De muziek van Objekt afdoen als dubstep? Slaat nergens op. De mannen van de beste radioshow ter wereld, Beneden NAP uit Amsterdam, noemen de pareltjes van de Berlijner dan ook bass music. Zo hoort dat. In Gonzo (circus) stoeit Katrien Schuermans met de ondefinieerbare pracht van Objekt. Haar worsteling is begrijpelijk: Objekt is niet in hokjes te vangen. Veel is er niet te vinden over de producer. Ja, hij gebruikt eveneens de naam TJ Hertz. Brengt de persoon zelf niet dichterbij. Over het internet zweven een handjevol interviews, in Gonzo (circus) komt de Berlijner aan het woord. Als hij geen muziek produceert? Dan programmeert hij dj-tools als Traktor voor Native Instruments. Dat schept een band: we kunnen beiden uit te voeten met C++, de überprogrammeertaal.
Vorige maand verscheen de 12inch Cactus/Porcupine bij Hessle Audio, zijn minst uitgesproken werk tot nu toe. In Cactus probeert Object ironisch te zijn. Heeft ie niet nodig. Porcupine is beter. Verrassender ook. Maar z’n werk tot nu toe bracht Objekt vorig jaar uit op zijn eigen label, eh, Objekt. Twee plakken vinyl met vier nummers die inmiddels nergens meer te vinden zijn. Op vinyl, dan (René Passet meldde me zojuist dat er inmiddels herpersingen zijn). Prijsnummers zijn Tinderbox en Unglued die beide herinneren aan de vroege jaren negentig. Invloeden uit rave, dub en techno omhelzen elkaar innig. Een 808 (écht of niet) draait overuren. De spanning is te snijden, een beetje zoals op de laatste Burial. Glitch en omgevingsruis spelen een belangrijke rol. Extra grappig omdat Objekt sleutelt aan de systemen die menig producer gebruikt om muziek te maken.
De techno in CLK Recovery is meesterlijk. Diepe ritmes, gortdroge beat een ratelende drumcomputer: hoe retro wil je het hebben? The Goose That Got Away is donkere techstep, zo weggelopen uit de late jaren negentig toen drum’n’bass donkerder en donkerder werd. En dan zijn daar plots weer die rave-ritmes. De luisteraar op het verkeerde been zetten? Daar smult Objekt blijkbaar van. De luisteraars ook. Op internationale dancefora wordt hij gesmeekt om meer materiaal uit te brengen. Begrijpelijk. Toch, haastige spoed is zelden goed. Nu nestelt de Berlijner zich behaaglijk tussen Zomby en Burial met wie hij een duidelijke dub- en rave-esthetiek deelt. Wat voor hen geldt, geldt ook voor Objekt: op geweldige muziek wachten we graag, ook in tijden van internet.
Objekt #1 en Objekt #2 zijn verschenen bij Objekt, Cartus/Porcupine bij Hessle Audio.
Opvallende verandering: What? van Bodi Bill klinkt toegankelijker dan voorgaand werk. Meer pop, minder electro. Dat pakt niet slecht uit. Voorgangers No More Wars en Next Time hinkten te veel op twee gedachten. Sloegen uiteindelijk door naar dansbare electropop. Op What?, de derde dus, ligt het tempo lager, zijn de melodieën doorwrochter en krijgt zanger Fabian Fenk meer ruimte.
Dat levert betere liedjes op. Betere popliedjes, eigenlijk. Zorgt er ook voor dat de drie Berlijners – naast Fabian Fenk ook Anton Feist, Alex Amoon – nogal wat weg hebben van Junior Boys, het Canadese duo waarvan de helft tegenwoordig in de Duitse hoofdstad bivakkeert. Begon Dull Care van Junior Boys bevat net zulke melancholische, donkere pop met elektronische touch als What?. Toch zijn er verschillen. Zo diep als de twee Canadezen gaan de Duitsers niet. Onbewust houden ze in, gooien ze er nog wat luchtig in als het muzikale gemoed te zwaar wordt. Jammer.
Ander verschil? De techno-invloeden die Bodi Bill knap in de poppy nummers verwerkt. Bij Written In Music haalt Sophie Westhiner er Funkstörung bij om die invloeden te kunnen plaatsen. Geen vreemde vergelijking. Toch ligt de nadruk op deze derde duidelijk op vroege jaren tachtig pop. Echo’s van Simple Minds in de beginperiode klinken door. Wanneer het tempo omhoog gaat, verdwijnen de slicke popelementen langzaam. Dat zorgt voor de hoogtepunten van dit album. ‘Friends’ bijvoorbeeld, waar techno en pop prachtig in elkaar worden gedraaid. Of het zacht knisperende ‘The Net’, zonder meer het beste nummer van het album. Nieuwe single ‘Brand New Carpet‘ is een stuk lichtvoetiger en toegankelijker en mist die extra traan.
Kortom, goede zet van de drie Duitsers, die extra pop. Het maakt What? tot het beste album van Bodi Bill tot nu toe. Al hadden Fenk, Feist en Amoon nog een stukje dieper mogen gaan.
De video voor single ‘Brand New Carpet’ is gemaakt door Stephane Leonard.
Opslaan als: donkere melancholische electropop met een iets te lichte snik. Meer Bodi Bill:www.bodibill.de.
Zelden klinkt maatschappijkritiek zo opwindend als op Die ganze Kraft einer Kultur, het eerste album van Mediengruppe Telekommander. Muziektijdschrift Spex noemde de plaat één van de beste debuten van het afgelopen jaar. Terecht, het duo is immers meester in het leveren van verzet gevat in energieke popliedjes met punkattitude. Geen verzet tegen het systeem, maar tegen zichzelf. “Wij leveren vooral zelfkritiek.”
Het beste album van David Bowie is Heroes. Met afstand. Beste nummer op de plaat – opgenomen in West-Berlijn – is Blackout. Het album is uit 1977. Deze geweldige liveopname uit 1978. Bowie ziet er uit als een jonge god. Wat is jouw favoriete Bowie-album of -periode?