijke kwaliteit’ Seja. Tot mijn schande heb ik geen aandacht besteed aan deze eerste release van het nieuwe label van Johan Buurke uit Amersfoort. Ik heb een excuus: rond de tijd dat ik het album kreeg toegestuurd was ik uit mijn appartement geëvacueerd of net teruggekeerd en druk met het orde op zaken stellen.

Grootste slachtoffers zijn echter jullie, lieve lezers. Dit debuut van Soho Preachers had ik écht eerder onder jullie aandacht moeten brengen. Gisteren schreef ik over het debuut van Wooden Constructions. Wake Up is net zo spannend. Wel anders. De band rond Ron Stokking uit Apeldoorn grijpt ook terug op new wave (postpunk, zo je wilt), maar dan van iets latere signatuur. ‘Fallen Angel’ bedient zich van een aanzwellende geluidsmuur van ingetogen gitaren en synthesizers, trage, hoekige drumpatronen, gitaren in mineur en werkt langzaam naar een theatraal einde toe. Heerlijk om in te verdrinken.

Stokking heeft niet de minsten om zich heen verzameld. Bassist Maurits de Weert speelt veel samen met Hans Dulfer, toetsenist Robin van Vliet is lid van percussiegroep Slagerij van Kampen. Muzikaal laveert Soho Preachers op dit debuut ergens tussen een wat softe variant op Fields of The Nephilim en Radiohead in. Theatrale pop dus met experimentele randjes. Ingetogen, melancholisch, zwanger van verlangen. Toch zijn er ook uitstapjes naar postrock, zoals in het fraaie ‘Carried Away’, dat opzichtig tegen het geluid van Radiohead schurkt. De licht bubbelende synthpartijen en pulserende bas spelen een hoofdrol. Popmuziek om bij weg te dromen. Zoals ik vroeger deed wanneer ik met Into Paradise op de oren door een besneeuwd Amsterdam stapte.

Overigens maakt Johan Buurke samen met Martijn van Gessel van Enfant Terrible het underground-muziekblad Traces waarvan er tot nu toe twee verschenen. Aanrader voor iedereen die van underground-pop houdt.

‘Wake Up’ van Soho Preachers is verschenen bij Seja Records.

Opslaan als: theatrale wave-pop om in te verdrinken.
Meer Soho Preachers: www.sohopreachers.com.

Standard
pop, recensie

Terug naar 1970s met Wooden Constructions

Terwijl de Rotterdamse band Rats On Rafts werd gebombardeerd tot vaandeldragers van de nieuwe Ultra-beweging, daar brak het Amsterdamse Wooden Constructions nog niet door. Beide bands mochten optreden in De Wereld Draait Door (DWDD) en deden dat uitstekend. De houterige, niet bepaald ritmische bewegingen van Wooden Constructions-zanger Gover Meit doen denken aan de a-ritmische podium-capriolen van Mark E. Smith van The Fall. Misschien dat het gebrek aan een album de jonge band opbrak. Op 13 januari speelden de Amsterdammers in DWDD, het debuutalbum People Now People werd pas op 12 juni in de Melkweg gepresenteerd. Aan de andere kant: vorige maand speelde Rats On Rafts op het Booch! Festival in hartje Heerlen. Vrijwel niemand kende de band. De tragiek van het maken van popmuziek in Nederland.

Het debuutalbum van Wooden Constructions is net zo mooi als dat van Rats On Rafts. Geen slecht album dus. Beide bands delen een bepaalde esthetiek: donkere sfeer, dwingende ritmes en maniakale praatzang. Rats On Rafts zit aan de melodieuze kant van het spectrum, Wooden Constructions is introverter, pulserender en ritmischer. Toch is het geluid net zo herkenbaar: ergens tussen The Fall en Joy Division in. Pastiche, inderdaad. Maar wel erg goed gedaan. Opener ‘Full Brother’ wordt voortgestuwd door de pulserende bas en zoemende synth. En dan zijn er die slepende drums die het nummer iets gejaagds geven, als een adrenaline-rush. Spannend. Ingrediënten die veelvuldig terugkomen op People Now People.

Dat maakt dit debuut, ondanks de clichés, de moeite meer dan waard. En dan is er ook nog zanger Meit die met zijn staccato-zangstijl een belangrijke stempel op het geluid van Wooden Constructions drukt. De afrobeat-invloeden die Tjeerd van Erve er in zijn recensie bij nu.nl in hoort zijn niet meer dan part of the deal. Die waren eind jaren zeventig immers meer dan hip in witte postfunk-kringen in artistiek Engeland. Waar ie wel gelijk in heeft? Die invloeden maken Wooden Constructions anders dan veel andere retro-wave- en -postpunk-bands. Noem het ‘dichter bij het origineel’, oprechter of échter. In ieder geval is de manier waarop Wooden Constructions zich door de tien nummers van People Now People worstelt indrukwekkend. Je hoort er bijna de vertwijfeling van weer een economische crisis, weer een vertrouwensbreuk, weer een deuk in het vooruitgangsgeloof in terug in terug. Bijna hè, want het blijven muzikanten uit Amsterdam, de stad waar de eerste tekenen van crisis nog moeten worden gesignaleerd.

People Now People van Wooden Constructions is verschenen bij het sympathieke Subroutine Records (waar ook onder andere Rats On Rafts en The Sugarettes onderdak hebben gevonden).

Opslaan als: geslaagde stijloefening in het maken van artistieke postfunk/postpunk anno 1979 in Noordwest Engeland.
Meer Wooden Constructions: www.woodenconstructions.com.

Standard
dance, pop, recensie

Het retro-futurisme van Mineral Beings

Noem het chill wave, ghost pop of van mijn part witch house: Bliss van Mineral Beings is heel mooi. De ep is mijn eerste aanraking met de band rond Merinde Verbeek die eerder dit jaar met een langspeler debuteerde op het Zoology Records-platenlabel. Die heb ik dus gemist, evenals het label.

Met terugwerkende kracht dan maar. Zoology Records bestaat nog net geen jaar en richt zich op het schemergebied tussen glo-fi electronics en contemporary electropop. Klinkt goed. Geldt ook voor de releases. Luister nadat je deze post gelezen hebt zeker naar Glass Eyes, BRANDO, Everglade en het debuut van Mineral Beings. Check ook de eerste compilatie met het werkelijk prachtige ‘I Could Stay’ van Delawaere. En die prachtige albumhoezen (zonde dat het label niets op vinyl uitbrengt).

Maar eerst Mineral Beings. Merinde Verbeek laat zich bijstaan door Aleksei Meier (drums) en André Luyten ( toetsenist). Bliss is beduidend dromeriger en meer ‘onaf’ dan het titelloze langspeeldebuut. Daar maakte de band nog echte liedjes met dwingendere ritmes. Bliss is, met een beetje fantasie, een aangevreten versie van het debuut. Klinkt misschien niet als compliment, is het wel. Emotioneel heeft Mineral Beings stappen gemaakt. De popliedjes zijn er nog steeds. Nu zijn ze alleen verborgen in een dromerige esthetiek die doet denken aan die van witch house.

Toch is Mineral Beings te duidelijk voor die classificatie. Het dromerige karakter en vooral de imperfectie die de lagen synthesizers aan de liedjes toevoegen doen eerder denken aan de geroemde soundtrack van de film Drive. Daar zou de band rond Verbeek niet misstaan. Luister maar naar het prachtige ‘Homemade’, een te gek popliedje dat refereert aan Siouxsie and the Banshees, Hall & Oates, Dead Can Dance, Cocteau Twins en tachtiger jaren italo disco.

Retro-futurisme voor een (Instagram-)generatie die geen enkel geloof meer heeft in de toekomst. Dat is ook te zien op de website van de band: de nostalgie spat ervan af. Warm en toch koud als ijs. Zorgt voor kippenvel. En dan is er ook nog die prachtige, hoge stem van Verbeek. Ik schrijf vast in mijn agenda: zo snel mogelijk live gaan zien.

Opslaan als: retro-futurisme voor de Instagram-generatie.
Meer Mineral Beings: www.mineralbeings.com.
Meer Zoology: www.zoologyrecords.com.
Meer over Witchhouse: in Gonzo (circus) #109 schreven Niels Tubbing en Maarten Schermer daar een interessant artikel over.

Standard
dance, pop

Van oude demonen, utopieën en San Tropee in 1980

De donkere kant van het schaamteloos verwaarlozen van nieuwe goede muziek: de echt kleine labels komen er bekaaid vanaf. Voor OOR zoek ik immers altijd naar muziek die gemiddelde lezer nog kan bekoren. Al begeef ik me daar al soms op de rand.

Over Enfant Terrible uit Utrecht heb ik hier al een tijdje niet geschreven. Zonde, want de laatste drie releases van het label zijn zeer de moeite waard. Behoorlijk experimenteel ook, waarschuw ik alvast en lastig te krijgen want enkel uitgekomen in beperkte oplage op vinyl.

Laat ik beginnen met Europ Europ, waar Harry Prenger ook al aandacht aan besteedde op zijn blog, al kan ik de post zelf niet meer vinden. Of hij twitterde over de band. Kan ook. Hoe dan ook: prachtige 10” met zes nummers waarop de band op Noorwegen unheimische lo-fi noise combineren met utopische krautrock. Ideale combinatie. In bijvoorbeeld Starving for Compliments haakt Europ Europ ook aan bij new weird America, de stroming rauwe, ongepolijste folkmuziek die begin vorig decennium opgang maakte maar waar niemand het nu nog over heeft. Europ Europ klinkt net zo ‘oer’, alsof er diep gedolven wordt in de essentie van Noord-Europa. Industriële apparaten zoemen bezwerend, de occulte goden van voor de invasie van christendom lijken de kop op te steken. Dit is muziek voor een continent op drift, voor de ondergang van het avondland. Prachtig, rauw, grotesk, angstaanjagend maar ook louterend. Muziek die de boze geesten van het kapitalisme wil verdrijven door de oeroude demonen, diep verborgen in de aarde zelf, te bevrijden. En tja, we weten ook: die demomen zitten in jezelf. Scary stuff. Maar oh zo mooi.

Mellowharsher van Europ Europ is als 10” (in een prachtige hoes) in een oplage van 200 uit op Enfant Terrible.
Meer Europ Europ: www.enfant-terrible.nl/ET015.html

Reeds in april verschenen: Symphonie Neuronale van La Mort De L’Hippocampe. Helaas al uitverkocht, maar toch het vermelden waard. Misschien kun je ‘m nog ergens tweedehands opduikelen. Achter La Mort De L’Hippocampe gaat Jérôme Fontan schuil, ook bekend als Porn.Darsteller. Op dit album gaat Fontan heel anders te werk. Die Sonne en Der Mond – de enige twee stukken op het album, elk goed voor een minuut of twintig, op elke lp-kant één – flirten met avant-garde, surrealisme, cabaret noire en dada. Moeilijk verteerbaar, dat zeker, maar als hoorspel prachtig door de vele verwijzing. Ook muzikale. De pop-aard van Fontan is niet helemaal verdwenen: flarden electro, electronic body en industrial komen langs. Der Mond is het minst pop en het meest absurdistisch cabaret. Voor de liefhebber.

Symphonie Neuronale van La Mort De L’Hippocampe is op 12” verschenen bij Enfant Terrible en reeds uitverkocht.
Meer La Mort De L’Hippocampe: www.enfant-terrible.nl/Enfant21.html

Het zal jullie niet verbazen: het liefst had ik in 1980 rondgereden in een Alpha Romeo Montreal, catchy Italo disco uit de speakers en dan op en neer pendelen tussen Lugano en Keulen, met een uitstapje naar Brussel en Luik. Helaas was ik pas elf. Ik ben niet de enige met zulke, eh, Fernweh, ook de oprichters van het nieuwe Enfant Terrible-sublabel Gooiland Elektro dromen daarvan. Mooi logo ook, dat strakke Hilversumse stadhuis. Eerste wapenfeit? Verzamelaar Les Années Folles zet meteen hoog in. De zes bijdragen laveren tussen minimale wave en Italo disco. Zit geen slecht nummer tussen, echt niet. Bij The Stars Are Not Right van Velvet Condom zie je Pet Shop Boys over het stand van Rimini dartelen, Terminal Twilight zoekt het meer in de donkere nachtclubs van Strasbourg: te veel cocaïne en champagne, maar het handgeklap op  precies de juiste noot lukt nog zonder moeite. En dan die New Order-baslijn. Episch. Oordeel: meteen bestellen!

Les Années Folles is verschenen op 12” bij Gooiland Elektro.
Meer Gooiland Elektro: www.enfant-terrible.nl/gooilandelektro

Standard