Maandag? Lijstjesdag! #5
De 21 beste romans van de 21e eeuw staan deze week in De Groene Amsterdammer. Althans, volgens de literatuurcritici van Nederland. Eerlijk gezegd kan ik daar niet zo met de lijst. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef ik nog aardig wat romanrecensies. Dat was aan het begin van deze eeuw over. Muziek en nieuwe media kregen de overhand. En tja, specialisatie is in journalistenkring normaal. De romans uit de lijst in De Groene die ik toevallig gelezen heb – en dat zijn er nog geen handvol – deden mij echter weinig. Daarom deze maandag mijn ‘beste romans van het eerste decennium van deze eeuw’-lijstje. Omdat ik (te) weinig heb gelezen is het een top-5 geworden.
1. Coyote – Thomas van Aalten (2006)
Vlaming in Nederland. Dát is Thomas van Aalten. Zijn eerste twee romans – Sneeuwbeeld en Tupelo – zijn typisch jaren negentig en verraden de invloed van Brett Easton Ellis. Coyote is andere koek. Van Aalten is er duidelijk beïnvloed door film noir, door de esthetiek van David Lynch en Gus van Sant. Coyote is een meesterwerk. Niet de gedachtengang van de hoofdpersoon staat centraal – zoals zo vaak in de Nederlandse roman – maar de situaties. Die zijn absurd, magisch, anders. Daarin toont de auteur zich nauw verwant met de Vlaamse magischrealisten én schrijvers als Paul Mennes en Jeroen Olyslaegers. Auteurs die net als Van Aalten de absurditeit van de werkelijkheid tot speeltuin verheffen. Wellicht dat Van Aalten daarom ook in Amsterdam is neergestreken.
2. Wij - Jeroen Olyslaegers (2009)
Goed, Olyslaegers dus. De man van de geweldige romans Navel en Open gelijk een mond. Eerlijk is eerlijk, Wij komt wat traag op gang, maar wanneer de verschillende verhaallijnen bij elkaar komen, ontspint zich een beklemmend drama. In typisch Vlaamse stijl. Niets is wat het lijkt. Wij is, kortom, een prachtig verhaal van ontsporing op alle vlakken. Ook fijn: de roman speelt eind jaren zeventig. Een tijd waarin ook de westerse maatschappij langzaam ontspoort. Net als het leven van hoofdpersoon Georges, dus. Ach, Humo omschrijft het boek pijnlijk treffend: ‘Wij is een eivol boek, gelaagd en zwaar op de hand, onthutsend en verdorven: een cadeau aan de Nederlandstalige literatuur.’
3. House of leaves – Mark Z. Danielewski (2000)
Inkoppertje. Goed, bij Danielewski gaat het net zo goed om vorm als om inhoud. Beide zitten goed. Het lezen van House of leaves vergt geduld en het vermogen en wil om moeite te doen. Het verhaal krijgt de lezer immers niet cadeau. De beloning is niet mis. En na de laatste pagina zit de lezer met meer vragen dan bij het begin van het boek. Ach, dat is ook wel eens fijn. Zeker in het geval van House of leaves. Dáár zou ik nog een boek over lezen. En ook weer niet. Een vervolg kan immers enkel tegenvallen. Of toch niet?
4. J-Pod – Douglas Coupland (2006)
Misschien ben ik in de jaren negentig blijven hangen. J-Pod van Douglas Coupland is immers ergens een vervolg op Microserfs, dat de in Duitsland geboren Canadees een decennium eerder schreef. Maar toch, J-Pod geeft weer een prachtig beeld van de wereld van de nieuwe mediaprofessional die, oh zo hip, niet los kunnen komen van de door hen gecreëerde schijnwereld. Kortom, een perfect elixer om te overleven in een wereld die wordt gedomineerd door haantjesgedrag, vernieuwingsdrang en grootheidswaanzin. Ik zou eigenlijk meer van Coupland moeten lezen, maar zijn The gum thief en Generation A saan hier nog steeds onaangeroerd in de kast.
5. Ein lied mehr – Blumfeld (2007)
Geen roman. Wel literatuur. Proza. De teksten van Blumfeld zijn de mooiste liedjesteksten ooit geschreven. Door romanticus en filosoof Jochen Distelmeyer. Ein lied mehr is de zwanenzang van de Duitse band. Eerder schreef ik over de teksten van Distelmeyer voor webzine cut-up: ‘Tja, waar Nirvana met Nevermind levensangst verklankt voor tieners, doet Blumfeld – overigens vernoemd naar een oudere vrijgezel uit een verhaal van Kafka – dat voor jong volwassenen. Hoe te overleven in een wereld die niet te begrijpen is? Die niet te controleren is? Ich-Maschine geeft geen antwoord, wel gemoedsrust. Ook Distelmeyer loopt tegen dezelfde muren aan als ik, een in zichzelf verloren student filosofie in Amsterdam. Ich-Maschine is als een drug. Distelmeyer schreeuwt voor mij en duizenden die net als ik niets begrijpen van dit leven. Politiek teruggebracht naar een menselijke maat. Uiteindelijk volgt de berusting dat er geen oplossing is. Bij mij en bij Distelmeyer.’ Niets aan toe te voegen.
En jullie favoriete romans van het eerste decennium van deze eeuw?


1. Spoelstra – The Almighty Internet
2. Red Zone van Stanley Donwood, SCHUNCK*, Heerlen
Ja, ik heb een zwak voor Brain Wayne Transeau. Zijn Movement In Still Life is een van de beste dancealbums ooit. Zonder BT geen trance. Met Hybrid en Sasha behoort de Amerikaan tot het meubilair van het genre. En dat is positief bedoeld, al ken ik weinig collega’s die BT kunnen waarderen. Ach, met BT is het als met Pet Shop Boys: je moet je vooroordelen laten waren en je openstellen voor iets nieuws. Ook mierzoete pop kan subliem zijn. Dat bewijst hij overigens op zijn zesde langspeler These Hopeful Machines – die uitkomt op Black Hole Recordings, het label van Tiësto – opnieuw. Pure klasse.
Prachtig vormgegeven boek met dito inhoud. Geen Amerikaans blabla-praatje, maar een boek met diepgang dat de lezer zelf aan de slag laat gaan met bedrijfsmodellen en strategie. Ostenwalder en Pigneur komen niet met de waarheid aanzetten en leggen juist de nadruk op het idee dat er geen ‘goed’ bedrijfsmodel bestaat. Een bedrijfsmodel is immers afhankelijk van allerlei factoren. Die weer de revue passeren in dit boek. Zou eigenlijk verplichte kost moeten zijn voor alle studenten interactie media, bedrijfskunde en bestuurskunde. Of ik het ga inzetten als lesboek? Misschien wel. Even goed nadenken over het juiste vak en juiste moment.
Retro-indie noem ik Nerve Up in OOR. Want ja, teruggrijpen doet Julie Campbell alsof het haar tweede natuur is. De uit Manchester afkomstige muzikante komt er mee weg. Omdat ze haar liedjes met een aanstekelijke onbevangenheid brengt. In single Immaterial klinkt ze als Kristin Hersch ten tijde van de eerste Throwing Muses. Opener If Not Now is electropop om van te smullen. Hoekig gitaarrif, aan Kraftwerk refererende synthesizermelodie, de kunstmatige handklapjes precies op het juiste moment. Campbell maakt, kortom, liedjes waar de emoties én klasse vanaf druipen. Pastiche of niet. Goede zet van Warp.
4. Distel – mrok / regn (7″)
Net uitgelezen en nog niet helemaal van bekomen: de roman Wij van Jeroen Olyslaegers. Een roman zoals ze in Nederlands slechts af en toe worden geschreven (Thomas van Aalten). Wij is typisch Vlaams. Niets is wat het lijkt. Personages worstelen met zichzelf en met anderen. En verliezen uiteindelijk de controle. Worden krankzinnig. Maar het is een vanzelfsprekende krankzinnigheid. Eentje die iedereen kan overkomen. Juist dat maakt Wij zo beklemmend. Ik ga er een recensie van schrijven. Maar nu even niet.