Over voetbal en gemakkelijke keuzes (column SV Nao Veure)
Mijn column voor de eerste SV Nao Veure! van seizoen 2010/2011. Omdat niet iedereen het fantastische blad van de officiële supportersvereniging van Fortuna Sittard leest.
Gemakkelijke keuzes. Daar ben ik niet zo van. Doorgaans kies ik de langste weg om ergens te komen, het moeilijkste standpunt om te verdedigen. Altijd gedaan, ook. Of dat mijn liefde voor Fortuna Sittard verklaart? Lastige vraag. Is dat eigenlijk wel een keuze, supporter zijn van een bepaalde voetbalclub? Geen gemakkelijke, in ieder geval. Dat verdient uitleg.
Opgroeien in de jaren zeventig is frusterend. Voetbal draaide nog om voetbal, maar ik was te jong om er écht van te genieten. Wat ik me herinner? Luisteren naar Langs De Lijn dat in de weekenden door de huiskamer van mijn opa en oma schalde. Mijn opa die sporadisch vertelde over Roda JC. Zijn club, dacht ik. Bleek Limburgia te zijn, maar die vereniging was geen schim meer van wat hij ooit was. Nee, opgroeien in Brunssum betekende een verscheurde voetbalidentiteit. Kerkrade en Sittard liggen immers ongeveer even ver weg. Of daarom zoveel vriendjes kozen voor Ajax of PSV? Ach, dat is gemakzucht. Die gemakkelijke keuzes, zeg maar. Je kon je er moeilijk een buil aan vallen. Misschien was het ook een vlucht. Feyenoord, een havenarbeidersclub met dezelfde mentaliteit als die van mijnwerkers, werd vakkundig gemeden. Leek té erg op het bekende. Dan liever dat mietjesvoetbal uit Amsterdam of die koopgrage gloeilampen uit Eindhoven. Een keuze op stand, dus. Niets voor mij. Het werd Fortuna. Om het gevoel, om dat prachtige stadion De Baandert, om de wilskracht die uit het voetbal sprak en stiekem ook om de underdog-positie van de club. De grote concurrent uit Kerkrade deed het namelijk best goed zo eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Ik geef toe: bepaald fanatiek was ik niet. En ja, ook op Kaalheide was ik te vinden tijdens de Europacup-wedstrijden tegen Vitória Guimarães, Sredets Sofia en AS Monaco. Toch, De Baandert bleef de mooiste voetbalplek op aarde.
Twintig jaar geleden verloor ik Fortuna uit het oog. Ik trok naar Amsterdam. Woonde de jaren daarna op loop- of fietsafstand van De Galgenwaard, Het Kasteel, De Meer, De Kuip, Olympia Stadion, RheinEnergieStadion en HFC Haarlem-stadion. Uit het oog uit het hart? Dat niet. Van een afstand bleef ik de club volgen. Wanneer ik in de buurt was pikte ik een wedstrijd mee. Niet vaak. Voor een popjournalist is de vrijdagavond, net als voor eerste divisievoetballers, dé belangrijkste werkavond. Toch werd mijn liefde voor Fortuna danig op de proef gesteld. Niet door Fortuna zelf, maar door het voetbal in het algemeen – dat absoluut waardeloze wereldkampioenschap – en Amsterdam in het bijzonder. Bij elke verloren Europese voorronde was het er raak: klagende Ajax-supporters. Een klein jaar verder waren ze er weer. Reden? Een onterecht verloren landskampioenschap. Collega-journalist Menno Pot, ook auteur van VAK 127 en De Derby, wist me te vertellen waarom. De teleurstelling bij Ajax is anders dan bij een club als Fortuna al snel groot, omdat er veel van de club wordt verwacht, zo legde hij me uit. Ik geloof er niets van. Klagen zit Amsterdammers gewoon in het bloed en Ajax-supporters zijn huilebalken. Stiekem ben ik altijd jaloers op Menno geweest. Hij woont zowat om de hoek bij De Arena. Kan ‘zijn’ team altijd thuis zien spelen. Dat wilde ik ook.
Laat ik eerlijk zijn. Ik ben vorige maand niet naar Zuid-Limburg verhuisd om Fortuna vaker te zien spelen. Maar het is mooie bijkomstigheid. Zeker nu. Met het aantrekken van Wim Dusseldorp en de nieuwe veelbelovende aanval gaat Fortuna stappen maken. Lopend of op de fiets naar de Trendwork Arena? Gaat nog steeds niet lukken. Wanneer ik uit mijn raam kijk, hoog boven het centrum van Heerlen, zie ik in de verte de lichtmasten van het Parkstad Limburg Stadion. Bepaald niet de gemakkelijkste keuze.
Comment » | fsc, oude media, sport


1. Barnt – What is A Number, That A Man May Know It?
2. A Star Is Born, fotografie und Rock seit Elvis in Museum Folkwang, Essen
3. Thomas Heerma van Voss – De Allestafel
En om de Glamcult-lezer lastig te vallen met sociologie en nieuwe media? Ik deed het in 2007 en 2008 vier keer. Waarvan overigens één keer met Saskia Hoogerhuis. Helaas zijn de artikelen niet meer te vinden. Daarom nu online. Niet geredigeerd en heel lelijk als kale pdf.
De tijdsperiode die Bloghelden bestrijkt, grofweg tussen 1995 en 2005, heb ik dus bewust meegemaakt. Misschien is dat wel wat me stoort aan het boek van Frank Meeuwsen: zijn geschiedenis is niet de mijne. toch, ik heb genoten van Bloghelden. Zijn verhalen werken aanstekelijk, zijn deels vertrouwd en doen terugdenken aan de tijd dat het internet nog ontgonnen moest worden. Wat is er dan precies mis? Dat is lastig uit te leggen. De geschiedenis van bloggen in Nederland is nog jong, kent nog geen discours, nog geen canon. Dat maakt het lastig kritiek te hebben op Bloghelden. Ik ga het toch proberen.

