<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>observaties vanaf de zijlijn &#187; glamcult</title>
	<atom:link href="http://www.theoploeg.net/tag/glamcult/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.theoploeg.net</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Sat, 31 Jul 2010 15:10:48 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0.1</generator>
		<item>
		<title>Glamcult, web 2.0 en ik</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/07/30/glamcult-web-2-0-en-ik/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=glamcult-web-2-0-en-ik</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/07/30/glamcult-web-2-0-en-ik/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Jul 2010 13:39:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[muziek]]></category>
		<category><![CDATA[porno hype]]></category>
		<category><![CDATA[verzet]]></category>
		<category><![CDATA[web 2.0]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=905</guid>
		<description><![CDATA[Ja, ik mis het wel. In mijn Glamcult-periode schreef ik iedere maand een artikel over een onderwerp naar keuze. De vrijheid die ik bij Glamcult heb gekregen is uniek. Daar ben ik Rogier Vlaming, Hanka van der Voet en Vanessa Groenewegen ontzettend dankbaar voor. Want mijn achtergrondverhalen over bijvoorbeeld neodisco en dubstep waren geen lichte [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ja, ik mis het wel. In mijn Glamcult-periode schreef ik iedere maand een artikel over een onderwerp naar keuze. De vrijheid die ik bij Glamcult heb gekregen is uniek. Daar ben ik Rogier Vlaming, Hanka van der Voet en Vanessa Groenewegen ontzettend dankbaar voor. Want mijn achtergrondverhalen over bijvoorbeeld neodisco en dubstep waren geen lichte kost.</p>
<p><img class="alignright" title="Glamcult" src="http://www.theoploeg.net/images/glamcult.jpg" alt="" width="299" height="400" />En om de Glamcult-lezer lastig te vallen met sociologie en nieuwe media? Ik deed het in 2007 en 2008 vier keer. Waarvan overigens één keer met Saskia Hoogerhuis. Helaas zijn de artikelen niet meer te vinden. Daarom nu online. Niet geredigeerd en heel lelijk als kale pdf.</p>
<p><a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/verzet20.pdf" target="_blank">Verzet 2.0</a> in Glamcult van oktober 2007.<br />
<a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/porno20.pdf" target="_blank"> Porno 2.0</a> in Glamcult januari 2008.<br />
<a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/hype20.pdf" target="_blank"> Hype 2.0</a>, met Saskia Hoogerhuis, in Glamcult van mei 2008.<br />
<a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/muziek20.pdf" target="_blank"> Muziek 2.0</a> in Glamcult van december 2008.</p>
<p>Inmiddels zijn de artikelen, geschreven in de tijd dat 2.0 gezien werd als nieuw toverwoord, tussen de twee en bijna drie jaar oud. Die 2.0 was, uiteraard, ironisch bedoeld. Inhoudelijk zijn de stukken echter nog behoorlijk relevant. De problematiek die ik er in beschrijf speelt nog steeds. Sterker: regelmatig duiken in de kwaliteitskranten en opiniebladen artikelen op die eenzelfde onderwerp proberen te duiden maar veel minder diep gaan. Of de plank volledig mis slaan.</p>
<p>Zonde.</p>
<p>Dat sterkt mij in de gedachte dat ik meer moet schrijven over (nieuwe) media vanuit een sociologisch perspectief. Dat doe ik nu namelijk veel te weinig. Dat bovenstaande artikelen nu zo prominent op mijn blog prijken zorgt wellicht voor een stok achter de deur. Op mijn kersvers aangeschafte whiteboard staan in ieder geval al twee onderwerpen waarover ik de komende weken wil gaan schrijven. Die worden gepubliceerd op Frankfurt van Gonzo (circus).</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/07/30/glamcult-web-2-0-en-ik/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Weg met de muziekindustrie?</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/03/19/cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/03/19/cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Mar 2010 09:26:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[creatieve industrie]]></category>
		<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[axel winter]]></category>
		<category><![CDATA[Beluga]]></category>
		<category><![CDATA[bright]]></category>
		<category><![CDATA[Chris Anderson]]></category>
		<category><![CDATA[diy]]></category>
		<category><![CDATA[einstürzende neubauten]]></category>
		<category><![CDATA[erwin van der zande]]></category>
		<category><![CDATA[gerd leonard]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[jeff howe]]></category>
		<category><![CDATA[maarten brinkerink]]></category>
		<category><![CDATA[marco raaphorst]]></category>
		<category><![CDATA[muziekindustrie]]></category>
		<category><![CDATA[nine inch nails]]></category>
		<category><![CDATA[Radiohead]]></category>
		<category><![CDATA[simon sixsmith]]></category>
		<category><![CDATA[Wired]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=653</guid>
		<description><![CDATA[De muziekindustrie? Overbodig geworden, meent de media. Via internet en met nieuwe technologie kan de moderne muzikant alles zelf. Een droom die voor het grijpen ligt? Nou nee, de werkelijkheid is zoals altijd weerbarstiger dan het lijkt. Het helemaal zelfstandig maken, uitbrengen, distribueren én aanprijzen van muziek is slechts voor een enkeling weggelegd. ‘Misschien stoppen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De muziekindustrie? Overbodig geworden, meent de media. Via internet en met nieuwe technologie kan de moderne muzikant alles zelf. Een droom die voor het grijpen ligt? Nou nee, de werkelijkheid is zoals altijd weerbarstiger dan het lijkt. Het helemaal zelfstandig maken, uitbrengen, distribueren én aanprijzen van muziek is slechts voor een enkeling weggelegd.</p>
<p><span id="more-653"></span></p>
<p>‘Misschien stoppen we er volgend jaar mee’, verzucht Axel Winter. Samen met een groepje bevriende muzikanten nam hij een paar jaar terug het heft in eigen handen. Zelf muziek uitbrengen zonder de hulp van die vervelende muziekindustrie, dat was de droom. Het pakte anders uit. ‘Van elke release verkopen we een paar honderd stuks, maar veel verder komen we niet. Door het gigantische aanbod van nieuwe muziek zien de popbladen ons niet staan. Muziekliefhebbers naar de website lokken? Interessant idee, maar hoe krijg je dat in godsnaam voor elkaar? We werken nu al de klok rond.’ Tja, wie zich bevrijdt van de verstikkende banden met de muziekindustrie staat er alleen voor. En dat betekent alles zelf doen. Gemakkelijk is dat niet. Daarbij is PR en marketing iets heel anders dan muziek maken en dat op vinyl persen, weet Winter nu. Logisch, met een beetje html-kennis bouw je ook geen mooie, functionele website. Toch is de mythe van het amateurschap sinds kort ook doorgedrongen in de wereld van de popmuziek. Lifestylemagazine Bright noemde het een dik jaar geleden Muziek 2.0, het muzikale broertje van Web 2.0. Anno 2008 heeft de muziekliefhebber een oneindig aanbod van gratis muziek ter beschikking, iedereen met een computer kan zelf muziek maken en de muziekindustrie loopt op de achterste benen. Een zegen voor zowel de muzikant als de liefhebber, zo kopt de traditionele en nieuwe media. Maar is dat wel zo?</p>
<p>Het klinkt allemaal aanlokkelijk. De muzikant is weer meester over zijn eigen werk. Geen vervelende platenbonzen die allerlei commerciële eisen stellen aan je muziek, geen afdracht van meer dan vijfenzeventig procent van de opbrengst aan de platenmaatschappij, geen organisatie die ervoor zorgt dat je nieuwe videoclip van YouTube verwijderd wordt wegens schending van auteursrecht. Precies de situatie vóór het midden van de vorige eeuw. In de geschiedenis van de muziek heeft de artiest slechts een  jaar of vijftig geen volledige vrijheid gehad over zijn of haar eigen werk. Pas sinds de opkomst van de massacommunicatie en, in haar kielzog, popcultuur, heeft de muzikant zich gebonden aan de wetten van de vrije markt. De wetten van de alsmaar uitdijende muziekindustrie. Die groei is met de komst van internet een halt toe geroepen. Relatief dan. Nog steeds zorgen de vier grootste platenmaatschappijen &#8211; Sony BMG, Warner, EMI en Universal &#8211; voor meer dan tachtig procent van de omzet. Ondanks de huidige malaise in de sector. Onlangs ontsloeg EMI wereldwijd duizenden medewerkers door teruggelopen inkomsten uit muziekverkopen. Andere maatschappijen en auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra en Stichting Brein klagen steen en been over het inkomstenverlies door illegale downloads. Krokodillentranen? Voor een groot deel wel. Van oudsher investeert de muziekindustrie in een handjevol grote sterren die genoeg geld binnen brengen om de minder commercieel succesvolle artiesten te financieren. Doel? Het ontdekken van dat ene grote talent dat zich bij die kleine groep sterren gaar scharen. Juist daar wringt tegenwoordig de schoen. Die grote artiesten verkopen steeds minder, brengen dus minder geld binnen. Dáág strategie die sinds de jaren zestig succesvol en dominant is geweest. De muziekindustrie heeft zich, kortom, niet aangepast aan de nieuwe regels van het veranderende muzikale landschap. Welke regels dat zijn? Wired-redacteur Chris Anderson schreef er een boek over dat inmiddels gemeengoed is op de beste en hipste marketingopleidingen: The Long Tail, How Endless Choice Is Creating Unlimited Demand.</p>
<p>De titel zegt het al: volgens Anderson, die zijn bevindingen overigens eerst publiceerde in Wired, zorgt het hedendaagse, oneindige aanbod van popmuziek ervoor dat dé markt voor pop is veranderd in een ontelbaar aantal nichemarkten. Voor elk wat wils dus. Oké, er valt genoeg af te dingen op de conclusies van Anderson. Ogenschijnlijk heeft hij het gelijk echter aan z’n kant. Popmuziek floreert in de niches, écht grote artiesten als Prince, Michael Jackson en Madonna zijn er niet meer. Laatstgenoemde slaat met haar onlangs verschenen Hard Candy nog geen deuk in een pakje boter. Het geplande optreden van ‘The Queen Of Pop’ in de Amsterdam ArenA in september wil maar niet uitverkopen. Had Madonna vroeger maar een paar minuten voor nodig. Het einde van de dinosauriërs van de pop is ten einde. Al levert ook dat weer een nichemarkt op. Oude rotten als Bruce Springsteen, Bon Jovi en Rolling Stones mogen dan wel geen miljoenen albums meer verkopen, hun sporadische optredens lopen goed. Nichemarkt voor nostalgische oudere muziekliefhebbers dus. Bij Anderson is er al gauw sprake van een niche. Ook populaire acts als Radiohead en Coldplay representeren er een. Populair, dat zijn ze. Maar lang niet zo populair als de megasterren van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Wat platenmaatschappijen volgens Anderson moeten doen? Zich richten op een groot aantal nichemarkten. Opgeteld levert dat een dik gelegde boterham op. Succesvolle webwinkels als Amazon zijn er groot mee geworden. In zelfs het kleinste segment van de boekenmarkt &#8211; boeken over doodskopvlinder in de Afrikaanse binnenlanden, bijvoorbeeld &#8211; heeft de winkel een groter aanbod aan de gespecialiseerde boekwinkel om de hoek. Popmuziek is echter iets anders dan boeken. De grote platenmaatschappijen hebben er dankzij de fragmentatie van de markt geduchte concurrenten bij: maatschappijen die zich richten op één of enkele niches.</p>
<p>Die zijn er altijd al geweest, maar nog nooit waren ze zo succesvol als tegenwoordig. Jeff How schreef er in 2005 het artikel Hitfactory over in, wederom, Wired. Daarin beschrijft hij een nieuwe generatie bandjes die door slechts een album of vijftigduizend te verkopen en t-shirts, badgets en andere prularia te verkopen tijdens concerten genoeg verdient om te overleven en van het muzikant-zijn ‘gewoon werk’ te maken. Die droom ligt anno 2008 voor het grijpen voor iedereen die muziek maakt, betoogt Maarten Brinkerink in Cyberindie, Digitale Cultuur En De Veranderende Muziekindustrie &#8211; zijn afstudeerscriptie voor de opleiding Nieuwe Media en Digitale Cultuur aan de Universiteit van Utrecht. Volgens Brinkerink beschikken muzikanten tegenwoordig over alle mogelijkheden die vroeger waren weggelegd voor professionals. Digitale technologie zorgt er voor dat het maken van muziek stukken eenvoudiger is geworden, distributie van muziek en het maken van reclame vindt plaats via internet, het auteursrecht worden ondergebracht bij een nieuwe licentiesysteem, Creative Commons, waarbij muziek onder bepaalde voorwaarden legaal kan worden verspreid. Brinkerink rept daarom van de derde indierevolutie in de muziekindustrie. Na de punk eind jaren zeventig en de opkomst van indiepop begin jaren negentig is de ‘Do It Yourself’-mentaliteit weer helemaal terug. ‘Dankzij het internet kunnen muzikanten voor het eerst in de geschiedenis zelfstandig en op een toegankelijke manier een massapubliek bereiken. De distributie- en promotiekanalen van de gevestigde muziekindustrie zijn hierdoor niet langer onmisbaar, wat noodzakelijke samenwerkingsverbanden en gedwongen artistieke concessies onnodig maakt. De bal ligt nu bij de muzikanten. Het benutten van de mogelijkheden van de digitale muziekcultuur vraagt om een actieve houding, lef om te innoveren en inzicht in de behoeften van de hedendaagse muziekliefhebber. Maar als er een tijd is waarin het voor muzikanten loont om het zelf-te-doen, dan is het nu’, betoogt hij.</p>
<p>Ongewild legt hij daarmee die vinger op de zere plek. Wie immers alles zelf wil doen, moet professional worden op het gebied van het maken, produceren, uitbrengen, distribueren en promoten van popmuziek. Sla er Music 2.0 van Gerd Leonhard maar op na. Ga daar maar eens aanstaan. Neem als voorbeeld In Rainbows van Radiohead. Opgenomen zonder bemoeienis van de muziekindustrie, aangeboden op internet voor wat de downloader ervoor wil geven en uitgebracht in een speciale, peperdure box voor de échte fans. Kijk, dat is nichemarketing avant la lettre. De internationale pers schreef enkel in superlatieven over de durf en experimenteerdrift van de eigenwijze Britten. De doodsteek voor de muziekindustrie, toegediend door door de muzikanten zelf. Ach, de media laten zich graag een rad voor de ogen draaien. Radiohead is de muziekindustrie. De miljoenen ponden die ze eerder verdienen binnen het traditionele muziekverkoopmodel maakte hen onafhankelijk van de platenindustrie. Ze investeerden een deel van dat geld in een peperdure opnamestudio, een stel marktingexperts en internetkenners. Resultaat? Een slimme, uitgekiende strategie die de band meer geld &#8211; de downloaders betaalden gemiddeld bijna tien dollar voor het album &#8211; heeft opgeleverd dan via de traditionele manier. Het Amerikaanse Nine Inch Nails gaat nog een stapje verder. De band bracht dit jaar twee albums uit onder een Creative Commons-licentie: Ghosts I &#8211; IV en The Slip. Rare keuze voor zo’n grote act, zoals Marco Raaphorst op zijn blog betoogt? Juist niet. Bekende acts komen immers op andere manier aan veel meer geld. De speciaal vormgegeven en in beperkte oplage uitgegeven box van Ghosts I &#8211; IV van driehonderd dollar was in nog geen twee dagen uitverkocht. Zo doe je dat dus. Juist voor onbekende muzikanten is de nieuwe werkelijkheid weerbarstiger. Eindelijk verlost van de dwingende en onredelijke structuren van de muziekindustrie staan zij tussen miljoenen anderen te schreeuwen om aandacht. In veel gevallen een heilloze missie.</p>
<p>Er is hoop. Het kleine, onafhankelijke platenlabel is terug van weggeweest. En met succes. Voor cut-up.radio interviewde Joerie Adriaanse eind 2006 drie Nederlandse labels: Muze, Esc-Rec en Narrominded. Hun succes? Het creëren van een duidelijke identiteit én het aanboren van een nichemarkt. Het Utrechts Beluga Recordings gaat nog een stap verder. Sinds een jaar biedt het label alle uitgebrachte albums gratis aan op internet. Over cijfers wil eigenaar Simon Sixsmith &#8211; geboren Brit en allerlei omzwervingen uiteindelijk gevallen voor een Utrechtse schone &#8211; niet praten. Ach ja, eentje dan: zijn debuutalbum werd al drieduizend maal gedownload. ‘En het dat blijft maar doorgaan, ook al is het album al een tijdje uit. Dat is het voordeel van internet. Soms krijgt een ouder album plotseling veel downloads om onduidelijke redenen. Dat is een van de leuke natuurlijke wetten van het internet.’ Sinds kort biedt het label de cd’s niet meer fysiek te koop aan, al zijn ze wel te koop via iTunes. Inkomsten uit muziek zijn dus verwaarloosbaar, al zijn ook de kosten laag. ‘We doen onze ondertitel Save/Fuck The Music Industry eer aan. We bieden muziek gratis aan en hebben hele artiestvriendelijke contracten afgesloten met de muzikanten. De publicatierechten blijven bij de muzikant zelf. We willen juist het tegenovergestelde zijn van de grote platenmaatschappij die de kleine artiest naait. Aan de ene kant redden we de muziekindustrie door uit te gaan van de muziek en niet van het geld, aan de andere naaien we de geldkant van de industrie en maken we het er alleen maar moeilijker op om te verdienen aan muziek.’ Volgens Sixsmith zijn dat twee kanten van dezelfde medaille. Toch ziet hij de toekomst rooskleurig in. ‘Hoe minder de muziekindustrie draait om geld, hoe meer echte muziekliefhebbers er zullen gaan werken. Je ziet de verandering al terug in de hitlijsten. Een tijdje geleden stonden die nog vol een-hit-wonderen, nu zie je steeds meer rockbands hits scoren die wel degelijk echt hun instrumenten beheersen. Zoals het vroeger ook was, zeg maar. Zo is de cirkel weer rond.’</p>
<p>Kleine door muziekliefhebbers gerunde labels als Beluga Recordings zijn een uitzondering. Toch zijn ze onontbeerlijk in het muzikale landschap van de nabije toekomst. De muzikant die van alle markten thuis is zoals Maarten Brinkerink in zijn scriptie beschrijft , is immers een zeldzaamheid. Een van de weinige voorbeelden? Einstürzende Neubauten. Sinds het begin van deze eeuw kopen fans van te voren een aandeel in het nieuwe album van de Berlijnse band. Niet alleen krijgen de investeerders het uiteindelijke album, ook hebben ze via internet toegang tot de opnamesessies en inspraak tijdens de studiosessies van de band. Einstürzende Neubauten maakt nieuwe muziek samen met de échte fans. Kijk, dát is muziek 2.0 die de belofte weet waar te maken. Al ontkomt ook Einstürzende Neubauten uiteindelijk niet aan het samenwerken met traditionele platenmaatschappijen om verzekerd te zijn van aandacht in de media. Ach, sommige zaken veranderen nooit. Een schrale troost voor Axel Winter en zijn vrienden.</p>
<p><strong>LEES</strong><br />
The Long Tail, How Endless Choice Is Creating Unlimited Demand (2006), Chris Anderson.<br />
Muziek 2.0, We Want More (in Bright, 2007), Erwin van der Zande en Theo Ploeg.<br />
Cyberindie, Digitale Cultuur En De Veranderende Muziekindustrie (2008), Maarten Brinkerink.<br />
Music 2.0 (2008), Gerd Leonhard.</p>
<p><strong>SURF</strong><br />
<a href="http://www.belugarecordings.com/">www.belugarecordings.com</a><br />
<a href="http://www.maartenbrinkerink.net/">www.maartenbrinkerink.net</a><br />
<a href="http://www.marcoraaphorst.nl/">www.marcoraaphorst.nl</a><br />
<a href="http://www.bright.nl/">www.bright.nl</a><br />
<a href="http://www.mediafuturist.com/">www.gerdnews.com</a></p>
<p><em>dit artikel verscheen op vrijdag vijftien juni 2008 op cut-up.com en is in gewijzigde vorm verschenen in </em><a href="http://www.glamcult.nl/"><em>Glamcult</em></a><em>. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog</em>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/03/19/cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Goed voornemen? Meer schrijven!</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2009/12/30/goed-voornemen-meer-schrijven/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=goed-voornemen-meer-schrijven</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2009/12/30/goed-voornemen-meer-schrijven/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Dec 2009 17:06:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[OOR]]></category>
		<category><![CDATA[gonzo circus]]></category>
		<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[socialbeta]]></category>
		<category><![CDATA[cut-up]]></category>
		<category><![CDATA[egid van houtem]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[heerlen]]></category>
		<category><![CDATA[maurice hermans]]></category>
		<category><![CDATA[parkstad]]></category>
		<category><![CDATA[toekomst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=492</guid>
		<description><![CDATA[Een vreemd jaar, dat 2009. In januari streed ik, met drie andere genomineerden, in Groningen om de Pop Media Prijs 2008. Daarna volgende een jaar waarin ik ontzettend weinig heb geschreven. Goed, die nominatie was onterecht. Toch had ik er de motivatie uit kunnen halen om meer tijd in mijn popjournalistieke werk te steken. Niet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een vreemd jaar, dat 2009. In januari streed ik, met drie andere genomineerden, in Groningen om de Pop Media Prijs 2008. Daarna volgende een jaar waarin ik ontzettend weinig heb geschreven. Goed, die nominatie was onterecht. Toch had ik er de motivatie uit kunnen halen om meer tijd in mijn popjournalistieke werk te steken. Niet gelukt, dus.</p>
<p>Erger, ik schreef ongelooflijk weinig. Zeg maar gerust: schrikbarend weinig. Voor OOR maakte ik een reportage over de stille terugkeer van vinyl, deed ik een interview met jeugdheld Jon Savage, sprak ik met Jim Kerr van Simple Minds en zocht ik Depeche Mode op in Londen. Voor Glamcult schreef ik een portret van Kate Moss en volgde ik de Amsterdamse band Matik. Matt Mason voelde ik voor webzine cut-up aan de tand. Dat was het wel zo’n beetje. Voor de volledigheid: ook sprak ik met en schreef ik over Helmut Geier (Hell), Junior Boys, Miss Kittin &#038; The Hacker, Laurent Garnier, Nouvelle Vague en bezocht ik het C/O Popfestival in Keulen. Het laatste jaar waarin ik zo weinig schreef dateert van bijna twintig jaar geleden.</p>
<p>Oorzaken? Twee. Het ontwikkelen van nieuwe lesprogramma’s bij het Instituut van Interactieve Media van de Hogeschool van Amsterdam kostte meer tijd dan verwacht. Ook webzine cut-up vrat tijd. In het geval van IAM pakte dat goed uit. Er staat nu een goed lesprogramma in de zogenaamde cultuurlijn. Bij cut-up pakte de tijdsinvestering minder goed uit. Begin 2009 bezochten nog tegen de 20.000 unieke bezoekers cut-up. Dat aantal liep rap terug. Te weinig nieuwe content. Dat moest anders. Nieuwe schrijvers dus. Nieuwe rubrieken. Nieuwe tactiek en uiteindelijk ook een nieuwe strategie. Eentje die in het verlengde lag van de oude. Het mocht niet baten. Maar het was de moeite meer dan waard.</p>
<p>Één troost: in 2010 ga ik in ieder geval meer schrijven. Voor OOR over popmuziek. Daarnaast keer ik terug op het oude Gonzo (circus)-nest om te schrijven over nieuwe media en mediatheorie. Af en toe over kunst, misschien over (pop)muziek. Onderwerpen die ik niet kwijt kan bij OOR of Gonzo (circus) krijgen aandacht op dit blog. En dan is er nog SocialBeta, een stichting die ik eind dit jaar heb opgericht van Maurice Hermans en Egid van Houtem. Doel? Het expertisecentrum voor e-cultuur zijn dat opereert vanuit Parkstad Limburg. Dat is nogal wat, ik weet. </p>
<p>En dan is er nog het plan voor een boek. Of eigenlijk twee boeken. En een ingrijpende verhuizing. Daarover later meer. Het wordt in ieder geval een spannend jaar, dat 2010.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2009/12/30/goed-voornemen-meer-schrijven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>5 DAYS OFF: VOOR ELK WAT WILS</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2009/06/25/5-days-off-voor-elk-wat-wils/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=5-days-off-voor-elk-wat-wils</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2009/06/25/5-days-off-voor-elk-wat-wils/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 25 Jun 2009 09:54:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[dance]]></category>
		<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[5 days off]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[voorbeschouwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=341</guid>
		<description><![CDATA[Zelden was het landschap voor de elektronische dansmuziek zo ontoegankelijk als nu. Stijlen, stromingen en artiesten buitelen over elkaar heen. De ene dj na de andere kroont zichzelf tot dancekeizer. De media zien eendagsvliegen aan voor belangrijker vernieuwers. Puristen schreeuwen om het hardst dat het eigen muzikale hokje ‘t beste is. Tja, probeer dan, als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zelden was het landschap voor de elektronische dansmuziek zo ontoegankelijk als nu. Stijlen, stromingen en artiesten buitelen over elkaar heen. De ene dj na de andere kroont zichzelf tot dancekeizer. De media zien eendagsvliegen aan voor belangrijker vernieuwers. Puristen schreeuwen om het hardst dat het eigen muzikale hokje ‘t beste is. Tja, probeer dan, als dancefestival, de vinger maar eens aan de pols te houden. 5 days off waagt een dappere poging.</p>
<p>Geen onverdienstelijke ook. Ga er maar aan staan: heb je aan het begin van het jaar eindelijk je programma rond, komen oudgedienden Laurent Garnier en Hell (Helmut Geier, vroeger bekend als DJ Hell) met fantastische albums op de proppen. Die hadden er dus óók moeten staan. Gemiste kans, dat zeker. Aan de andere kant mogen de flessen mousserende witte wijn koel worden gezet. Op woensdag kruipt The Field mét band op het podium van de Melkweg om de zomer officieel in te luiden. Zijn onlangs verschenen tweede album <em>Yesterday And Today</em> is óók een van de beste dancereleases van het jaar. Dat betekent zijdezachte melodieën en uitwaaierende synthpartijen waarop het prima schuifelen is. Mét een glas witte wijn in de hand. En Alex Willner &#8211; The Field dus &#8211; staat er mooi wel, daar op het podium van 5 days off. </p>
<p>En zo schiet 5 days off dit jaar vaker in de roos en bevestigt daarmee zijn status als blauwdruk van de dancecultuur. Al zijn de scherpe randjes behoedzaam afgevijld. Erg? Nee hoor. Tijdens de eerste editie van de kleine broer van het Gentse 10 days off in 2001 lag de Amsterdamse dancecultuur op z’n gat. De stad had afscheid genomen van clubs en podia als Roxy, Graansilo, Vrieshuis Amerika en Mazzo. Van een clubcultuur was nauwelijks nog sprake, laat staan een gezonde. Die situatie is anno 2009 heel anders. Studio 80, Trouw, Sugar Factory, Club 8 en oudgediende OCII &#8211; om er maar een paar te noemen &#8211; staan tegenwoordig borg voor het zicht- en hoorbaar maken van spannende en vernieuwende dance. De scherpe randjes dus.</p>
<p>Dat geeft 5 days off de mogelijkheid om zich meer te richten op gevestigde namen. Soul- en breakbeatadept Jamie Lidell bijvoorbeeld, staat op de eerste dag in de nieuwe grote zaal van de Melkweg. Een dag later zet Simian Mobile Disco Paradiso op z’n kop. Op de zondagnacht, de laatste van het festival, mag Richie Hawtin zijn minimalevangelie prediken. Redelijk vers electropoptalent Santigold opent het festival, maar stond vorig jaar eigenlijk ook al in de planning. Als Santogold. Toen moest zij verstek laten gaan. Aan de frontlinie van de dance kiest 5 days off voor zekerheid. Geen Neil Landstrumm, Rob Sparx en Martyn. Dubstepproducers die zich niets gelegen laten liggen aan hokjes en dubstep vrijelijk mengen met andere popmuziek. Wel Skream en Benga, de kopstukken uit het genre. Altijd goed, natuurlijk. Op de technoavond is Rotterdammer Joris Voorn de belangrijkste naam. Een zekerheidje. Lokaal talent Tom Trago zorgt eerder op die avond voor de vernieuwing. Zijn mix van house, disco en techno is de moeite meer dan waard. </p>
<p>Over disco en house gesproken: dat zijn de genres waarin momenteel de spannendste dingen gebeuren. Het tempo gaat er rap naar beneden &#8211; ligt gemiddeld al op 110 tot 120 bpm &#8211; en in steden als Berlijn, Keulen, Gent, Brussel en Oslo wordt daarop zonder problemen gedanst. Lastig voor ons Nederlanders, we zijn immers gewend aan een relatief hoog tempo. Daarop kun je nog goed verbloemen dat je eigenlijk geen tempo kan houden. Geen nood, The Field verzorgt een workshop waarin tijdens het rustig dansen ook nog eens genipt moet worden aan de koele witte wijn. Wordt niet gemakkelijk, al hoef je je enkel te laten leiden door de prachtige ambienthouse, schatplichtig aan pionier Gas, van de Zweed. Voor wie niet wil letten op danstechniek, biedt 5 days off een aantal fijne mogelijkheden. Op zaterdag mag er uitgelaten gesprongen en geschreeuwd worden op de electrorock/pop van Dr. Lektroluv, Waxdolls, Nid &amp; Sancy en The Subs. Op vrijdag is gek doen verplicht bij De Jeugd van Tegenwoordig en Le Le. En voor wie er dan nog geen genoeg van heeft: zondag draait Daniel Haaksman baile funk van het universum. Daar is het uitstekend op kontschudden.</p>
<p>Weinig rafelranden dus dit jaar? Klopt. Maar erg is dat niet. 5 days off biedt een dwarsdoorsnede van de hedendaagse dancecultuur. Voor elk wat wils dus. Ook voor de echte danceconnaisseur. Al is het even zoeken. </p>
<p><em>Deze voorbeschouwing zou eigenlijk verschijnen in het door Glamcult gemaakte programmaboekje van 5 days off.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2009/06/25/5-days-off-voor-elk-wat-wils/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>GLAMCULT, 5DAYSOFF EN IK? GEEN IDEALE COMBINATIE</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2009/06/23/glamcult-5daysoff-en-ik-geen-ideale-combinatie/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=glamcult-5daysoff-en-ik-geen-ideale-combinatie</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2009/06/23/glamcult-5daysoff-en-ik-geen-ideale-combinatie/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Jun 2009 17:40:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[5daysoff]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=336</guid>
		<description><![CDATA[Jammer. Een normaal afscheid bij Glamcult is me niet gegund. Het artikel dat ik schreef naar aanleiding van 5DaysOff wordt niet geplaatst. Reden? Te kritisch.  Dat verdient uitleg. Glamcult maakt sinds twee jaar een soort programmaboekje dat tijdens het vijfdaagse dancefestival gratis ter beschikking wordt gesteld. Ontzettend leuk, zo&#8217;n boekje maken. Zeker omdat Glamcult een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Jammer. Een normaal afscheid bij Glamcult is me niet gegund. Het artikel dat ik schreef naar aanleiding van 5DaysOff wordt niet geplaatst. Reden? Te kritisch. </p>
<p>Dat verdient uitleg. Glamcult maakt sinds twee jaar een soort programmaboekje dat tijdens het vijfdaagse dancefestival gratis ter beschikking wordt gesteld. Ontzettend leuk, zo&#8217;n boekje maken. Zeker omdat Glamcult een duidelijk smoel heeft als het om dance gaat. Het tijdschrift zit dicht op de nieuwe ontwikkelingen in het genre en bericht daar uitvoerig over. Dat komt niet in de laatste plaats door mijn inbreng. Als popjournalist met de specialisatie elektronische dansmuziek weet ik wat er speelt. </p>
<p>Daar zijn 5DaysOff en ik het overigens niet over eens. Vorig jaar weigerde de organisatie een column van me over de programmering van het festival te plaatsen in het door Glamcult opgestelde boekje. Ik geef toe: die was inderdaad behoorlijk kritisch. Daarom schreef ik een nieuwe die uiteindelijk wel werd geplaatst. Daar had ik alle begrip voor. Ja, Glamcult stelde het boekje samen en was verantwoordelijk voor de inhoud ervan. Toch trad 5DaysOff op als sponsor en distributeur. Dat schept verplichtingen. Niets aan de hand. Zo werkt de wereld van de commerciëlere journalistiek nu eenmaal. </p>
<p>Dat het ook dit jaar fout zou lopen had ik niet verwacht. De eerste versie van mijn artikel over de programmering van 5DaysOff werd door de inmiddels oplettende Glamcultredactie al retour gezonden. &#8216;Wij vinden &#8216;m niet te kritisch maar daar denkt 5DaysOff vast anders over&#8217;, was de boodschap. Geen probleem. Ik ben nu eenmaal een kritisch journalist. Een paar duwtjes in de goede richting is onontbeerlijk als om relatief neutrale beschouwingen wordt gevraagd. </p>
<p>Met de tweede versie heb ik mezelf overtroffen. Ook ik bleek in staat om een relatief neutrale beschouwing te schrijven over een dancefestival. Althans, dat vond ik zelf. En de redactie van glamcult. Iedereen tevreden. Niet, dus. 5DaysOff kon zich niet in de inhoud vinden. En dus wordt het stuk waar ik flink op heb gezwoegd niet geplaatst. Reden? Te kritisch. Tja, dat valt in mijn ogen dus wel mee. Ja, ik plaatst 5DaysOff gezien het programma van deze editie onder de gearriveerde dancefestival. In plaats van de rafelranden van de dance te verkennen, kiest 5DaysOff ervoor om een inhoudelijk best sterke staalkaart van de alternatieve dance te bieden. Geen verrassingen, geen echt nieuwe namen, maar wel aardig wat kwaliteit. </p>
<p>Klinkt niet verkeerd. Toch? Vond 5DaysOff dus wel. Helaas heb ik het artikel &#8211; hoe ironisch &#8211; niet meer in bezit. Ik schreef het net na de crash van mijn MacBook Pro op een andere computer en heb geen kopie bewaard. Alsof de duivel ermee speelt. Geen laatste publicatie in Glamcult, dus. Geen publicatie van het artikel elders. Jammer.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2009/06/23/glamcult-5daysoff-en-ik-geen-ideale-combinatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>moeilijk afscheid</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2008/02/24/moeilijk-afscheid/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=moeilijk-afscheid</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2008/02/24/moeilijk-afscheid/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 24 Feb 2008 09:31:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[afscheid]]></category>
		<category><![CDATA[cut-up]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[gonzo circus]]></category>
		<category><![CDATA[kindamuzik]]></category>
		<category><![CDATA[mahl]]></category>
		<category><![CDATA[OOR]]></category>
		<category><![CDATA[opscene]]></category>
		<category><![CDATA[ravage]]></category>
		<category><![CDATA[writers-block]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://theoploeg.wordpress.com/?p=80</guid>
		<description><![CDATA[Een mens laat in een arbeidsleven flink wat sympathieke opdrachtgevers achter zich. Ik tenminste wel. Opscene, KindaMuzik, Gonzo Circus, Mahl, Ravage. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het kost me enorm veel moeite om los te komen van media die ik zelf een uiterst warm hart toedraag, waar ik me mee ben gaan identificeren. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een mens laat in een arbeidsleven flink wat sympathieke opdrachtgevers achter zich. Ik tenminste wel. Opscene, <a href="http://www.kindamuzik.net" target="_blank">KindaMuzik</a>, <a href="http://www.gonzocircus.com" target="_blank">Gonzo Circus</a>, <a href="http://www.mahlmag.com" target="_blank">Mahl</a>, <a href="http://ravagedigitaal.org" target="_blank">Ravage</a>. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het kost me enorm veel moeite om los te komen van media die ik zelf een uiterst warm hart toedraag, waar ik me mee ben gaan identificeren. KindaMuzik? Dat ben ik. Zoiets. Ik bleef er dan ook veel te lang hangen. <a href="http://www.oor.nl" target="_blank">OOR</a>? Ook een lastig verhaal.<br />
<span id="more-62"></span><br />
Eigenlijk was ik van plan om op mijn veertigste een nieuw plan te trekken, te kiezen voor media waar ik volledig mezelf kan zijn. Komt bij dat lesgeven een ware revelatie is. Zeker met de vrijheid die ik bij het Instituut van Interactieve Media krijg. De balans (pop)journalistiek, docentschap en mediakritiek dient dus zorgvuldig te worden bepaald.</p>
<p>Daar ga ik niet nog eens een jaar mee wachten, besloot ik afgelopen weekend. Op het moment doe ik zoveel leuke dingen dat het overzicht soms volledig zoek is. Dat zorgt niet alleen voor stress, maar ook voor een vreemd soort writers-block. Heeft invloed op de kwaliteit van mijn werk en dat is onverteerbaar. In december lukte het me bijna niet om mijn artikel over het Rotterdamse danceclub Parkzicht op tijd bij de OOR-redactie in te leveren. Ik krijg simpelweg geen letter op het beeldscherm.</p>
<p>Gelukkig bleek men bij OOR uiterst tevreden met het stuk. Dat deed me twijfelen aan mijn besluit om voor het tijdschrift te stoppen. Nu komt het er uiteindelijk toch van. Een uiterst moeilijke keuze. Als veertienjarige muziekjunk wilde ik immers niets liever dan ooit voor OOR schrijven. Missie geslaagd, zou je kunnen stellen. Daarbij vind ik OOR een erg goed geschreven blad dat &#8211; wat betreft de kwaliteit van de popmuziekjournalistiek &#8211; z&#8217;n gelijke in Nederland en Vlaanderen niet kent. Al behoor ik zelf maar voor een deel tot de doelgroep.</p>
<p>Toegegeven, de onderwerpen waarover ik schrijf zijn voor OOR doorgaans marginaal. Niet erg, hoor. De functie van luis in de pels is me op de huid geschreven. In al die jaren ben ik veel van het tijdschrift gaan houden. Waarom dan toch stoppen?</p>
<p>Belangrijkste reden is de moeite die ik tegenwoordig heb met het afronden van artikelen en het bijkomende kwaliteitsverlies. Een schrikbarende constatering. Veel schrijf ik immers niet meer. Kijk er <a href="http://www.cut-up.com" target="_blank">cut-up </a>maar op na. Stoppen met schrijven in het algemeen is geen optie. Daar doe ik het te graag voor.</p>
<p>De oplossing? Alleen nog maar schrijven over écht interessante onderwerpen voor media waar ik mijn ei volledig kwijt kan en de hete adem van deadlines niet in mijn nek hijgt. En tja, dan is de keuze &#8211; met cut-up smekend op de achtergrond &#8211; snel gemaakt.</p>
<p>Het maartnummer van OOR is het laatste met bijdragen van mij &#8211; onder andere interviews met Miss Kittin en Junkie XL -, daarna ga ik me volledig richten op cut-up en <a href="http://www.glamcult.nl" target="_blank">Glamcult</a> &#8211; was er gestopt, ik weet, maar ik miste ze te erg. Of ik ooit nog terugkeer bij OOR? Zou zo maar kunnen. Eerst is het tijd voor andere dingen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2008/02/24/moeilijk-afscheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>schrijven</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2008/02/14/februari/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=februari</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2008/02/14/februari/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 14 Feb 2008 07:28:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[dance]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[a mountain for a president]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[lazare]]></category>
		<category><![CDATA[principles of geometry]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://theoploeg.wordpress.com/2008/02/14/februari/</guid>
		<description><![CDATA[Schrijven doe ik de laatste tijd nauwelijks. Geen tijd en eigenlijk ook geen zin. Misschien heb ik genoeg artiesten, kunstenaars, denkers en creatieven geïnterviewd. Wordt het tijd voor iets anders. Wie weet. Wel mis ik schrijven voor Glamcult meer dan ik verwacht had. Gebrek aan goede muziek is er overigens niet. Safe and Sound van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Schrijven doe ik de laatste tijd nauwelijks. Geen tijd en eigenlijk ook geen zin. Misschien heb ik genoeg artiesten, kunstenaars, denkers en creatieven geïnterviewd. Wordt het tijd voor iets anders. Wie weet. Wel mis ik schrijven voor Glamcult meer dan ik verwacht had. Gebrek aan goede muziek is er overigens niet. <i>Safe and Sound </i>van Justus Köhncke is een fantastische plaat. De tweede van Principles of Geometry &#8211; <i>Lazare</i> &#8211; is een van de mooiste albums dat ik de afgelopen acht jaar heb gehoord. Het Franse gezelschap gooit er krautrock, idm, italohouse, avantgarde, rock en pop in een blender en komt tot een vrijwel niet te ordenen eindresultaat. Een beetje zoals Trans Am doet, alleen dan nog net iets onvatbaarder. Uiterst fraai en intrigerend. Zoals het prachtige <i>A Mountain for a President</i> hieronder bewijst.[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=rrmibiuqdtg]</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2008/02/14/februari/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>wellicht tot ooit</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2007/11/09/wellicht-tot-ooit/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=wellicht-tot-ooit</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2007/11/09/wellicht-tot-ooit/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Nov 2007 08:13:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[hanka van der voet]]></category>
		<category><![CDATA[rogier vlaming]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://theoploeg.wordpress.com/2007/11/09/wellicht-tot-ooit/</guid>
		<description><![CDATA[Afgelopen woensdag schreef ik m&#8217;n laatste vier recensies voor Glamcult. Afscheid nemen valt me altijd zwaar, maar in het geval van Glamcult is dat extra moeilijk. Lang heb ik niet voor het maandblad geschreven. Twee jaar? Korter? De warmte en hartelijkheid van hoofdredactrice Hanka en uitgever Rogier kent geen grenzen. Meteen na mijn eerste bezoek [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Afgelopen woensdag schreef ik m&#8217;n laatste vier recensies voor <a href="http://glamcult.nl" target="_blank">Glamcult</a>. Afscheid nemen valt me altijd zwaar, maar in het geval van Glamcult is dat extra moeilijk.</p>
<p><img src="http://www.glamcult.com/glamcult.jpg" alt="Glamcult cover" align="right" height="274" width="204" />Lang heb ik niet voor het maandblad geschreven. Twee jaar? Korter? De warmte en hartelijkheid van hoofdredactrice <a href="http://ipopped.blogspot.com" target="_blank">Hanka</a> en uitgever Rogier kent geen grenzen. Meteen na mijn eerste bezoek aan de redactie in Rotterdam, voelde ik me er thuis.</p>
<p>Daarna kreeg ik volledig vrij spel. Ik mocht overal over schrijven. Kijk, dát is pas fijn werken. Artikel over dubstep en nu disco? Graag! Eentje over Verzet 2.0? Klinkt vaag, kom maar op! Iets schrijven over vergeten muziek uit de jaren vijftig gemaak in het NatLab van Philips? Hanka en Rogier zaten er op te wachten. Althans, zo leek het.</p>
<p>Voor Glamcult interviewde ik Anders Trentemøller (eerste interview in de Nederlandse media), Sonic Youth, James Murphy van LCD Soundsystem, Basement Jaxx, Popnoname, Alex Gopher (dat was minder, de man en ik liggen elkaar niet) en schreef ik een uitgebreid portret van Daft Punk. Nog nooit heb ik bij een medium zoveel vrijheid gekregen. Dat getuigt van lef. Het tijdschrift is een succesverhaal in de dop. Ziet er immers prachtig uit, heeft een goede inhoud én toont een duidelijk gezicht.</p>
<p>Waarom ik er dan toch mee stop? Dat vroeg ik me ook af toen ik met een druk op de knop m&#8217;n laatste recensies naar Hanka stuurde.</p>
<p>Voornaamste reden is tijd. Ik wil volgend jaar aan een aantal nieuwe projecten beginnen. Daarvoor moet ik tijd vrij zien te maken door werk af te stoten. Daarbij vind ik dat ik bij een blad als Glamcult &#8211; toch trendy en eigentijds, al haat ik dat soort nietszeggende woorden &#8211; plaats moet maken voor jong talent. Laatste reden? Een half jaartje of jaartje rust zou niet ongelegen komen. Al is het begrip rust bij mij erg relatief.</p>
<p>Ach, rationeel ben ik er wel uit. Maar ik ga ze missen. Glamcult, Hanka, Rogier. Al &#8216;sprak&#8217; ik ze eigenlijk alleen maar via mail.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2007/11/09/wellicht-tot-ooit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
