<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>observaties vanaf de zijlijn &#187; kritiek</title>
	<atom:link href="http://www.theoploeg.net/category/kritiek/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.theoploeg.net</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Sat, 31 Jul 2010 15:10:48 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0.1</generator>
		<item>
		<title>Glamcult, web 2.0 en ik</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/07/30/glamcult-web-2-0-en-ik/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=glamcult-web-2-0-en-ik</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/07/30/glamcult-web-2-0-en-ik/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Jul 2010 13:39:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[muziek]]></category>
		<category><![CDATA[porno hype]]></category>
		<category><![CDATA[verzet]]></category>
		<category><![CDATA[web 2.0]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=905</guid>
		<description><![CDATA[Ja, ik mis het wel. In mijn Glamcult-periode schreef ik iedere maand een artikel over een onderwerp naar keuze. De vrijheid die ik bij Glamcult heb gekregen is uniek. Daar ben ik Rogier Vlaming, Hanka van der Voet en Vanessa Groenewegen ontzettend dankbaar voor. Want mijn achtergrondverhalen over bijvoorbeeld neodisco en dubstep waren geen lichte [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ja, ik mis het wel. In mijn Glamcult-periode schreef ik iedere maand een artikel over een onderwerp naar keuze. De vrijheid die ik bij Glamcult heb gekregen is uniek. Daar ben ik Rogier Vlaming, Hanka van der Voet en Vanessa Groenewegen ontzettend dankbaar voor. Want mijn achtergrondverhalen over bijvoorbeeld neodisco en dubstep waren geen lichte kost.</p>
<p><img class="alignright" title="Glamcult" src="http://www.theoploeg.net/images/glamcult.jpg" alt="" width="299" height="400" />En om de Glamcult-lezer lastig te vallen met sociologie en nieuwe media? Ik deed het in 2007 en 2008 vier keer. Waarvan overigens één keer met Saskia Hoogerhuis. Helaas zijn de artikelen niet meer te vinden. Daarom nu online. Niet geredigeerd en heel lelijk als kale pdf.</p>
<p><a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/verzet20.pdf" target="_blank">Verzet 2.0</a> in Glamcult van oktober 2007.<br />
<a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/porno20.pdf" target="_blank"> Porno 2.0</a> in Glamcult januari 2008.<br />
<a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/hype20.pdf" target="_blank"> Hype 2.0</a>, met Saskia Hoogerhuis, in Glamcult van mei 2008.<br />
<a href="http://theoploeg.net/documenten/2.0/muziek20.pdf" target="_blank"> Muziek 2.0</a> in Glamcult van december 2008.</p>
<p>Inmiddels zijn de artikelen, geschreven in de tijd dat 2.0 gezien werd als nieuw toverwoord, tussen de twee en bijna drie jaar oud. Die 2.0 was, uiteraard, ironisch bedoeld. Inhoudelijk zijn de stukken echter nog behoorlijk relevant. De problematiek die ik er in beschrijf speelt nog steeds. Sterker: regelmatig duiken in de kwaliteitskranten en opiniebladen artikelen op die eenzelfde onderwerp proberen te duiden maar veel minder diep gaan. Of de plank volledig mis slaan.</p>
<p>Zonde.</p>
<p>Dat sterkt mij in de gedachte dat ik meer moet schrijven over (nieuwe) media vanuit een sociologisch perspectief. Dat doe ik nu namelijk veel te weinig. Dat bovenstaande artikelen nu zo prominent op mijn blog prijken zorgt wellicht voor een stok achter de deur. Op mijn kersvers aangeschafte whiteboard staan in ieder geval al twee onderwerpen waarover ik de komende weken wil gaan schrijven. Die worden gepubliceerd op Frankfurt van Gonzo (circus).</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/07/30/glamcult-web-2-0-en-ik/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>interactieve media: iets met computers</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/06/28/interactieve-media-iets-met-computers/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=interactieve-media-iets-met-computers</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/06/28/interactieve-media-iets-met-computers/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Jun 2010 09:25:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[HvA]]></category>
		<category><![CDATA[iam]]></category>
		<category><![CDATA[interactieve media]]></category>
		<category><![CDATA[Interactive Awards]]></category>
		<category><![CDATA[Marshall McLuhan]]></category>
		<category><![CDATA[massamedia]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=812</guid>
		<description><![CDATA[‘Eh, ja, dat is wanneer je iets hebt met de computer, het medium, bedoel ik. Dat je er een relatie mee hebt, zeg maar. Dat je iets met elkaar doet in plaats van één richting op.’ Vier jaar geef ik les aan het Instituut voor Interactieve Media &#8211; of eigenlijk bij Interactieve Media van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>‘Eh, ja, dat is wanneer je iets hebt met de computer, het medium, bedoel ik. Dat je er een relatie mee hebt, zeg maar. Dat je iets met elkaar doet in plaats van één richting op.’ Vier jaar geef ik les aan het Instituut voor Interactieve Media &#8211; of eigenlijk bij <a href="http://www.iam.hva.nl" target="_blank">Interactieve Media van de Hogeschool van Amsterdam</a>, maar ik blijf de opleiding steevast bij de oude naam noemen &#8211; en elk jaar stellen collega’s en ik studenten (eerstejaars en afstudeerders) dezelfde vraag: wat zijn interactieve media? Niet alle antwoorden zijn even hilarisch als bovenstaande. Maar toch. Ook bij nieuwe mediaexperts, zelfverklaard of niet, zorgt het begrip voor verwarring.</p>
<p><img class="aligncenter" title="Kernprogramma IAM" src="http://www.theoploeg.net/images/iamkernprogramma.gif" alt="" width="530" height="376" /></p>
<p>Neem nou de Interactive Awards die elk jaar, tijdens Eurosonic Noorderslag in Groningen, worden uitgereikt aan de internetonderneming én muzikant of band met het meest vernieuwende en onderscheidende muziekconcept. In januari ging SellaBand er met de Company Award aan de haal. Vreemd, omdat het concept over z’n hoogtepunt heen is. Krause won de Artist Award. Was iets voor te zeggen. Sussanne Clermonts cultiveerde haar contact met fans, maar deed dat niet helemaal van harte. Zo gebruikte ze Twitter vooral als zendmedium. Das niet bepaald interactief.</p>
<p>Goed, de Interactive Awards worden georganiseerd door Buma Stemra, theFactor.e en Eurosonic Noorderslag. Dat legt een flinke beperking op de concepten die in aanmerking komen voor de prijs. Organisaties, artiesten en bands die werken met Creative Commons licenties hebben een achterstand. Wie op <a href="http://www.interactive-awards.nl" target="_blank">www.interactive-awards.nl</a> grasduint in de inzendingen, komt interessantere en betere concepten tegen dan die van de uiteindelijke winnaars. Interactievere ook. Het lijkt erop dat voor de professionele jury &#8211; waar ik, als popjournalist én docent interactieve media natuurlijk gewoon in had moeten zitten &#8211; het idee van massacommunicatie via nieuwe media nog steeds de maat der dingen is.</p>
<p>Ziedaar hét probleem bij interactieve media. Niet alleen is er nog geen sluitende definitie voor het begrip, het is vooral nog zo nieuw dat oude mediadefinities worden gehanteerd om het te kunnen omschrijven. En dat werkt, uiteraard, niet. Bij het Instituut voor Interactieve Media zorgt dat voor verwarring. Tijdens de presentaties van interactieve demo’s van propedeuse-studenten bleek het begrip door iedereen, student én docent, anders te worden ingevuld. Draait interactieve media om een relationeel verband waarbij medium én mediaconsument gelijkwaardig zijn? Vloeien medium en consument er, kortom, in elkaar over? Is interactieve media niet gewoon een andere naam voor nieuwe media? Of voor instabiele media, desnoods?</p>
<p>Vreemd is die Babylonische spraakverwarring niet. De eerder verklaarde experts doen er alles aan ons te laten denken in oude definities. Zo is Twitter een medium met meer dan 100 miljoen geregistreerde gebruikers en komen er elke dag 300 duizend nieuwe bij. Leuk om te weten, maar volstrekt oninteressant. Twitter is immers een netwerkmedium. Waarom het dan toch beschrijven in termen van een massamedium? Tja, daar schreef Marshall McLuhan al uitgebreid over zijn baanbrekende werk <em>The Medium Is The Massage</em> (IAM-studenten, nee iedereen: lees dat boek!).</p>
<p><img class="aligncenter" title="Marshall McLuhan - The Medium Is The Massage" src="http://www.theoploeg.net/images/mediumismessage.jpg" alt="" width="272" height="435" /></p>
<p>Wat interactieve media dan wél zijn? Tja, dat hangt dus nog van je definitie af. Die van mij wil ik best geven. De essentie van interactieve media is dat zender en ontvanger tijdens het proces van communicatie elkaars gelijken zijn én dat ze continu van rol wisselen. Prachtig allemaal, zo’n definitie. De implicaties &#8211; ja, ik blijf socioloog &#8211; zijn echter veel interessanter. De mogelijkheden van interactieve media zijn namelijk enorm. Ze zijn, in theorie, in staat om hiërarchieën te ontmantelen. Om macht zonder inhoud als coördinatiemechanisme te laten verdwijnen. Om het globale weer lokaal te maken. Dat betekent nogal wat. Sinds het einde van negentiende eeuw zijn relaties in de westerse wereld langzaam steeds meer geobjectiveerd. Het meisje van elf dat in een sweatshop in Vietnam de polo die ik draag heeft genaaid? Ken ik niet. Het kalf dat geboren werd  (en misschien meteen weer vermoord) om de kaas die ik gisteravond in mijn salade at te kunnen produceren? Ken ik niet. De telefoniste van Essent die ik tot vijf keer toe heb gebeld om niet afgesloten te worden van gas en licht? Ken ik niet. Kortom, in essentie kunnen interactieve media het objectieve weer subjectief maken. Relaties weer betekenisvol voor beide partijen. In theorie, althans. In praktijk draaien interactieve media vooralsnog om computers, aantallen en macht. Wordt vervolgd.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/06/28/interactieve-media-iets-met-computers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Born Free: popcultuur als tegenpolitiek</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/05/01/born-free-popcultuur-als-tegenpolitiek/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=born-free-popcultuur-als-tegenpolitiek</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/05/01/born-free-popcultuur-als-tegenpolitiek/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 01 May 2010 19:13:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[born free]]></category>
		<category><![CDATA[M.I.A.]]></category>
		<category><![CDATA[Romain Vagras]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=724</guid>
		<description><![CDATA[Commotie. De nieuwe clip van Romain Gavras doet het nodige stof opwaaien. Net als zijn vorige. Terecht? Jazeker. Alleen het zwaartepunt van de meeste kritiek ligt verkeerd. Het is niet de vraag of het expliciet tonen van geweld toelaatbaar is. Of Gavras te ver gaat in zijn boodschap. Nee, de essentie is wat we er, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Commotie. De nieuwe clip van Romain Gavras doet het nodige stof opwaaien. Net als zijn vorige. Terecht? Jazeker. Alleen het zwaartepunt van de meeste kritiek ligt verkeerd. Het is niet de vraag of het expliciet tonen van geweld toelaatbaar is. Of Gavras te ver gaat in zijn boodschap. Nee, de essentie is wat we er, als mediaconsument, mee doen.</p>
<p style="text-align: center;"><a rel="attachment wp-att-5278" href="http://www.theoploeg.net/?attachment_id=5278"><img class="size-full wp-image-5278 aligncenter" src="http://www.gonzocircus.com/wp-content/uploads/2010/05/mia-born-free-1.jpg" alt="" width="650" height="250" /></a></p>
<p>Lees verder bij: <a href="http://www.gonzocircus.com/5263/born-free-popcultuur-als-tegenpolitiek" target="_blank">Frankfurt, rondblik in het landschap @ Gonzo (circus)</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/05/01/born-free-popcultuur-als-tegenpolitiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verzet 2.0</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/04/30/verzet-2-0/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=verzet-2-0</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/04/30/verzet-2-0/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Apr 2010 19:33:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[adbusters]]></category>
		<category><![CDATA[Antonio Negri]]></category>
		<category><![CDATA[Chris Korda]]></category>
		<category><![CDATA[Christine Harold]]></category>
		<category><![CDATA[Geert Wilders]]></category>
		<category><![CDATA[herbert marcuse]]></category>
		<category><![CDATA[Jonas Staal]]></category>
		<category><![CDATA[Kalle Lasn]]></category>
		<category><![CDATA[Mercedes Bunz]]></category>
		<category><![CDATA[Michael Hardt]]></category>
		<category><![CDATA[Naomi Klein]]></category>
		<category><![CDATA[verzet 2.0]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=722</guid>
		<description><![CDATA[Een betere wereld begint bij jezelf. Maar waar start je in een wereld die steeds meer een speeltuin voor neocons, multinationals en kontdraaiende politici wordt en waarin ‘rebels zijn’ gewoon te koop is? Nog maar een demonstratie organiseren? Kritisch kunstwerk maken? Handjevol dieren bevrijden uit de bio-industrie? Zinloos. Het grote publiek krijgt er toch niets van mee. Maar wat dan? [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een betere wereld begint bij jezelf. Maar waar start je in een wereld die steeds meer een speeltuin voor neocons, multinationals en kontdraaiende politici wordt en waarin ‘rebels zijn’ gewoon te koop is? Nog maar een demonstratie organiseren? Kritisch kunstwerk maken? Handjevol dieren bevrijden uit de bio-industrie? Zinloos. Het grote publiek krijgt er toch niets van mee. Maar wat dan? Vriendje worden met de ‘vijand’?</p>
<p><span id="more-722"></span>Rotterdam, 18 augustus, einde middag. Jonas Staal is een gelukkig man. De plaatselijke rechtbank oordeelde even daarvoor dat de kunstenaar Geert Wilders niet heeft bedreigd. Te weinig bewijs. Al gaat het Openbaar Ministerie wel in hoger beroep. Een kansloze missie. En dat is jammer, maar daarover later meer. de ophef ontstond door het kunstwerk ‘Geert Wilders Werken’ dat de Rotterdammer in 2005 verspreidde in de binnenstad van Rotterdam en Den Haag. Het zijn kleine altaars met foto’s van de politicus, bloemen, knuffels en kaarsen. Staal wil er mee onderzoeken hoe in het huidige politieke klimaat – grofweg vanaf de opkomst van Pim Fortuyn – de persoonscultus en ideologische opvattingen hand in hand gaan. Doordat het onderscheid tussen persoon en de boodschap steeds meer vervaagt, heeft het populisme vrij spel. Althans, dat meent Staal. Niet alleen Wilders – die zich bedreigd voelt door Staal – spuwt vuur. Ook menig kunstcriticus uit kritiek op het werk. ‘Staal is eerder activist dan kunstenaar’, kopt een artikel in de kunstbijlage van De Volkskrant van donderdag 16 augustus. Conclusie? Staal misbruikt kunst om zijn politieke voorkeur over te brengen. Ironisch genoeg is het artikel in kwestie zélf een kunstwerk. Ingelijst en voorzien van de titel ‘Het einde van de kunstkritiek’ kan het zo in een galerie.</p>
<p>Tot aan de tweede wereldoorlog fungeerde kunst in de westerse samenleving als de voornaamste kritiek op de maatschappij. De kunstenaar was immers een buitenstander, iemand die de regels van de dominante cultuur niet kon of wilde begrijpen. Het kunstwerk gaf vorm aan die verwondering, afkeer, vervreemding en leidde weer tot hetzelfde effect bij de consument van het werk. Oké, in de jaren zestig van de vorige eeuw deed de Duitse kunstenaar Joseph Beuys een verdienstelijke poging om kunst te liberaliseren. Heel kort door de bocht gaat het bij Beuys niet om het kunstwerk zelf, maar om de betekenis ervan. Iedereen kan dus een kunstenaar zijn. Waarschijnlijk zou hij het eens zijn geweest met landgenoot Karlheinz Stockhausen die de aanslagen van 9/11 op de WTC-torens in New York het grootste kunstwerk ooit noemde en gegniffeld hebben bij de clip die Chris Korda maakte bij <em>I Like To Watch</em>, waarin de Amerikaan en voorman van The Church Of Euthanasia de seksuele aantrekkingskracht die de beelden van de aanslagen op hem hadden bezingt. Zorgde er overigens voor dat Korda niet meer welkom was op het Lowlandsfestival in 2002. Tja, tot ziens tolerant Nederland. Kunst in Nederland is inmiddels verworden tot een bedrijfstak waarvan de grenzen zorgvuldig zijn afgebakend. Daarbij gaat het alleen nog om de economische waarde van kunst. En tja, maatschappijkritiek zoals die van Staal is niet verkoopbaar. Althans, in de van elke ideologie en pretentie ontdane kunstsector. Daarmee vallen de ‘Geert Wilders Werken’ in een niemandsland. Het is geen kunst én wordt door de Rotterdamse Rechtbank als niet bedreigend gezien. In het hoger beroep zal het oordeel niet anders zijn. En dus gaan we weer over tot de orde van de dag. Wilders heeft inmiddels nieuwe slachtoffers: rappende pubers die hem op YouTube doodwensen. Jammer. Een veroordeling van Staal zou wellicht nog tot een maatschappelijk debat kunnen leiden. Al is ook dát nog maar de vraag.</p>
<p>Is kunst eigenlijk nog wel in staat om voor een verandering in de maatschappij te zorgen, al is ’t maar indirect? Nee, zo meende socioloog Herbert Marcuse al eind jaren zestig. In zijn belangrijke boek <em>De Eendimensionale Mens</em> schetst hij een beeld van een maatschappij die gedreven wordt door consumptie. Rebelerende elementen worden er in snel tempo omgezet in producten die consumeerbaar zijn. Rebellie als consumptiegoed, dus. En kunst? Hetzelfde verhaal. In een maatschappij waar immers de meest controversiële en tegengestelde kunstwerken vredig naast elkaar bestaan is geen ruimte meer voor kritiek. Niemand is er immers in geïnteresseerd. Jonas Staal geeft zich in ieder geval nog niet gewonnen. Hij liet een jonge moslim een koran doormidden scheuren op het binnenhof. Tijdens de opening van het culturele seizoen in Rotterdam plaatste hij twee uitgebrande autowrakken uit Afghanistan in de binnenstad. Tevens is hij een van de initiatiefnemers van Empathy &#8482;, een groep kunstenaars die vecht tegen het gebrek aan interesse voor en morele betrokkenheid bij wat er in de wereld plaatsvindt. Het antwoord van de groep is activistisch van aard. Zo plamuurde Staal de tekst van artikel 1 van de grondwet – gefreesd in het monument van de grondwet op de Hofplaats in Den Haag – dicht en kocht kunstenares Katinka van Bruggen zestig kuikens van de broederei die normaal gesproken zouden worden versnipperd op en gaf ze de bezoekers van expositie Sale#3 – Something Green de mogelijkheid het leven van de dieren af te kopen. De overgebleven kuikens zouden na afloop alsnog publiekelijk in de shredder verdwijnen. Veel kwam daar overigens niet van terecht. De organisatie van het evenement koos eieren voor haar geld en kocht het leven van alle kuikens af. In november staat een expositie met Al-Qa’ida martelwerktuigen op het programma in galerie Roodkapje in Rotterdam.</p>
<p>Radicale acties, dat zeker, maar zijn ze ook effectief? Staal maakt zich geen illusies: ‘Vanzelfsprekend zullen onze acties voornamelijk genegeerd worden. Al zullen we hier en daar in de kunstwereld en in kranten en blogs worden aangehaald. Dat is een kwestie van strategie. Wezenlijke debatten worden nu eenmaal graag vermeden, vooral als die gekoppeld zijn aan daadwerkelijk handelen. Als er ergens een taboe bestaat in de Nederlandse cultuur dan is het daar wel: praten is oké, maar actie ondernemen, daadwerkelijk proberen bestaande grenzen en wetten te ondergraven buiten het ‘ter discussie stellen’, daar wordt het pijnlijk. Laten we die wonde zo lang mogelijk open houden.’ Een volgende stap is om publieke ruimte als begrip te definiëren, meent Staal. Deze wordt immers, net als op vele andere terreinen, door de overheid niet alleen fysiek maar ook op het morele vlak beperkt. Misschien zelfs tot het lichaam als ‘publiek goed’, denkt Staal. Daarmee raakt hij aan <em>Beperkt Houdbaar</em> van Sunny Bergman die zich in haar documentaire eveneens zorgen maakt over de presentatie van – in haar geval &#8211; het vrouwelijke lichaam in de publieke ruimte. <em>Beperkt Houdbaar</em> is inmiddels breed omarmt door media, politici en belangengroepen. Of dat ook daadwerkelijk iets zal veranderen is de vraag. Volgens Christine Harold en Mercedes Bunz hanteren Staal en Bergman de verkeerde strategie. In het Duitse tijdschrift De:Bug vroeg mediatheoreticus Bunz zich al af of de protesten tijdens de eerder dit jaar gehouden conferentie van de G8 – de acht meest geïndustrialiseerde landen ter wereld – eigenlijk wel zin hebben. Zij betoogt – in navolging van filosoof Michel Foucault – dat de protesten van onder andere andersglobalisten de positie van de G8 alleen maar versterken. Waarom dat zo is, is een behoorlijk ingewikkeld verhaal. Heel kort door de bocht: alles draait tegenwoordig om merken en de protesten leggen juist de nadruk op het merk G8. Met alle gevolgen van dien.</p>
<p>Dat is ook de conclusie die wetenschapper Christine Harold trekt in haar onlangs verschenen boek <em>Our Space, Resisting The Corporate Control of Culture</em>. Tegen de heersende orde ingaan en de tegenovergestelde positie innemen werkt niet meer in onze postindustriële kapitalistische maatschappij. Binnen de kortste keren is die positie namelijk geannexeerd door de ‘vijand’. Dat noemt Harold – overigens ook weer in navolging van die dekselse Foucault– het mechanisme van controle over consumptie. Mooi voorbeeld is de manier waarop McDonald’s omgaat met de protesten van buurtbewoners in Kreuzberg, de enige Berlijnse wijk zonder filiaal van de hamburgergigant. Ondanks de bouwvergunning en aankoop van groot stuk grond, is de kans groot dat McDonald’s het gebouw een ander onderkomen geeft. Onder het motto ‘if you can’t beat them, join them’ denkt de multinational na over mogelijkheden tot een buurthuis of sportschool voor jongeren. Een ideale manier om de protesten te kop in de drukken en, sterker nog, het merk McDonald’s nog krachtiger te maken. Goed, die oude manier van verzet door de strijd aan te gaan, is niet meer effectief. Ook andere manieren van verzet hebben de langste tijd gehad, betoogt Harold. Adbusting bijvoorbeeld, het veranderen van de betekenis van kapitalistische symbolen, is inmiddels het marketingmiddel bij uitstek voor multinationals. De revolutionaire straatartiest Bansky, die in zijn werk maatschappijkritiek en humor hand in hand laat gaan, is inmiddels gepromoveerd tot kunstenaar. Al weet niemand hoe hij er in het echt uitziet, wat hij doet is niet meer illegaal. Het is immers kunst. Ook de strijd tegen verkeerd gebruik van copyright door muziek illegaal te downloaden werkt volgens Harold averechts. Het geeft de traditionele muziekindustrie namelijk juist argumenten om nog strengere regelvoering te introduceren.</p>
<p>Hoe het dan wel moet? Tja, dat weet Harold niet zo goed. In haar boek draait ze behoorlijk om de hete brei heen. Haar oplossing is wél eenvoudig: werk met de vijand samen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want waar zit ‘m het punt waarop samenwerken kan zorgen voor een kritische verandering? Met het geven van voorbeelden heeft Harold het behoorlijk lastig. Het alternatieve systeem voor licenties, Creative Commons, vindt ze een flinke stap in de goede richting. De initiatiefnemers verwerpen namelijk niet het idee van auteursrecht, ze vullen het op een andere manier in. De nog jonge samenwerking tussen de Nederlandse tak van Creative Commons en de auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra is daarvan een goed voorbeeld. Harold begint en eindigt het boek met haar stokpaardje: MySpace. Ja, het populairste vriendennetwerk van dit moment mag dan wel eigendom zijn van News Corporation, de mediagigant van de aartsconservatieven Rupert Murdoch, je kunt er verder doen en laten wat je wilt. Je eigen media opzetten, bijvoorbeeld, en zo mediaconsumenten van Murdoch afsnoepen of kleding promoten die niet in fabrieken in de derde wereld is gefabriceerd. Vindt Murdoch helemaal niet erg, legt Harold uit. Hij wordt er immers zelf ook weer beter van. Die manier van ‘verzet’ vertoont overeenkomsten met wat tegenwoordig Web 2.0 wordt genoemd: de situatie waarin het internet is veranderd in een sociaal netwerk waar de gebruiker alles tegelijkertijd is geworden. Producent en consument in één. Voor Verzet 2.0 geldt hetzelfde. Daar ben je immers ook consument, activisten, radicaal en kapitalist in één en dus niet –zoals bij ‘strijdbaar’ activisme – pas ná elkaar. Hoe die situatie de wereld waarin we leven beter maakt, blijft bij Harold onduidelijk. Het maakt er het geloof in de kansen van Verzet 2.0 niet groter op. Hoe verzet er in de postindustriële kapitalistische maatschappij dan wel uit moet zien? Geen idee. Duidelijk is wel dat er behoefte is aan nieuwe strategieën van verzet, nieuwe tactieken om de gevestigde orde op het verkeerde been te zetten. Wat in ieder geval rest is het individuele verzet. Uiteindelijk beslist iedere consument immers zelf wat hij of zij wel of niet consumeert. Een schrale troost.</p>
<p><strong>LEES</strong><br />
<em> De Eendimensionale Mens</em> (1967), Herbert Marcuse<br />
<em> Culture Jam</em> (1999), Kalle Lasn<br />
<em> No Logo!</em> (2000), Naomi Klein<br />
<em> Multitude</em> (2004), Michael Hardt en Antonio Negri<br />
<em> Our Space</em> (2007), Christine Harold</p>
<p><strong>SURF</strong><br />
<a href="http://www.adbusters.org" target="_blank"> www.adbusters.org</a><br />
<a href="http://www.beperkthoudbaar.info" target="_blank"> www.beperkthoudbaar.info</a><br />
<a href="http://www.empathy-reseach.com" target="_blank"> www.empathy-reseach.com</a><br />
<a href="http://www.mercedes-bunz.de" target="_blank"> www.mercedes-bunz.de</a><br />
<a href="http://www.myspace.com" target="_blank"> www.myspace.com</a><br />
<a href="http://www.churchofeuthanasia.org" target="_blank"> www.churchofeuthanasia.org</a></p>
<p><em>dit artikel verscheen op zaterdag 29 september 2007 op cut-up.com en stond in het oktober-nummer van Glamcult.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/04/30/verzet-2-0/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;We staan niet tegenover het systeem&#8217;</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/04/07/we-staan-niet-tegenover-het-systeem/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=we-staan-niet-tegenover-het-systeem</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/04/07/we-staan-niet-tegenover-het-systeem/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Apr 2010 09:08:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[berlijn]]></category>
		<category><![CDATA[cut-up]]></category>
		<category><![CDATA[cut-up.com]]></category>
		<category><![CDATA[Die Ganze Kraft Einer Kultur]]></category>
		<category><![CDATA[duitsland]]></category>
		<category><![CDATA[Florian Zwietnig]]></category>
		<category><![CDATA[Gerald Mandl]]></category>
		<category><![CDATA[hiphop]]></category>
		<category><![CDATA[indie]]></category>
		<category><![CDATA[Mediengruppe Telekommander]]></category>
		<category><![CDATA[punk]]></category>
		<category><![CDATA[Wenen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=716</guid>
		<description><![CDATA[Zelden klinkt maatschappijkritiek zo opwindend als op Die ganze Kraft einer Kultur, het eerste album van Mediengruppe Telekommander. Muziektijdschrift Spex noemde de plaat één van de beste debuten van het afgelopen jaar. Terecht, het duo is immers meester in het leveren van verzet gevat in energieke popliedjes met punkattitude. Geen verzet tegen het systeem, maar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zelden klinkt maatschappijkritiek zo opwindend als op <em>Die ganze Kraft einer Kultur</em>, het eerste album van Mediengruppe Telekommander. Muziektijdschrift Spex noemde de plaat één van de beste debuten van het afgelopen jaar. Terecht, het duo is immers meester in het leveren van verzet gevat in energieke popliedjes met punkattitude. Geen verzet tegen het systeem, maar tegen zichzelf. “Wij leveren vooral zelfkritiek.”</p>
<p><span id="more-716"></span></p>
<p>Ze lijken wel met z’n achten. Op de grote schermen achter het podium springen Florian Zwietnig en Gerald Mandl elk drie keer wild op en neer. De beelden zijn schokkerig en in zwart-wit geschoten. De rauwe muziek raakt je als een mokerslag. Op het eerder deze maand in Groningen gehouden Eurosonic – dé showcase voor relatief onbekende Europese popbandjes – doet het Duitse duo Mediengruppe Telekommander zijn eerste Nederlandse optreden. De kritieken zijn achteraf verdeeld. Vreemd is dat niet. Het geluid staat in zaal Mutua Fides veel te hard. Daardoor komen de voor Mediengruppe Telekommander zo kenmerkende baslijnen totaal niet uit de verf.</p>
<p>Daarbij weet bassist Gerald Mandl zich het eerste kwartier geen raad op het podium. Terwijl gitarist Florian Zwietnig het publiek onderhoudt, de nummers start op de laptop achter op het podium en als een gek op en neer rent, staat Mandl er wat verlegen bij. Pas wanneer de twee de gitaar en bas inruilen voor microfoon en megafoon komt ook hij los én slaat de vonk over. Tijdens het afsluitende ‘Kommanda’ wordt vooraan het podium gedanst en wordt de tekst ‘ich kommander, du kommander, er kommander, sie kommander, der kommander, telekommander’ gulzig meegezongen. Dit is opwindend, dit is punk.</p>
<p>Mediengruppe Telekommander is inderdaad punk. Of postpunk. Of neue Deutsche Welle.  En nee, dat de muziek klinkt alsof het 1981 is maakt niet uit. Juist niet. Er zit immers een modern elektronica jasje omheen én de teksten zijn kritisch, subversief. Mediengruppe Telekommander maakt kortom hét geluid van verzet. En verzet – waartegen dan ook – is hip. Dat weet het duo als geen ander. Zwietnig, afgestudeerd psycholoog en voormalig conceptbedenker bij een internetbedrijf, en literatuurwetenschapper Mandl kennen elkaar van een toevallige reis van Salzburg naar Berlijn. Ze delen de voorliefde voor techno, Duits gezongen hiphop en indierock en beginnen ondanks dat ze ver van elkaar wonen – Berlijn en Wenen -  gezamenlijk muziek te programmeren voor korte films en video-installaties. Al snel volgen er een aantal EP’s op vinyl.</p>
<p>Uitgebracht op het Hamburgse Enduro platenlabel en geproduceerd door Christian Harder. De Duitse media reageert enthousiast, major Mute klopt aan met een platencontract en plots is er het officiële debuut <em>Die ganze Kraft einer Kultur</em>. Nou ja, debuut? De cd is niet meer dan een combinatie van de drie voorafgaande EP’s voorzien van een wat gladdere productie en nog meer maatschappijkritiek. Het maakt de muziek van Mediengruppe Telekommander wel toegankelijk voor mensen die geen vinyl kopen.</p>
<p>“Het is opeens heel snel gegaan”,  verzucht Zweitnig , “We maken pas anderhalf jaar redelijk professioneel muziek en om op je dertigste pas muzikant te worden is best vreemd. 2004 is het spannendste jaar van ons leven geweest. De debuutplaat die uitgekomen is, de optredens op grote zomerfestivals en in concertzalen. Maar het mooiste is wel dat we nu weten dat onze muziek zo enthousiast wordt opgepikt. Laten we hopen dat dat zo blijft.”  Die kans is behoorlijk groot. Mediengruppe Telekommander heeft de wind van de hype immers mee. De combinatie van postpunk, rock, electro en techno is populair. Zal best, meent Zweitnig, maar op de hoogte van de laatste muziektrends is hij niet. Eigenlijk luistert hij alleen maar naar techno en naar de Keulse band Von Spar. Tekstueel volgt Mediengruppe Telekommander wel de laatste ontwikkelingen.</p>
<p>“De dagelijkse media beïnvloeden ons sterk. We raken erdoor geïnspireerd, schrijven erover en verknippen de teksten dan tot korte fragmenten die we dan weer volgens de cut-up techniek aan elkaar plakken.” Dat levert teksten op die op cynische wijze berichten over de neoliberale maatschappij. Een maatschappij waarin alles een consumptieartikel wordt. Op de eerste single ‘Trend’ zingt het duo over de honger naar de nieuwste hypes. T-shirts met de beeltenis van Andreas Baader en Che Guevara condooms. Overal is geld mee te verdienen, alles kan verkocht worden als hip. Flink wat maatschappijkritiek dus. “Hier in het Westen is ook veel goed. Heel veel zelfs”, nuanceert Zweitnig, “We willen ook helemaal niet de vinger leggen op alle zaken die slecht zijn. Het gaat om ons kritiek, een kritische houding te aanzien van onze directe omgeving, gemengd met scherpe zelfkritiek.”</p>
<p>Die directe omgeving is belangrijk, vindt hij. Juist daar is het individu verbonden met de maatschappij. “Onze teksten zijn niet beïnvloed door filosofen of intellectuele theorieën. We stellen ons ook niet op tegenover het systeem, maar proberen het juist van buitenaf te beschouwen. Zo verwerken we dus het alledaagse en onze kritiek daarop in onze teksten. Juist de <em>Kapitalistische Gesellschaft</em> zorgt ervoor dat we dat kunnen doen.” Dat neemt niet weg dat het leveren van kritiek een vorm van rebellie is. En rebellie is dan weer een belangrijk onderdeel van populaire cultuur. “Er zijn altijd conservatieve en rebellerende stromingen in de populaire cultuur te vinden. Die wisselen elkaar af.</p>
<p>Momenteel is alles wel heel erg conservatief en braaf. Maar het is kwestie van tijd voordat muziek weer rebels wordt. De manier waarop wij en een paar andere Duitse bands op dit moment muziek maken is jammer genoeg een uitzondering.” Maar wat wil Mediengruppe Telekommander uiteindelijk bereiken met zijn rebelse muziek en kritische teksten? Mensen bewust maken van hun omgeving, van het vermogen om kritisch te zijn, van de rol die de media en commercie spelen in ons dagelijkse leven? Nuchter: “Muziek kan helemaal niets veranderen. Buiten mensen gelukkig maken op de momenten dat ze er naar luisten. En op dansen natuurlijk.”</p>
<p><strong>Link:</strong><br />
<a href="http://www.mediengruppe-telekommander.de/">http://www.mediengruppe-telekommander.de</a></p>
<p><em>dit artikel verscheen op woensdag 26 januari 2005 op cut-up.com en schreef ik samen met Omar Muñoz-Cremers. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/04/07/we-staan-niet-tegenover-het-systeem/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Te gemakkelijk portret van een verloren generatie</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/04/04/te-gemakkelijk-portret-van-een-verloren-generatie/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=te-gemakkelijk-portret-van-een-verloren-generatie</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/04/04/te-gemakkelijk-portret-van-een-verloren-generatie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 04 Apr 2010 13:45:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[extreemrechts]]></category>
		<category><![CDATA[generatie lonsdale]]></category>
		<category><![CDATA[Kafka]]></category>
		<category><![CDATA[lonsdalejongeren]]></category>
		<category><![CDATA[Maaike Homan]]></category>
		<category><![CDATA[racisme]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=708</guid>
		<description><![CDATA[Ronald Krijger zit met zijn handen in haar. De Nederlandse importeur van Lonsdale kleding zag in januari 2006 het aantal winkels met het merk in de schappen halveren. Komt door de representatie van het kledingmerk in de media, zo weet hij. Zelfs de miljoenencampagne die het Britse kledingmerk er tegenaan gooide, hielp niet. Best zuur. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ronald Krijger zit met zijn handen in haar. De Nederlandse importeur van Lonsdale kleding zag in januari 2006 het aantal winkels met het merk in de schappen halveren. Komt door de representatie van het kledingmerk in de media, zo weet hij. Zelfs de miljoenencampagne die het Britse kledingmerk er tegenaan gooide, hielp niet. Best zuur. De zwarte boxer Muhammed Ali droeg het merk immers en in de jaren zeventig werd het populair onder linkse skinheads &#8211; rechtse skins verschenen pas een paar jaar later. Niet omdat het zou passen bij hun vechtersmentaliteit zoals in <em>Generatie Lonsdale</em> wordt gesuggereerd, maar juist om die link met de zwarte gemeenschap. In <em>Generatie Lonsdale, extreem-rechtse jongeren in Nederland na Fortuyn en Van Gogh</em> constateert journaliste Maaike Homan dat de term Lonsdalejongeren in de media synoniem is gaan staan voor jongeren met een racistisch of rechtsextremistisch gedachtegoed. Toch noemt ze haar boek <em>Generatie Lonsdale</em>.</p>
<p><span id="more-708"></span></p>
<p>Kan uiteraard subversief zijn, die titel, maar wie het boek van Homan leest, komt eerder tot de conclusie dat ze liever signaleert dan constateert. Dat is jammer. Met <em>Generatie Lonsdale</em> levert ze namelijk een studie af waarin ze verschillende kanten van het fenomeen rechtextremistische jongeren laat zien. “Een empirisch sterk boek”, prijst Jan Blokker Homans studie in de Volkskrant. Juist daar gaat Homan de mist in. Op de eerste plaats hangt haar boek als los zand aan elkaar. Ze spreekt met wetenschappers, jongeren, welzijnswerkers en politici. Dat levert een uitermate geschakeerd beeld op van het probleem extreemrechtse jongeren. Samenvatten en bij elkaar brengen doet Homan die vaak tegenstrijdige meningen niet. Laat staan dat ze er een conclusie uit trekt. Dat moet de lezer zelf doen. Erg lastig. Zo ingewikkeld en tegenstrijdig zit <em>Generatie Lonsdale</em> namelijk wel in elkaar. Iedereen haalt er uit wat hij of zij eruit wil halen. Zie daarvoor bijvoorbeeld de eerder genoemde recensie van Jan Blokker in de Volkskrant.</p>
<p>Homan weigert te duiden. Dat is begrijpelijk. Dat zou immers betekenen dat ze een keuze moet maken en dat is – in haar ogen &#8211; in strijd met de principes van de objectieve journalistiek. Dat Homan juist daardoor het beeld dat in de media heerst versterkt, is vast niet haar bedoeling geweest. Toch is dat wat uiteindelijk gebeurt. Er is nog een tweede, veel kwalijker bezwaar tegen de manier waarop Homan in <em>Generatie Lonsdale</em> te werk gaat. Ze komt in haar boek nergens los van haar onderwerp. Ook dat is begrijpelijk. Al vanaf 2004 schrijft Homan regelmatig over extreemrechtse en racistische jongeren in, onder andere, dagblad Trouw. Daarin laat ze haar onderzoeksdrift voornamelijk leiden door persberichten en berichten van linkse onderzoeksgroepen als Kafka. Deze poneren het vraagstuk van de verrechtsing van de jongeren in Nederland als een van grootste problemen waarmee de Nederlandse samenleving te kampen heeft. Zij wijzen er tevens op hoe een antizionistische houding en sympathie voor nazistisch gedachtegoed vaak hand in hand gaan met deze verrechtsing.</p>
<p>In het artikel <em>De Haat van Holland-Hardcore</em> (Trouw, 25 april 2005) schreef Homan begin vorig jaar bijvoorbeeld over de gevaren van rechtse fora op internet. Ze schetst er een overdreven beeld dat juist de aandacht wegneemt van de plekken op het wereldwijde web die wél gevaarlijk zijn. cut.up. besteedde daar in het artikel <em>Gevaarlijk Internet</em> op 17 mei aandacht aan. Homan maakt in <em>Generatie Lonsdale</em> dezelfde fout als ze in het genoemde artikel maakt: ze ziet de ontwikkelingen niet meer in de directe, veel grotere, omgeving. Een harde conclusie en wederom niet helemaal eerlijk. In het boek laat Homan immers diverse mensen aan het woord die het vermeende racistische en extremistische gedachtegoed van de jongeren nuanceren. De uitzichtloze situatie van de jongeren – jeugdwerkloosheid, geen kans op een woning -, de algemene verrechtsing van de maatschappij sinds Fortuyn en het zoeken naar zekerheden in een onzeker bestaan en angstige omgeving. Zomaar een paar redenen waarom jongeren zich tot een rechtsextremistisch gedachtegoed aangetrokken voelen. Maakt ze dát nazistisch? Gevaarlijk? Een bedreiging voor de staatsveiligheid? Nee.</p>
<p>Sterker nog: er zijn veel grotere gevaren. Zoals juist die algemene verrechtsing. De uitspraken die de door Homan geïnterviewde ‘lonsdale’jongeren doen, wijken niet af van die van m’n blanke buren op de Kop van Zuid in Rotterdam. De commentaren die ze tikken op de door Homan als gevaarlijk getypeerde internetfora zijn minder stuitend dan die op de zogenaamde &#8216;volwassen&#8217;fora. Dat die groep hun extreme ideeën zo weet op te schrijven dat het plausibel lijkt, is juist een veel groter gevaar. Het is die wereld waarin de Lonsdalejongeren leven, die Homan in haar boek buiten beschouwing laat. En dat is jammer. Want zo legt ze het gevaar neer bij een kwetsbare, onzekere groep in onze samenleving die juist niet in staat is voor echt gevaar te zorgen. Prachtig te verklaren overigens met de theorie van de culturele hegemonie van de neomarxist Antonio Gramsci. De sociaal culturele patronen van de sterke groep, de rechtse volwassenen, worden immers tot standaard verheven. De zwakkeren krijgen de schuld van de onrust.</p>
<p>Misschien is het Homan niet aan te rekenen dat ze dergelijke processen niet heeft doorzien of &#8211; al dan niet opzettelijk – uit haar boek heeft gelaten. Het maakt <em>Generatie Lonsdale</em> echter niet tot het fantastische boek waar het in kranten en tijdschriften voor wordt aangezien. Homan legt een goede basis, verzamelt heel veel informatie, maar verzuimt om echt de diepte in te gaan. Jammer.</p>
<p><strong>Maaike Homan</strong><br />
<strong>Generatie Lonsdale, Extreem-rechtse jongeren in Nederland</strong><br />
<strong>Houtekiet</strong><br />
<strong>174 pagina’s </strong><br />
<strong>ISBN 90 5240 886 6</strong></p>
<p><strong>Link:</strong><br />
<a href="http://www.volkskrant.nl/kunst/article313462.ece">recensie Volkskrant</a></p>
<p><em>dit artikel verscheen op woensdag 17 juli 2006 op cut-up.com. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/04/04/te-gemakkelijk-portret-van-een-verloren-generatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Matt Mason: &#8216;Ik heb niets tegen een vrije markteconomie&#8217;</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/03/30/matt-mason-ik-heb-niets-tegen-een-vrije-markteconomie/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=matt-mason-ik-heb-niets-tegen-een-vrije-markteconomie</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/03/30/matt-mason-ik-heb-niets-tegen-een-vrije-markteconomie/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 30 Mar 2010 06:21:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[creatieve industrie]]></category>
		<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[Matt mason]]></category>
		<category><![CDATA[piraterij]]></category>
		<category><![CDATA[verzet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=692</guid>
		<description><![CDATA[Piraterij houdt het kapitalistische systeem in evenwicht en vervult daarmee een essentiële rol in de samenleving. Dat is de strekking van Piraterij, het onlangs in het Nederlands vertaalde boek van Matt Mason. Een oplossing voor de écht grote problemen in de wereld? Nee, dat is piraterij niet. ‘Daar gaat mijn boek ook niet over. Mijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Piraterij houdt het kapitalistische systeem in evenwicht en vervult daarmee een essentiële rol in de samenleving. Dat is de strekking van Piraterij, het onlangs in het Nederlands vertaalde boek van Matt Mason. Een oplossing voor de écht grote problemen in de wereld? Nee, dat is piraterij niet. ‘Daar gaat mijn boek ook niet over. Mijn focus is veel kleiner.’</p>
<p><span id="more-692"></span><br />
Een boek schrijven over Piraterij? Nee, dat was geen vooropgezet plan. Maar ja, wat moest Matt Mason anders? Kersvers verhuisd naar New York en in afwachting van zijn Green Card zat er weinig anders op. ‘In de VS mag je echt niks wanneer je geen werkvergunning hebt. Vreemde situatie, maar ik ben er achteraf blij mee’, glundert hij. Mason is een gemakkelijk verteller. Welbespraakt ook. Nog opvallender: hij vermijdt elk mogelijk conflict. Smoort ze al vroeg in de kiem. Zonder daarbij overigens de inhoud van zijn boek te verloochenen. ‘Andrew Keen zal het zeker niet eens zijn met mijn boek. Dat is ook helemaal niet erg. Hij is een buitengewoon intelligent man en kan goed schrijven. Ik heb zijn boek verslonden. Maar nee, ik ben het niet met hem eens. Dat is ook helemaal niet erg. Het is juist goed dat tegenovergestelde meningen naast elkaar kunnen bestaan. Dat zorgt voor meer discussie en meer waarheidsvinding.’ Dat doet ie knap, die Mason.</p>
<p>Dat betekent overigens niet dat de in New York woonachtige Brit geen mening heeft. Integendeel, die vliegt constant over tafel. Maar het blijft wel zijn mening, niet de mening. Dat zijn boek over Piraterij geen oplossingen aandraagt voor de écht grote problemen in de wereld, een verwijt dat ik hem maak in mijn recensie van de onlangs verschenen Nederlandse vertaling? ‘Helemaal mee eens’, zegt Mason beslist. ‘Daar gaat mijn boek ook niet over. Mijn focus is veel kleiner. Ik neem het kapitalistische systeem en leg dat onder de microscoop. Dan zie dat piraterij een essentieel onderdeel is van het systeem. Het houdt het systeem als het ware in evenwicht. Steeds wanneer er onderdelen van het systeem topzwaar worden, nadelig worden voor de samenleving, dan komen er piraten die de regels verbuigen, veranderen of aan hun laars lappen. Uiteindelijk moet het systeem die piraten wel binnenboord halen. Het systeem is daarmee weer in evenwicht.’ Kijk maar naar de muziekindustrie, legt Mason uit. De grote platenmaatschappijen hebben jarenlang lak gehad aan de muziekconsumenten en de artiesten. Nu de consument niet meer bereid is veel geld neer te leggen voor een cd en de muziek dus elders illegaal haalt en nu muzikanten uitwijken naar andere creatieve commons-licenties of andere distributiemodellen, weten de maatschappijen niet hoe snel ze moeten veranderen.</p>
<p>‘Dat maakt het kapitalistische systeem een prima bruikbaar systeem. Tenminste in mijn visie. Ik heb niets tegen een vrije markteconomie. Juist niet, ik geloof er heilig in’, bekent Mason kleur. ‘Ik ga de nadelige aspecten echter ook niet uit de weg. De hunkering van macht en geld liggen altijd op de loer. Piraterij houdt dat soort zaken in bedwang.’ Dat weet Mason uit ervaring. Begin deze eeuw draaide hij plaatjes bij een radiostation in Londen. Eentje zonder officiële zendfrequentie. Hij maakte er mee hoe grime de Londense underground veroverde op UK garage. Als oprichter van RWD deed hij zelf een flinke duit in het zakje. ‘Het ontzettend spannend wat er gebeurde. Grime sloeg aan bij de arme, donkere gemeenschap in de buitenwijken van Londen. Ik voelde de vibe, de spanning. Grime was een authentieke reactie van de straat op de ontwikkelingen in de hippe clubs. Daar moest ik een tijdschrift over maken.’ Al snel werd grime opgepikt door de muziekindustrie. Ook dat maakte Mason vanaf de eerste rij mee. Plots veroverde grime de clubs in de binnenstad, waar witte middenklassejongeren de muziek adopteerden. De muziekindustrie sprong erop en maakte van Dizzee Rascal de eerste hitparadester. Repressieve ontsublimatie, vrij naar Herbert Marcuse, uit het boekje. RWD groeide als kool, werd eveneens omarmd door de industrie en reclamebureaus en verkocht zijn ziel. Weg authenticiteit.</p>
<p>‘Tja, dat is hoe piraterij succesvol opgenomen wordt in het systeem’, lacht Mason. Hij zag het als signaal om het blad, eigenlijk zijn blad, de rug toe te keren en naar New York te verkassen. ‘Niet daarom hoor’, verduidelijkt hij, ‘de oorzaak is een vrouw. Met haar woon ik nu samen. We hebben ook een hond.’ Dan serieus: ‘Leuk was het natuurlijk niet om te zien hoe RWD precies werd wat ik altijd verafschuwde, maar het is wel een logisch proces. Daarin schuilt ook de kracht van piraterij. Het begint als tegenreactie. Wanneer het eenmaal liefdevol in de armen van het systeem is gesloten, is de angel eruit. Maar er is wel iets veranderd. Het mooie is dat er dan weer nieuwe piraten opstaan om voor tegenreacties te zorgen. Dat is zoals het werkt.’ Zoals het altijd heeft gewerkt, ook. Echt nieuw is de analyse van Mason dus niet. ‘Klopt’, geeft hij direct toe. ‘Maar het wordt er alleen maar makkelijker op om je niet te bekommeren om de te regels. Door nieuwe media kan iedereen creatief zijn en iets nieuws maken. Vroeger was dat in handen van een kleine groep die de middelen stevig in handen had. Nu heeft iedereen de beschikking over eigen productiemiddelen. Een hele goede zaak, benadrukt Mason.</p>
<p>Natuurlijk, het levert ook een stroom waardeloze cultuur op. ‘Maar is dat zo erg?’, stelt Mason als wedervraag. Wat hij in zijn boek als piraterij omschrijft is iets anders. Daar gaat het om mensen die weten wat ze doen en waarom ze dat doen. Noem het ideologen die in veel gevallen niet doorhebben dat ze ideologisch bezig zijn. ‘Kijk, de generatie van de vorige eeuw ging de straat op om te demonstreren tegen onrecht, de nieuwe generatie gaat zelf aan de slag met muziek, foto’s, kunst of journalistiek.’ Is dat niet een al te naïef beeld van de werkelijkheid? Mason lacht: ‘vast en zeker! Zoals ik al zei: er zijn hele grote problemen in deze wereld, die lossen we niet zomaar op met piraterij. Daar zijn andere krachten voor nodig. Maar dat pessimisme van bijvoorbeeld Andrew Keen deel ik niet. Wat hij in zijn boek beschrijft heeft zonder meer een kern van waarheid. Maar dat komt niet door de media. Journalistiek is bijvoorbeeld altijd al subjectief geweest, ook in de jaren zestig en zeventig. Wat hij beschrijft is een proces dat al jaren aan de gang is en dat een maatschappelijke oorzaak heeft. Het wordt niet veroorzaakt door nieuwe media, misschien alleen maar versneld.’</p>
<p>Sowieso is het denken in goed en fout ouderwets, meent Mason. ‘Grote bedrijven zijn niet per definitie fout. Zo eenvoudig zit de wereld niet in elkaar. Je merkt ook dat veel grote bedrijven wel degelijk willen leren en bezig zijn om hun producten wereldvriendelijker te maken.’ Bijna wekelijks komt Mason over de vloer bij bedrijven als Procter &amp; Gamble en Nike. ‘Het management daar wil alles weten over piraterij en manieren om te overleven in de huidige wereld. Het zijn bedrijven die ik in mijn boek kritisch belicht. Nee, daar heb ik helemaal geen problemen mee. Ik zie daar ook geen tegenstelling in. Zolang ik als auteur kan blijven schrijven wat ik wil schrijven, is er geen sprake van verstrengeling van belangen.’ En stel dat het wel zo was: geen probleem toch wanneer Mason er zelf geen geheim van zou maken. ‘Je moet daar natuurlijk wel mee oppassen. Het publiek is tegenwoordig echt niet meer dom. Een alliantie sluiten met de verkeerde partij en je ligt er helemaal uit.’ Mason fronst zijn voorhoofd: ‘Ach, ik kan het me wel heel goed voorstellen. Ik ben mijn hele leven al fan van Nike. Stel ze benaderen me en bieden me gratis schoenen aan.’ Stilte. Dan schaterlachend: ‘Denk je dan echt dat ik dat zou kunnen weigeren?’</p>
<p><em>Piraterij, Hoe Hackers, Punkkapitalisten En Graffitimiljonairs Onze Cultuur Remixen En De Wereld Veranderen van Matt Mason is verschenen bij uitgeverij Lebowski.</em></p>
<p><a href="http://www.lebowskipublishers.nl/result_nieuws.asp?N_Id=285&amp;A_Id=148">Het boek is hier gratis – als pdf – te downloaden</a>.</p>
<p><strong>Links:</strong><br />
<a href="http://www.thepiratesdilemma.com/">www.thepiratesdilemma.com</a><br />
<a href="http://www.lebowskipublishers.nl/">www.lebowskipublishers.nl</a></p>
<p><em>dit artikel verscheen op zondag 23 augustus 2009 op cut-up.com. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/03/30/matt-mason-ik-heb-niets-tegen-een-vrije-markteconomie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Baschz: kunst, commerie en lol</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/03/28/baschz-kunst-commerie-en-lol/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=baschz-kunst-commerie-en-lol</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/03/28/baschz-kunst-commerie-en-lol/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 28 Mar 2010 13:30:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[Baschz]]></category>
		<category><![CDATA[cut-up.media]]></category>
		<category><![CDATA[Lamball Bakra]]></category>
		<category><![CDATA[Mama]]></category>
		<category><![CDATA[rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[straatkunst cut-up]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=683</guid>
		<description><![CDATA[Spanning tussen vrijheid en commercie in de kunst? Jazeker. Lamball Bakra legt het spanningsveld bloot. Op een speelse, welhaast achteloze wijze. Onbewust, want in MAMA doen Baschz en vrienden wat ze altijd doen: lol hebben. “De kunst is overgeleverd aan de ongeremde krachten van vraag en aanbod en verliest zijn aanspraak op de waarheid”, betoogt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Spanning tussen vrijheid en commercie in de kunst? Jazeker. Lamball Bakra legt het spanningsveld bloot. Op een speelse, welhaast achteloze wijze. Onbewust, want in MAMA doen Baschz en vrienden wat ze altijd doen: lol hebben.</p>
<p><span id="more-683"></span>“De kunst is overgeleverd aan de ongeremde krachten van vraag en aanbod en verliest zijn aanspraak op de waarheid”, betoogt Lex ter Braak, directeur van het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst, in Vrij Nederland van 19 augustus. “Betekent dat het einde van de kunst? Of ligt er in de afstand die sommige kunstenaars doen van het romantische begrip ‘kunstenaar’ een uitweg?”, vraag hij zich af. Een retorische vraag, want die ontwikkeling is al jaren aan de gang. Vernieuwing vindt al lang niet meer plaats in het gesubsidieerde kunstcircuit, maar in het schemergebied tussen kunst, popcultuur en de straat. Het werkgebied van de creatieve industrie, zeg maar. En ook daar wordt lustig geflirt met de commercie.</p>
<p>Toch biedt juist dat onduidelijk af te bakenen gebied ook de ruimte om kunst te maken zoals het hoort. Door het gewoon te doen. Los van welke commerciële gedachte dan ook. De Rotterdamse kunstenaar Baschz (33) zegt het niet met zoveel woorden, maar de expositie die hij samen met vrienden heeft samengesteld in showroom Mama draait om de essentie van het kunstenaarschap: dingen doen die spontaan in je opkomen mét een brede glimlach op je gezicht. Bij Lamball Barka &#8211; vrij vertaald: luie blanke – draait het om onaffe ideeën, schetsen en experimenten. Nog niet aangetast door een mogelijk commercieel belang. Dat is ook duidelijk niet zijn ding, bekent Baschz.</p>
<p>Enthousiast demonstreert hij een vuurrode koelkastmagneet in de vorm van tepel. Het ziet er uit als een stuk kauwgum op de stoep geplakt. Zo was het ontwerp oorspronkelijk ook bedoeld. “Dat plakte ik op een lantaarnpaal of andere plek”, vertelt hij. Met een grijns: “na een week was die tepel er helemaal vanaf gesleten.” Straatkunst, maar zonder commerciële mogelijkheden. En dus ontwikkelde Baschz die koelkastvariant. Briljant idee. Op papier dan. “Uiteindelijk gaf ik ze nog allemaal gratis weg”, verzucht hij. Nee, dat commercieel denken wil er bij de geboren Brabander maar niet in. Wil ie stiekem ook helemaal niet. Maar ja, “als ik die wil blijven doen, dan zal ik wel moeten.” Het is een probleem van de kunst in het algemeen. Zeker in Nederland. We leren hier niet om kunst te verkopen, meent Baschz, “alles draait hier om de inhoud.”</p>
<p>Gelukkig maar, vindt Lex ter Braak in Vrij Nederland. De ‘kunstenaar van nu’ heeft niet meer nodig dan die inhoud. “Hij doorbreekt vertrouwde kaders en creëert ruimte. Hij creëert andere vormen van werkelijkheidsbeleving. En zijn vrijheid kan andere disciplines verrijken en zijn eigen armslag vergroten.” Ter Braak had het zo kunnen schrijven na een bezoek aan Lamball Bakra. Daar worden immers ook grenzen geslecht, nieuwe ruimten gecreëerd. Letterlijk. Het gaat er om wat er voorafgaat aan de daadwerkelijke kunst, om het proces van de totstandkoming. Mooiste voorbeeld daarvan is de replica van het gat in de muur dat Baschz en buurman kunstenaar Michiel Jansen hebben geslagen in hun woningen in Rotterdam om zo bij elkaar binnen te kunnen stappen. “Veel gemakkelijker dan steeds trap af en trap op te lopen.” De van latex nagebouwde doorgang staat voor het creatieve proces dat aan een kunstwerk vooraf gaat. De opgedroogde koffie op de grond de vele bakkies die ze samen drinken terwijl ze broeden op nieuwe ideeën.</p>
<p>Het geëxposeerde werk van Rob Looman bestaat uit schetsen en schilderexperimenten die nog niet af zijn. “Werk waarbij je nog volledig vrij bent omdat er geen vastomlijnd idee is van het eindresultaat. Het soort werk dat je met een brede grijs op je gezicht maakt”, legt Baschz uit. In Eindhoven, waar hij studeerde aan de Academie voor Industriële Vormgeving, deelde Baschz een atelier met Looman. Daar bouwden ze een skatepark compleet na in miniatuur. Mét die grijns constant op ‘t gezicht. Kleine boards, paletten, schansen. Precies zo gemaakt en samengesteld van dezelfde materiaal als de originelen. Zelfs de piepkleine spuitbuis is tot in het kleinste detail nagemaakt. “Enorm veel werk”, verzucht Baschz. “Hoeveel geld moet je daar voor vragen? Het ziet er wel gewoon uit als speelgoed maar het is ontzettend duur geweest om te maken.” Wat is de waarde van kunst? En is die waarde wel in geld uit te drukken? Het zijn vragen die als een rode draad door de expositie lopen. Vragen die ook Ter Braak zich stelt.</p>
<p>Lamball Bakra lijkt de antwoorden te geven. Er hangt kunst. Onaffe weliswaar, maar toch kunst. Iedereen, ook de bezoeker, kan een bijdragen leveren. Het Rotterdamse kunstenaarscollectief Tictoc, waar Bazsch onderdeel van uitmaakt, zorgt voor een opstelling waar iedereen z’n eigen plaatjes kan draaien of het dj-en kan leren. Een enorme wandschildering van zwarte lijnen is er om ingekleurd te worden, een gat in een van de ramen van de galerie is uitgeklapt een schoolbankje waar bezoekers en toevallige passanten naar hartelust kunnen tekenen, kliederen en kerven. “Als je het weer inklapt heb je kunstwerk gemaakt door iedereen.” Tja, eigenlijk is de expo een afspiegeling van het leven van de Rotterdamse kunstenaar: samen met z’n vrienden bezig zijn met leuke dingen en daarbij heel veel lol beleven. Alleen doet de bezoeker nu gewoon mee. Dat betekent overigens niet dat Lamball Bakra niet serieus bedoeld is. Al gebruikt Baschz juist dát woord niet.</p>
<p>Hij doet er zichzelf en zijn expo mee te kort. Lamball Bakra is kunst zoals het hoort en maakt duidelijk dat het bij kunst dus niet alleen om geld draait. Juist niet. De expositie ademt lol, ontzettend veel lol, maar is ook mooi en confronterend. Juist omdat Bazsch en zijn vrienden kunst laten zien die nog niet af is, nog de potentie heeft om te groeien. Natuurlijk, onaffe kunst bestaat niet. Noem het liever onaangetaste kunst. Kunst mét inhoud. Tja, Bazsch zal het toch toe moeten geven: het draait bij hem toch echt om de inhoud. Gelukkig maar.</p>
<p><em>dit artikel verscheen op zondag 17 september 2006 op cut-up.com. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/03/28/baschz-kunst-commerie-en-lol/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gevaarlijk internet</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/03/27/gevaarlijk-internet/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=gevaarlijk-internet</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/03/27/gevaarlijk-internet/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 27 Mar 2010 11:46:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[AIVD]]></category>
		<category><![CDATA[extreemrechts]]></category>
		<category><![CDATA[internet]]></category>
		<category><![CDATA[Kafka]]></category>
		<category><![CDATA[lonsdalejongeren]]></category>
		<category><![CDATA[Meer Vrijheid]]></category>
		<category><![CDATA[NOVA]]></category>
		<category><![CDATA[Stormfront]]></category>
		<category><![CDATA[trouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=681</guid>
		<description><![CDATA[Internet is een broedplaats voor extreemrechts. Jongeren ontmoeten elkaar op fora om te discussiëren over thema’s die op andere plekken taboe zijn. Beangstigend, noemt de antifascistische onderzoeksgroep Kafka de trend. De AIVD is inmiddels een onderzoek gestart. ‘De Haat van Holland-Hardcore’ kopt het artikel in deVerdieping, het supplement bij Trouw van maandag 25 april jongstleden. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Internet is een broedplaats voor extreemrechts. Jongeren ontmoeten elkaar op fora om te discussiëren over thema’s die op andere plekken taboe zijn. Beangstigend, noemt de antifascistische onderzoeksgroep Kafka de trend. De AIVD is inmiddels een onderzoek gestart.</p>
<p><span id="more-681"></span></p>
<p>‘De Haat van Holland-Hardcore’ kopt het artikel in <em>deVerdieping</em>, het supplement bij <em>Trouw</em> van maandag 25 april jongstleden. De boodschap van het artikel is duidelijk: internet en extreemrechts bundelen de krachten om zoekende jongeren te verleiden met gevaarlijk gedachtegoed. Een niet te onderschatten bedreiging. De stuitende voorbeelden in het artikel zijn dan ook niet van de lucht. Zo maken bezoekers van het Holland-Hardcore forum zich vrolijk over asielzoekers die verdrinken omdat ze niet kunnen zwemmen, vertelt een jongen dat hij buitenlanders die in Nederland wonen alleen haat wanneer ze zich niet aanpassen aan onze waarden en normen en verzucht een andere jongen van zeventien dat hij vindt dat mensen zoals hij gezien worden als ‘de slechte’ terwijl een buitenlander die iets flikt gemakkelijk weg komt.</p>
<p>Wie zich vaker op interfora begeeft, weet dat ongenuanceerde en prikkelende uitspraken schering en inslag zijn op de meeste jongerensites. Op internet heerst de taal van de voetbalsupporters. Hoe grover en schokkender, hoe beter. Ook op niet extreemrechtse fora. Toch is er wel degelijk iets aan de hand. De laatste vier jaar is een deel van de autochtone jongeren op het platteland geradicaliseerd. Daar zijn diverse redenen voor aan te wijzen. De politiek van angst die de afgelopen jaren in ons land wordt gevoerd is daar in ieder geval een van. De stigmatisering van bepaalde groepen jongeren op uiterlijke kenmerken een ander. Zo zijn er meer. Een week voor het verschijnen van het betreffende artikel in <em>Trouw </em>zond <em>Nova</em> een reportage uit over de zogenaamde Lonsdalejongeren in Noord-Limburg. Een schokkend verslag. Niet omdat de jongeren zo gevaarlijk overkwamen, maar juist omdat zij zo onzeker waren. Jongeren van begin twintig zonder werk, zonder opleiding, zonder werk, zonder kansen, afkomstig uit instabiele gezinnen. Gezinnen die vast ook aan de onderkant van de samenleving bungelden. Natuurlijk voelen deze jongeren zich aangetrokken tot een cultuur waarin eer, afkomst en broederschap – om er een aantal te noemen – centraal staan. “Mijn opa was bij de Wapen-SS’, zingt een jongen luidkeels mee terwijl hij zijn armen op het ritme van de hardcore beweegt. Het maakt hem vooral triest, niet gevaarlijk voor de toekomst van dit land.</p>
<p>Onderschat ik daarmee de problemen schromelijk? Nee, problemen zijn er zeker. Maar die zijn veel eerder geworteld in de politieke en sociaal-economische basis dan bij deze jongeren. Geef ze de Koran of het boek van Mao en ze slikken het ook voor zoete koek. Onderzoeksgroep Kafka doet al heel wat jaren onderzoek naar fascistische tendensen binnen de vaderlandse jongerencultuur. Daarin slaat zij regelmatig door. Gemakzuchtig brengt Kafka muzikale subculturen in verband met extreemrechts gedachtegoed. Gabber, hardcore, pagan metal en death metal passeerden reeds de revue. Begin dit jaar onderzocht ik voor het <em>Haarlems Dagblad</em> de volgens Kafka sterk fascistische trekken van de hedendaagse black metal scene in ons land. Die bleken enorm mee te vallen. De flirt van het genre met voorchristelijke Europese mythologieën bleek los te staan van een adoratie van het nazisme. Daarbij bleken muzikanten en fans vooral zoekende en onzekere jongens. Frankco Lamerikx, kenner en journalist voor het internetmagazine <em>Musique Machine</em>, verwoorde het als volgt: “Is het echt een probleem? Het verschijnsel is zo marginaal dat niemand er op dit moment wakker van ligt, zeker niet onze samenleving waarin de religieuze problematiek zich toespitst op het Islamitische vraagstuk. Maar zodra aanhangers een natuurreligies gaan rondlopen met swastika’s zullen de poppen waarschijnlijk aan het dansen zijn.”</p>
<p>Hij vervolgt: “In een puur materialistisch georiënteerde cultuur, gebaseerd op de mythe van een progressieve evolutie, is alleen beperkt ruimte voor geschiedenis. Vandaar dat onze cultuur niet langer leeft maar is opgesloten in musea en themaparken. Pagan metal grijpt terug naar de tijd waarin de voorouderverering centraal stond, waarin de mens zijn plaats in de natuur en in het universum veel duidelijker besefte dan vandaag de dag.” Diepgang en poging tot duiding die in het artikel in <em>Trouw </em>en op de website van Kafka met node wordt gemist.</p>
<p>Maar terug naar internet. Vrijheid van meningsuiting en internet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarbij, hoe extreem sommige uitingen op de zogenaamd extreemrechte fora ook zijn, ze zijn gemaakt binnen een bepaalde context, binnen een bepaalde discussie, door kansarme jongeren op zoek naar zekerheid. Als er eens onderzoek moet worden gedaan of en kritisch artikel geschreven dient te worden over gevaarlijk tendensen op het internet dan zijn er veel betere plekken.</p>
<p>Een tweetal voorbeelden. De website Meervrijheid bijvoorbeeld, een stichting die zich inzet voor een samenleving op basis van vrijwilligheid en eigen verantwoordelijkheid. In een artikel over sekstoerisme betoogt Bart Croughs er dat kinderprostitutie in de derdewereld een goede zaak is. Het komt immers de welvaart van dergelijke landen ten goede en levert de westerling op zoek naar genot een goed gevoel op. Twee partijen gelukkig. Wie denkt dat Croughs een zieke grap of omgekeerd kritisch stuk schrijft, heeft het goed mis. De reacties van mede-libertariërs – want dat zijn de mensen achter Meervrijheid &#8211; liegen er niet om. Volgens de beginselen van de literarische samenleving heeft Croughs groot gelijk. Dan te bedenken dat dit volwassen mensen zijn, met een bovengemiddeld economisch kapitaal. Kafka, de AIVD en <em>Trouw</em> liggen er blijkbaar niet wakker van.</p>
<p>Niet extreemrechts en daarom blijkbaar niet verdacht is het forum van Pim-Fortuyn.nl. “De Marokkanen gedragen zich net als de SA van Hitler in de jaren 30. Wat dat betreft lijken zijn meer van de geschiedenis geleerd te hebben dan de meeste Nederlanders”, schrijft Rene68 naar aanleiding van de mishandeling van de homoseksuele journalist in Amsterdam. Een dergelijke opmerking op het forum van Stormfront brengt Kafka in de hoogste paraatheid. De anti-islamitische opmerkingen zijn er niet van de lucht. Extreem schrijft: “Een Islamiet zal altijd een zesderangs burger blijven. Je kan namelijk geen oer-Nederlander worden, dat ben je of dat ben je niet. Islamieten dienen zo snel mogelijk uitgezet te worden buiten Nederland.”</p>
<p>De blinde focus van onderzoeksgroepen en media op jongeren met extremistisch gedachtegoed is exemplarisch. In plaats van op zoek te gaan naar de achtergronden van bepaalde uitlatingen en gedragingen wordt de zwakste schakel in de keten aangepakt. De schakel waar – kort door de bocht – alle ellende samenkomt. Gemakkelijk en op het eerste gezicht effectief, maar in essentie symptoombestrijding in plaats van het traceren van de echte problemen. Of ontbreekt het <em>Trouw</em> – en andere Nederlandse media – aan moed en durf?</p>
<p><strong>links:</strong><br />
<a href="http://www.meervrijheid.nl/">http://www.meervrijheid.nl/</a><br />
<a href="http://www.stormfront.org/forum/forumdisplay.php?f=">http://www.stormfront.org/forum/forumdisplay.php?f=&#8221;22&#8243;</a><br />
<a href="http://kafka.antifa.net/">http://kafka.antifa.net/</a><br />
<a href="http://www.pim-fortuyn.nl/pfforum">http://www.pim-fortuyn.nl/pfforum</a></p>
<p><em>dit artikel verscheen op vrijdag 17 mei 2005 op cut-up.com. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/03/27/gevaarlijk-internet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Weg met de muziekindustrie?</title>
		<link>http://www.theoploeg.net/2010/03/19/cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie/?utm_source=rss&amp;utm_medium=rss&amp;utm_campaign=cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie</link>
		<comments>http://www.theoploeg.net/2010/03/19/cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Mar 2010 09:26:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>theo</dc:creator>
				<category><![CDATA[creatieve industrie]]></category>
		<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwe media]]></category>
		<category><![CDATA[oude media]]></category>
		<category><![CDATA[pop]]></category>
		<category><![CDATA[axel winter]]></category>
		<category><![CDATA[Beluga]]></category>
		<category><![CDATA[bright]]></category>
		<category><![CDATA[Chris Anderson]]></category>
		<category><![CDATA[diy]]></category>
		<category><![CDATA[einstürzende neubauten]]></category>
		<category><![CDATA[erwin van der zande]]></category>
		<category><![CDATA[gerd leonard]]></category>
		<category><![CDATA[glamcult]]></category>
		<category><![CDATA[jeff howe]]></category>
		<category><![CDATA[maarten brinkerink]]></category>
		<category><![CDATA[marco raaphorst]]></category>
		<category><![CDATA[muziekindustrie]]></category>
		<category><![CDATA[nine inch nails]]></category>
		<category><![CDATA[Radiohead]]></category>
		<category><![CDATA[simon sixsmith]]></category>
		<category><![CDATA[Wired]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.theoploeg.net/?p=653</guid>
		<description><![CDATA[De muziekindustrie? Overbodig geworden, meent de media. Via internet en met nieuwe technologie kan de moderne muzikant alles zelf. Een droom die voor het grijpen ligt? Nou nee, de werkelijkheid is zoals altijd weerbarstiger dan het lijkt. Het helemaal zelfstandig maken, uitbrengen, distribueren én aanprijzen van muziek is slechts voor een enkeling weggelegd. ‘Misschien stoppen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De muziekindustrie? Overbodig geworden, meent de media. Via internet en met nieuwe technologie kan de moderne muzikant alles zelf. Een droom die voor het grijpen ligt? Nou nee, de werkelijkheid is zoals altijd weerbarstiger dan het lijkt. Het helemaal zelfstandig maken, uitbrengen, distribueren én aanprijzen van muziek is slechts voor een enkeling weggelegd.</p>
<p><span id="more-653"></span></p>
<p>‘Misschien stoppen we er volgend jaar mee’, verzucht Axel Winter. Samen met een groepje bevriende muzikanten nam hij een paar jaar terug het heft in eigen handen. Zelf muziek uitbrengen zonder de hulp van die vervelende muziekindustrie, dat was de droom. Het pakte anders uit. ‘Van elke release verkopen we een paar honderd stuks, maar veel verder komen we niet. Door het gigantische aanbod van nieuwe muziek zien de popbladen ons niet staan. Muziekliefhebbers naar de website lokken? Interessant idee, maar hoe krijg je dat in godsnaam voor elkaar? We werken nu al de klok rond.’ Tja, wie zich bevrijdt van de verstikkende banden met de muziekindustrie staat er alleen voor. En dat betekent alles zelf doen. Gemakkelijk is dat niet. Daarbij is PR en marketing iets heel anders dan muziek maken en dat op vinyl persen, weet Winter nu. Logisch, met een beetje html-kennis bouw je ook geen mooie, functionele website. Toch is de mythe van het amateurschap sinds kort ook doorgedrongen in de wereld van de popmuziek. Lifestylemagazine Bright noemde het een dik jaar geleden Muziek 2.0, het muzikale broertje van Web 2.0. Anno 2008 heeft de muziekliefhebber een oneindig aanbod van gratis muziek ter beschikking, iedereen met een computer kan zelf muziek maken en de muziekindustrie loopt op de achterste benen. Een zegen voor zowel de muzikant als de liefhebber, zo kopt de traditionele en nieuwe media. Maar is dat wel zo?</p>
<p>Het klinkt allemaal aanlokkelijk. De muzikant is weer meester over zijn eigen werk. Geen vervelende platenbonzen die allerlei commerciële eisen stellen aan je muziek, geen afdracht van meer dan vijfenzeventig procent van de opbrengst aan de platenmaatschappij, geen organisatie die ervoor zorgt dat je nieuwe videoclip van YouTube verwijderd wordt wegens schending van auteursrecht. Precies de situatie vóór het midden van de vorige eeuw. In de geschiedenis van de muziek heeft de artiest slechts een  jaar of vijftig geen volledige vrijheid gehad over zijn of haar eigen werk. Pas sinds de opkomst van de massacommunicatie en, in haar kielzog, popcultuur, heeft de muzikant zich gebonden aan de wetten van de vrije markt. De wetten van de alsmaar uitdijende muziekindustrie. Die groei is met de komst van internet een halt toe geroepen. Relatief dan. Nog steeds zorgen de vier grootste platenmaatschappijen &#8211; Sony BMG, Warner, EMI en Universal &#8211; voor meer dan tachtig procent van de omzet. Ondanks de huidige malaise in de sector. Onlangs ontsloeg EMI wereldwijd duizenden medewerkers door teruggelopen inkomsten uit muziekverkopen. Andere maatschappijen en auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra en Stichting Brein klagen steen en been over het inkomstenverlies door illegale downloads. Krokodillentranen? Voor een groot deel wel. Van oudsher investeert de muziekindustrie in een handjevol grote sterren die genoeg geld binnen brengen om de minder commercieel succesvolle artiesten te financieren. Doel? Het ontdekken van dat ene grote talent dat zich bij die kleine groep sterren gaar scharen. Juist daar wringt tegenwoordig de schoen. Die grote artiesten verkopen steeds minder, brengen dus minder geld binnen. Dáág strategie die sinds de jaren zestig succesvol en dominant is geweest. De muziekindustrie heeft zich, kortom, niet aangepast aan de nieuwe regels van het veranderende muzikale landschap. Welke regels dat zijn? Wired-redacteur Chris Anderson schreef er een boek over dat inmiddels gemeengoed is op de beste en hipste marketingopleidingen: The Long Tail, How Endless Choice Is Creating Unlimited Demand.</p>
<p>De titel zegt het al: volgens Anderson, die zijn bevindingen overigens eerst publiceerde in Wired, zorgt het hedendaagse, oneindige aanbod van popmuziek ervoor dat dé markt voor pop is veranderd in een ontelbaar aantal nichemarkten. Voor elk wat wils dus. Oké, er valt genoeg af te dingen op de conclusies van Anderson. Ogenschijnlijk heeft hij het gelijk echter aan z’n kant. Popmuziek floreert in de niches, écht grote artiesten als Prince, Michael Jackson en Madonna zijn er niet meer. Laatstgenoemde slaat met haar onlangs verschenen Hard Candy nog geen deuk in een pakje boter. Het geplande optreden van ‘The Queen Of Pop’ in de Amsterdam ArenA in september wil maar niet uitverkopen. Had Madonna vroeger maar een paar minuten voor nodig. Het einde van de dinosauriërs van de pop is ten einde. Al levert ook dat weer een nichemarkt op. Oude rotten als Bruce Springsteen, Bon Jovi en Rolling Stones mogen dan wel geen miljoenen albums meer verkopen, hun sporadische optredens lopen goed. Nichemarkt voor nostalgische oudere muziekliefhebbers dus. Bij Anderson is er al gauw sprake van een niche. Ook populaire acts als Radiohead en Coldplay representeren er een. Populair, dat zijn ze. Maar lang niet zo populair als de megasterren van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Wat platenmaatschappijen volgens Anderson moeten doen? Zich richten op een groot aantal nichemarkten. Opgeteld levert dat een dik gelegde boterham op. Succesvolle webwinkels als Amazon zijn er groot mee geworden. In zelfs het kleinste segment van de boekenmarkt &#8211; boeken over doodskopvlinder in de Afrikaanse binnenlanden, bijvoorbeeld &#8211; heeft de winkel een groter aanbod aan de gespecialiseerde boekwinkel om de hoek. Popmuziek is echter iets anders dan boeken. De grote platenmaatschappijen hebben er dankzij de fragmentatie van de markt geduchte concurrenten bij: maatschappijen die zich richten op één of enkele niches.</p>
<p>Die zijn er altijd al geweest, maar nog nooit waren ze zo succesvol als tegenwoordig. Jeff How schreef er in 2005 het artikel Hitfactory over in, wederom, Wired. Daarin beschrijft hij een nieuwe generatie bandjes die door slechts een album of vijftigduizend te verkopen en t-shirts, badgets en andere prularia te verkopen tijdens concerten genoeg verdient om te overleven en van het muzikant-zijn ‘gewoon werk’ te maken. Die droom ligt anno 2008 voor het grijpen voor iedereen die muziek maakt, betoogt Maarten Brinkerink in Cyberindie, Digitale Cultuur En De Veranderende Muziekindustrie &#8211; zijn afstudeerscriptie voor de opleiding Nieuwe Media en Digitale Cultuur aan de Universiteit van Utrecht. Volgens Brinkerink beschikken muzikanten tegenwoordig over alle mogelijkheden die vroeger waren weggelegd voor professionals. Digitale technologie zorgt er voor dat het maken van muziek stukken eenvoudiger is geworden, distributie van muziek en het maken van reclame vindt plaats via internet, het auteursrecht worden ondergebracht bij een nieuwe licentiesysteem, Creative Commons, waarbij muziek onder bepaalde voorwaarden legaal kan worden verspreid. Brinkerink rept daarom van de derde indierevolutie in de muziekindustrie. Na de punk eind jaren zeventig en de opkomst van indiepop begin jaren negentig is de ‘Do It Yourself’-mentaliteit weer helemaal terug. ‘Dankzij het internet kunnen muzikanten voor het eerst in de geschiedenis zelfstandig en op een toegankelijke manier een massapubliek bereiken. De distributie- en promotiekanalen van de gevestigde muziekindustrie zijn hierdoor niet langer onmisbaar, wat noodzakelijke samenwerkingsverbanden en gedwongen artistieke concessies onnodig maakt. De bal ligt nu bij de muzikanten. Het benutten van de mogelijkheden van de digitale muziekcultuur vraagt om een actieve houding, lef om te innoveren en inzicht in de behoeften van de hedendaagse muziekliefhebber. Maar als er een tijd is waarin het voor muzikanten loont om het zelf-te-doen, dan is het nu’, betoogt hij.</p>
<p>Ongewild legt hij daarmee die vinger op de zere plek. Wie immers alles zelf wil doen, moet professional worden op het gebied van het maken, produceren, uitbrengen, distribueren en promoten van popmuziek. Sla er Music 2.0 van Gerd Leonhard maar op na. Ga daar maar eens aanstaan. Neem als voorbeeld In Rainbows van Radiohead. Opgenomen zonder bemoeienis van de muziekindustrie, aangeboden op internet voor wat de downloader ervoor wil geven en uitgebracht in een speciale, peperdure box voor de échte fans. Kijk, dat is nichemarketing avant la lettre. De internationale pers schreef enkel in superlatieven over de durf en experimenteerdrift van de eigenwijze Britten. De doodsteek voor de muziekindustrie, toegediend door door de muzikanten zelf. Ach, de media laten zich graag een rad voor de ogen draaien. Radiohead is de muziekindustrie. De miljoenen ponden die ze eerder verdienen binnen het traditionele muziekverkoopmodel maakte hen onafhankelijk van de platenindustrie. Ze investeerden een deel van dat geld in een peperdure opnamestudio, een stel marktingexperts en internetkenners. Resultaat? Een slimme, uitgekiende strategie die de band meer geld &#8211; de downloaders betaalden gemiddeld bijna tien dollar voor het album &#8211; heeft opgeleverd dan via de traditionele manier. Het Amerikaanse Nine Inch Nails gaat nog een stapje verder. De band bracht dit jaar twee albums uit onder een Creative Commons-licentie: Ghosts I &#8211; IV en The Slip. Rare keuze voor zo’n grote act, zoals Marco Raaphorst op zijn blog betoogt? Juist niet. Bekende acts komen immers op andere manier aan veel meer geld. De speciaal vormgegeven en in beperkte oplage uitgegeven box van Ghosts I &#8211; IV van driehonderd dollar was in nog geen twee dagen uitverkocht. Zo doe je dat dus. Juist voor onbekende muzikanten is de nieuwe werkelijkheid weerbarstiger. Eindelijk verlost van de dwingende en onredelijke structuren van de muziekindustrie staan zij tussen miljoenen anderen te schreeuwen om aandacht. In veel gevallen een heilloze missie.</p>
<p>Er is hoop. Het kleine, onafhankelijke platenlabel is terug van weggeweest. En met succes. Voor cut-up.radio interviewde Joerie Adriaanse eind 2006 drie Nederlandse labels: Muze, Esc-Rec en Narrominded. Hun succes? Het creëren van een duidelijke identiteit én het aanboren van een nichemarkt. Het Utrechts Beluga Recordings gaat nog een stap verder. Sinds een jaar biedt het label alle uitgebrachte albums gratis aan op internet. Over cijfers wil eigenaar Simon Sixsmith &#8211; geboren Brit en allerlei omzwervingen uiteindelijk gevallen voor een Utrechtse schone &#8211; niet praten. Ach ja, eentje dan: zijn debuutalbum werd al drieduizend maal gedownload. ‘En het dat blijft maar doorgaan, ook al is het album al een tijdje uit. Dat is het voordeel van internet. Soms krijgt een ouder album plotseling veel downloads om onduidelijke redenen. Dat is een van de leuke natuurlijke wetten van het internet.’ Sinds kort biedt het label de cd’s niet meer fysiek te koop aan, al zijn ze wel te koop via iTunes. Inkomsten uit muziek zijn dus verwaarloosbaar, al zijn ook de kosten laag. ‘We doen onze ondertitel Save/Fuck The Music Industry eer aan. We bieden muziek gratis aan en hebben hele artiestvriendelijke contracten afgesloten met de muzikanten. De publicatierechten blijven bij de muzikant zelf. We willen juist het tegenovergestelde zijn van de grote platenmaatschappij die de kleine artiest naait. Aan de ene kant redden we de muziekindustrie door uit te gaan van de muziek en niet van het geld, aan de andere naaien we de geldkant van de industrie en maken we het er alleen maar moeilijker op om te verdienen aan muziek.’ Volgens Sixsmith zijn dat twee kanten van dezelfde medaille. Toch ziet hij de toekomst rooskleurig in. ‘Hoe minder de muziekindustrie draait om geld, hoe meer echte muziekliefhebbers er zullen gaan werken. Je ziet de verandering al terug in de hitlijsten. Een tijdje geleden stonden die nog vol een-hit-wonderen, nu zie je steeds meer rockbands hits scoren die wel degelijk echt hun instrumenten beheersen. Zoals het vroeger ook was, zeg maar. Zo is de cirkel weer rond.’</p>
<p>Kleine door muziekliefhebbers gerunde labels als Beluga Recordings zijn een uitzondering. Toch zijn ze onontbeerlijk in het muzikale landschap van de nabije toekomst. De muzikant die van alle markten thuis is zoals Maarten Brinkerink in zijn scriptie beschrijft , is immers een zeldzaamheid. Een van de weinige voorbeelden? Einstürzende Neubauten. Sinds het begin van deze eeuw kopen fans van te voren een aandeel in het nieuwe album van de Berlijnse band. Niet alleen krijgen de investeerders het uiteindelijke album, ook hebben ze via internet toegang tot de opnamesessies en inspraak tijdens de studiosessies van de band. Einstürzende Neubauten maakt nieuwe muziek samen met de échte fans. Kijk, dát is muziek 2.0 die de belofte weet waar te maken. Al ontkomt ook Einstürzende Neubauten uiteindelijk niet aan het samenwerken met traditionele platenmaatschappijen om verzekerd te zijn van aandacht in de media. Ach, sommige zaken veranderen nooit. Een schrale troost voor Axel Winter en zijn vrienden.</p>
<p><strong>LEES</strong><br />
The Long Tail, How Endless Choice Is Creating Unlimited Demand (2006), Chris Anderson.<br />
Muziek 2.0, We Want More (in Bright, 2007), Erwin van der Zande en Theo Ploeg.<br />
Cyberindie, Digitale Cultuur En De Veranderende Muziekindustrie (2008), Maarten Brinkerink.<br />
Music 2.0 (2008), Gerd Leonhard.</p>
<p><strong>SURF</strong><br />
<a href="http://www.belugarecordings.com/">www.belugarecordings.com</a><br />
<a href="http://www.maartenbrinkerink.net/">www.maartenbrinkerink.net</a><br />
<a href="http://www.marcoraaphorst.nl/">www.marcoraaphorst.nl</a><br />
<a href="http://www.bright.nl/">www.bright.nl</a><br />
<a href="http://www.mediafuturist.com/">www.gerdnews.com</a></p>
<p><em>dit artikel verscheen op vrijdag vijftien juni 2008 op cut-up.com en is in gewijzigde vorm verschenen in </em><a href="http://www.glamcult.nl/"><em>Glamcult</em></a><em>. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog</em>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.theoploeg.net/2010/03/19/cut-up-nostalgie-weg-met-de-muziekindustrie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
