Category: oude media


Over voetbal en gemakkelijke keuzes (column SV Nao Veure)

August 24th, 2010 — 10:46am

Mijn column voor de eerste SV Nao Veure! van seizoen 2010/2011. Omdat niet iedereen het fantastische blad van de officiële supportersvereniging van Fortuna Sittard leest.

Gemakkelijke keuzes. Daar ben ik niet zo van. Doorgaans kies ik de langste weg om ergens te komen, het moeilijkste standpunt om te verdedigen. Altijd gedaan, ook. Of dat mijn liefde voor Fortuna Sittard verklaart? Lastige vraag. Is dat eigenlijk wel een keuze, supporter zijn van een bepaalde voetbalclub? Geen gemakkelijke, in ieder geval. Dat verdient uitleg.

Opgroeien in de jaren zeventig is frusterend. Voetbal draaide nog om voetbal, maar ik was te jong om er écht van te genieten. Wat ik me herinner? Luisteren naar Langs De Lijn dat in de weekenden door de huiskamer van mijn opa en oma schalde. Mijn opa die sporadisch vertelde over Roda JC. Zijn club, dacht ik. Bleek Limburgia te zijn, maar die vereniging was geen schim meer van wat hij ooit was. Nee, opgroeien in Brunssum betekende een verscheurde voetbalidentiteit. Kerkrade en Sittard liggen immers ongeveer even ver weg. Of daarom zoveel vriendjes kozen voor Ajax of PSV? Ach, dat is gemakzucht. Die gemakkelijke keuzes, zeg maar. Je kon je er moeilijk een buil aan vallen. Misschien was het ook een vlucht. Feyenoord, een havenarbeidersclub met dezelfde mentaliteit als die van mijnwerkers, werd vakkundig gemeden. Leek té erg op het bekende. Dan liever dat mietjesvoetbal uit Amsterdam of die koopgrage gloeilampen uit Eindhoven. Een keuze op stand, dus. Niets voor mij. Het werd Fortuna. Om het gevoel, om dat prachtige stadion De Baandert, om de wilskracht die uit het voetbal sprak en stiekem ook om de underdog-positie van de club. De grote concurrent uit Kerkrade deed het namelijk best goed zo eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Ik geef toe: bepaald fanatiek was ik niet. En ja, ook op Kaalheide was ik te vinden tijdens de Europacup-wedstrijden tegen Vitória Guimarães, Sredets Sofia en AS Monaco. Toch, De Baandert bleef de mooiste voetbalplek op aarde.

Twintig jaar geleden verloor ik Fortuna uit het oog. Ik trok naar Amsterdam. Woonde de jaren daarna op loop- of fietsafstand van De Galgenwaard, Het Kasteel, De Meer, De Kuip, Olympia Stadion, RheinEnergieStadion en HFC Haarlem-stadion. Uit het oog uit het hart? Dat niet. Van een afstand bleef ik de club volgen. Wanneer ik in de buurt was pikte ik een wedstrijd mee. Niet vaak. Voor een popjournalist is de vrijdagavond, net als voor eerste divisievoetballers, dé belangrijkste werkavond. Toch werd mijn liefde voor Fortuna danig op de proef gesteld. Niet door Fortuna zelf, maar door het voetbal in het algemeen – dat absoluut waardeloze wereldkampioenschap – en Amsterdam in het bijzonder. Bij elke verloren Europese voorronde was het er raak: klagende Ajax-supporters. Een klein jaar verder waren ze er weer. Reden? Een onterecht verloren landskampioenschap. Collega-journalist Menno Pot, ook auteur van VAK 127 en De Derby, wist me te vertellen waarom. De teleurstelling bij Ajax is anders dan bij een club als Fortuna al snel groot, omdat er veel van de club wordt verwacht, zo legde hij me uit. Ik geloof er niets van. Klagen zit Amsterdammers gewoon in het bloed en Ajax-supporters zijn huilebalken. Stiekem ben ik altijd jaloers op Menno geweest. Hij woont zowat om de hoek bij De Arena. Kan ‘zijn’ team altijd thuis zien spelen. Dat wilde ik ook.

Laat ik eerlijk zijn. Ik ben vorige maand niet naar Zuid-Limburg verhuisd om Fortuna vaker te zien spelen. Maar het is mooie bijkomstigheid. Zeker nu. Met het aantrekken van Wim Dusseldorp en de nieuwe veelbelovende aanval gaat Fortuna stappen maken. Lopend of op de fiets naar de Trendwork Arena? Gaat nog steeds niet lukken. Wanneer ik uit mijn raam kijk, hoog boven het centrum van Heerlen, zie ik in de verte de lichtmasten van het Parkstad Limburg Stadion. Bepaald niet de gemakkelijkste keuze.

Comment » | fsc, oude media, sport

Maandag? Lijstjesdag! #7

August 16th, 2010 — 2:00pm

Een ep, die overigens net uit is, een expositie en een roman. Hoe divers wil je het hebben?

1. Barnt – What is A Number, That A Man May Know It?
De Keulse koek is nog lang niet op. Blies Von Spar je eerder dit jaar van de sokken, nu is de beurt aan Barnt op het kersverse Magazine platenlabel. Goed, met slechts drie nummers, dus nog geen orkaankracht. Maar toch: tot drie maal toe ademt Barnt Keulen. En dat betekent? Kosmische rock gemengd met microhouse. Klinkt melancholisch én futuristisch op hetzelfde moment. Recensie volgt snel.

Link:
www.magazine.mu

2. A Star Is Born, fotografie und Rock seit Elvis in Museum Folkwang, Essen
Foute titel, want de periode voor Elvis is in Essen juist heel belangrijk. Gelukkig maar, want dat maakt de tentoonstelling eentje om over na te denken. Altijd goed, natuurlijk, dat nadenken. Er valt echter ook te genieten. Van foto’s, videoclips, geluidsfragmenten en albumhoezen. En ja, zelfs mijn vader genoot. Morgen meer over A Star Is Born op dit blog.

Link:
www.museum-folkwand.de

3. Thomas Heerma van Voss – De Allestafel
Negentien was Thomas Heerma van Voss toen ie vorig jaar De Allestafel schreef. Wist ik niet. Niet dat ie literaire ambities had, niet dat ie zó jong was. Ik ken hem namelijk als motor achter www.hiphopleeft.nl en als gerespecteerd projectpartner bij IAM. En de roman? Net in begonnen en nu al wil ik door blijven lezen. Een goed teken.

Link:
Thomas Heerma van Voss bij uitgeverij Augustus

1 comment » | dance, kunst, oude media, pop

Glamcult, web 2.0 en ik

July 30th, 2010 — 3:39pm

Ja, ik mis het wel. In mijn Glamcult-periode schreef ik iedere maand een artikel over een onderwerp naar keuze. De vrijheid die ik bij Glamcult heb gekregen is uniek. Daar ben ik Rogier Vlaming, Hanka van der Voet en Vanessa Groenewegen ontzettend dankbaar voor. Want mijn achtergrondverhalen over bijvoorbeeld neodisco en dubstep waren geen lichte kost.

En om de Glamcult-lezer lastig te vallen met sociologie en nieuwe media? Ik deed het in 2007 en 2008 vier keer. Waarvan overigens één keer met Saskia Hoogerhuis. Helaas zijn de artikelen niet meer te vinden. Daarom nu online. Niet geredigeerd en heel lelijk als kale pdf.

Verzet 2.0 in Glamcult van oktober 2007.
Porno 2.0 in Glamcult januari 2008.
Hype 2.0, met Saskia Hoogerhuis, in Glamcult van mei 2008.
Muziek 2.0 in Glamcult van december 2008.

Inmiddels zijn de artikelen, geschreven in de tijd dat 2.0 gezien werd als nieuw toverwoord, tussen de twee en bijna drie jaar oud. Die 2.0 was, uiteraard, ironisch bedoeld. Inhoudelijk zijn de stukken echter nog behoorlijk relevant. De problematiek die ik er in beschrijf speelt nog steeds. Sterker: regelmatig duiken in de kwaliteitskranten en opiniebladen artikelen op die eenzelfde onderwerp proberen te duiden maar veel minder diep gaan. Of de plank volledig mis slaan.

Zonde.

Dat sterkt mij in de gedachte dat ik meer moet schrijven over (nieuwe) media vanuit een sociologisch perspectief. Dat doe ik nu namelijk veel te weinig. Dat bovenstaande artikelen nu zo prominent op mijn blog prijken zorgt wellicht voor een stok achter de deur. Op mijn kersvers aangeschafte whiteboard staan in ieder geval al twee onderwerpen waarover ik de komende weken wil gaan schrijven. Die worden gepubliceerd op Frankfurt van Gonzo (circus).

1 comment » | kritiek, nieuwe media, oude media

Bloghelden: het probleem dat geschiedenis heet.

July 1st, 2010 — 10:38am

Het heeft z’n charme, je eigen geschiedenis schrijven. Frank Meeuwsen deed het in Bloghelden, een boek over bloggen in Nederland. Vermakelijk boek, zonder meer. Een geschiedenisles is het echter niet.

Die verdomde jaren negentig. Gisteren had ik het er nog over met Dave Roozendaal, ook blogger en woonachtig in Madrid. Laat ik eerlijk zijn: ik ben meer een webzine-mens dan een blogger. Vanaf het begin van deze eeuw heb ik een groot deel van mijn energie gestoken in magazines op het web. Met succes, overigens. Mijn blog? Die hing er altijd maar een beetje bij. Dat gevoel heb ik nog steeds. En elke maand neem ik me voor daar verandering in te brengen. Dat betekent overigens niet dat ik geen fervent lezer ben van blogs. Sinds mijn vader begin jaren negentig van de vorige eeuw een inbelverbinding nam, ben ik verknocht aan het internet. Ik was er dus bij die eerste jaren. Al werd ik pas actief contentmaker rond 1995.

De tijdsperiode die Bloghelden bestrijkt, grofweg tussen 1995 en 2005, heb ik dus bewust meegemaakt. Misschien is dat wel wat me stoort aan het boek van Frank Meeuwsen: zijn geschiedenis is niet de mijne. toch, ik heb genoten van Bloghelden. Zijn verhalen werken aanstekelijk, zijn deels vertrouwd en doen terugdenken aan de tijd dat het internet nog ontgonnen moest worden. Wat is er dan precies mis? Dat is lastig uit te leggen. De geschiedenis van bloggen in Nederland is nog jong, kent nog geen discours, nog geen canon. Dat maakt het lastig kritiek te hebben op Bloghelden. Ik ga het toch proberen.

Goed, allereerst zijn de ervaringen en de visie van Meeuwsen zelf van groot belang. In het voorwoord schrijft hij: “Na 2006 is er geen logisch en natuurlijk einde aan te wijzen voor een boek over dit onderwerp. Ik ga dan ook niet proberen om het toch te doen. Dit boek ademt misschien nostalgie. Het ‘vroeger was alles beter’-syndroom.” Meeuwsen steekt er, terecht, de hand in eigen boezem, maar blijkt in de rest van boek ook niet in staat om zichzelf te overstijgen. Ja, hij heeft de lezer gewaarschuwd in het voorwoord, maar dat is toch wat al te gemakkelijk. Zijn, veel te lange, beschrijving van de Dutch Bloggies is daar het beste voorbeeld van. In mijn web-kringen staat die verkiezing niet bepaald in hoog aanzien. Meeuwsen stipt pijnlijk aan hoe dat komt, maar blijft vooral mede-organisator van de verkiezing. Afstand bewaart hij niet. Hij verdedigt meer dan dat hij duidt.

En zo is het eigenlijk ook met de rest van het boek. Meeuwsen beticht Francisco van Jole ervan GeenStijl veel te hard aan te pakken tijdens de live-uitzending van B&W in 2004. Terecht, maar kritiek op GeenStijl levert Meeuwsen nauwelijks. Dat is vreemd. Tenminste, vanuit de positie van kritisch beschouwer. Dát wil Meeuwsen dan ook niet zijn. Dat wringt. Meeuwsen zegt het niet met zoveel woorden, maar Bloghelden leest als een boek dat wel degelijk recht doet aan de geschiedenis. Hij schrijft (de eindredactie heeft overigens geen goed werk afgeleverd): “Dit boek is het voorlopige eindproduct van een proces wat we online co-creatie zouden noemen.” Geschiedenis die geschreven wordt zoals Wikipedia dat doet: de kennis van iedereen die heeft bijdragen (en iedereen die door Meeuwsen is benaderd) bij elkaar gebracht.

Dat deelt het boek in twee, duidelijk herkenbare, delen. De geschiedenis van de opkomst in Nederland is goed gedocumenteerd en onderzocht. Het deel over bloggen lijkt willekeurig en persoonlijk. Meeuwsen had ook daar verder moeten kijken dan zijn netwerk lang is. Door dat niet te doen beschrijft hij de geschiedenis van een beperkt aantal blogs in een beperkt aantal genres. Twee eigenlijk: nieuws en persoonlijke lifestyle. Die keuze wordt nergens onderbouwd. Dat is vreemd, want bloggers in Nederland schreven en schrijven ook over cultuur, over wiskunde, over popmuziek. Ik zeg niet dat die blogs belangrijk zijn geweest voor de blogcultuur in Nederland, dat dient onderzocht te worden. Mijn gevoel zegt echter dat dat wél het geval is. De opkomst van de popjournalistiek op het web, waar ik zelf regelmatig over geschreven hebt, is voor een belangrijk deel terug te voeren op blogs. Op de reisblog van Niels van der Tang, bijvoorbeeld, dat later zou evolueren in KindaMuzik, toch één van de belangrijkste webzines over popmuziek in Nederland. Op de nieuwsgroepen van Yahoo en bloggers als Chez Lubacov (de eerder genoemde Dave Roozendaal) die later zouden samenkomen in het journalistencollectief De Subjectivisten.

Dat is mijn geschiedenis. En die lees ik helemaal niet terug, zelfs geen voetnoot, in Bloghelden. En zo zullen er meer geschiedenislijnen zijn, buiten die van nieuws en lifestyle, die hier ontbreken. Dat is een groot gemis, ook al maakt Meeuwsen in de inleiding van Bloghelden duidelijk dat hij niet van plan is om échte geschiedenis te schrijven. Met die kennis in het achterhoofd is Bloghelden een aangenaam boek. Een boek over de belevenissen van Meeuwsen en de kring rond de de organisatie van Dutch Bloggies. En ach, dat heeft ook zijn charme.

Bloghelden van Frank Meeuwsen is verschenen bij Bruna Uitgevers.

Het boek is eveneens in pdf-formaat gratis te downloaden op de website van Meeuwsen: www.bloghelden.nl

4 comments » | nieuwe media, oude media, recensie

interactieve media: iets met computers

June 28th, 2010 — 11:25am

‘Eh, ja, dat is wanneer je iets hebt met de computer, het medium, bedoel ik. Dat je er een relatie mee hebt, zeg maar. Dat je iets met elkaar doet in plaats van één richting op.’ Vier jaar geef ik les aan het Instituut voor Interactieve Media – of eigenlijk bij Interactieve Media van de Hogeschool van Amsterdam, maar ik blijf de opleiding steevast bij de oude naam noemen – en elk jaar stellen collega’s en ik studenten (eerstejaars en afstudeerders) dezelfde vraag: wat zijn interactieve media? Niet alle antwoorden zijn even hilarisch als bovenstaande. Maar toch. Ook bij nieuwe mediaexperts, zelfverklaard of niet, zorgt het begrip voor verwarring.

Neem nou de Interactive Awards die elk jaar, tijdens Eurosonic Noorderslag in Groningen, worden uitgereikt aan de internetonderneming én muzikant of band met het meest vernieuwende en onderscheidende muziekconcept. In januari ging SellaBand er met de Company Award aan de haal. Vreemd, omdat het concept over z’n hoogtepunt heen is. Krause won de Artist Award. Was iets voor te zeggen. Sussanne Clermonts cultiveerde haar contact met fans, maar deed dat niet helemaal van harte. Zo gebruikte ze Twitter vooral als zendmedium. Das niet bepaald interactief.

Goed, de Interactive Awards worden georganiseerd door Buma Stemra, theFactor.e en Eurosonic Noorderslag. Dat legt een flinke beperking op de concepten die in aanmerking komen voor de prijs. Organisaties, artiesten en bands die werken met Creative Commons licenties hebben een achterstand. Wie op www.interactive-awards.nl grasduint in de inzendingen, komt interessantere en betere concepten tegen dan die van de uiteindelijke winnaars. Interactievere ook. Het lijkt erop dat voor de professionele jury – waar ik, als popjournalist én docent interactieve media natuurlijk gewoon in had moeten zitten – het idee van massacommunicatie via nieuwe media nog steeds de maat der dingen is.

Ziedaar hét probleem bij interactieve media. Niet alleen is er nog geen sluitende definitie voor het begrip, het is vooral nog zo nieuw dat oude mediadefinities worden gehanteerd om het te kunnen omschrijven. En dat werkt, uiteraard, niet. Bij het Instituut voor Interactieve Media zorgt dat voor verwarring. Tijdens de presentaties van interactieve demo’s van propedeuse-studenten bleek het begrip door iedereen, student én docent, anders te worden ingevuld. Draait interactieve media om een relationeel verband waarbij medium én mediaconsument gelijkwaardig zijn? Vloeien medium en consument er, kortom, in elkaar over? Is interactieve media niet gewoon een andere naam voor nieuwe media? Of voor instabiele media, desnoods?

Vreemd is die Babylonische spraakverwarring niet. De eerder verklaarde experts doen er alles aan ons te laten denken in oude definities. Zo is Twitter een medium met meer dan 100 miljoen geregistreerde gebruikers en komen er elke dag 300 duizend nieuwe bij. Leuk om te weten, maar volstrekt oninteressant. Twitter is immers een netwerkmedium. Waarom het dan toch beschrijven in termen van een massamedium? Tja, daar schreef Marshall McLuhan al uitgebreid over zijn baanbrekende werk The Medium Is The Massage (IAM-studenten, nee iedereen: lees dat boek!).

Wat interactieve media dan wél zijn? Tja, dat hangt dus nog van je definitie af. Die van mij wil ik best geven. De essentie van interactieve media is dat zender en ontvanger tijdens het proces van communicatie elkaars gelijken zijn én dat ze continu van rol wisselen. Prachtig allemaal, zo’n definitie. De implicaties – ja, ik blijf socioloog – zijn echter veel interessanter. De mogelijkheden van interactieve media zijn namelijk enorm. Ze zijn, in theorie, in staat om hiërarchieën te ontmantelen. Om macht zonder inhoud als coördinatiemechanisme te laten verdwijnen. Om het globale weer lokaal te maken. Dat betekent nogal wat. Sinds het einde van negentiende eeuw zijn relaties in de westerse wereld langzaam steeds meer geobjectiveerd. Het meisje van elf dat in een sweatshop in Vietnam de polo die ik draag heeft genaaid? Ken ik niet. Het kalf dat geboren werd  (en misschien meteen weer vermoord) om de kaas die ik gisteravond in mijn salade at te kunnen produceren? Ken ik niet. De telefoniste van Essent die ik tot vijf keer toe heb gebeld om niet afgesloten te worden van gas en licht? Ken ik niet. Kortom, in essentie kunnen interactieve media het objectieve weer subjectief maken. Relaties weer betekenisvol voor beide partijen. In theorie, althans. In praktijk draaien interactieve media vooralsnog om computers, aantallen en macht. Wordt vervolgd.

32 comments » | kritiek, nieuwe media, oude media, Uncategorized

Born Free: popcultuur als tegenpolitiek

May 1st, 2010 — 9:13pm

Commotie. De nieuwe clip van Romain Gavras doet het nodige stof opwaaien. Net als zijn vorige. Terecht? Jazeker. Alleen het zwaartepunt van de meeste kritiek ligt verkeerd. Het is niet de vraag of het expliciet tonen van geweld toelaatbaar is. Of Gavras te ver gaat in zijn boodschap. Nee, de essentie is wat we er, als mediaconsument, mee doen.

Lees verder bij: Frankfurt, rondblik in het landschap @ Gonzo (circus).

Comment » | kritiek, kunst, nieuwe media, oude media, pop

Matt Mason: ‘Ik heb niets tegen een vrije markteconomie’

March 30th, 2010 — 8:21am

Piraterij houdt het kapitalistische systeem in evenwicht en vervult daarmee een essentiële rol in de samenleving. Dat is de strekking van Piraterij, het onlangs in het Nederlands vertaalde boek van Matt Mason. Een oplossing voor de écht grote problemen in de wereld? Nee, dat is piraterij niet. ‘Daar gaat mijn boek ook niet over. Mijn focus is veel kleiner.’

Continue reading »

1 comment » | creatieve industrie, kritiek, nieuwe media, oude media

Gevaarlijk internet

March 27th, 2010 — 12:46pm

Internet is een broedplaats voor extreemrechts. Jongeren ontmoeten elkaar op fora om te discussiëren over thema’s die op andere plekken taboe zijn. Beangstigend, noemt de antifascistische onderzoeksgroep Kafka de trend. De AIVD is inmiddels een onderzoek gestart.

Continue reading »

3 comments » | journalistiek, kritiek, nieuwe media, oude media

Weg met de muziekindustrie?

March 19th, 2010 — 10:26am

De muziekindustrie? Overbodig geworden, meent de media. Via internet en met nieuwe technologie kan de moderne muzikant alles zelf. Een droom die voor het grijpen ligt? Nou nee, de werkelijkheid is zoals altijd weerbarstiger dan het lijkt. Het helemaal zelfstandig maken, uitbrengen, distribueren én aanprijzen van muziek is slechts voor een enkeling weggelegd.

Continue reading »

2 comments » | creatieve industrie, kritiek, nieuwe media, oude media, pop

Popmuziek is geen pretje

February 21st, 2010 — 9:17am

Althans, volgens Bart Meuleman. Zijn boek De donkere kant van de zon, over popmuziek is een pareltje. Ja, het boek is inmiddels al een half jaar uit. Toch was het me ontschoten. Dat is raar. Blijkbaar krijgen Vlaamse auteurs in Nederland weinig aandacht in de media. En tja, het werk van Meuleman wijkt af van de boeken die door Nederlandse popjournalisten worden geschreven: het gaat de diepte in.

Goed, Meuleman is geen popjournalist. Toch schrijft hij met De donkere kant van de zon een boek over pop. Zijn uitleg in de inleiding spreekt boekdelen. Popjournalisten schrijven doorgaans enkel over de muziek, hebben weinig detail voor het umfeld van pop. Voor popcultuur, zogezegd. Een pleidooi dat ik van harte ondersteun. In tegenstelling tot de Duitse, Amerikaanse en Engelse popjournalistiek is de Nederlandse banaal. Dat betekent overigens niet dat er niet goed geschreven wordt. Helaas gebeurt dat voornamelijk in de marge.

Terug naar Meuleman. Dankzij Perdu kwam ik hem op het spoor. Of ik niet een lezing wilde geven over popmuziek, was de vraag van de literaire stichting uit Amsterdam. Op een avond waarop het boek van Meuleman centraal zou staan, of zou dienen als leidraad. Goed, Meulemans manier van denken, en schrijven, is niet de mijne. Hij duikt diep in de psyche van de popmuzikant en schrijft aan de hand van het culturele klimaat waarin de artiest opgegroeide en leefde een indringend portret. Mét oog voor de donkere kant van het leven. Vooral dat, eigenlijk. Prachtig om te lezen, een verademing ook. Maar zelf zit ik meer op lijn van Simon Reynolds. Ik duid liever stromingen, genres dan bands, individuele artiesten en muzikanten. Tja, de socioloog in mij is behoorlijk dominant.

Gisteren pakte ik Meuleman overigens pas ter hand. In de trein las ik zijn stukken over Dusty Springfield en Beach Boys. Uiteindelijk kwam het eindstation, Maastricht, veel te vroeg in zicht. Ik kan niet wachten op die avond over popmuziek in Perdu op vrijdag 14 maart.

Oh ja, de komende dagen breng ik met mijn ouders en zus door aan de rand van de Veluwe (in een landhuis waar Madonna nog heeft geslapen). Geen lijstjesmaandag dus morgen. Met excuses.

3 comments » | journalistiek, oude media, pop

Back to top