pop, recensie

Terug naar 1970s met Wooden Constructions

Terwijl de Rotterdamse band Rats On Rafts werd gebombardeerd tot vaandeldragers van de nieuwe Ultra-beweging, daar brak het Amsterdamse Wooden Constructions nog niet door. Beide bands mochten optreden in De Wereld Draait Door (DWDD) en deden dat uitstekend. De houterige, niet bepaald ritmische bewegingen van Wooden Constructions-zanger Gover Meit doen denken aan de a-ritmische podium-capriolen van Mark E. Smith van The Fall. Misschien dat het gebrek aan een album de jonge band opbrak. Op 13 januari speelden de Amsterdammers in DWDD, het debuutalbum People Now People werd pas op 12 juni in de Melkweg gepresenteerd. Aan de andere kant: vorige maand speelde Rats On Rafts op het Booch! Festival in hartje Heerlen. Vrijwel niemand kende de band. De tragiek van het maken van popmuziek in Nederland.

Het debuutalbum van Wooden Constructions is net zo mooi als dat van Rats On Rafts. Geen slecht album dus. Beide bands delen een bepaalde esthetiek: donkere sfeer, dwingende ritmes en maniakale praatzang. Rats On Rafts zit aan de melodieuze kant van het spectrum, Wooden Constructions is introverter, pulserender en ritmischer. Toch is het geluid net zo herkenbaar: ergens tussen The Fall en Joy Division in. Pastiche, inderdaad. Maar wel erg goed gedaan. Opener ‘Full Brother’ wordt voortgestuwd door de pulserende bas en zoemende synth. En dan zijn er die slepende drums die het nummer iets gejaagds geven, als een adrenaline-rush. Spannend. Ingrediënten die veelvuldig terugkomen op People Now People.

Dat maakt dit debuut, ondanks de clichés, de moeite meer dan waard. En dan is er ook nog zanger Meit die met zijn staccato-zangstijl een belangrijke stempel op het geluid van Wooden Constructions drukt. De afrobeat-invloeden die Tjeerd van Erve er in zijn recensie bij nu.nl in hoort zijn niet meer dan part of the deal. Die waren eind jaren zeventig immers meer dan hip in witte postfunk-kringen in artistiek Engeland. Waar ie wel gelijk in heeft? Die invloeden maken Wooden Constructions anders dan veel andere retro-wave- en -postpunk-bands. Noem het ‘dichter bij het origineel’, oprechter of échter. In ieder geval is de manier waarop Wooden Constructions zich door de tien nummers van People Now People worstelt indrukwekkend. Je hoort er bijna de vertwijfeling van weer een economische crisis, weer een vertrouwensbreuk, weer een deuk in het vooruitgangsgeloof in terug in terug. Bijna hè, want het blijven muzikanten uit Amsterdam, de stad waar de eerste tekenen van crisis nog moeten worden gesignaleerd.

People Now People van Wooden Constructions is verschenen bij het sympathieke Subroutine Records (waar ook onder andere Rats On Rafts en The Sugarettes onderdak hebben gevonden).

Opslaan als: geslaagde stijloefening in het maken van artistieke postfunk/postpunk anno 1979 in Noordwest Engeland.
Meer Wooden Constructions: www.woodenconstructions.com.

Standard
heerlen, pop, recensie

Veren in de reet van Booch! 2012 én een beetje kritiek

Jolijt bij Yellow Claw.

Booch! is één van de leukste zomerfestivals dat ik ken. Niet omdat het plaatsvindt in het centrum van Heerlen, maar door de vaak gedurfde programmering. Goed, wie weinig geld heeft, moet creatief zijn. In vergelijking met dat andere Heerlense stadsfestival, Park City Life, is Booch! een bron van creativiteit. Toch geldt ook in dit geval: het is goed, maar kan beter.

Mijn keuze om live-recensies te publiceren op Fade Out is nog niet gemaakt (wat vinden jullie, lieve lezers, daar eigenlijk van?). Deze van Booch! wordt de eerste óf de uitzondering. Eerder schreef ik ze voor OOR. Zo ook van Booch! 2011. Ook dit jaar verdient het festival een beschouwing. Een andere dan lokale media al hebben gegeven. Het Limburgs Dagblad bracht een kritiekloos sfeerverslag (niets mis mee, trouwens. dat beleid hadden we bij Haarlems Dagblad ook vaak) en eigenlijk vallen de verhalen bij ZwartGoud en Mijnstreek Online (hier en hier) niet echt onder het kopje recensie. Het wachten is wellicht op de kritische beschouwing bij het onlangs nieuw leven ingeblazen De Afgrond (naschrift: en ja, hier staat ie dus).

Niets tegen leuk geschreven nabeschouwingen, maar daar heeft de organisatie van Booch! weinig aan. Die wil kritisch onder de loep genomen worden. Bij deze dus.

Dit jaar verhuisde het festival van het Pancratiusplein naar De Bongerd, het grote marktplein in de stad. Dat heeft z’n voordelen. Het plein is groter, althans zo voelt ‘t. Twee podia zijn tegenover elkaar geplaatst. Omdraaien om de volgende band te zien is in principe genoeg. Toch, de intieme sfeer van het Pancratiusplein wordt gemist. Daar loopt de festivalruimte langzaam over in de publieke ruimte waardoor het onderscheid vervaagt. Voor een stadsfestival is dat, uiteraard, een groot voordeel. De horeca aan het plein werkte echter niet mee.

Op de vrijdagavond breekt dat het festival op. Althans, dat heb ik gehoord. Zelf gaf ik de voorkeur aan Röyksopp en New Order op de Lokerse feesten (beide ontzettend goed). De Bongerd staat in het teken van techno. Op het Pancratiusplein Noord, een uithoek van het plein, mag de nieuwe lichting Heerlense producers de wat ingewikkeldere vormen van bass music ten gehore brengen. Druk is het niet, begreep ik van ooggetuigen. Of dat iets te maken heeft met het niet overvloeien van publieke in festivalruimte? Ik denk het wel. Het Noordgedeelde van het Pancratiusplein is sowieso een uithoek waar je alleen komt wanneer je er moet zijn.

Middleman

De zaterdagavond bewijst wederom hoe populair de harde vorm van dubstep in Heerlen is. Mary Shade en de jonge getalenteerde producer Småland moeten het nog met (te) weinig publiek doen. Het Britse breakbeat gezelschap Middleman krijgt het plein echter aardig vol. Eerder speelden de Britten in poppodium Nieuwe Nor voor tachtig man, nu is Heerlen blijkbaar klaar voor de aanstekelijke mix van breakbeat en indierock. Terecht, want live komt de muziek van Middleman uitstekend uit de verf. Pomrad zorgt voor een tweede hoogtepunt. De Belgische producer speelt zijn synth-partijen live en zit muzikaal ergens tussen Rustie en de Nederlandse Bastian in. Bass music voor gevorderden, eigenlijk. Al heeft hij soms de neiging te plat te werk te gaan. Heeft ie niet nodig. Maar goed, hij is nog jong.

Pomrad

Over plat gesproken: Yellow Claw, Swindle en Reso doen die term eer aan (naschrift: bij die laatste twee lag dat vooral aan het geluid). Yellow Claw is een absoluut muzikaal dieptepunt. Gemakzuchtig worden bekende gitaarrifs of popmelodieën gebruikt om nummers aan te kondigen om daarna een dikke dubstep-beat in te laten vallen. Tenenkrommend slechts. Maar de tieners op het inmiddels uitpuilende plein vinden het uiteraard fantastisch. Hitje ‘Krokobil’ zet het plein helemaal op z’n kop. Dat is goed. En past bij de filosofie van Booch! om zich te richten op de jeugd in Parkstad. Dat klinkt aanlokkelijk en aannemelijk. De jeugd trekt immers weg naar andere oorden. Toch: op zaterdagavond is wel erg weinig gedacht aan de volwassen dance-liefhebber. En die verdient ook aandacht. Jongeren blijven immers niet in Parkstad omdat er genoeg te doen is voor jongeren, maar omdat er ook nog genoeg te doen is wanneer ze eenmaal studeren of beginnen aan hun eerste baan. Dat wordt in Heerlen wel eens vergeten. Lees er het rapport over het succes van de Culturele Lente in de stad maar op na.

Wat is er met de hardcore-scene van Heerlen aan de hand? Jubileum-concert van Born From Pain niet uitverkocht en er zijn zondagmiddag veel te weinig mensen bij de show van Unchained Breathing, een exponent van de nieuwe lichting hardcore-bands uit de regio. Op het podium mist de band echter de kracht die van de opgenomen versie van het nieuwe nummer ‘Anthem’ spat. Misschien is een tweede gitarist op het podium geen overbodige luxe. De Heerlense band verdient een beter geluid want de mengeling van oude emo (hallo Fugazi), metal en hardcore is bij vlagen te gek. Zeker als de synthesizer wordt ingezet. Later op de dag krijgen Only Seven Left (die kent iedereen inmiddels wel), Your Demise (standaard hardcore uit het zuiden van Engeland) en Royal Republic (goed gespeelde rock-clichés uit Zweden) het plein voor het hoofdpodium aardig vol, maar zo vol als op zaterdagavond? Nee, dat wil zondag maar niet gebeuren.

Rats On Rafts

Zeker niet voor het kleine podium van de twee. En dat is jammer, want muzikaal valt juist daar veel te genieten. Van Rats On Rafts, bijvoorbeeld. De Rotterdamse postpunk-band die klinkt alsof ie zo uit de buitenwijken van Birmingham is gehaald, klinkt live net zo, eh, ‘authentiek’ en oprecht als op album. Maar veel goede kritieken in de Nederlandse en buitenlandse pers én een legendarisch optreden in DWDD zijn niet genoeg, zo blijkt in Heerlen. De veelvuldig op Studio Brussel gedraaide Belgische pop van SX en Kapitan Korsakov krijgt eenzelfde onthaal. Die laatste band maakt het zich ook niet gemakkelijk. Als de laatste tonen van Only Seven Left zijn weggestorven, vraagt zanger Peter-Paul Devos wie de band ook zo ontzettend kut vond. Tja, daar maak je vrienden én vijanden mee. Ach, provoceren zit ‘m in het bloed (naakt op het Dour-podium) en dat past uitstekend bij de rauwe mengeling van garagerock en indie uit het begin van de jaren 1990. Toen indie nog indie was, zeg maar. De Gentse band is net zo opwindend als Jon Spencer Blues Explosion en Trumans Water.

Kapitan Korsakov

Ook SX steekt met kop en schouders boven de middelmaat uit. Single ‘Black Video’ is vaak te horen bij Studio Brussel. Te gek nummer dat zo van de nieuwe van Roisin Murphy had kunnen zijn. Ja, zo goed zijn de Belgen. Live steelt zangeres Stefanie Callebaut de show. Aan alles hoor en zie je: SX gaat groot worden. Gebeurt vast ook met Oberhofer uit Brooklyn, dat op meerdere plekken een hipster-band wordt genoemd. Nu zijn Amerikaanse hipsters toch beduidend minder hip dan Duitse. Geen baard te bekennen. Live klinkt de band rond Brad Oberhofer als de latere Pavement – zo van rond en na Wowee Zowee – maar dan zonder valse, ontstemde instrumenten en instrumentalisten die ernaast zitten. Er zit in ieder geval net zo veel beweging in de band. Oberhofer is op z’n best als de fragiele liedjes nét niet ontsporen door het gitaargeweld. Dan maken de Newyorkers indruk.

SX

Kortom, verrassend goede programmering op het kleine podium aan De Bongerd op zondag. Dat maakt Booch! juist zo’n goed festival: de organisatie heeft oog voor opkomend talent en durft het aan de nek uit te steken. Toch mag de dance-programmering spannender en uitdagender. Zoals die vorig jaar spannender en uitdagender was. Al blijft het lastig met ‘de jeugd’ als primaire doelgroep. Dat doet geen recht aan de gemêleerde groep muziekliefhebbers in Heerlen en omstreken. En, uiteindelijk, ook niet aan de jeugd zelf die, eenmaal oud genoeg, richting Randstad vertrekt. En haal het échte Pancratiusplein er gewoon weer bij, gewoon samen mét De Bongerd. Heb je meteen een perfecte plek voor de dance-programmering.

Beeld: René Bradwolff.

Gezien en gehoord: Booch! 2012, 11 en 12 augustus, De Bongerd en Pancratiusplein Noord, Heerlen.

opkomend talent Smaland.

Standard
OOR, pop

Clip tussendoor: Space Siren

Ja, ik weet: het is geen zondag. ‘Who Makes Me Try?’ van Space Siren is dus geen zondagclip. Had ik dan niet gewoon tot zondag kunnen wachten? Nou nee, daar is het nummer te goed voor. Er is nog een andere reden. Zojuist maakte OOR bekend dat de lezers van het blad ‘I Bet You Look Good On The Dancefloor’ van Arctic Monkeys hebben verkozen als beste indiesong aller tijden. De top-10 bestaat uit meer van dat soort nummers: slick, rauw randje, lekkere hook en goed refrein. Op ‘Blue Monday’ van New Order na, maar dat is helemaal geen indiesong. De indie waarmee ik ben opgegroeid, en nog steeds naar luister, ontbreekt volkomen. Geen Pixies, geen Pavement, geen My Bloody Valentine, geen Loop, geen Big Black. En geen Th’ Faith Healers. Dat brengt me bij Space Siren. Samen met The Sugarettes en Lost Bear de onbetwiste vaandeldragers van de Nederlandse neoindie. Over debuut Mr. Wagner, Please Give Us A Call schreef ik dit bij OOR.

Het album wordt met de draaibeurt beter.

De keuze voor ‘ Who Makes Me Try?’ is uitstekend. Want zo hoort een indiesong dus te klinken. Clip van Siebe de Boer is prachtig.

Standard