<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>theoploeg.net &#124; bekentenissen van een pop- en mediajunkie &#187; blumfeld</title>
	<atom:link href="http://www.theoploeg.net/tag/blumfeld/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.theoploeg.net</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Sat, 04 Feb 2012 12:55:42 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Blumfeld en het getroebleerde zelf</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/03/15/cut-up-nostalgie-blumfeld-en-het-getroebleerde-zelf/</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/03/15/cut-up-nostalgie-blumfeld-en-het-getroebleerde-zelf/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Mar 2010 14:45:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[blumfeld]]></category>
		<category><![CDATA[cut-up]]></category>
		<category><![CDATA[deutschpop]]></category>
		<category><![CDATA[ich-maschine]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=630</guid>
		<description><![CDATA[Op 25 mei speelde Blumfeld z’n laatste concert ooit in thuisstad Hamburg. Na zeventien jaar en zes studioalbums houdt de band op te bestaan. De rek is er uit, meent voorman Jochen Distelmeyer. Tot verdriet van popminnend Duitsland. Een ode aan het beste indierockalbum ooit: Ich-Maschine. &#8220;Wissen tut weh, Gott nicht&#8221; Ik heb me vergist. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 25 mei speelde Blumfeld z’n laatste concert ooit in thuisstad Hamburg. Na zeventien jaar en zes studioalbums houdt de band op te bestaan. De rek is er uit, meent voorman Jochen Distelmeyer. Tot verdriet van popminnend Duitsland. Een ode aan het beste indierockalbum ooit: <em>Ich-Maschine</em>.</p>
<p><span id="more-630"></span></p>
<p>&#8220;Wissen tut weh, Gott nicht&#8221;</p>
<p>Ik heb me vergist. En niet zo’n klein beetje ook. Tijdens het samenstellen van de popmuziek top-10 aller tijden voor OOR wist ik het zeker: <em>Jenseits von Jedem</em> is de beste plaat van Blumfeld. Nu weet ik wel beter. Debuut <em>Ich-Maschine</em> is het beste indierockalbum ooit gemaakt. Te laat.</p>
<p>Natuurlijk, het samenstellen van een top-10 aller tijden is geen lichtvaardige opdracht. En <em>Jenzeits van Jedem</em> is een geweldige popplaat. Hoe ik dan toch het debuut van de Hamburgse groep Blumfeld over het hoofd heb kunnen zien, is een lang verhaal. In het kort: door een noodlottige samenloop van omstandigheden raakte ik in mijn persoonlijke rampjaar 2006 al mijn cd’s kwijt en verhuisde mijn omvangrijke vinylverzameling naar de garage van ouders. Zo ook <em>Ich-Maschine</em>. Ik wist hoe goed ik de plaat destijds in 1992 vond. Beter nog dan <em>Gish</em> van Smashing Pumpkins dat begin jaren negentig in mijn vriendenkring te boek stond als hét beste indiealbum ooit. Al volgde <em>Slanted &amp; Enchanted</em> van Pavement op de voet. Ik was de enige die <em>Ich-Maschine</em> kende. De plaat koesterde. En beter vond dan die andere twee. Veel beter.</p>
<p>Pas met <em>L’Etat Et Moi</em> (1994) – uitgekomen op het Londense en destijds ultrahippe Big Cat platenlabel &#8211; brak Blumfeld in kleine kring door in Nederland. <em>Ich-Maschine</em> kwam te vroeg. Begin jaren negentig heerste het idee dat goede indie uit de Verenigde Staten moest komen. Daarbij zong Jochen Distelmeyer in het Duits. En tja, dat ligt in Nederland altijd lastig. Maar goed. Ik dwaal af. In mijn zoektocht naar het beste album van Blumfeld vorige maand, trapte ook ik in de val die geschiedschrijving heet: ik wist dat <em>L’Etat Et Moi </em>algemeen gezien werd als het beste Blumfeld album. En dus vormden dat album en <em>Jenseits von Jedem</em> (2003) de vaste speellijst van m’n iPod. Uiteindelijke conclusie: <em>Jenseits von Jedem</em> is de beste. Ja, eigen schuld. Ik weet.</p>
<p>Niet dat <em>Jenseits von Jedem</em> misstaat in een lijstje van beste albums aller tijden. Integendeel. Het is een fenomenale popplaat waarin Blumfeld maatschappijkritiek op onnavolgbare wijze verweeft met hitparadepop. Over die combinatie later meer. <em>Ich-Maschine</em> is echter van een andere orde. Het is een album dat me raakt in mijn hart én mijn hoofd. Het lijkt erop dat Blumfeld er muzikaal schatplichtig is aan de Amerikaanse indierock uit de jaren tachtig. Hüsker Dü, Replacements, fIREHOSE, Wipers. Noem maar op. Zoals Smashing Pumpkins en Pavement dat ook zijn. Toch is Blumfeld anders. Ze behoren tot de voorhoede van de Hamburger Schule, een bonte verzameling bands die door middel van Duits gezongen teksten maatschappijkritiek leverden in een rock-, pop- of punkjasje. De popmuzikale evenknie dus van de theoretische Frankfurter Schule. Tja, dat moet zwaar geweest zijn voor Theodor Adorno.</p>
<p>De manier waarop zanger en gitarist Jochen Distelmeyer teksten schrijft is vaak vergeleken met die van Morrissey van The Smith. Toegegeven, er is een overkomst. Beide schrijvers maken diepmenselijke emoties zichtbaar. Toch is het verschil groter. Morrissey is een poëet die in fraaie bewoordingen huilt om de emotionele hel die het leven is. Distelmeyer is filosoof. Hij lijkt afstandelijk in zijn beschrijving, maar gaat juist veel dieper. Bij hem is een zin niet zomaar een zin maar een statement, een levensvisie. Het is als het verschil tussen Harry Mulisch en W.F. Hermans. De één construeert barokke kunstwerken van woorden, de ander laat de tierelantijnen achterwege en beschrijft de menselijke conditie in al z’n naaktheid. Pas op het eerder genoemde <em>Jenseits von Jedem</em> uit 2003 bereikt de tekstuele kunst van Distelmeyer een voorlopig hoogtepunt. Hij is er gelatener en beschouwender dan op <em>Ich-Maschine</em>, het album dat in Duitsland insloeg als een bom.</p>
<p>Het debuut van de Hamburgse band geldt bij onze oosterburen als een van de beste albums ooit gemaakt. Ze hebben gelijk. Niet alleen is Distelmeyer er tekstueel in topvorm, ook drummer Andre Rattay en bassist Eike Bohlken zijn er in topvorm. De twaalf nummer op <em>Ich-Maschine</em> doen in niets onder voor die van Amerikaanse indierockbands. Blumfeld scherpt er een precedent mee. Later gevolgd door onder andere stadsgenoten Tocotronic. Hadden beide bands in het Engels gezongen dan waren ze internationaal groot geworden. Gelukkig doen ze dat niet. De teksten van Distelmeyer op <em>Ich-Maschine </em>zijn prachtig. De Duitse taal draagt daar toe bij. Niet voor niets is het – veel meer nog dan het Engels en Frans &#8211; dé taal van de romantiek. En, uiteraard, de filosofie. In handen van Distelmeyer is het een dankbaar instrument om het onvermogen tot nabijheid tussen mensen te duiden.</p>
<p>Want daar gaat <em>Ich-Maschine</em> uiteindelijk over: de onmogelijkheid om écht begrepen te worden door de ander, écht een te worden mét de ander. Alles draait immers om het Zelf en de angst om dat te verliezen. Hoe dat verkomen? Macht. En zo voorzien de drie filosofiestudenten  de theorie van Freud – of eigenlijk Fromm – en Foucault van een prachtig muzikaal jasje. Met een hoofdrol voor Distelmeyer die als begin twintiger blijkbaar al genoeg miscommunicatie met het andere geslacht achter zich heeft. Beschrijft op onnavolgbare wijze in <em>Lass uns nicht von Sex reden</em>:</p>
<p>&#8220;auf dem Küchentisch<br />
ein Gedicht von Patti Smith:<br />
female, feel male<br />
sie schreibt: heftig &#8230; schwach &#8230; schwelgerisch&#8221;</p>
<p>Om aan het eind te verzuchten:</p>
<p>&#8220;wann hört Macht auf?<br />
hier fängt Macht an!&#8221;</p>
<p>Distelmeyer is er nog jong. Hij wil het begrijpen. Veranderen, als hij eenmaal de structuren heeft blootgelegd. Dat maakt ‘m rebels, maar ook radeloos. In <em>Von der Unmöglichkeit, &#8220;Nein&#8221; zu sagen, ohne Sich umzubringen</em> schreeuwt hij uit:</p>
<p>&#8220;Ich will morden den Apparat,<br />
der Dich und mich bloß Apparat sein läßt<br />
Sind zwei zuviel um frei zu sein?<br />
Oder brauch´ ich Dich, um ich zu sein?&#8221;</p>
<p>Distelmeyer lijkt vastbesloten. Dat apparaat, die ik-machine, moet kapot. Maar of hij daar in z’n eentje toe in staat is? In<em> Kriegstagebüchern</em> twijfelt hij, maar constateert ook dat er geen andere oplossing is:</p>
<p>&#8220;in einer Zyankalilaune sitz ich dann vor´m Telefon<br />
und staune, daß niemand anruft um mich zu retten<br />
und wenn wer spricht, möcht´ ich wetten,<br />
daß alles, alles bloß Selbstgespräch ist<br />
Was ist anders wenn Du bei mir bist ?<br />
Etwas ist anders wenn Du bei mir bist !<br />
Was ist anders wenn Du bei mir bist ?&#8221;</p>
<p>Tja, waar Nirvana met <em>Nevermind</em> levensangst verklankt voor tieners, doet Blumfeld &#8211; overigens vernoemd naar een oudere vrijgezel uit een verhaal van Kafka &#8211; dat voor jong volwassenen. Hoe te overleven in een wereld die niet te begrijpen is? Die niet te controleren is? <em>Ich-Maschine</em> geeft geen antwoord, wel gemoedsrust. Ook Distelmeyer loopt tegen dezelfde muren aan als ik, een in zichzelf verloren student filosofie in Amsterdam. <em>Ich-Maschine</em> is als een drug. Distelmeyer schreeuwt voor mij en duizenden die net als ik niets begrijpen van dit leven. Politiek teruggebracht naar een menselijke maat.</p>
<p>Uiteindelijk volgt de berusting dat er geen oplossing is. Bij mij en bij Distelmeyer. Tweede album <em>L’Etat Et Moi</em> zorgt in 1994 voor een kleine buitenlandse doorbraak. Nu – dertien jaar later – stelt het album teleur. Alles is al gespeeld en gezegd op dat fenomenale debuut. Bassist Eike Bohlken verlaat de band om zijn – hoe ironisch &#8211; filosofiestudie eindelijk af te ronden. Met <em>Old Nobody</em> (1999) breekt Blumfeld muzikaal met het verleden en klinkt er als pure popmuziek. Toch laat niemand de band vallen. De fans niet, de kritische pers niet. Terecht, overigens. Een mooiere popsong dan <em>Tausend Tränen Tief </em>(zie de videoclip hiernaast) bestaat niet. Distelmeyer heeft er rust gevonden, probeert niet meer te zoeken naar verandering. Wel wil hij begrijpen en is er soms zelfs optimistisch (in <em>Kommst du mit in den Alltag</em>):</p>
<p>&#8220;Ist das alles was das leben fragt?<br />
kommst du mit in den Alltag?&#8221;</p>
<p>Het maakt er de muziek van Blumfeld niet minder mooi om.</p>
<p><em>Testament der Angst</em> en <em>Jenseits von Jedem</em> borduren voort op <em>Old Nobody</em>. Het vorig jaar verschenen <em>Verbotene Früchte</em> markeert het einde. De magie is uitgewerkt. Distelmeyers teksten klinken er plichtmatig, mat en ongeïnspireerd. Honderden malen heb ik de cd gedraaid. Er wil nog steeds geen vonk over slaan. Vond ook Blumfeld zelf. De afgelopen maanden toerden Distelmeyer, Andre Rattay en nieuwe bandleden Vredeber Albrecht en Lars Precht langs het uitverkochte clubcircuit in Duitsland. Als laatste monument verscheen de – overigens overbodige &#8211; cd-box <em>Ein Lied Mehr</em>. Vernoemd naar de eerste regel van het eerste lied van de eerste plaat. Dat lied, <em>Ghettowelt</em>, eindigt met:</p>
<p>&#8220;Ein Lied mehr ist eine Tür<br />
ich frag&#8217; mich bloß wofür<br />
denn das, was dahinter liegt,<br />
scheint keinen Deut besser als das hier&#8221;</p>
<p>Dat zag Distelmeyer destijds helemaal verkeerd. Achter een lied van Blumfeld wacht verlichting.</p>
<p><em>Dit artikel verscheen woensdag 11 juli 2007 in webzine </em><a href="http://www.cut-up.com"><em>www.cut-up.com</em></a><em>. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog</em>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/03/15/cut-up-nostalgie-blumfeld-en-het-getroebleerde-zelf/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Maandag? Lijstjesdag! #5</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/03/08/maandag-lijstjesdag-5/</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/03/08/maandag-lijstjesdag-5/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Mar 2010 12:54:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[blumfeld]]></category>
		<category><![CDATA[douglas coupland]]></category>
		<category><![CDATA[jeroen olyslaegers]]></category>
		<category><![CDATA[jochen distelmeyer]]></category>
		<category><![CDATA[lijstjes]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mark Z. Danielewski]]></category>
		<category><![CDATA[romans]]></category>
		<category><![CDATA[thomas van aalten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=611</guid>
		<description><![CDATA[De 21 beste romans van de 21e eeuw staan deze week in De Groene Amsterdammer. Althans, volgens de literatuurcritici van Nederland. Eerlijk gezegd kan ik daar niet zo met de lijst. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef ik nog aardig wat romanrecensies. Dat was aan het begin van deze eeuw over. Muziek [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De 21 beste romans van de 21e eeuw staan deze week in De Groene Amsterdammer. Althans, volgens de literatuurcritici van Nederland. Eerlijk gezegd kan ik daar niet zo met de lijst. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef ik nog aardig wat romanrecensies. Dat was aan het begin van deze eeuw over. Muziek en nieuwe media kregen de overhand. En tja, specialisatie is in journalistenkring normaal. De romans uit de lijst in De Groene die ik toevallig gelezen heb &#8211; en dat zijn er nog geen handvol &#8211; deden mij echter weinig. Daarom deze maandag mijn ‘beste romans van het eerste decennium van deze eeuw’-lijstje. Omdat ik (te) weinig heb gelezen is het een top-5 geworden.</p>
<p>1. <strong><em>Coyote</em> &#8211; Thomas van Aalten (2006)</strong><br />
<img class="alignright" title="Coyote - Thomas van Aalten" src="http://www.theoploeg.net/images/coyote.jpg" alt="" width="100" height="160" />Vlaming in Nederland. Dát is Thomas van Aalten. Zijn eerste twee romans &#8211; S<em>neeuwbeeld</em> en <em>Tupelo</em> &#8211; zijn typisch jaren negentig en verraden de invloed van Brett Easton Ellis. <em>Coyote</em> is andere koek. Van Aalten is er duidelijk beïnvloed door film noir, door de esthetiek van David Lynch en Gus van Sant. <em>Coyote</em> is een meesterwerk. Niet de gedachtengang van de hoofdpersoon staat centraal &#8211; zoals zo vaak in de Nederlandse roman &#8211; maar de situaties. Die zijn absurd, magisch, anders. Daarin toont de auteur zich nauw verwant met de Vlaamse magischrealisten én schrijvers als Paul Mennes en Jeroen Olyslaegers. Auteurs die net als Van Aalten de absurditeit van de werkelijkheid tot speeltuin verheffen. Wellicht dat Van Aalten daarom ook in Amsterdam is neergestreken.</p>
<p><strong>2. <em>Wij </em>- Jeroen Olyslaegers (2009)</strong><br />
<img class="alignright" title="Wij - Jeroen Olyslaegers" src="http://www.theoploeg.net/images/wij.jpg" alt="" width="100" height="160" />Goed, Olyslaegers dus. De man van de geweldige romans <em>Navel</em> en <em>Open gelijk een mond</em>. Eerlijk is eerlijk, <em>Wij</em> komt wat traag op gang, maar wanneer de verschillende verhaallijnen bij elkaar komen, ontspint zich een beklemmend drama. In typisch Vlaamse stijl. Niets is wat het lijkt. <em>Wij</em> is, kortom, een prachtig verhaal van ontsporing op alle vlakken. Ook fijn: de roman speelt eind jaren zeventig. Een tijd waarin ook de westerse maatschappij langzaam ontspoort. Net als het leven van hoofdpersoon Georges, dus. Ach, Humo omschrijft het boek pijnlijk treffend: ‘<em>Wij</em> is een eivol boek, gelaagd en zwaar op de hand, onthutsend en verdorven: een cadeau aan de Nederlandstalige literatuur.’</p>
<p><strong>3. <em>House of leaves</em> &#8211; Mark Z. Danielewski (2000)</strong><br />
<img class="alignright" title="House Of Leaves" src="http://www.theoploeg.net/images/houseofleaves.jpg" alt="" width="100" height="150" />Inkoppertje. Goed, bij Danielewski gaat het net zo goed om vorm als om inhoud. Beide zitten goed. Het lezen van <em>House of leaves</em> vergt geduld en het vermogen en wil om moeite te doen. Het verhaal krijgt de lezer immers niet cadeau. De beloning is niet mis. En na de laatste pagina zit de lezer met meer vragen dan bij het begin van het boek. Ach, dat is ook wel eens fijn. Zeker in het geval van <em>House of leaves</em>. Dáár zou ik nog een boek over lezen. En ook weer niet. Een vervolg kan immers enkel tegenvallen. Of toch niet?</p>
<p><strong>4. <em>J-Pod</em> &#8211; Douglas Coupland (2006)</strong><br />
<img class="alignright" title="J-Pod" src="http://www.theoploeg.net/images/jpod.jpg" alt="" width="100" height="150" />Misschien ben ik in de jaren negentig blijven hangen. <em>J-Pod</em> van Douglas Coupland is immers ergens een vervolg op <em>Microserfs</em>, dat de in Duitsland geboren Canadees een decennium eerder schreef. Maar toch, <em>J-Pod</em> geeft weer een prachtig beeld van de wereld van de nieuwe mediaprofessional die, oh zo hip, niet los kunnen komen van de door hen gecreëerde schijnwereld. Kortom, een perfect elixer om te overleven in een wereld die wordt gedomineerd door haantjesgedrag, vernieuwingsdrang en grootheidswaanzin. Ik zou eigenlijk meer van Coupland moeten lezen, maar zijn <em>The gum thief</em> en <em>Generation A</em> saan hier nog steeds onaangeroerd in de kast.</p>
<p><strong>5. <em>Ein lied mehr</em> &#8211; Blumfeld (2007)</strong><br />
<img class="alignright" title="Ein Lied Mehr" src="http://www.theoploeg.net/images/einliedmehr.jpg" alt="" width="150" height="150" />Geen roman. Wel literatuur. Proza. De teksten van Blumfeld zijn de mooiste liedjesteksten ooit geschreven. Door romanticus en filosoof Jochen Distelmeyer. <em>Ein lied mehr</em> is de zwanenzang van de Duitse band. Eerder schreef ik over de teksten van Distelmeyer voor webzine cut-up: ‘Tja, waar Nirvana met <em>Nevermind</em> levensangst verklankt voor tieners, doet Blumfeld &#8211; overigens vernoemd naar een oudere vrijgezel uit een verhaal van Kafka &#8211; dat voor jong volwassenen. Hoe te overleven in een wereld die niet te begrijpen is? Die niet te controleren is? <em>Ich-Maschine</em> geeft geen antwoord, wel gemoedsrust. Ook Distelmeyer loopt tegen dezelfde muren aan als ik, een in zichzelf verloren student filosofie in Amsterdam.<em> Ich-Maschine</em> is als een drug. Distelmeyer schreeuwt voor mij en duizenden die net als ik niets begrijpen van dit leven. Politiek teruggebracht naar een menselijke maat. Uiteindelijk volgt de berusting dat er geen oplossing is. Bij mij en bij Distelmeyer.’ Niets aan toe te voegen.</p>
<p>En jullie favoriete romans van het eerste decennium van deze eeuw?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/03/08/maandag-lijstjesdag-5/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Met terugwerkende kracht: de top-10 van de jaren nul</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2009/12/04/met-terugwerkende-kracht-de-top-10-van-de-jaren-nul/</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2009/12/04/met-terugwerkende-kracht-de-top-10-van-de-jaren-nul/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 04 Dec 2009 18:02:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[dance]]></category>
		<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[blumfeld]]></category>
		<category><![CDATA[BT]]></category>
		<category><![CDATA[fennesz & sakomoto]]></category>
		<category><![CDATA[gas]]></category>
		<category><![CDATA[hell]]></category>
		<category><![CDATA[hybrid]]></category>
		<category><![CDATA[jacob Haagsma]]></category>
		<category><![CDATA[jan jelinek]]></category>
		<category><![CDATA[justus köhncke]]></category>
		<category><![CDATA[lijstjes]]></category>
		<category><![CDATA[luomo]]></category>
		<category><![CDATA[OOR]]></category>
		<category><![CDATA[primal scream]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=435</guid>
		<description><![CDATA[Ja, rijkelijk laat. Ik weet. Mijn top-10 van de jaren nul is reeds verschenen in OOR #11 van dit jaar. Voor blogbezoekers die hét tijdschrijft over popmuziek in de breedte niet lezen, staat ie hieronder. 1. Gas &#8211; Pop 2. Blumfeld - Jenseits von Jedem 3. Luomo &#8211; Vocalcity 4. Primal Scream &#8211; Exterminator 5. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ja, rijkelijk laat. Ik weet. Mijn top-10 van de jaren nul is reeds verschenen in OOR #11 van dit jaar. Voor blogbezoekers die hét tijdschrijft over popmuziek in de breedte niet lezen, staat ie hieronder.</p>
<p>1. Gas &#8211; <em>Pop</em><br />
2. Blumfeld -<em> Jenseits von Jedem</em><br />
3. Luomo &#8211; <em>Vocalcity</em><br />
4. Primal Scream &#8211; <em>Exterminator</em><br />
5. Fennesz &amp; Sakomoto &#8211; <em>Cendre</em><br />
6. Hybird &#8211; <em>Morning Sci-Fi</em><br />
7. Jan Jelinek &#8211; <em>Kosmischer Pitch</em><br />
8. Hell &#8211; <em>Teufelswerk</em><br />
9. Justus Köhncke &#8211; <em>Doppelleben</em><br />
10. BT &#8211; <em>Movement in Still Life</em></p>
<p>Tuurlijk, genoeg albums die er ook in hadden moeten staan. Geen Rhythm &amp; Sound, Burial, Trentemøller, LCD Soundsystem, Newworldaquarium, Boxcutter, Farben en Kode 9. Wel <em>Movement In Still Life</em>, eigenlijk een album uit 1999, maar pas in 2000 verkrijgbaar in Europa en Nederland. Ook <em>Vocalcity</em> voegde ik op het laatste moment toe. Jacob Haagsma wist me ervan te overtuigen dat de plaat toch echt geldt als het debuut van Luomo en geen verzameling ep&#8217;s is. Waarvan acte. Uiteindelijk bleek het album mijn enige die het haalde tot de gezamenlijke top-100. Al bleef het meesterwerk steken op 70.</p>
<p>Wat ik nu, een dikke anderhalve maand later, aan de lijst zou veranderen. Niets, helemaal niets. Want prachtlijst.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2009/12/04/met-terugwerkende-kracht-de-top-10-van-de-jaren-nul/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jochen Distelmeyer ís Blumfeld</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2009/10/24/jochen-distelmeyer-is-blumfeld/</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2009/10/24/jochen-distelmeyer-is-blumfeld/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 24 Oct 2009 15:24:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[blumfeld]]></category>
		<category><![CDATA[hamburger schule]]></category>
		<category><![CDATA[heavy]]></category>
		<category><![CDATA[jochen distelmeyer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=382</guid>
		<description><![CDATA[In Duitsland is het groot popnieuws. Jochen Distelmeyer, de voormalig frontman van de beste Duitse indieband ooit, heeft een soloalbum gemaakt. Een album dat klinkt zoals Blumfeld, zo heette de band waarmee hij sinds begin jaren negentig furore maakte, anno 2009 had moeten klinken. Was Jochen Distelmeyer Blumfeld? In Nederland is Blumfeld nauwelijks bekend. Ja, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In Duitsland is het groot popnieuws. Jochen Distelmeyer, de voormalig frontman van de beste Duitse indieband ooit, heeft een soloalbum gemaakt. Een album dat klinkt zoals Blumfeld, zo heette de band waarmee hij sinds begin jaren negentig furore maakte, anno 2009 had moeten klinken. Was Jochen Distelmeyer Blumfeld?<span id="more-382"></span></p>
<p>In Nederland is <a href="http://de.wikipedia.org/wiki/Blumfeld" target="_blank">Blumfeld</a> nauwelijks bekend. Ja, eind jaren negentig schreef het poptijdschrift Opscene regelmatig over de Hamburgse band. In Nederlandse undergroundkringen was de Hamburgse indiepopscene destijds behoorlijk populair. Tocotronic, Blumfeld, Die Goldene Zitronen, ze golden als de Europese evenknie van de populaire Amerikaanse en Britse indierock. Niet voor niets scoorde Tocotronic een hit met het ironische <em>Wir sind hier nicht In Seattle, Dirk</em>. Nu zie je Blumfeld nog wel eens opduiken in de eindjaarslijstjes van een verlichte popcriticus. En dat was het dan wel. De indierock van de Hamburgse School leent zich niet zo goed als muzikaal behang bij een uitzending over voetbal. Daar is de inhoud te poëtisch of kritisch voor.</p>
<p>Dat Blumfeld twee jaar geleden de pijp aan maarten gaf, <a href="http://www.cut-up.com/news/issuedetail.php?sid=523&amp;issue=39" target="_blank">werd enkel opgepikt door webzine cut-up</a>. Niet toevallig, ik zwaaide er immers de scepter. In Duitsland is Blumfeld net zo bekend als Kane of Anouk hier. Jochen Distelmeyer is er de intellectuele troubadour die de moderne maatschappij doeltreffend fileert zonder zich te verliezen in abstracte bespiegelingen of plat opportunisme. Kom daar maar eens om in ons land. Goed, twee jaar terug ging het dus mis met Blumfeld. Begrijpelijk. Vijfde album <em>Verbotene Früchte</em> (2006) was een bittere teleurstelling. Voorgangers <em>Testament der Angst</em> (2001) en <em>Jenseits von Jedem</em> (2003) haalden het ook niet bij het beste werk van de Hamburgers. Maar goed, ze waren genietbaar. Zonder meer.</p>
<p>Met <em>Heavy</em>, zijn eerste soloalbum, keert Jochen Distelmeyer terug naar het oude geluid van Blumfeld. En dat doet hij bijzonder goed. In een interview met het Duitse <a href="http://www.spex.de" target="_blank">Spex</a> suggereert de Hamburger dat hij tijdens de opnamen van <em>Heavy</em> niet bezig was met het verleden, dat Heavy de Jochen Distelmeyer van nú laat horen. Dat vraag ik me echter af. Goed, hij geeft toe dat hij na Blumfeld op zoek is gegaan naar wat nu eigenlijk hét typische Distelmeyer-product is. Een boek? Theaterstuk? Wellicht een schilderij? Het werd een album. Dat wat Distelmeyer altijd al deed. En het klinkt nog eens bekend ook.</p>
<p><img title="Jochen Distelmeyer - Heavy" src="http://theoploeg.net/images/jochendistelmeyerheavy.jpg" alt="" width="300" height="300" /></p>
<p>Het ingetogen, halfakoestische Murmel lonkt naar <em>L’etat Et Moi </em>(1995). Muzikaal dan, tekstueel is Distelmeyer de auteur die hij sinds Old <em>Nobody</em> (1999) is.</p>
<p>“Ich leb’ dafür und leb’ davon<br />
Am Ende ist es nur ein Song<br />
Und ich flieg’ davon<br />
Mit dir”</p>
<p>en</p>
<p>“Ich, ich bin am Ziel<br />
Weiss was ich will und brauch nicht viel<br />
Ich bin dort, wo die Kinder spielen”</p>
<p>Ziedaar de aanschouwer Distelmeyer. Nog verder terug gaat Hinter der Musik. Een indierocker die niet had misstaan op debuut <em>Ich-Maschine</em> (1992). En juist daar maakt hij diskurzpop uit het boekje. Abstracte teksten, afstandelijk ook, maar oh zo duidelijk en raak.</p>
<p>“Halt die Wunde wach<br />
Wahrheit oder Pflicht<br />
Dicke Luft im Schacht<br />
Trauer tropft als roter Faden<br />
Auf die tastatur<br />
Herzblut zum Herunterladen<br />
Vonder Frohnatur<br />
Und der Himmel wird gelb wie Gift<br />
All die toten Clowns<br />
Auf meinem Narrenschiff</p>
<p>Irrsinn!<br />
Blitzt aus Kameraaugen<br />
Komm nimm, die Nacht aus meinen Augen<br />
Irrsinn, komm!”</p>
<p>Het nadenken heeft Distelmeyer hoorbaar goed gedaan. Tekstueel is hij op <em>Heavy</em> uitermate sterk. Gelaten ook. Dat is de Distelmeyer die we sinds <em>Old Nobody</em> kennen.</p>
<p>Maar hoe zit het instrumentaal? Ook daar geldt dat het gemis van André Rattay &#8211; drummer en enige nog overgebleven oprichtingslid van Blumfeld in de laatste bezetting &#8211; minimaal is. Jochen Distelmeyer klinkt op <em>Heavy</em> als Blumfeld. Dezelfde nummers, dezelfde sfeer, dezelfde gitaarpartijen, dezelfde gemoedstoestand. Sterker nog, <em>Heavy</em> klinkt meer Blumfeld dan <em>Verbotene Früchte</em>. Misschien zelfs meer dan <em>Testament der Angst</em>. De overtreffende trap? Voor het eerst zijn alle stijlen die Blumfeld in zijn achttienjarige bestaan heeft gespeeld verenigd op één album. Suikerzoete popliedjes, stuurse indierockers, gevoelige ballades. Ze zijn er en bijten elkaar nergens. Die verzameling maakt <em>Heavy</em> tot een prachtig popalbum, dat in Nederland helaas onopgemerkt zal blijven.</p>
<p>Onnodig, want tweede single <em>Lass uns Lieve sein</em> is niet alleen behept met een fraaie clip, het nummer is een goed voorbeeld van de muzikale klasse van Distelmeyer. Ga maar na: fraai, soms lekker stuurs pianowerk, goed popritme, meezingbaar couplet en refrein. Grootste troef? De tekst van Distelmeyer. Op het eerste gehoor mierzoete, poëtische kitsch. Maar dat is schijn. Lees maar mee:</p>
<p>“So ging ich über Berg und Tal<br />
Komm und träum den Traum noch mal<br />
Komm um Dir zu sagen:<br />
Lass uns Liebe sein<br />
All das stille Sehnen tief in uns<br />
Einsam sein ist keine Kunst<br />
Ich weiß für mich<br />
Muss es Liebe sein”</p>
<p>In combinatie met dat stuurse pianowerk en toegankelijk popritme maakt die tekst <em>Lass uns Liebe sein</em> tot muziek die het discours pop of indie overstijgt. Dit is kunst die onze projecties van de werkelijkheid pijnlijk blootlegt. Kunst die ongewild en onverwacht schuurt. En dat is precies waar Jochen Distelmeyer  goed in is. Blij toe dat hij geen boek is gaan schrijven.</p>
<p><em>Heavy van Jochen Distelmeyer is uit op Columbia Berlin.</em></p>
<p><object width="640" height="390"><param name="movie" value="http://www.youtube.com/v/8MAdIqOkam8?version=3&amp;hl=nl_NL"></param><param name="allowFullScreen" value="true"></param><param name="allowscriptaccess" value="always"></param><embed src="http://www.youtube.com/v/8MAdIqOkam8?version=3&amp;hl=nl_NL" type="application/x-shockwave-flash" width="640" height="390" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true"></embed></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2009/10/24/jochen-distelmeyer-is-blumfeld/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>in your eyes i could get lost forever</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2007/11/28/in-your-eyes-i-could-get-lost-forever/</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2007/11/28/in-your-eyes-i-could-get-lost-forever/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Nov 2007 10:44:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[adrian borland]]></category>
		<category><![CDATA[all fall down]]></category>
		<category><![CDATA[blumfeld]]></category>
		<category><![CDATA[from the lion's mouth]]></category>
		<category><![CDATA[heads and hearts]]></category>
		<category><![CDATA[jeopardy]]></category>
		<category><![CDATA[jochen distelmeyer]]></category>
		<category><![CDATA[the sound]]></category>
		<category><![CDATA[thees ullmann]]></category>
		<category><![CDATA[tomte]]></category>
		<category><![CDATA[willemien spook]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://theoploeg.wordpress.com/2007/11/28/in-your-eyes-i-could-get-lost-forever/</guid>
		<description><![CDATA[Ik heb nooit begrepen waarom All Fall Down en Heads and Heart als minder worden beoordeeld dan de eerste twee platen van de The Sound. Sterker: op de een of andere manier heb ik al jaren &#8211; ik kocht de eerste vier albums van de band pas eind jaren tachtig &#8211; een antipathie tegen From [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://image.allmusic.com/00/amg/cov200/dre800/e845/e84526zhvt1.jpg" align="right" height="107" width="107" />Ik heb nooit begrepen waarom <em>All Fall Down</em> en <em>Heads and Heart </em>als minder worden beoordeeld dan de eerste twee platen van de The Sound. Sterker: op de een of andere manier heb ik al jaren &#8211; ik kocht de eerste vier albums van de band pas eind jaren tachtig &#8211; een antipathie tegen <em>From the Lion&#8217;s Mouth</em>. Waarom? Geen idee. Nog maar eens draaien dus.</p>
<p><span id="more-33"></span>Jarenlang heb ik de albums van The Sound niet gedraaid. Voor het laatst, denk ik, rond de zelfmoord van zanger en liedjesschrijver Adrian Borland op 26 april 1999. Hij sprong voor de trein. Pas jaren later verhuisde ik naar Haarlem. Een stad waar Borland iets mee had. Nooit uitgezocht wat, overigens. Het lijkt erop dat Borland een tijdje in Haarlem heeft gewoond.</p>
<p>Goed. Vanochtend kwam aan die The Sound-loze periode abrupt een einde. Tijdens het ontwaken neuriede ik &#8220;In your Eyes I Could get lost Forever&#8221; in het tempo van <em>Burning Part of Me</em>. Precies ja, een van de prijsnummers op <em>Heads and Hearts</em>. Waarom? Geen idee. Vandaag wordt een aangename dag. College voorbereiden voor volgende week, middagthee met een vriendin, checken of de Slegte in Haarlem net zo veel leuke boeken verkoopt als die in Eindhoven. Al kwam ik er al snel achter dat ik gisteren het concert van The Veils in Patronaat heb gemist. Stom.</p>
<p>Het voorbereiden van dat college moet even wachten. De brandende vraag die me tijdens het douchen bezig hield, dient beantwoord te worden. Waarom trek ik <em>From the Lion&#8217;s Mouth</em> niet? En, wellicht voor later zorg, waarom kocht ik nooit het vijfde album van The Sound, <em>Thunder Up</em>, en volgde ik de solocarrière van Borland niet? Gelukkig sta ik niet elke dag op met zulke vragen.</p>
<p><img src="http://image.allmusic.com/00/amg/cov200/dre800/e845/e84525h6var.jpg" align="left" height="152" width="152" />Goed. Naar The Sound dus. Eerlijk is eerlijk. <em>Jeopardy</em>, de debuutplaat van de Britten uit 1980, deed me altijd weinig. Niet onaardig, hoor. <em>Heartlands</em> is een leuke single. Maar de indruk die <em>Unknown Pleasures</em> en <em>Chairs Missing</em> of <em>154 </em>achterlieten was vele malen groter. Albums uit dezelfde periode. <em>From the Lion&#8217;s Mouth</em> (1981) klinkt potsierlijk. Veel te zwaar aangezette, theatrale, donkere wave. Past niet bij de prachtige stem van Borland.</p>
<p>In de tijd dat ik de vier albums op vinyl aanschafte &#8211; eigenlijk: uit de uitverkoopbakken redde &#8211; bezat ik een prachtig systeem om mijn albums en cassettebandjes te ordenen. Op deze donkere woensdagochtend in november &#8211; bijna twintig jaar later &#8211; lukt het me na een half uur zoeken om <em>From the Lion&#8217;s Mouth</em>, <em>All Fall Down</em> en <em>Heads and Hearts </em>op te duikelen. <em>Jeopardy</em> is, tijdelijk, onvindbaar. Moet dan maar.</p>
<p>Uiteindelijk vertelt <em>From the Lion&#8217;s Mouth,</em> rondjes draaiend op m&#8217;n Soundlab, het verhaal van The Sound vóór 1982. Goede nummers, inderdaad theatraal en dik aangezet met synthesizers. Toch spelen de baslijnen op <em>From the Lion&#8217;s Mouth </em>de hoofdrol. Niet de stem en teksten van Borland. En dat is opmerkelijk. Het verklaart wel waarom ik het album niet buitengewoon goed vind. Al is de antipathie verdwenen.</p>
<p>Het punt is &#8211; en dat geldt ook voor <em>Jeopardy</em> &#8211; dat de teksten van Borland verhalen van existentiële angst. Gekoppeld aan de obligate new wave-melodieën en -ritmes, blijft er weinig te fantaseren over. Geeft meteen het verschil aan met Wire en Joy Division in die periode &#8211; eind jaren zeventig, begin tachtig. Zij koppelden soortgelijke teksten aan muziek die vervreemt. Bij The Sound gaan de verhalen van Borland te veel kopje onder in muzikaal gedram. Al staan er een paar fantastische nummers op het album. <em>Sense Of Purpose</em> bijvoorbeeld. Dat al iets laat horen van de richting die The Sound op zal gaan.</p>
<p>Al bij de eerste tonen van <em>All Fall Down</em> is duidelijk welke ontwikkeling The Sound heeft doorgemaakt. Plots horen muziek én teksten op een griezelige manier bij elkaar. Tot in elk detail is dat merkbaar. Het is geen prettig bij elkaar horen. Eerder een van afstoten en aantrekken. En dan is er <em>Party Of My Mind</em>, dat me direct doet afvragen: waarom stond dit album niet in m&#8217;n popalbum top-10 aller tijden voor OOR, vorig jaar? Het nummer is The Sound op z&#8217;n best. Bitterzoete tragiek. Huilen met een grimas op je gezicht.</p>
<p><img src="http://image.allmusic.com/00/amg/cov200/drf100/f143/f143791rnrp.jpg" align="right" height="159" width="159" />Eerder schreef ik op mijn vorige blog over <a href="http://www.nucult.net/archives/000037.php3#000037" target="_blank">het verschil tussen de tekstuele benadering van Thees Ullmann (Tomte) en Morissey</a>. Bij Morissey is er haat, negativiteit, bitterheid. Ullmann is die fase al voorbij. Er is berusting, gelatenheid. Dat laatste is ook bij Borland het geval. Natuurlijk, het is een manier van omgaan met de weerbarstige realiteit. Met dat wat toch niet veranderd kan worden omdat juist dát niet in je macht ligt. Hoe graag je het ook wilt. Die sfeer ademt <em>All Fall Down</em>. Voor het eerst ondersteunen muziek en tekst elkaar optimaal. Al is het tegen wil en dank. Want wringen en schuren doet het. Ja, het doet pijn. Al is de pijn verdomde prettig. <em>Monument</em> is een ode aan de liefde, maar wel eentje die verloren is.</p>
<p>De b-kant van <em>All Fall Down</em> bevat de beste liedjes van The Sound. <em>Song and Dance</em>  is de soundtrack van het Borland-universum. Antwoorden op levensvragen? Zijn er niet. We kunnen wel een liedje maken en daarop dansen om ze te vergeten. Voor even. Moeilijke, maar prachtig plaat. Platenmaatschappij WEA is overigens niet onder de indruk en dumpt de band. De ep <em>Shock of Daylight</em> uit 1984 bezit ik helaas niet. Een jaar later verschijnt <em>Heads and Hearts</em>. Een op het eerste gehoor verrassend licht album. Schijn bedriegt. Muzikaal is de plaat inderdaad minder zwaar en donker dan <em>All Fall Down</em>. The Sound kruipt er dicht tegen het geluid van Simple Minds aan.</p>
<p><img src="http://image.allmusic.com/00/amg/cov200/drf100/f143/f143723h3u3.jpg" align="left" height="181" width="181" />De thematiek blijft echter hetzelfde. Is op <em>Heads and Hearts</em> misschien nog wel sterker dan op <em>All Fall Down</em>. Op dat album klinkt hier en daar nog de wil door om te vechten. Steekt de aandrang om de situatie te veranderen de kop op. Is afwezig op <em>Heads and Hearts</em>. Het maakt het album, ondanks het luchtigere muzikale karakter, emotioneel de zwaarste van de vier platen die ik van ze bezit. <em>Under You</em> en <em>Burning Part Of Me</em> zijn de onbetwiste hoogtepunten. Alles is verloren, declameert Borland er. Mét een &#8216;ach, het niet anders&#8217;-glimlach. En oef, dat gaat diep. Want wat rest een mens dat weet dat nu écht alle hoop vervlogen is. Precies ja, er luchthartig over doen. De waarheid is immers te groot om te dragen.</p>
<p>Wat dat betreft maakte Borland op tekstueel gebied dezelfde ontwikkeling door als  <a href="http://www.cut-up.com/news/issuedetail.php?sid=523&amp;issue=39" target="_blank">Jochen Distelmeyer van Blumfeld</a>. Borland heeft het blijkbaar uiteindelijk niet van zich af kunnen zetten. En zo levert deze donkere ochtend in november nog heel wat acties op: achter het werk van The Sound en Borland aan dat ik nog niet bezit én op zoek gaan naar het boek <em>Herinneringen aan Adrian Borland</em> van Willemien Spook. Een mede-Haarlemse notabene.</p>
<p>Zo. Nu nog een keertje <em>Heads and Hearts</em> en <em>All Fall Down</em> draaien. <em>From the Lion&#8217;s Mouth</em> mag weer terug in de platenkast.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2007/11/28/in-your-eyes-i-could-get-lost-forever/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

