kritiek

Die vervloekte jaren nul

We leven in spannende tijden. Deze eeuw is het muisstil. Er gebeurt niets. Ja, aan de oppervlakte rommelt het, lijkt het alsof de wereld steeds sneller draait. In werkelijkheid is na pakweg 9/11 een vacuüm ontstaan. Een groot niets. Popmuziek zorgt voor de perfecte soundtrack. Rock en pop speelt muziek na uit de tijd dat er wél iets gebeurde, elektronische dansmuziek wordt trager en trager tot ze vrijwel tot stilstand komt of grijpt – ja ja – terug op de rave-esthetiek  van begin jaren 1990. Dat ijzige niets, is de hyperrealiteit van Fredric Jameson. Eerlijk gezegd is dat een behoorlijk pijnlijk gegeven.

In de jaren 1990 verslond ik boeken als Connexity: Responsibility, Freedom, Business and Power in the New Century van Geof Mulgan en New Rules for the New Economy van Kevin Kelley. Pre-9/11-utopieën. Ik was nogal gecharmeerd van de anti-globalisten-beweging die het échte globalisme, van Marshall McLuhans global village, wilden bewerkstelligen. Empire van Michael Hardt en Antonio Negri was hun lijfboek, maar na de aanslagen op de Twin Towers was de rol van de beweging definitief uitgespeeld. Over het vervolg – Multitude: War and Democracy in the Age of Empire - schreef ik bij axtieblad Ravage dit.

Ook in Nederland werden er indrukwekkende boeken geschreven over die mogelijke nieuwe wereld. De Staat van Paul Frissen, bijvoorbeeld. Prachtig vormgegeven door Mieke Gerritzen, wiens herkenbare grafisch ontwerp in 2002 nog fris en fruitig overkwam. Het boek van Frissen kwam te laat. Of te vroeg. Het is maar hoe je het bekijkt. Frissen geloofde in de netwerksamenleving en de, zogezegd, opheffing van de staat zoals we die kennen. Hij vergaat echter dat een netwerksamenleving niet hetzelfde is als een postmoderne samenleving. Dit schreef ik in 2002 voor Ravage over zijn boek:

“Dat wat Frissen namelijk een postmoderne samenleving noemt zonder vaste waarden- en normenstructuur is in werkelijkheid het bijna volgroeide kunstwerk van de moderniteit. Een samenleving die bestaat uit een veelheid aan centra die geen van allen de ultieme macht bezitten maar die stuk voor stuk worden gestuurd door het onderliggende systeem: het kapitalisme.

Net zoals het Romeinse rijk in haar hoogtijdagen de bestaande religies van overwonnen volkeren in stand hield, gedijt het kapitalisme uitstekend in een samenleving die wordt gekenmerkt door normloosheid, door anomie. Het maakt niet uit wat je denkt, wat je doet, als je maar consumeert, als je er maar voor zorgt dat je je niet onttrekt aan de wil van het systeem. Een dergelijk systeem gedijt daarbij uitstekend in een netwerk waarin ongelijkheid in sociale, economische en intellectuele zin bestaat.”

Die recensie is hier overigens in z’n geheel te lezen. Eerlijk gezegd ben ik de afgelopen tien jaar uitermate pessimistisch geweest over de flexibiliteit van ons westerlingen om ons te ontworstelen van dat onderliggende systeem. De technologische avant-garde paaide ons met nieuwe technologie die in de jaren negentig al mogelijk was – draagbare schermen, touchscreens, werken in de cloud, gáááp! – en introduceerde oude, mislukte software (sociale media) in een nieuw jasje.

Toch gloort er hoop. Of eigenlijk: heb ik hoop. Twee economische crisissen in een paar jaar tijd, een wereldwijde Occupy-beweging die, ondanks dat ze wordt uitgekotst door de meerderheid, stug doorgaat en steeds meer gewone mensen (en jongeren, niet geheel onbelangrijk) die twijfelen aan de irrationale logica van de huidige werkelijkheid. En dan is er ook plots nieuwe muziek. Skrillex bijvoorbeeld, die op een uitermate naïeve manier iets nieuws probeert te maken zonder ironisch of cynisch te zijn. Kortom, het voelt alsof er iets staat te gebeuren. Mijn nieuwe project ‘netwerkmens’, waarvan ik de eerste resultaten in oktober presenteert tijdens de WebCon-conferentie in Aken, haakt in op de mogelijkheden om te denken in nieuwe mogelijkheden in plaats van bestaande structuren. Een soort vervolg op McLuhan en Marcuse, eigenlijk. Kom ik op terug. Ook bij frnkfrt.

Die oude geesten, waar Lorn in onderstaande nummer en clip op doelt, zullen uiteindelijk verdwijnen en ruimte maken voor een nieuwe wereld én een definitief einde maken aan die vervloekte jaren nul.

Standard
dance, kritiek, pop

Burial en de hyperrealiteit (bij frnkfrt)

“The new spatial logic of the simulacrum can now be expected to have a momentous effect on what used to be historical time” – Frederic Jameson

“There is something out there” – in ‘Loner’, Burial

Soms zijn ze er plotseling. Van die albums die je niet loslaten. Die je iets willen vertellen, maar je weet niet wat. ‘Streetcleaner’ van Godflesh was er zo een. Of, een meer algemeen aanvaard voorbeeld, ‘Screamadelica’ van Primal Scream. Geldt ook voor ‘Kindred EP’ van Burial. Geen volwaardig album, want slechts dertig minuten lang, maar toch voel je: dit is een belangrijke plaat. Dit wordt een belangrijke plaat.

Lees verder bij frnkfrt.

Standard