(pop)journalisten en internet
Het gaat slecht met The New York Times. Eerst hét bolwerk voor kwaliteitsjournalistiek, nu een krant die probeert te overleven in het digitale tijdperk. En tja, zoals met alle worstelende media vecht het instituut meer tegen zichzelf dan tegen de buitenwereld. Bleek ook in de veel te korte docu Page One: Inside The New York Times die gisteravond werd uitgezonden op Canvas.
Hoe komt het toch dat zoveel traditionele media en nieuwe media niet goed weten hoe om te gaan met de dynamiek van het web? In 2007 schreef ik een artikel over de staat van de Nederlandstalige popjournalistiek op het web. Deels uit frustratie, geef ik toe. Sinds het begin van deze eeuw heb ik in tal van internetredacties gezeten. Een paar jaar was ik hoofdredacteur van KindaMuzik, negen jaar leidde ik cut-up. Bij dat laatste webzine heb redacties meegemaakt die de nieuwe tijd omarmden alsof het een levenselixer was. Samen bliezen we de euforie die we misten sinds de jaren negentig nieuw leven in.
In 2009 trok ik er de stekker uit. Kostte te veel tijd, er waren te weinig schrijvers en de beoogde samenwerking met andere media kwam maar niet van de grond. Ik vond onderdak bij Gonzo (circus). Het Vlaamse papieren tijdschrift dat voor een deel in dezelfde niche opereert. Stuk minder pop dan cut-up maar op dezelfde manier op zoek naar diepgang, naar achtergronden, naar het wezen van deze tijd. Stiekem zag ik voor mezelf een rol weggelegd in de digitale tak van het blad. Daar is het nooit echt van gekomen.
Wel schreef ik voor Gonzo (circus) #97 een vervolg op mijn eerdere artikel. Een soort van stand van zaken. Mijn conclusie? Eigenlijk staat de Nederlandstalige pop- en cultuurjournalistiek er nog slechter voor dan in 2007. Hoe dat komt? Ik heb zo mijn ideeën. Nee, geen schot voor de boeg, want ‘een gevoel’ is niet genoeg om harde uitspraken te doen. Mijn ervaringen met het internetbeleid bij Gonzo (circus) en OOR zijn niet bepaald positief. Beide bladen – met een hele andere doelgroep – behandelen het digitale thuis als een noodzakelijkheid, een moetje. Dat is ontzettend jammer. Maar goed, dat is de redacties van beide bladen niet zomaar aan te reken. Er werken professionele en gepassioneerde journalisten, net als bij The New York Times, die denken in oude formaten. En tja, als je blad succesvol is – en dat zijn OOR en Gonzo (circus) -, waarom dan veranderen?
Geen opzienbarende gedachte. In het huidige tijdsgewricht is het denken in nieuwe ideeën eerder uitzondering dan regel. Dat is jammer, zonder meer, maar wel de werkelijkheid. Na Page One: Inside The New York Times kriebelt het bij mij in ieder geval weer. Wordt het niet weer eens tijd om in een redactie (buiten die van lokaal blog ZwartGoud, natuurlijk) plaats te nemen en écht aan de slag te gaan om pop- en cultuurjournalistiek en internet bij elkaar te brengen? Misschien. Maar dat betekent het oprichten van een nieuw initiatief. Cut-up nieuw leven in blazen? Zeker niet. Het oude succes – lange, diepgaande artikelen op internet en toch 35.000 unieke lezers – zou een te grote referentie zijn. Komende week schrijf ik mijn laatste artikel in de, zeer arbeidsintensieve, reeks Radicale Vrijheid voor Gonzo (circus). Dus daarna? Wie weet.
5 comments » | gonzo circus, journalistiek, kritiek, nieuwe media, OOR, oude media, pop






Hij heeft gelijk. De laatste tijd heb ik meerdere malen over het fenomeen geschreven vanuit Nederlands perspectief. Over de gemakzucht waarmee persbureau ANP dubieuze onderzoekjes verwerkt tot lekker leesbare persberichten. Over de gemakzucht van kwaliteitskranten als NRC en Volkskrant die de persberichten zonder morren overnemen. Over de gemakzucht van de mediaconsument die alles voor zoete koek slikt en vindt dat hij of zij oh zo goed is in het inschatten van wat wel en wat niet waar is.