Tag: lijstjes


Maandag? Lijstjesdag! #5

March 8th, 2010 — 1:54pm

De 21 beste romans van de 21e eeuw staan deze week in De Groene Amsterdammer. Althans, volgens de literatuurcritici van Nederland. Eerlijk gezegd kan ik daar niet zo met de lijst. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef ik nog aardig wat romanrecensies. Dat was aan het begin van deze eeuw over. Muziek en nieuwe media kregen de overhand. En tja, specialisatie is in journalistenkring normaal. De romans uit de lijst in De Groene die ik toevallig gelezen heb – en dat zijn er nog geen handvol – deden mij echter weinig. Daarom deze maandag mijn ‘beste romans van het eerste decennium van deze eeuw’-lijstje. Omdat ik (te) weinig heb gelezen is het een top-5 geworden.

1. Coyote – Thomas van Aalten (2006)
Vlaming in Nederland. Dát is Thomas van Aalten. Zijn eerste twee romans – Sneeuwbeeld en Tupelo – zijn typisch jaren negentig en verraden de invloed van Brett Easton Ellis. Coyote is andere koek. Van Aalten is er duidelijk beïnvloed door film noir, door de esthetiek van David Lynch en Gus van Sant. Coyote is een meesterwerk. Niet de gedachtengang van de hoofdpersoon staat centraal – zoals zo vaak in de Nederlandse roman – maar de situaties. Die zijn absurd, magisch, anders. Daarin toont de auteur zich nauw verwant met de Vlaamse magischrealisten én schrijvers als Paul Mennes en Jeroen Olyslaegers. Auteurs die net als Van Aalten de absurditeit van de werkelijkheid tot speeltuin verheffen. Wellicht dat Van Aalten daarom ook in Amsterdam is neergestreken.

2. Wij - Jeroen Olyslaegers (2009)
Goed, Olyslaegers dus. De man van de geweldige romans Navel en Open gelijk een mond. Eerlijk is eerlijk, Wij komt wat traag op gang, maar wanneer de verschillende verhaallijnen bij elkaar komen, ontspint zich een beklemmend drama. In typisch Vlaamse stijl. Niets is wat het lijkt. Wij is, kortom, een prachtig verhaal van ontsporing op alle vlakken. Ook fijn: de roman speelt eind jaren zeventig. Een tijd waarin ook de westerse maatschappij langzaam ontspoort. Net als het leven van hoofdpersoon Georges, dus. Ach, Humo omschrijft het boek pijnlijk treffend: ‘Wij is een eivol boek, gelaagd en zwaar op de hand, onthutsend en verdorven: een cadeau aan de Nederlandstalige literatuur.’

3. House of leaves – Mark Z. Danielewski (2000)
Inkoppertje. Goed, bij Danielewski gaat het net zo goed om vorm als om inhoud. Beide zitten goed. Het lezen van House of leaves vergt geduld en het vermogen en wil om moeite te doen. Het verhaal krijgt de lezer immers niet cadeau. De beloning is niet mis. En na de laatste pagina zit de lezer met meer vragen dan bij het begin van het boek. Ach, dat is ook wel eens fijn. Zeker in het geval van House of leaves. Dáár zou ik nog een boek over lezen. En ook weer niet. Een vervolg kan immers enkel tegenvallen. Of toch niet?

4. J-Pod – Douglas Coupland (2006)
Misschien ben ik in de jaren negentig blijven hangen. J-Pod van Douglas Coupland is immers ergens een vervolg op Microserfs, dat de in Duitsland geboren Canadees een decennium eerder schreef. Maar toch, J-Pod geeft weer een prachtig beeld van de wereld van de nieuwe mediaprofessional die, oh zo hip, niet los kunnen komen van de door hen gecreëerde schijnwereld. Kortom, een perfect elixer om te overleven in een wereld die wordt gedomineerd door haantjesgedrag, vernieuwingsdrang en grootheidswaanzin. Ik zou eigenlijk meer van Coupland moeten lezen, maar zijn The gum thief en Generation A saan hier nog steeds onaangeroerd in de kast.

5. Ein lied mehr – Blumfeld (2007)
Geen roman. Wel literatuur. Proza. De teksten van Blumfeld zijn de mooiste liedjesteksten ooit geschreven. Door romanticus en filosoof Jochen Distelmeyer. Ein lied mehr is de zwanenzang van de Duitse band. Eerder schreef ik over de teksten van Distelmeyer voor webzine cut-up: ‘Tja, waar Nirvana met Nevermind levensangst verklankt voor tieners, doet Blumfeld – overigens vernoemd naar een oudere vrijgezel uit een verhaal van Kafka – dat voor jong volwassenen. Hoe te overleven in een wereld die niet te begrijpen is? Die niet te controleren is? Ich-Maschine geeft geen antwoord, wel gemoedsrust. Ook Distelmeyer loopt tegen dezelfde muren aan als ik, een in zichzelf verloren student filosofie in Amsterdam. Ich-Maschine is als een drug. Distelmeyer schreeuwt voor mij en duizenden die net als ik niets begrijpen van dit leven. Politiek teruggebracht naar een menselijke maat. Uiteindelijk volgt de berusting dat er geen oplossing is. Bij mij en bij Distelmeyer.’ Niets aan toe te voegen.

En jullie favoriete romans van het eerste decennium van deze eeuw?

Comment » | pop

Maandag? Lijstjesdag! #4

March 1st, 2010 — 8:02am

Man caves. In Amerika heeft elke man er een. Nederland loopt de afstand in. Ook in ons land verlangen mannen steeds meer naar, ehh, mannendingen. In de jaren negentig bedekte de hang naar integratie, gelijke rechten, lief zijn voor elkaar en de groeiende welvaart de masculiene cultuur met een deken van zachtaardigheid. De éénentwintigste eeuw brengt de man terug aan de macht.

Dat beweerde althans Arie Boomsma als tafelgast bij De Wereld Draait Door. Matthijs van Nieuwkerk wendde beschaamd het hoofd af. Nico Dijkshoorn likte aan zijn onderlip. Ja, een mannengrot, dát is waar iedere man stiekem van droomt.

Een wát? Man cave, mannengrot in het Nederlands. Een plek waar de man weer man kan zijn. Kan drinken met z’n maten, grove taal uit kan slaan en kan kijken naar vrouwen die precies doen wat hij wil dat ze doen. Maar da’s toch een stripclub? Close, inderdaad. En bij een stripclub hoort muziek. Goede muziek. Rockmuziek. Dubbelzinnige muziek die flirt met masculiniteit én vrouwelijkheid. Precies ja: hair metal.

Voor wie hair metal nieuw is: check eerst de vele lijsten die er op het web rondzwerven en doe een dagje YouTube met Ratt, Quiet Riot, Posion, Cinderella, Guns’n'Roses en White Lion. Gevorderden laven zich aan het onderstaande lijstje. En oh ja, mannen? Laat het matje in je los!

1. Bang Tango – Someone Like You (1989)
De einddagen van de hair metal. Dat is te zien en horen. Bang Tango maakt hair metal, maar wil The Cult zijn. Levert een geweldig nummer op. Dames, ook ideaal om op te strippen.

2. Dan Reed Network – Get To You (1988)
Nichterig? Ja, best wel. Maar dat hoort bij hair metal. Dan Reed is niet voor iedereen weggelegd. Want net zo sexy als Prince. En tja, daar kan de gemiddelde mannengrotman niet zoveel mee. Gebrek aan zelfvertrouwen, enzo. Mijn lezers zijn echter niet gemiddeld. En dames? Ook deze is heel erg stripfähig.

3. Skid Row – I Remember You (1989)
Bon Jovi-pastiche? Jazeker! Maar een hele goede. Skid Row maakt misschien wel de laatste goede hair metalballade van de tachtiger jaren. The Cult neemt begin jaren negentig het stokje. Metal is dan al op sterven na dood. I Remember You is ideaal voor wanneer de drank z’n werk gaat doen. Heren? Hebben we de Fisherman’s Friends binnen handbereik.

4. Badlands – Dreams In The Dark (1989)
Tja, die Amerikanen toch. Badlands duikt constant op in de Hair Metal-lijstjes voor gevorderden. Dat terwijl gitarist Jake E Lee er vooral teruggrijpt op klassieke hardrock. Geen nood. Badlands past precies in dit lijstje. Want échte mannen zonder make-up, goed gitaar- en zangwerk (hallo David Coverdale!) én muziek waarmee je serieus voor de dag kan komen. Hair metal, kortom, voor de man die zichzelf inmiddels heeft geaccepteerd als jager.

5. David Lee Roth – Yankee Rose (1986)
De koning van de hair metal. En, zonder twijfel, nog steeds de beste. David Lee Roth is dé belichaming van de Amerikaanse man. En, god, wat een strot. Met Steve Vai op gitaar kan dit nummer, en al het andere werk van Roth in de jaren tachtig, onmogelijk nog stuk. Beter dan Van Halen? Stiekem wel. Schud dat matje dus los! En dames? Dansen maar!

8 comments » | pop

Maandag? Lijstjesdag! #4

February 15th, 2010 — 9:10pm

Britpop is deze eeuw niet meer wat het ooit geweest is. Goed, Franz Ferdinand is een aardige band, maar met materiaal als Arctic Monkeys wordt de oorlog zeker niet gewonnen. Een nieuwe Primal Scream, dáár is behoefte aan. En nee, één Kasabian maakt nog geen zomer. Hieronder vijf maal britpop die wél de tranen op de wangen doet prikken.

1. Working For A Nuclear Free City – Rocket
Typisch Manchester, uit Manchester. Working For A Nuclear Free City zit ergens tussen Primal Scream en Campag Velocet in. Stylus Magazine typeert de band als: “a flawless lucid-dream trip through a thousand fantastical influences”. Derde album Jojo Burger Tempest verschijnt binnenkort. Eindelijk de langverdiende doorbraak? Vast niet. Helaas.

link:
www.myspace.com/wfanfc

Working For A Nuclear Free City ‘Rocket’ from Melodic on Vimeo.

2. Viva Stereo – Night Owl
Opvolgers van Primal Scream? Zou best eens kunnen. Niet alleen komt Viva Stereo uit Glasgow, muzikaal schurken ze dicht tegen het Primal Scream van eind jaren negentig aan. Maar tja, de doorbraak laat al jaren op zich wachten.

Link:
www.myspace.com/vivastereo

3. The Longcut – Repeated
Nogmaals Manchester. The Longhurst zijn bloedbroeders van Working For A Nuclear Free City. Misschien net iets meer rave, maar zeker net zo goed.

Link:
www.myspace.com/thelongcut

The Longcut ‘Repeated’ from Melodic on Vimeo.

4. Campag Velocet – The Trumping Men
Misschien wel de beste britpop van deze eeuw tot nu toe. En nooit doorgebroken. Hoe dat komt? Geen idee. Aan de kwaliteit van Campag Velocet lag het in ieder geval niet. Eeuwig zonde dat de band in 2005 de handdoek in de ring gooide.

Link:
www.myspace.com/campagvelocet

5. The Music – Getaway
Onderschat. Jazeker! The Music is geweldig, al is het materiaal zeker niet altijd even toegankelijk. Doet er niet. Ook op de dit jaar te verschijnen vierde langspeler gaat het viertal uit Leeds vlammen. En ja, grote kans dat het album wederom hoog in mijn top-10 van het jaar gaat eindigen. Zekerheidjes bestaan nog. Al blijft het vreemd dat The Music niet door iedereen wordt bewierookt.

Link:
www.myspace.com/themusic

4 comments » | pop

Maandag? Lijstjesdag! #1

January 25th, 2010 — 12:46pm

Het was een wekelijkse zekerheid: de Moordlijst van OOR. Niet dat ik ‘m elke week opnieuw samenstelde. Braaf zond ik één maal in de twee weken een nieuw lijstje van mijn vijf favoriete albums van het moment in. Dat deed bijna niemand. Peter Bruyn deed het. En nog een handjevol journalisten. Van zeven lijstjes kun je moeilijk een toonaangevende Moordlijst maken. Waarvan acte. Elke maandag geef ik mijn vijf knuffelmedia prijs: tijdschriften, boeken, muziek, concerten die iets met me hebben gedaan. Vanaf nu is maandag op dit blog lijstjesdag.

1. BT – These Hopeful Machines
Ja, ik heb een zwak voor Brain Wayne Transeau. Zijn Movement In Still Life is een van de beste dancealbums ooit. Zonder BT geen trance. Met Hybrid en Sasha behoort de Amerikaan tot het meubilair van het genre. En dat is positief bedoeld, al ken ik weinig collega’s die BT kunnen waarderen. Ach, met BT is het als met Pet Shop Boys: je moet je vooroordelen laten waren en je openstellen voor iets nieuws. Ook mierzoete pop kan subliem zijn. Dat bewijst hij overigens op zijn zesde langspeler These Hopeful Machines – die uitkomt op Black Hole Recordings, het label van Tiësto – opnieuw. Pure klasse.

Link:
www.myspace.com/btnetwork

2. Business Model Generation van Alexander Osterwalder en Yves Pigneur
Prachtig vormgegeven boek met dito inhoud. Geen Amerikaans blabla-praatje, maar een boek met diepgang dat de lezer zelf aan de slag laat gaan met bedrijfsmodellen en strategie. Ostenwalder en Pigneur komen niet met de waarheid aanzetten en leggen juist de nadruk op het idee dat er geen ‘goed’ bedrijfsmodel bestaat. Een bedrijfsmodel is immers afhankelijk van allerlei factoren. Die weer de revue passeren in dit boek. Zou eigenlijk verplichte kost moeten zijn voor alle studenten interactie media, bedrijfskunde en bestuurskunde. Of ik het ga inzetten als lesboek? Misschien wel. Even goed nadenken over het juiste vak en juiste moment.

Link:
www.businessmodelgeneration.com

3. Lonelady – Nerve Up
Retro-indie noem ik Nerve Up in OOR. Want ja, teruggrijpen doet Julie Campbell alsof het haar tweede natuur is. De uit Manchester afkomstige muzikante komt er mee weg. Omdat ze haar liedjes met een aanstekelijke onbevangenheid brengt. In single Immaterial klinkt ze als Kristin Hersch ten tijde van de eerste Throwing Muses. Opener If Not Now is electropop om van te smullen. Hoekig gitaarrif, aan Kraftwerk refererende synthesizermelodie, de kunstmatige handklapjes precies op het juiste moment. Campbell maakt, kortom, liedjes waar de emoties én klasse vanaf druipen. Pastiche of niet. Goede zet van Warp.

Link:
www.myspace.com/hiholonelady

4. Distel – mrok / regn (7″)
Single op Petit Enfant, het singlelabel van Enfant Terrible, met angstpop van Distel. Veel te kort dus, want de sferische synthpop van Peter Johan Nijland – ook actief als Hadewych – is vervreemdend mooi.

Link:
www.myspace.com/disteldma

5. Wij van Jeroen Olyslaegers
Net uitgelezen en nog niet helemaal van bekomen: de roman Wij van Jeroen Olyslaegers. Een roman zoals ze in Nederlands slechts af en toe worden geschreven (Thomas van Aalten). Wij is typisch Vlaams. Niets is wat het lijkt. Personages worstelen met zichzelf en met anderen. En verliezen uiteindelijk de controle. Worden krankzinnig. Maar het is een vanzelfsprekende krankzinnigheid. Eentje die iedereen kan overkomen. Juist dat maakt Wij zo beklemmend. Ik ga er een recensie van schrijven. Maar nu even niet.

Links:
Recensie van Wij in Humo
Jeroen Olyslaegers in Wikipedia
wijderoman.blogspot.com (blog bij een roman)

1 comment » | pop

Met terugwerkende kracht: de top-10 van de jaren nul

December 4th, 2009 — 7:02pm

Ja, rijkelijk laat. Ik weet. Mijn top-10 van de jaren nul is reeds verschenen in OOR #11 van dit jaar. Voor blogbezoekers die hét tijdschrijft over popmuziek in de breedte niet lezen, staat ie hieronder.

1. Gas – Pop
2. Blumfeld - Jenseits von Jedem
3. Luomo – Vocalcity
4. Primal Scream – Exterminator
5. Fennesz & Sakomoto – Cendre
6. Hybird – Morning Sci-Fi
7. Jan Jelinek – Kosmischer Pitch
8. Hell – Teufelswerk
9. Justus Köhncke – Doppelleben
10. BT – Movement in Still Life

Tuurlijk, genoeg albums die er ook in hadden moeten staan. Geen Rhythm & Sound, Burial, Trentemøller, LCD Soundsystem, Newworldaquarium, Boxcutter, Farben en Kode 9. Wel Movement In Still Life, eigenlijk een album uit 1999, maar pas in 2000 verkrijgbaar in Europa en Nederland. Ook Vocalcity voegde ik op het laatste moment toe. Jacob Haagsma wist me ervan te overtuigen dat de plaat toch echt geldt als het debuut van Luomo en geen verzameling ep’s is. Waarvan acte. Uiteindelijk bleek het album mijn enige die het haalde tot de gezamenlijke top-100. Al bleef het meesterwerk steken op 70.

Wat ik nu, een dikke anderhalve maand later, aan de lijst zou veranderen. Niets, helemaal niets. Want prachtlijst.

Comment » | dance, journalistiek, pop

Back to top