Zondagclip #22: de esthetica van geweld bij The Shoes

March 18th, 2012 — 12:00pm

Ja, de videoclip voor ‘Time To Dance’ van The Shoes werd de afgelopen week veelvuldig gedeeld op internet, ook door Nederlandse blogs. Dat is echter geen redden om het kunstwerk niet nog een keer te delen. Zondagclip is er namelijk maar een maal per week en vorige week gaf ik Stabil Elite voorrang.

Het Franse duo The Shoes, Guillaume Brière en Benjamin Lebeau uit Reims, zag ik al eens live. Geen idee meer waar. Ik dacht op Les Ardentes in Luik. Vorig jaar brachten de twee het album Crack My Bones uit. Aardig album dat in Nederland niet zoveel heeft gedaan. The Shoes is op z’n best wanneer melancholische elektronica zich mengt met naïeve indiepop. Zoals in ‘Time To Dance’, een van de betere nummers op het album.

De clip is een kunstwerk op zich. Brett Easton Ellis tweette er vorig week over.

Het ligt voor de hand om de clip van regisseur Daniel Wolfe losjes in verband te brengen met het boek American Psycho van de Amerikaanse schrijver. Daarin leidt (en lijdt) Patrick Bateman een dubbelleven. Al is dat eigenlijk niet helemaal duidelijk. In de clip mag acteur Jake Gyllenhaal (onder andere Zodiac en Brokeback Mountain) zijn dubbelleven laten zien. Wolfe brengt dat zo, eh, esthetisch, in beeld dat de muziek van The Shoes – naïef dus, maar ook dreigend en licht ongemakkelijk – perfect past.

    Comment » | dance, pop

    Dead Dove District: noisecore met vreemde trekjes

    March 17th, 2012 — 11:57am

    Eigenlijk had ik me er al bij neergelegd nooit meer iets van 13:Curves te horen. Negen jaar geleden verraste de band uit Haarlem me met The Chaos in Vintage Brutality in Random Order. Een EP, gestoken in een fraai hoesje, waarop het drietal zonder moeite laveert tussen het krautfuturisme van Trans Am en de losse indie van New Fast Automatic Daffodils. In mijn recensie voor KindaMuzik sprak ik destijds het verlangen naar een langspeeldebuut uit. Wel, dat debuut is eind vorig jaar verschenen.

    Inmiddels heet de band Dead Dove District, zijn de jongens van weleer mannen geworden, heeft de indie voor een deel plaatsgemaakt voor hardere gitaren. Kortom, de oude 13:Curves is terug te horen in III, maar Dead Dove District is in essentie een andere band. Jammer? Ja, ergens wel. De onbevangenheid is vervangen door verbetenheid. Het speelse karakter door strakke arrangementen. Ook dat heeft zijn charme, al klinkt de productie van het album soms iets te rommelig. Met mathematische precisie spelen Armand Giesbergen, Renato Cannavacciuolo en Jan Tromp zich door tempowisselingen heen. Levert niet alleen een vergelijking op met Neurosis, maar maakt de band ook muzikale bloedbroers van de levendige Amsterdamse noise-scene rond Gone Bald, Katafreuffe en Boutros Bubba die werk uitbrengen op het platenlabel Narrominded dat Haarlemse wortels heeft.

    De experimenteerdrift zit de Haarlemmers overigens nog steeds in het bloed. In ‘Thin Air’ zoemen de synthesizers zoals ze dat bij 13:Curves deden. Het prachtige ‘Death Cell Monkeys’ is donkere noisecore die aansluiting vindt bij de emocore van Fugazi, die verdrinkt in een gitaarmuur. Het afsluitende ‘Wait, Break & Bleed’ is nog mooier. Komt niet alleen door de vocoder die je in eerste instantie op het verkeerde been zet, maar vooral door die prachtige, melodieuze hook die het nummer op driekwart een andere richting uitduwt. Aangezien ik de vinyl-versie van III bezit heeft dat één nadeel: de b-kant ligt beduidend vaker op de draaitafel dan de minder spannende a-kant. En zo kan ik alleen genieten van het azuurblauwe vinyl tijdens de sporadische omdraaibeurt. Benieuwd of Dead Dove District aansluiting gaat vinden bij de Narrominded-school.

    Opslaan als: noisecore met vreemde trekjes.
    Meer Dead Dove District: het album III bij Bandcamp.

      Comment » | pop, recensie

      Zondagclip #21: gitzwart optimisme met Stabil Elite

      March 11th, 2012 — 8:33am

      Schaamteloos retro, zo klinkt Stabil Elite op debuutalbum Douze Pouze. Komen ze mee weg. Simpelweg omdat hun pastiche te gek klinkt, maar ergens ook nog eens ongemakkelijk. De tekst in Drie Gerade Zahlen is hilarisch (‘haben drei tote Vögel den Ombudsman bestellt’). Single Expo is alsof de Kraftwerk van Radioaktivität in de studio de Depeche Mode uit hun meest donkere periode ontmoet.

      Kortom, Stabil Elite laat twee decennia – de zorgeloze jaren zeventig en de donkere jaren tachtig – keihard op elkaar botsen. En dat leidt tot opwinding door de muzikale vervlechting én die van twee tegenovergestelde tijdsbeelden. Mijn advies? Meteen op vinyl bestellen bij platenmaatschappij Italic. En nu genieten van de prachtige clip bij Expo.

      Stabil Elite – Expo (ITALIC) from ITALIC Recordings on Vimeo.

        Comment » | dance, pop

        Dub- en rave-esthetiek met Objekt

        March 10th, 2012 — 7:09pm

        De muziek van Objekt afdoen als dubstep? Slaat nergens op. De mannen van de beste radioshow ter wereld, Beneden NAP uit Amsterdam, noemen de pareltjes van de Berlijner dan ook bass music. Zo hoort dat. In Gonzo (circus) stoeit Katrien Schuermans met de ondefinieerbare pracht van Objekt. Haar worsteling is begrijpelijk: Objekt is niet in hokjes te vangen. Veel is er niet te vinden over de producer. Ja, hij gebruikt eveneens de naam TJ Hertz. Brengt de persoon zelf niet dichterbij. Over het internet zweven een handjevol interviews, in Gonzo (circus) komt de Berlijner aan het woord. Als hij geen muziek produceert? Dan programmeert hij dj-tools als Traktor voor Native Instruments. Dat schept een band: we kunnen beiden uit te voeten met C++, de überprogrammeertaal.

        Vorige maand verscheen de 12inch Cactus/Porcupine bij Hessle Audio, zijn minst uitgesproken werk tot nu toe. In Cactus probeert Object ironisch te zijn. Heeft ie niet nodig. Porcupine is beter. Verrassender ook. Maar z’n werk tot nu toe bracht Objekt vorig jaar uit op zijn eigen label, eh, Objekt. Twee plakken vinyl met vier nummers die inmiddels nergens meer te vinden zijn. Op vinyl, dan (René Passet meldde me zojuist dat er inmiddels herpersingen zijn). Prijsnummers zijn Tinderbox en Unglued die beide herinneren aan de vroege jaren negentig. Invloeden uit rave, dub en techno omhelzen elkaar innig. Een 808 (écht of niet) draait overuren. De spanning is te snijden, een beetje zoals op de laatste Burial. Glitch en omgevingsruis spelen een belangrijke rol. Extra grappig omdat Objekt sleutelt aan de systemen die menig producer gebruikt om muziek te maken.

        De techno in CLK Recovery is meesterlijk. Diepe ritmes, gortdroge beat een ratelende drumcomputer: hoe retro wil je het hebben? The Goose That Got Away is donkere techstep, zo weggelopen uit de late jaren negentig toen drum’n’bass donkerder en donkerder werd. En dan zijn daar plots weer die rave-ritmes. De luisteraar op het verkeerde been zetten? Daar smult Objekt blijkbaar van. De luisteraars ook. Op internationale dancefora wordt hij gesmeekt om meer materiaal uit te brengen. Begrijpelijk. Toch, haastige spoed is zelden goed. Nu nestelt de Berlijner zich behaaglijk tussen Zomby en Burial met wie hij een duidelijke dub- en rave-esthetiek deelt. Wat voor hen geldt, geldt ook voor Objekt: op geweldige muziek wachten we graag, ook in tijden van internet.

        Objekt #1 en Objekt #2 zijn verschenen bij Objekt, Cartus/Porcupine bij Hessle Audio.

        Opslaan als: eh, gewoon bass music.
        Meer Objekt: keinobjekt.tumblr.com.
        Curiosa: vorig jaar leverde Objekt deze fraaie mix af voor FACT.

          Comment » | dance, pop, recensie

          Kim Janssen en het verlangen naar dat wat niet meer is

          March 6th, 2012 — 8:11pm

          Favorieten tijdens mijn treinreis naar Keulen vorige week donderdag? Kim Janssen en Aafke Romeijn. Natuurlijk, de Keulse minimal was al geselecteerd. En toch bleef ik hangen bij de twee liedjesschrijvers. Over Romeijn later op dit blog meer. Het tweede album van Kim Janssen is er een om te koesteren. Laat ik eerlijk zijn: z’n debuut uit 2009 is aan me voorbij gegaan, de prachtige muziek van zijn andere band, The Black Atlantic, niet. Op Ancient Crime klinkt Janssen breekbaar. Kwetsbaar ook. Een vergelijking met de Britse band Guillemots dringt zich op. De vierentwintigjarige Janssen klinkt net zo Brits, minder indie en experimenteel. Dat laatste is betrekkelijk. Ancient Crime laveert continu tussen pop, klassiek en avantpop. Gelukkig maakt Janssen geen keuze.

          Zorgt ervoor dat Ancient Crime direct begint te leven. Janssen bedoelde een conceptalbum te maken dat speelt in de winter op een afgelegen kostschool ergens in een dorp in het Noordwesten van Engeland. Terwijl de trein langs glooiende heuvels zoeft hoor ik herfst. Of beter: voel ik een warme zomer die langzaam sterft. Janssens introverte nummers zijn warm en zwanger van verlangen naar dat wat er niet meer is: intimiteit, broederschap, echtheid, oprechtheid, Janssen boetseert zijn melodieën rond universele thema’s. Hij weet er het hart mee te raken. Tijdens het prachtige, verstilde Pierpont: For The Beaty staat de tijd even stil. Hoop en verlangen sijpelen door in Holmes’ Bonfire, 1666.

          Constante is de hoge, licht hysterische stem van Janssen. Belangrijk, maar niet het enige dat Ancient Crime draagt. Janssen speelt met z’n arrangementen, stoeit met pop en klassiek, gebruikt een keur aan instrumenten, reisde langs evenveel steden. In de Catharina kerk in Utrecht nam hij mét kerkorgel én honderd-koppig Toonkunstkoor het broze Blyth Farjeon Choir op. Drift schurkt dicht tegen eerder genoemde Guillemots aan. Had zo op Through the Windowpane gekund. Zat ik in de trein van Glasgow naar Newcastle? Had ik de door Janssen bedoelde winter misschien wel gevoeld. Ach, doet er niet toe. Ancient Crime is, ondanks het concept, een universeel album geworden dat rust zoekt in de haastige tijden waarin we leven. Maakt me nieuwsgierig naar het debuut dat Janssen samen met Maria Hansen (The National, SufJan Stevens) opnam in een verlaten treinstation in Massachusetts. Janssen maakt reizen die ik enkel in mijn hoofd durf te maken.

          Ancient Crime van Kim Janssen verschijnt vrijdag 9 maart bij Snowstar Records, het album is hier te beluisteren, morgen speelt Kim Janssen één minuut bij De Wereld Draait Door, het album presenteert hij vrijdag officieel in Ekko, Utrecht.

          Opslaan als: ideaal gezelschap voor treinreizen naar een denkbeeldige wereld.
          Meer Kim Janssen: www.kimjanssen.net.

            Comment » | pop, recensie

            Burial biedt geen verlossing meer

            March 5th, 2012 — 12:20pm

            Burial aan de vierkwartsmaat? Ja, hoor. En dat is goed. Eerlijk gezegd verloor ik Will Bevan de laatste jaren een beetje uit het oog. Z’n titelloze debuut is geweldig. Het geluid op dat album is uniek. Bevans zette er een standaard die regelmatig werd geplagieerd. Maar niemand bereikte ooit het niveau van die eersteling. Ook Bevan zelf niet. Het is met die eerste van Burial als met het debuut van Kode 9 + Spaceape: eentje is genoeg, de rest enkel balast. Zo klonken de latere albums van Burial mij in de oren. Niets slecht, zeker niet, maar overbodig. Zijn recente 12inches bevestigden die indruk. Bevan was zoekende en dat leverde nu eens geen beste muziek op. Niet erg. Die ‘experimenten’ vormen de opmaat voor Kindred EP.

            En ja, die is bijzonder. Sterker nog: dit is het beste dat Bevan tot nu toe maakte. Ja, ook beter dan het titelloze debuut dus. Kindred EP is sleutelmateriaal. Bevan vindt Burial er opnieuw uit, breekt radicaal met zijn oude geluid. Dat verdient uitleg, want wie de drie nummers op deze ep voor het eerst hoort, ervaart verschil, maar geen radicaal ander geluid. Klopt. In het titelnummer (11:26) is de vertrouwde Burial op de achtergrond terug te horen. En ook in Loner (7.28) en Ashtray Wasp (11:45) echoot de oude Burial. De schokkerige breakbeat, pastorale zang, die diepe bas die er meer boven dan onder zweeft: ze zijn aanwezig. Typisch Burial? Ja, maar het blijven details.

            De essentie van Burial zit ‘m juist in de sfeer die Bevan mét die details creëert. Daar zit ‘m de verandering. Kindred EP schuurt, zeurt, trekt, klinkt venijnig. Er is constant een soort permanente angst voelbaar. Dat wat David Toop in zijn boek Ocean of Sound: Aether Talk, Ambient Sound and Imaginary Worlds (1995) zo mooi ‘hauntology’ noemt: een soort angst voor iets dat niet zichtbaar is. Een soort existentiële angst voor het andere, de ander. Eind jaren negentig had bepaalde drum’n’bass er patent op, al was die angst daar nadrukkelijk aanwezig. Bij Source Direct, bijvoorbeeld. Donkere dubstep, zoals die van Kode 9, verklankte die angst begin deze eeuw eveneens. Maar ook daar: directer dan Bevan hier doet. Bij hem kun je er de vinger niet goed opleggen. Zijn muzikale transformatie is interessant. Van de introvert, bijna verstilde soundtrack van een gebroken metropool naar de ruïnes van een dode stad. Eerst schiep hij afstand, nu kruipt hij onder de huid en is niet meer van plan weg te gaan.

            Waar zijn debuut kon dienen als troost, daar maakt Kindred EP duidelijk: er is geen verlossing. Daar is geen ontkomen aan. Het geluid slokt je langzaam op als dichte mist. En dan is het te laat. Dan zit Bevan al onder de huid. Is ontsnappen onmogelijk. De venijnige sfeer die hij neerzet is subtiel: gekraak van vinyl en glitch zijn een constante. Z’n beats klinken aangevreten, kapot. Dat benadrukt hun doelloosheid. De 4/4-maat, in Kindred en Ashtray Wasp, zorgt voor urgentie en wordt enkel onderbroken voor stukjes zonder beat waarin gekraak de pastorale zang van de oude Burial te lijf gaat. Alsof Bevan de oude engelen – de reders van de gebroken metropool – ten grave draagt. Zo draait Bevan meerdere postmoderne goden de nek om. In Ashtray Wasp klinkt oude rave-esthetiek door. Niet op de naïeve manier van Skrillex of de ironische van Zomby.

            Nee, de nostalgie voor de tijd dat elektronische muziek, of popmuziek in het algemeen, nog oprecht was, verandert hier in een monsterlijke geest die treitert en verlamt. Alsof Bevan wil zeggen: nostalgie gaat ons niet redden, al geloven we van wel. Zo neemt hij ons het laatste redmiddel af. Urgenter klinkt popmuziek zelden. Lelijker ook niet. Begrijp me niet verkeerd. Kindred EP is prachtig. Buitenaards mooi. Toch laten de drie nummers een leegte achter. Sterker: nadat ik ze gisteravond op mijn AKG-hoofdtelefoon luisterde, voelde ik me fysiek misselijk. Niet door de extremiteit van de muziek zelf, maar door de consequentie ervan. Kindred EP laat niets open: er is geen verlossing meer mogelijk. Heftig.

            Kindred EP van Burial is verschenen bij Hyperdub.

            Opslaan als: dubstep voor een verloren generatie.
            Meer Burial: www.hyperdub.net.

            Burial – Loner from Miguel Bidarra on Vimeo.

              4 comments » | kunst, pop

              Zondagclip #20: hartverscheurende Soap & Skin

              March 4th, 2012 — 8:50am

              Terug van weggeweest: de zondagclip. In 2010 publiceerde ik er 19. Daarna begon de verwaarlozing van dit blog. Kortom, het oppakken van de zondagclip is de tweede stap, na het artikel gisteren, in de wederopbouw van dit blog als epicentrum van mijn, eh, curatorschap.

              Op negentienjarige leeftijd debuteerde de Oostenrijkse Anja Plaschg als Soap & Skin met langspeler Lovetune For Vacuum. Prachtig album dat onder de huid kruipt, ongemakkelijk aanvoelt en behoorlijk schuurt. Nu is Plaschg terug met Narrow (te luisteren bij Spotify). Prachtig, hartverscheurend album. Al noemt ze het zelf een mini-album. Normaal houd ik niet van covers, maar wat Plaschg van Voyage Voyage maakt is geweldig. Ik ken het origineel nog uit de jaren tachtig. Melancholisch synthesizerdeuntje. Beetje Air, alleen dan tien jaar eerder.

              In de handen van Plaschg ondergaat het nummer een metamorfose. Ze bezingt er de krochten van het leven. Misschien wel de dood (haar vader overleed in 2009). Nee, reizen hoeven niet altijd gemakkelijk en leuk te zijn. Maar oh, wat is de versie van Plaschg mooi, zeg. In de clip zijn beelden te zien van de film Stilleben die binnenkort in de Oostenrijkse bioscoop is te zien. En nee, dat is eveneens geen verhaal om vrolijk van te worden. Als tegengif plak ik er de clip van ‘t origineel van Desireless ook bij.

              Soap&Skin in »Stillleben« – Voyage Voyage (Director’s Cut) from Spex Redaktion on Vimeo.

                1 comment » | nieuwe media, pop

                Doe wat je zegt

                March 3rd, 2012 — 9:15am

                Een week geleden pakte ik m’n Freitag voor een dagje Arnhem. Heeft consequenties gehad. Voor mij, dan. Doorgaans houd ik lezingen over relatief abstracte onderwerpen: de toekomst van de muziekindustrie, fotografie in tijden van nieuwe media, de soundtrack van de gebroken stad, de sociologie van innovatie, de opkomst van dance-muziek. Op Gesel XL, een tweedaags popfestival georganiseerd voor 3voor12/Gelderland sprak ik over de toekomst van de popjournalist. Mijn verhaal zette heel wat aanwezigen aan het denken, zo bleek achteraf. Ook ik kreeg mijn eigen verhaal niet meer uit mijn hoofd.

                Drie jaar geleden haalde ik Andrew Keen, auteur van The Cult Of The Amateur, van de trein. In de metro spraken we over vertegenwoordigers van de Frankfurter Schule. Het klikte. Ik vertelde Keen dat ik schreef voor traditionele media die moeite hadden de stap naar het nieuwe mediatijdperk te maken. Keen lachte, sloeg me op de schouders en zei: “die media heb je helemaal niet meer nodig.” Word je eigen merk, adviseerde hij me. Voor het te laat is. Als de netwerkmaatschappij doorzet? Dan kun je je niet meer verschuilen achter die ouderwetse kranten en tijdschriften. Die overleven het misschien, misschien niet.

                Jezelf neerzetten als merk? Dat klonk me fout in de oren. Daarbij was ik een van de vier genomineerden voor de Pop Media Prijs 2009. Die won ik, uiteraard, niet. Die nominatie had ik te danken aan het sterke underground-merk cut-up, dacht ik. Dat denk ik nog steeds. Ik ben van de merken-generatie. Als klein jongetje stond ik voor de spiegel met een omgekeerd tennisracket in de had. Ik zong mee met ‘I Was Made For Loving You’ van Kiss, maar droomde stiekem van een carrière als popjournalist. Bij OOR. Nou ja, eigenlijk eerst bij Aardschok. Wist ik veel. Die carrière kwam er. In het eerste decennium van deze eeuw heb ik aardig kunnen leven van de (pop)journalistiek. Inmiddels heb ik een aardige naam opgebouwd als ‘kenner’. Daar kun je iets mee doen.

                En dat is precies wat Keen beweerde. In zijn nieuwe boek Digital Vertigo, dat in mei gaat verschijnen, legt hij uit hoe de nieuwe mediawereld er uit gaat zien. Ik ben nog bezig in het eerste hoofdstuk. Keen gaat er een stuk diepgravender en theoretischer te werk dan in The Cult Of The Amateur, dat meer een lang pamflet leek. En ja, nu snap ik Keen. De traditionele media waarvoor ik werk willen en kunnen nieuwe media niet begrijpen. Trekken aan een dood paard is een heilloze missie. Erg? Misschien niet. Een titel als OOR kan verder als enkel papieren blad. Het internet zoals we dat nu kennen wordt immers langzaam weggeduwd door de wereld van de apps. OOR als app én papieren blad, dus. Datzelfde geldt voor Gonzo (circus): kleine, kritische én loyale lezersgroep. Komt dus wel goed, ook zonder goede aanwezigheid op het web.

                Een week geleden vertelde ik in Arnhem over het nieuwe curatorschap. De journalist als spil in zijn of haar eigen netwerk. Hoe groot dat netwerk is? Doet er niet zoveel toe. Zolang je maar weet wat je netwerk wil.

                Zeven regels stelde ik op om het nieuwe curatorschap tot een succes te maken:

                1. Kies een duidelijke niche
                2. Maak duidelijke en heldere keuzes
                3. Combineer verschillende media
                4. Ben oprecht
                5. Ben persoonlijk
                6. Doen niet alles, wil niet alles doen
                7. Ben de spil in je netwerk

                De beelden van de presentatie, dus zonder mijn gesproken verhaal, kun je hieronder bekijken. Ik overtuigde niet alleen een deel van de aanwezigen, maar ook mezelf. Het gaat me veel tijd kosten, ik zal dit blog vervloeken, maar dit blog wordt een belangrijke plek in mijn eigen netwerk als curator. Misschien wel dé belangrijkste plek. Dat betekent nogal wat. De laatste tijd doe ik bitter weinig met dit blog. In feite is het nu niets anders dan een verwijzingsmiddel naar mijn stukken bij Frankfurt, OOR, Gonzo (circus), ZwartGoud en Joop. Vanaf komende maandag zijn de rollen omgedraaid. Dan is dit blog het belangrijkste. Gaat veel tijd kosten. Die ik niet heb. Maar toch. Wie een lezing geeft over het nieuwe curatorschap, moet zelf nóg meer aan de bak. Inderdaad: doe wat je zegt.

                  8 comments » | journalistiek, nieuwe media, oude media

                  De sonische stad in tijden van krimp

                  February 29th, 2012 — 11:28am

                  Is de relatie tussen de sonische en de krimpende stad? Ja. Ik vertel erover op de Tidal City-avond die PAUME volgende week donderdag 8 maart organiseert in Huis a/d Werf in Utrecht. Belooft een interessante avond te worden mét toffe muziek en lezingen. Ook omdat het voor het eerst is sinds mijn verhuizing uit Utrecht dat ik iets in de stad doe. ‘s Middags staat een bezoek aan de tentoonstelling God Save The Queen in Centraal Museum op het programma.

                    Comment » | pop, poptropolis

                    Dance Like It Is O.K. #4

                    February 17th, 2012 — 5:50pm

                    Vernoemd naar de fameuze dansvloerkraker van Märtini Brös. uit 2002 pikt Dance Like It Is O.K. op onregelmatige basis de krenten uit de elektronische muziekpap. Meubilair aan de kant, schoenen uit en dansen maar! Schuifelen mag ook.

                    Ja, dat heeft even geduurd. Een evacuatie uit mijn geliefde flat is daar debet aan. Geloof het of niet: zonder mijn dierbare spullen kwam er werkelijk niets uit mijn handen. Inmiddels ben ik weer thuis en is de stapel ‘te luisteren’ nieuwe muziek geslonken tot een aanvaardbaar niveau. In deze vierde Dance Like It Is O.K. haal ik de schade van de afgelopen tijd in.

                    Lees verder bij OOR over Skrillex, Burial, Jagdstaffel 66, Disko Matique en Luisterwaar.

                      Comment » | dance, OOR, pop, recensie

                      Back to top