“Hoor je dat? Thom Yorke komt misschien ook nog!”, fluistert een meisje opgewonden. Geroezemoes en rumoer tijdens het openingspraatje van Stijn Huijts. Een zelfverzekerde spreker is de directeur van de Heerlense cultuurpaleis SCHUNCK* niet. Wel een gepassioneerde. Zeker wanneer hij het heeft over Red Maze van Stanley Donwood. Eigenlijk zijn tentoonstelling. Hij vatte immers het idee op om iets te doen op het raakvlak van hogere en lagere cultuur. Jaren geleden al. Drijfveer? Zijn passie voor popcultuur. Het resultaat? Een overzichtstentoonstelling van Donwoods werk. Voor het eerst in de lange carrière van de Britse kunstenaar. En ja, zo vertelt Huijts tussen neus en lippen door, misschien komt de voorman van Radiohead even buurten.
Ach ja, doe eens gek. In tijden van economische malaise gaat het Nederlandse persbureau ANP zelf op onderzoek uit, in plaats van de persberichten van andere – al dan niet – onderzoeksbureaus over te schrijven. Goede zet? In het geval van de recente rondgang langs gemeenten om het gebruik sociale media te meten in ieder geval niet.
Een middag en avond zochten Peter Bruyn en ik koortsachtig naar een goede naam. Terwijl de avond viel en Haarlem langzaam transformeerde in een decor uit een verhaal van Charles Dickens vlogen allerlei termen over tafel. Termen uit de popcultuur, wetenschap, filosofie en media. Niets voldeed. Te banaal. Te ingewikkeld. Te omvattend. Te klein. Te pretentieus. Te politiek. Te gemakkelijk. Te populair.
Het moet een rare aanblik zijn geweest: twee radeloze mannen, tegenover elkaar aan een tafeltje in de Roemer. Bezaaid met tot proppen verfromfraaid papier, lege glazen bier, mokken koffie, half opgepeuzelde maaltijdsalades mét Vlaamse friet. En daar was hij plotseling. Dé naam voor onze nieuwe rubriek. Frankfurt. Een stilte volgde. Frankfurt? Ja, Frankfurt!
En dus heet onze nieuwe rubriek op de website van het Vlaamse tijdschrift Gonzo (circus) Frankfurt. Niet omdat het kan, maar simpelweg omdat het past. Beter dan welk woord ook. Voor de niet ingewijden: Frankfurt staat uiteraard voor Das Institut für Sozialfortschung. Uit Frankfurt. De bakermat van het neomarxisme en van de kritische theorie. En die levenshouding is ons op het lijf geschreven.
Voor Gonzo (circus) gaan we er precies dát doen: pop- en mediacultuur kritisch tegen te licht houden. Duiden, zo je wilt. Een beetje wat we dus ook al bij wijlen cut-up deden. Stiekem dromen we van een rol die de grote denkers van het Duitse instituut – Adorno, Marcuse, Fromm, Pollock, Benjamin, Horkheimer, Habermans – hadden. Die van luis in de pels van de hedendaagse samenleving. Van der Gegenward.
Wat dat betreft staat Frankfurt ook voor het geloof in verandering, ja in een utopie. Want laten we eerlijk zijn, de verlichting – die in het Duits zo fraai Aufklärung heet – is nog lang niet afgerond. Daar gaan Peter en ik niet voor zorgen. Zo naïef zijn we niet. Een rondblik in het landschap, een kritische beschouwing van het hier en nu, dát lijkt ons in eerste instantie meer dan voldoende.
Tien jaar geleden luidde Lawrence Lessig de alarmklokken in het Amerikaanse tijdschrift Speak. Het internet zoals we dat tot dan toe kenden – vrij, open, neutraal – zou over een aantal jaar niet meer bestaan. Tenminste, als er geen voorzorgsmaatregelen werden getroffen. Lessig kreeg gelijk. Het afgelopen decennium is het internet gekoloniseerd door instanties die gedijen bij macht. Het eens vrije netwerk is nu de speelplaats van bedrijfsleven en overheid.
Terwijl op internet zowat elke minderheidsgroep er verbaal van langs krijgt, is de burgemeester van Roermond geschokt. De Russische metalband Temnozor komt naar zijn stad. ‘De skinheads van tegenwoordig hebben een weelderige haardos’, schrijft Dagblad De Limburger maar vast. Want ja: Temnozor, dat zijn nazi’s. Fascisten. Een onderzoek door de AIVD moet er komen meent burgemeester Henk van Beers. Dat is inmiddels in volle gang.
Waarschijnlijk zal de AIVD constateren dat het gaat om een storm in een glas water. Ja, Temnozor houdt er aparte denkbeelden op na. Maar het verheerlijken van de eigen Slavische wortels is niet verboden. Tenminste, ik denk dat de AIVD dat gaat constateren. In 2005 en 2006 schreef ik een aantal artikelen over de rare manier waarop onze samenleving omgaat met de vrijheid van meningsuiting wanneer het om jeugdcultuur gaat. Paganmetal en Lonsdalejongeren werden in het midden van het vorig decennium steevast als fascisten afgeschilderd. Grotendeels onterecht, zo bleek uit mijn speurwerk voor Haarlems Dagblad en cut-up.
Omdat ik het eigen wiel niet opnieuw ga uitvinden hieronder het artikel over vermeend extremistische metalbands dat ik, naar aanleiding van optredens van Enslaved en Vreid in Patronaat, begin 2005 schreef voor Haarlems Dagblad. Onderaan deze post links naar de artikelen Gevaarlijk Internet en Té Gemakkelijk Portret Van Een Verloren Generatie. Voor wie er meer over wil weten. Continue reading »
Vaste prik op de maandagochtend: vol lof spreken over De Oorlog, de negendelige documentaire die de NPS op de zondagavond uitzendt. Wie niet naar Boer Zoekt Vrouw kijkt, schakelt in op Ned 2. De Oorlog plaatst de geschiedenis in een context, al is die gekleurd. De tweede wereldoorlog is het enige stukje geschiedenis dat niet ten prooi is gevallen aan de postmoderniteit.
De vijf jaar, en vooral de verschikkingen die in de laatste daarvan hebben plaatsgevonden, bieden ons een essentieel moreel kader. Nog steeds. Voor het overige is geschiedenis iets van musea, van boeken, van een andere wereld. In het midden van de negentiger jaren van die vorige eeuw verklaarde Francis Fukuyama de geschiedenis dood. De vraag of de geschiedenis ten einde zou gaan lopen poneerde hij overigens al in 1989 in het essay The End Of History?, waarin hij – vrij naar Hegel – betoogde dat het westen naar een synthese tendeert die onze seculaire vrije markt democratie is. Na de aanslagen van 9/11 kwam Fukuyama op zijn woorden terug. Continue reading »
Progressief. Een woord waar Bert Brussen een bloedhekel aan heeft. Zo erg dat hij ten strijde trok tegen het progressieve webzine De Joop nog voor er een letter op het web stond. De Jaap heet zijn wapen. Een groepsblog voor en door iedereen. Maar, eh, van dat soort blogs zijn er toch al duizenden? Continue reading »
Grote vrienden zijn we niet, BUMA/STEMRA en ik. De auteursrechtenorganisatie bemoeilijkt mijn werk als popjournalist en (hoofd)redacteur van popmagazines al jaren. Nu komen ze weer met iets nieuws om de eigen leden én mensen die schrijven over popmuziek tot last te zijn: met terugwerkende kracht moet er betaald worden voor het embedden van audiomateriaal op blogs en websites. Continue reading »
Jammer. Een normaal afscheid bij Glamcult is me niet gegund. Het artikel dat ik schreef naar aanleiding van 5DaysOff wordt niet geplaatst. Reden? Te kritisch.
Dat verdient uitleg. Glamcult maakt sinds twee jaar een soort programmaboekje dat tijdens het vijfdaagse dancefestival gratis ter beschikking wordt gesteld. Ontzettend leuk, zo’n boekje maken. Zeker omdat Glamcult een duidelijk smoel heeft als het om dance gaat. Het tijdschrift zit dicht op de nieuwe ontwikkelingen in het genre en bericht daar uitvoerig over. Dat komt niet in de laatste plaats door mijn inbreng. Als popjournalist met de specialisatie elektronische dansmuziek weet ik wat er speelt.
Daar zijn 5DaysOff en ik het overigens niet over eens. Vorig jaar weigerde de organisatie een column van me over de programmering van het festival te plaatsen in het door Glamcult opgestelde boekje. Ik geef toe: die was inderdaad behoorlijk kritisch. Daarom schreef ik een nieuwe die uiteindelijk wel werd geplaatst. Daar had ik alle begrip voor. Ja, Glamcult stelde het boekje samen en was verantwoordelijk voor de inhoud ervan. Toch trad 5DaysOff op als sponsor en distributeur. Dat schept verplichtingen. Niets aan de hand. Zo werkt de wereld van de commerciëlere journalistiek nu eenmaal.
Dat het ook dit jaar fout zou lopen had ik niet verwacht. De eerste versie van mijn artikel over de programmering van 5DaysOff werd door de inmiddels oplettende Glamcultredactie al retour gezonden. ‘Wij vinden ‘m niet te kritisch maar daar denkt 5DaysOff vast anders over’, was de boodschap. Geen probleem. Ik ben nu eenmaal een kritisch journalist. Een paar duwtjes in de goede richting is onontbeerlijk als om relatief neutrale beschouwingen wordt gevraagd.
Met de tweede versie heb ik mezelf overtroffen. Ook ik bleek in staat om een relatief neutrale beschouwing te schrijven over een dancefestival. Althans, dat vond ik zelf. En de redactie van glamcult. Iedereen tevreden. Niet, dus. 5DaysOff kon zich niet in de inhoud vinden. En dus wordt het stuk waar ik flink op heb gezwoegd niet geplaatst. Reden? Te kritisch. Tja, dat valt in mijn ogen dus wel mee. Ja, ik plaatst 5DaysOff gezien het programma van deze editie onder de gearriveerde dancefestival. In plaats van de rafelranden van de dance te verkennen, kiest 5DaysOff ervoor om een inhoudelijk best sterke staalkaart van de alternatieve dance te bieden. Geen verrassingen, geen echt nieuwe namen, maar wel aardig wat kwaliteit.
Klinkt niet verkeerd. Toch? Vond 5DaysOff dus wel. Helaas heb ik het artikel – hoe ironisch – niet meer in bezit. Ik schreef het net na de crash van mijn MacBook Pro op een andere computer en heb geen kopie bewaard. Alsof de duivel ermee speelt. Geen laatste publicatie in Glamcult, dus. Geen publicatie van het artikel elders. Jammer.