dance, kritiek, kunst, pop, recensie

Jeroen van Rooij en de kus des doods

Ik heb de hele dag al ‘The Perfect Kiss’ van New Order in mijn hoofd.

Is De Eerste Hond In de Ruimte een roman over ouder worden? Over ‘anders’ zijn, misschien? Ik heb dat een tijdje gedacht. Nu niet meer. Jeroen van Rooij beschrijft er pijnlijk het verlies van iets heel dierbaars. Een onvermijdelijk verlies. En dat dierbare is niet zomaar dierbaar, maar de essentie van het bestaan.

De metaforen buitelen over elkaar heen in de debuutroman van Van Rooij, die eerder verhalen en gedichten publiceerde, werkt bij literatuurpodium Perdu in Amsterdam en coördinator is van De Reactor, een webplatform voor literatuurkritiek. Iets te veel, ook. Dat zet je als lezer op het verkeerde been. Toegegeven, tijdens het lezen zelf irriteert dat. Te veel vragen – is er sprake van magisch-realisme, wat heeft de wolfjongen van doen met de eenzame schrijver? – en te weinig antwoorden. Maar langzaam vallen de stukjes op hun plaats. Antwoorden levert dat niet op. Wel veel vrije gedachten. Kortom, Van Rooij weet met zijn veelheid aan verhaallijnen, die elkaar steeds meer gaan raken, te boeien en de fantasie te prikkelen.

Nogmaals, een eenduidig verhaal wordt er niet verteld. Wel is verlies en de angst daarvoor een belangrijk thema. Dat weet Van Rooij het mooist duidelijk te maken in zijn beschrijvingen van de housescene in een grote Europese stad, waar Berlijn goed in is te herkennen. Protagonist Jonas struint met vriend Micha het ene na het andere dancefeest af. Daar ontmoet hij het mysterieuze meisje Lisel. Zij confronteert Jonas niet alleen met zijn eigen gedrag (leven in het moment, geen verantwoordelijkheid dragen, vluchten voor de wereld om hem heen), maar trekt hem indirect een avontuur in dat eveneens gaat over controle en controleverlies. De oude stad waarin de drie wonen – een metafoor voor onze westerse samenleving – gedraagt zich in essentie net zo als Jonas doet.

Dat levert – ja, ik blijf een liefhebber van popmuziek in literatuur – herkenbare en prachtige beschrijvingen op van de housewereld. Ik zet er een paar op een rij.

“Er is een liefde die groter is dan ik, een liefde die een hele zaal vol dansende mensen kan overspoelen en verzwelgen. Of is het een vuur dat we samen aanwakkeren en tot grote hoogten opstoken?”

“Daglicht zie ik nauwelijks meer. Alleen nog maar ‘s ochtends. Vorige maand heeft iemand overal ons teken doorgestreept: Nur die Liebe Zählt. Ik kan niet bedenken of dat nu erg is, of dat het niets uitmaakt.”

Subtiel rijgt Van Rooij sleutelplaten en -artiesten door zijn teksten. New Order, The Field, Moderat, James Holden. Ze komen langs. Verdwijnen in de tekst. Maar zijn aanwezig. Dat verdwijnen is essentieel. Dat is namelijk wat Jonas doet. Hij verdwijnt in de muziek, in de liefde van een feest en na een feest, wanneer hij alleen is, verlangt hij terug naar dat gevoel. In essentie wil hij niet-zijn. Hij wil opgaan in iets anders. Waarom is de vraag. Nu ik dit zo schrijf, dringt zich een andere gedachte aan me op. Van Rooij is, misschien wel bewust, bezig het postmoderisme een veeg uit de pan te geven. Ga maar na: Jonas leeft in het nu. Geen verleden, geen toekomst. Nadenken over wie hij is? Dat maakt hem bang. Plannen maken? Evenzeer. De eenzame man die elke dag aan zijn schrijftafel opschrijft wat hem is overkomen, maar de volgende dag niets meer weet? Idem dito? De makers van een dag, die een dag construeren? Na ja, dat lijkt me duidelijk.

Die behoefte om te leven in het nu, niet verder dan een dag vooruit te kijken, laat mensen de ogen sluiten voor afwijkingen, voor dat wat anders is. Het leidt eveneens tot een soort onschuld. Zelfgeconstrueerde onschuld, natuurlijk. Maar dat verliezen is een ramp. Want dan pas kan de wereld worden gezien zoals ie is. Dat lijkt de essentie de zijn van wat Van Rooij wil vertellen. Maar toch. Ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Is dat nu een goed of slechte teken? Een goed. Want blijkbaar is De Eerste Hond In De Ruimte onder mijn huid gekropen. Mooier dan Van Rooij doet in de eerste regel van deze recensie, kan ik het overigens niet. ‘The Perfect Kiss’ is namelijk The Kiss Of Death.

En als kers op de taart nog een prachtig essay van Van Rooij zelf over, ja, over die perfecte kus: http://jeroen.damarkus.nl/2010/08/02/a-perfect-kiss-you-can-own/

De Eerste Hond In De Ruimte van Jeroen van Rooij is verschenen bij Uitgeverij Prometheus.

Standard
dance, kunst, pop

kelley, waar ben je?

Het beste concert dat ik de afgelopen vijf jaar zag? Kelley Polar op Motel Mozaïque 2006. De Newyorker schrijft pop in hoofdletters. Doet dat overigens op een volstrekt unieke manier. Een argument nodig om aan te tonen dat het onderscheid tussen pop en kunst een onzinnige constructie is? Verplaatst de beste popliedjes van New Order en Pet Shop Boys naar 2005 en maak ze klein. Ontdoe ze van alle ballast, van de grote gebaren, de kitsch. Het resultaat? Love Songs of the Hanging Gardens van de cellist. Pop waar het predikaat subliem voor is uitgevonden.

Continue reading

Standard
dance, pop

control #1

Stiekem verlang ik naar Control, de film over het leven van Ian Curtis door Anton Corbijn. Na Touching From A Distance, het boek dat weduwe Deborah Curtis over de zanger en tekstschrijver schreef, had mijn portie Joy Division wel gehad.

Maar ja, die beelden in De Wereld Draait Door – en die guitige lach van knuffelbeer Matthijs van Nieuwkerk die je gewoon ziet denken: ‘what tha fuck?’ – maakten me toch lekker voor de film.

Zondag ga ik ‘m zien. Nu eerst naar de creatieve conferentie i-fabriek in Maastricht. Weg van al dat creative industries geblaat in het grootste dorp van de wereld.

Maar niet zonder een fraaie uitsmijter. Na Joy Division kwam, uiteraard, New Order. Na Loop en Blumfeld de beste band ter wereld. Als Perfect Kiss – ‘The perfect kiss is a kiss of death’ – je niet overtuigt, dan weet ik het ook niet meer.

Of wel: je hebt geen smaak.
[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=–pSWLEVGhY]

Standard