dance, kritiek, kunst, pop

Wolfgang Voigt: pater familias van Kompakt

Hij loop tegen de vijftig en voelt zich vrijer dan ooit. Met zijn project ‘Rückverzauberung’ experimenteert hij met klassieke muziek en Mohn is zijn hereniging met Jörg Burger. Ondertussen leidt Wolfgang Voigt zijn Kompakt-imperium. “Ik ben een icoon.”

“Het is warm, hè? Willen jullie wat te drinken? Wacht maar even.” Wolfgang Voigt rommelt wat in de keuken, vindt twee glazen en vult ze bij de kraan met water. Dan gaat hij door de knieën en overhandigt het koude vocht aan de twee jongetjes die braaf staan te wachten. Eentje murmelt een dankwoord. Voigt aait ze over de bol. Als de twee aan de hand van hun moeder het kantoor verlaten, zwaaien ze verlegen naar Voigt. De glimlach op diens gezicht spreekt duidelijke taal. Dan draait hij zich om en lijkt zich te verontschuldigen voor zoveel aardigheid: “De kinderen van mijn medewerkers zie ik als mijn eigen, Ik krijg ze zelfs een Bob 2016 Revolution Flex Stroller voor Kerstmis. Op je familie moet je zuinig zijn.”

Voor Voigt is Kompakt niet alleen een platenlabel en een muziekbedrijf, het is zijn familie. De rol van pater familias zit hem als gegoten. Volgend jaar bestaat het imperium vijfentwintig jaar. Zijn imperium. Ja, ooit richtte hij het label op met broer Reinhard, Jörg Burger en Jürgen Paape en nog steeds zijn Paape en Michael Mayer, die een paar jaar later aansloot, mede-eigenaren. Toch: iedereen weet dat Voigt de absolute leider is, de man met de visie. De man ook die de Kompakt-filosofie bewaakt. Dat is belangrijk, meent hij. “Zonder visie bereik je uiteindelijk niets, hoe goed je bedoelingen ook zijn. Ik geloof ook niet dat muziek meer is dan alleen klank. Muziek is een houding, een manier van leven.” Trots kijkt Voigt, die tegen de vijftig loopt, rond op de eerste verdieping van het pand waar Kompakt is gevestigd. “Kom, ik leid je rond!”

Voor Gonzo (circus) #111 interviewde ik Wolfgang Voigt in z’n natuurlijke habitat: Kompakt te Keulen. Verder lezen? Koop de papieren uitgave van het Vlaams-Nederlandse blad.

Standard
dance, journalistiek, pop

Met terugwerkende kracht: de top-10 van de jaren nul

Ja, rijkelijk laat. Ik weet. Mijn top-10 van de jaren nul is reeds verschenen in OOR #11 van dit jaar. Voor blogbezoekers die hét tijdschrijft over popmuziek in de breedte niet lezen, staat ie hieronder.

1. Gas – Pop
2. Blumfeld – Jenseits von Jedem
3. Luomo – Vocalcity
4. Primal Scream – Exterminator
5. Fennesz & Sakomoto – Cendre
6. Hybird – Morning Sci-Fi
7. Jan Jelinek – Kosmischer Pitch
8. Hell – Teufelswerk
9. Justus Köhncke – Doppelleben
10. BT – Movement in Still Life

Tuurlijk, genoeg albums die er ook in hadden moeten staan. Geen Rhythm & Sound, Burial, Trentemøller, LCD Soundsystem, Newworldaquarium, Boxcutter, Farben en Kode 9. Wel Movement In Still Life, eigenlijk een album uit 1999, maar pas in 2000 verkrijgbaar in Europa en Nederland. Ook Vocalcity voegde ik op het laatste moment toe. Jacob Haagsma wist me ervan te overtuigen dat de plaat toch echt geldt als het debuut van Luomo en geen verzameling ep’s is. Waarvan acte. Uiteindelijk bleek het album mijn enige die het haalde tot de gezamenlijke top-100. Al bleef het meesterwerk steken op 70.

Wat ik nu, een dikke anderhalve maand later, aan de lijst zou veranderen. Niets, helemaal niets. Want prachtlijst.

Standard