Tag: literatuur


ik houd van korte en haat (te) lange zinnen

July 9th, 2010 — 8:33pm

Ook in romans. Zeker als ze door ‘en’ aan elkaar worden geregen. Voor Bret Easton Ellis maak ik echter graag een uitzondering. Zijn zinnen zijn subliemer dan subliem. Lees maar mee.

“Entering the party on Sunset Tower we’re behind a famous actor and the cameras start flashing like a strobe and I pull Rain with me toward the bar and when I catch my reflection in a mirror my face is a skull, sunburned from the hour spent at the observatory, and on the terrace overlooking the pool, snaking through the hum of the crowd with Rain, I say hello to a few people I recognize while nodding to others I don’t but who seem to recognize me and I make small talk with various people about the Kelly Montrose memorial even though I wasn’t there and then I spot Trent and Blair and I move in another direction since I don’t want Blair to see me with Rain, and projected onto the walls are black-and-white photos of palm trees, stills of Palisades Park from the 1940s, girls who were cast in new James Bond movie, and trays of doughnuts are being passed around and I’m chewing gum so I won’t smoke and then I spot Mark with is wife and I bring Rain over to where they’re standing and Marks frowns when he sees her, and then erases it with a smile before we fake-hug, his eyes never leaving rain, his wife’s reaction a barely concealed hostility, and then I launch into an explanation as to why I haven’t been at the casting sessions and Mark says that I should come in tomorrow and I assure him I will and just as I’m about to make a pitch for Rain my phone vibrates in my pocket and I pull it out and there’s a text from a blocked number that says She Knows and after I type in ? Mark and his wife drift off and Rain, seemingly uncaring that I didn’t pitch her to Mark, is behind me talking to another young actress and a new text arrives: She knows that you know.”

Tja.

1 comment » | pop

Gitzwart en zonder hoop

March 23rd, 2010 — 7:22pm

Why Don’t You Pull The Plug. In de debuutroman Het Uur Van Lood van Rob van Erkelens bekleedt het als vraag verpakte commando uit een nummer van Death een sleutelrol. Eentje met verschillende betekenissen. Uiteindelijk doet het er niet toe. Wat er niet is, kan immers niet eindigen. Ook niet door er de stekker uit te trekken.

Continue reading »

Comment » | kunst, pop

Maandag? Lijstjesdag! #5

March 8th, 2010 — 1:54pm

De 21 beste romans van de 21e eeuw staan deze week in De Groene Amsterdammer. Althans, volgens de literatuurcritici van Nederland. Eerlijk gezegd kan ik daar niet zo met de lijst. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef ik nog aardig wat romanrecensies. Dat was aan het begin van deze eeuw over. Muziek en nieuwe media kregen de overhand. En tja, specialisatie is in journalistenkring normaal. De romans uit de lijst in De Groene die ik toevallig gelezen heb – en dat zijn er nog geen handvol – deden mij echter weinig. Daarom deze maandag mijn ‘beste romans van het eerste decennium van deze eeuw’-lijstje. Omdat ik (te) weinig heb gelezen is het een top-5 geworden.

1. Coyote – Thomas van Aalten (2006)
Vlaming in Nederland. Dát is Thomas van Aalten. Zijn eerste twee romans – Sneeuwbeeld en Tupelo – zijn typisch jaren negentig en verraden de invloed van Brett Easton Ellis. Coyote is andere koek. Van Aalten is er duidelijk beïnvloed door film noir, door de esthetiek van David Lynch en Gus van Sant. Coyote is een meesterwerk. Niet de gedachtengang van de hoofdpersoon staat centraal – zoals zo vaak in de Nederlandse roman – maar de situaties. Die zijn absurd, magisch, anders. Daarin toont de auteur zich nauw verwant met de Vlaamse magischrealisten én schrijvers als Paul Mennes en Jeroen Olyslaegers. Auteurs die net als Van Aalten de absurditeit van de werkelijkheid tot speeltuin verheffen. Wellicht dat Van Aalten daarom ook in Amsterdam is neergestreken.

2. Wij - Jeroen Olyslaegers (2009)
Goed, Olyslaegers dus. De man van de geweldige romans Navel en Open gelijk een mond. Eerlijk is eerlijk, Wij komt wat traag op gang, maar wanneer de verschillende verhaallijnen bij elkaar komen, ontspint zich een beklemmend drama. In typisch Vlaamse stijl. Niets is wat het lijkt. Wij is, kortom, een prachtig verhaal van ontsporing op alle vlakken. Ook fijn: de roman speelt eind jaren zeventig. Een tijd waarin ook de westerse maatschappij langzaam ontspoort. Net als het leven van hoofdpersoon Georges, dus. Ach, Humo omschrijft het boek pijnlijk treffend: ‘Wij is een eivol boek, gelaagd en zwaar op de hand, onthutsend en verdorven: een cadeau aan de Nederlandstalige literatuur.’

3. House of leaves – Mark Z. Danielewski (2000)
Inkoppertje. Goed, bij Danielewski gaat het net zo goed om vorm als om inhoud. Beide zitten goed. Het lezen van House of leaves vergt geduld en het vermogen en wil om moeite te doen. Het verhaal krijgt de lezer immers niet cadeau. De beloning is niet mis. En na de laatste pagina zit de lezer met meer vragen dan bij het begin van het boek. Ach, dat is ook wel eens fijn. Zeker in het geval van House of leaves. Dáár zou ik nog een boek over lezen. En ook weer niet. Een vervolg kan immers enkel tegenvallen. Of toch niet?

4. J-Pod – Douglas Coupland (2006)
Misschien ben ik in de jaren negentig blijven hangen. J-Pod van Douglas Coupland is immers ergens een vervolg op Microserfs, dat de in Duitsland geboren Canadees een decennium eerder schreef. Maar toch, J-Pod geeft weer een prachtig beeld van de wereld van de nieuwe mediaprofessional die, oh zo hip, niet los kunnen komen van de door hen gecreëerde schijnwereld. Kortom, een perfect elixer om te overleven in een wereld die wordt gedomineerd door haantjesgedrag, vernieuwingsdrang en grootheidswaanzin. Ik zou eigenlijk meer van Coupland moeten lezen, maar zijn The gum thief en Generation A saan hier nog steeds onaangeroerd in de kast.

5. Ein lied mehr – Blumfeld (2007)
Geen roman. Wel literatuur. Proza. De teksten van Blumfeld zijn de mooiste liedjesteksten ooit geschreven. Door romanticus en filosoof Jochen Distelmeyer. Ein lied mehr is de zwanenzang van de Duitse band. Eerder schreef ik over de teksten van Distelmeyer voor webzine cut-up: ‘Tja, waar Nirvana met Nevermind levensangst verklankt voor tieners, doet Blumfeld – overigens vernoemd naar een oudere vrijgezel uit een verhaal van Kafka – dat voor jong volwassenen. Hoe te overleven in een wereld die niet te begrijpen is? Die niet te controleren is? Ich-Maschine geeft geen antwoord, wel gemoedsrust. Ook Distelmeyer loopt tegen dezelfde muren aan als ik, een in zichzelf verloren student filosofie in Amsterdam. Ich-Maschine is als een drug. Distelmeyer schreeuwt voor mij en duizenden die net als ik niets begrijpen van dit leven. Politiek teruggebracht naar een menselijke maat. Uiteindelijk volgt de berusting dat er geen oplossing is. Bij mij en bij Distelmeyer.’ Niets aan toe te voegen.

En jullie favoriete romans van het eerste decennium van deze eeuw?

Comment » | pop

WIE KENT VICTOR TUPELO NOG?

November 6th, 2008 — 7:54am

Jaren geleden zou ik hem spreken. Victor Tupelo. Zijn roman Exile geldt als een van de beste Nederlandse debuten. Mijn exemplaar ben ik kwijt. Bij een verhuizing verloren. Eeuwig zonde. Af en toe struin ik obscure boekwinkels af op zoek naar het meesterwerk. Te vergeefs.

Dat gesprek is er overigens nooit gekomen. Interview gaat niet door, verontschuldigde de persman van de uitgeverij zich destijds. Sindsdien heb ik niets meer van Tupelo vernomen. Al herinnerde Thomas van Aalten me een aantal maal aan hem. In de twee interviews die ik met Van Aalten had, bezwoer de meest getalenteerde hedendaagse auteur die Nederland rijk is me dat de naam van zijn debuutroman niets van doen heeft met de vergeten auteur.

Het is Van Aalten die me onlangs wees op de website www.victortupelo.nl. Geen idee wie erachter zit. In ieder geval zijn er meer mensen op zoek naar de plotseling van de aardbodem verdwenen auteur. Sterker nog: er schijnt een tweede roman aan te komen. Of die net zo goed gaat worden als Exile? Ik hoop het van harte. Zeker weten dat mijn interview met Tupelo deze keer wel plaats gaat vinden.

1 comment » | kunst, oude media

COUPLAND IS COUPLAND

October 5th, 2008 — 4:23pm

Sommige schrijvers vervelen nooit. Douglas Coupland bijvoorbeeld. Zijn Generation X, Shampoo Planet, Microserfs en JPod zijn geweldig. En ach, zijn andere boeken mogen er ook zijn.

Goed, hij legt het af tegen Brett Easton Ellis, wiens Glamorama tot nu toe slechts wordt overtroffen door Het Leven Op Aarde van Jan Jacob Slauerhoff. Met zijn vorig jaar verschenen The Gum Thief komt Coupland niet in de buurt. Ook niet bij zijn eigen beste, Shampoo Planet, overigens.

Vermakelijk is zijn alweer twaalfde roman – na koud twintig pagina’s – in ieder geval wel. En dat is al een wonder in het hedendaagse literaire landschap. Meer over The Gum Thief wanneer ik het boek uit heb.

Voor nu twee prachtige monologen van hoofdrolspelers.

Benthany
‘And a final thing about crows – I had no idea I’d be going on like this – is that they look black to us, but to birds, they’re as insanely coloured as parakeets and peacocks – human colour perception is missing a small patch of the spectrum that only birds can see. Imagine if we could see the world like birds, even briefly. Everything would be wondrous. Which is another reason why I only wear black. Who knows what you’re missing when you look at me.’

Roger
‘Joan tried to tell me that everbody who’s ever lived has had cancer lots of times – even a fetus gets cancer – except our bodies almost always get rid of it before it spreads. Cancer is what we call those bits our bodies fail to sloug off. I found some comfort in that. It made cancer feel everyday and approachable. Universal. I wanted to reach inside Joan and pluck out the cancer – and maybe while I was there i’d remove gold coins and keys and tropical birds – and I’d show you the surprise all of us conceal within.’

Typisch Coupland, niet?

3 comments » | pop

Back to top