Plotselinge gedachte: de uitvinding van het begrip ‘creatieve industrie’ past perfect binnen het concept repressieve ontsublimatie van Herbert Marcuse. Het voorbeeld waar ik aan dacht? Mahl.
Goed, die lead verdient uitleg. Allereerst repressieve ontsublimatie, een van de kernbegrippen op de prachtige cultuurkritiek die Marcuse bezigt in De Eendimensionale Mens. Kort door de bocht: onder invloed van de kapitalistische tendens om tegencultuur in het systeem op te nemen en zo te ontdoen van kritiek op de heersende orde ontstaat er een schijntolerantie waarin uiteindelijk niets er echt meer toe doet. De kunst en wetenschap is inmiddels volledig door het systeem geannexeerd. Het zogenaamde postmoderisme heeft een wereld geschapen waarin context, ideologie en kritiek geen echte relevantie meer hebben.
De opkomst van het denken over de creatieve industrie zoals beschreven door goeroe Richard Florida is van hetzelfde laken en pak. Ga maar na: volgens Florida wordt er in liberale, tolerante steden een goed klimaat geschapen voor de nieuwe creatieve industrie. Een bedrijfstak die bestaat uit een netwerk van instellingen, organisaties en individuen die, ehh, creatief bezig zijn met elkaar. Een definitie van dat creatief bezig zijn is er uit den boze. Hoeft ook niet, het netwerk doet het toch alleen maar met zichzelf en de subsidieverdelers.
Eerder schreef ik al in de MyCreativity Newspaper over de valkuil van die manier van denken over de creatieve industrie. Creativiteit is gebaat bij wrijving, bij botsingen, bij discussie. Juist dat ontbreekt in het model van Florida. Creativiteit die wil vernieuwen, de heersende orde wil aanpakken, maakt in zijn wereld geen kans. Sterker nog: bestaat niet meer. Hallo repressieve ontsublimatie! In de steden waar de ideeën van Florida door beleidsmakers zijn omarmd gaat de vernieuwende creativiteit met rasse schreden achteruit. Neem maar eens een kijkje in Londen, Amsterdam en – in mindere mate – Rotterdam.
In Zuid-Limburg gaat het er niet anders aan toe. Mahl Magazine, het leukste magazine waar ik in 2007 en 2008 voor schreef, is er na vier nummer mee opgehouden. Reden? Geen subsidie meer van provincie en stad Maastricht. Over het waarom wilde de redactie een woord kwijt. Uiteraard heb ik mijn eigen kanalen. Het verdwijnen van Mahl is even helder als pijnlijk: aangezien er in Limburg al een tijdschrift over cultuur en kunst is dat subsidie krijgt, hoeft er geen geld meer naar Mahl. Dat andere tijdschrift, Zuiderlucht, is er van de gevestigde cultuur. Een tijdschrift ook dat zich middenin de prille creatieve industrie van Zuidelijk Limburg heeft gepositioneerd. Een tijdschrift dus voor en door het netwerk. Lekker makkelijk, lekker veilig.
Typisch staaltje Florida-denken. Mahl staat voor de luis in de pels, de kritiek die grenzen opzoekt, de zoektocht naar iets dat écht nieuw is. En tja, dat past niet in de veilige, harmonieuze wereld van Florida. Daar hoort een Zuiderlucht.
Niets mis overigens met Zuiderlucht. Mooi vormgegeven blad met aardige inhoud over nauwelijks marginale onderwerpen. Kan dus prima naast Mahl bestaan. Of eigenlijk: moet juist samen met Mahl bestaan om een écht beeld te schetsen van het culturele klimaat in de Euregio. Ach, de beleidsbepalers denken daar dus anders over. Zuidelijk Limburg moet een dodelijk saaie verantwoorde culturele omgeving worden als Amsterdam inmiddels is geworden. Jammer, Zuid-Limburg verdient beter. Enige voordeel: de plannen om er terug te keren kunnen weer in het vriesvak.