Pioniers van de nieuwe, muzikale retro-golf die deze eeuw tot nu toe overspoelt. Dát is Interpol. Eerlijk gezegd had ik de New Yorkers opgegeven na de teleurstellende derde Our Love To Admire. Single, en voorproefje op het later dit jaar te verschijnen vierde album, Lights doet mijn hart echter wat sneller kloppen, want keert terug naar het geluid van debuut Turn On The Bright Lights.
Destijds sprak ik ze voor KindaMuzik in de kleedkamer van Paradiso voor hun show. Zanger Paul Banks was hypernerveus en hield zich ontzettend stoer, helemaal toen de fotograaf hem stil probeerde te laten zitten. De namen Ian Curtis en Adrian Borland zeiden hem destijds (ergens begin 2003) niets. ‘Nooit bewust naar geluisterd. Lijkt hun manier van schrijven op die van mij? Toeval. Puur toeval.’ Wat een deugniet, die Banks.
Tja, daar kan ik dus meteen iets mee, met zo’n titel. Tijd is immers een van de hardnekkigste en meest dominante discoursen die de mensheid heeft ontwikkeld. En eigenlijk is elke beperking een belediging voor de geest. Toch? Maar goed, ik dwaal af. De titel van deze post is tevens die van het debuutalbum van Black Anvil. Een drietal onverlaten uit New York City.
Een tijdje geleden alweer ontdekte ik ze op MySpace. Daarna verloor ik ze uit het oog. Tot Ruud van Esch een interview met ze publiceerde op KindaMuzik. Het vorige maand uitgekomen debuutalbum Time Insults The Mind is een heerlijk metalalbum dat leentjebuur speelt bij hardcore en veelvuldig teruggrijpt op de jaren tachtig. Lonkt naar speedmetal en trashmetal dus. Goed, daar steekt een beetje nostalgie om de hoek. Maar toch. Als professioneel popjournalist hoor ik dat Black Anvil goed is. Dat heb ik overigens veel minder met andere representanten van retrohypes binnen de metal. Heb je er ontiegelijk veel van in de black metal. Daar is het luisterresultaat stukken minder dan de intenties doen vermoeden.
Maar goed. Ik luister veel te weinig metal, hardcore en andere harde rock om een echt oordeel te kunnen vellen. Zou ik wel meer moeten doen, vind ik. Maar ja, het ontbreekt me aan tijd en kennis van zaken. Want ook met een vrij internet dat me ongelimiteerde toegang geeft tot alle denkbare metal ooit gemaakt, weet ik niet wat wel en wat niet te luisteren. Een lastige zaak. Tips zijn dus welkom. Tot slot nog een mopje Black Anvil. Voor de liefhebbers. ohja, op het podium dragen ze makeup waar zelfs King Diamond (ooit Mercyful Fate, weet u nog?) jaloers op is.
Vier dagen geleden was het de achttiende sterfdag van Andrew Wood, de man die het ingeslapen provinciestadje Seattle aan de Amerikaanse westkust eigenhandig omtoverde in het nieuwe Mekka van de popmuziek. De credits heeft hij daar nooit voor gekregen. Die gingen uiteindelijk naar Kurt Cobain. Voor muziekkenners is het echter een net zo eenvoudig als tragisch verhaal: Andrew Wood is de ware kampioen van de grunge. Continue reading »
Een mens laat in een arbeidsleven flink wat sympathieke opdrachtgevers achter zich. Ik tenminste wel. Opscene, KindaMuzik, Gonzo Circus, Mahl, Ravage. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het kost me enorm veel moeite om los te komen van media die ik zelf een uiterst warm hart toedraag, waar ik me mee ben gaan identificeren. KindaMuzik? Dat ben ik. Zoiets. Ik bleef er dan ook veel te lang hangen. OOR? Ook een lastig verhaal. Continue reading »
Toeval? Na northernsoul volgt madchester. Uit Amsterdam in dit geval. Lemon volg ik al sinds mijn tijd als hoofdredacteur bij KindaMuzik. Lang dus. Ooit interviewde ik ze ter ere van hun debuutalbum. Weet eigenlijk niet meer of deze Next Big Thing?! daar het resultaat van is. Tja, alweer vijf jaar geleden. Dit fantastische nummer – Saturday Morning in Town – komt van de tweede. Er is overigens een bekende band uit Manchester die Amsterdam noemt in een nummer. Wie weet welke band en nummer?