Heel even dacht ik het. Niet meer dan een fractie van een seconde. Heus, écht niet meer. Een losse flodder. Zomaar een gedachte. ‘Toekomst Van Bommel nog ongewis’, kopte de website van Voetbal International. En ja, logisch is het niet en tóch dacht ik het: “hij komt naar Fortuna.” Terwijl ik dát dacht voelde ik een glimlach opkomen. Zo een die ontstaat wanneer je onbewust iets onbetamelijks doet. Naar de mooie, lange benen van een onbekende vrouw kijken, bijvoorbeeld. Je wilt het niet, en toch doe je het. Instinctief, zeg maar. Zo voelde mijn gedachte ook. Wedden dat ik niet de enige was die het dacht?
Hét? Dat is de terugkeer van Mark van Bommel bij Fortuna Sittard, de club waar de middenvelder zijn professionele voetbalcarrière startte. Ja, ik weet. Die terugkeer is hoogst onwaarschijnlijk. Van Bommel speelde afgelopen zomer een prima wereldkampioenschap en was vorig seizoen de onbetwiste leider van zijn club, Bayern München. Van Bommel is met z’n 33 nog steeds een aanwinst voor de meeste Europese topclubs. Tottenham Hotspur, Manchester City en Wolfburg hebben zich schijnbaar voor hem gemeld. In de zomer is de Limburger transfervrij. Van Bommel zelf zwijgt in alle toonaarden. Wat hem betreft maakt hij het seizoen gewoon af. Dat zijn vervanger, de Braziliaanse middenvelder Luiz Gustavo die onlangs overkwam van TSG Hoffenheim, in München is gearriveerd? Van Bommel wordt er niet warm of koud van.
Goed, dat is schone schijn. Achter de schermen speelt vast veel meer. Inmiddels spreken PSV-supporters uit waar ik alleen van durf te dromen: Van Bommel komt naar PSV. De Limburger gaat zijn carrière afsluiten bij de Eindhovenaren. Tenminste, dat schijnt ie vaker gezegd te hebben. En tja, dan moet ie niet nog ergens anders heengaan. Het is immers de vraag wat een middenvelder van tegen de 36 toe kan voegen. De supporters zijn het er over eens: hij moet nu komen. Ik geef toe: zo vreemd is dat niet gedacht. PSV is een mooie club, speelt elk jaar Europees en is in potentie de enige club van Nederland met Europese mogelijkheden. Ik zie Ajax of FC Twente nog geen Europese cupfinale spelen. PSV wel. Dat Van Bommel uiteindelijk naar PSV gaat? Dat klinkt nog niet eens zo heel ongeloofwaardig.
En toch. Sinds ik, eh, hét dacht, laat het idee me niet meer los. Het is een onzinnige gedachte. Totaal ontdaan van elke realiteitszin. Maar toch, stel je voor. Mark van Bommel maakt in de winterstop de overstap van Bayern München naar Fortuna Sittard. ‘Om de club vooruit te helpen, voor degradatie te behoeden’, laat hij het bij de persconferentie aanwezige journalistencorps optekenen. ‘Deze club zit diep in mijn hart’, verklaart hij met overslaande stem. Na afloop valt hij Fernando Ricksen in de armen. Vrienden voor het leven, lijken ze. Even verderop praat een duidelijk geëmotioneerde Kevin Hofland met L1. Na een telefoontje van Van Bommel leverde hij zijn contract in bij Feyenoord en betaalde AEK Larnaca een afkoopsom. Ook hij gaat spelen voor zijn club. Voor niets. Gewoon, omdat de club hulp nodig heeft. Hem nodig heeft.
Kameraadschap is belangrijker dan geld, dan roem. Daar zijn de mooiste verhalen uit de voetbalgeschiedenis op gebaseerd. De werkelijkheid is een andere. Fortuna Sittard, onze club, staat er beroerd voor. Alleen met een onmenselijke krachtsinspanning kan degradatie naar de topklasse worden afgewend. Ondanks de gedachte die in mijn hoofd heeft postgevat, staan Van Bommel en Hofland morgen niet voor de deur. Ricksen is er wel. Een ervaren rot die een team op sleeptouw kan nemen, zo bewees hij in z’n eerste wedstrijd uit bij RKC, maar ook hij kan geen ijzer met handen breken. En toch. Met hem komt de kameraadschap. De opoffering, het voor elkaar door het vuur gaan, dat uiteindelijk lijfsbehoud kan betekenen. Kortom, met Ricksen komt het geloof in een goede afloop. Voorbarig, ik weet. Maar bepaald geen vreemdere gedachte dan, eh, hét.
Deze column verscheen eerder dit jaar – nog voor Van Bommel naar AC Milan trok – in het blad van de officiële supportersvereniging van Fortuna Sittard, SV Nao Veure.