Eutropolis, heerlen, journalistiek, nieuwe media, pop, poptropolis

MijnPop van start

Dat moest er eindelijk eens van komen: MijnPop. Mijn tweede jaar in Heerlen is zwaar geweest. Ik stapte uit SocialBeta, droeg de hoofdredactie van ZwartGoud over aan Harry Prenger en had daardoor voor mijn gevoel geen band meer met de stad. Dat klinkt raar, is het niet. Althans voor mij. Zomaar ergens wonen is aan mij niet besteed. Ik wil ergens onderdeel van zijn, iets bijdragen.

De afgelopen jaren heb ik dat in Haarlem en Amsterdam gedaan. Ook in Rotterdam lukte dat aardig (cut-up.feest in Worm, bijvoorbeeld of spreken over undergroundcultuur in een bomvolle zaal van Café De Unie). Heerlen is lastiger. Mijn werk bevindt zich immers ver weg. Daarbij: een band met een stad ontstaat niet zomaar, die moet groeien. Na een fraaie Zachte G-dag had ik een te rooskleurig idee van de cultuur in de stad. De culturele elite is er heel erg klein en heeft de neiging het alleen elkaar naar de zin te maken. Dat is beetje jammer, want 95% van de inwoners van de voormalige Oostelijke Mijnstreek behoort niet tot die elite.

Komt bij dat ik waarschijnlijk altijd een buitenstaander zal blijven. Ik heb nu eenmaal een manier van werken en communiceren aangeleerd dan gangbaar is in Heerlen.

Na ZwartGoud ging ik terug naar ZuiderLucht. Te gek blad, maar ik weet dat ik er niet, zoals bij ZwartGoud, dieper in de popcultuur van Heerlen en omgeving kan doordringen. Dilemma dus. Heerlen voorgoed achter me laten en alleen ‘gebruiken’ als slaapstad of een manier verzinnen om wel betrokken te raken bij échte cultuur in de stad. Mijn eerdere idee om de pophistorie van de voormalige oostelijke mijnstreek in kaart te brengen stond ook nog in de ijskast, nadat ik erg teleurgesteld was over de reacties.

Een maand geleden leidde ik een groep van bijna veertig studenten van de Vrije Universiteit van Brussel en de katholieke Universiteit van Leuven rond langs de rafelranden van de stad. Zij en ik proefden van de echte cultuur die Heerlen heeft te bieden. Ik was om. Er moest een nieuw platform komen dat enkel en alleen draaide om popcultuur in de breedste zin van het woord. Een platform ook dat prima kan bestaan naast ZwartGoud, ZuiderLucht en De Afgrond. Elkaar beconcurreren is immers behoorlijk zinloos.

Vandaag ben ik gestart met MijnPop. Lekker goedkoop op een gewone wordpress en een niet-aangepaste theme. Doe ik anders nooit. Nu wel. Zien waar het schip strandt. Eerste stukje gaat over Weightless van Oby Nine, zeg maar de regionale Weeknd. Helaas woont ie ook deeltijd in Rotterdam. Uiteraard kan ik hulp gebruiken, al moet ik er wel bij zeggen: MijnPop moet uitgroeien tot een professioneel platform. En popcultuur is voor mij heel breed: muziek, comics, internetcultuur, levensliederen, graffiti, straatkunst, breakdance, noem maar op. Laat me je ideeën vooral weten.

Oh ja, hier vind je MijnPop: MijnPop.wordpress.com.

Standard
Eutropolis, heerlen, kritiek

Op naar Heerlen!

‘In Heerlen is de emancipatie nooit begonnen’, beet een goede vriend me ooit toe. Kan altijd erger. Maastricht, bijvoorbeeld. Daar komt de enige spanning van buitenlandse studenten die om de drie, vier jaar worden vervangen door nieuwe. Brave studenten, zo bleek afgelopen donderdag op het M3Event, een conferentie over de toekomst van muziekindustrie en -cultuur. Belangrijkste conclusie? Er moeten bruggen worden gebouwd tussen hoge en lage cultuur in Maastricht.

Experts uit Duitsland, België en de Randstad die afreizen naar de enige Nederlandse stad zonder fatsoenlijk poppodium om er te praten over popcultuur? Heeft iets ironisch. De studenten in de stad trokken zich er niets van aan. Gelukkig maar. Dat is ook niet zo vreemd. Een groot deel van de studentenpopulatie komt uit het buitenland en verblijft maar een paar jaar in de stad. In die jaren speelt ontkenning een belangrijke rol. Accepteren dat Maastricht de saaiste stad ter wereld is? Dat nooit. En dus wordt er alles aan gedaan om de mooiste jaren van het leven niet als kasplantje door te brengen.

Lees verder Bij ZuiderLucht.

Standard
creatieve industrie, Eutropolis, Zwart Goud

Het ware gezicht van Maastricht Culturele Hoofdstad 2018

Of: waarom ik mijn steun aan Maastricht Culturele Hoofdstad 2018 intrek.

‘Als ik Europa opnieuw mocht vormgeven, zou ik beginnen met cultuur!’ staat er op de website van VIA2018. De uitspraak is van Jean Monnet, de grondlegger van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Mooie visie. Afgelopen dinsdag bewees Huub Smeets, voorzitter van Maastricht Culturele Hoofdstad 2018 (MCH2018), dat het gebruiken van zulke algemene wijsheden slechts bedoeld is als lege huls. Cultuur is bij Smeets een nauw en eng begrip.

Lees verder bij ZwartGoud.

Standard
Eutropolis, heerlen, Zwart Goud

Heerlen verwacht een hete zomer

Gisteren en eergisteren gooide het kritische cultuurblog ZwartGoud de knuppel in het hoenderhoek. Eerder werd de leegstand in Heerlen getoond – “Bijna pervers en zelfgenoegzaam hangen de uithangborden aan de gevels”, gisteren moest het aanbod popcultuur in de stad eraan geloven. Het oordeel van hoofdredacteur Harry Prenger is duidelijk: ‘Heerlen heeft feitelijk geen popzaal’.

Een harde, ongenuanceerde mening, maar wel in lijn met de doelstelling van ZwartGoud. Het blog wil immers kritisch en onafhankelijk berichten over cultuur in de regio Parkstad. En daar hoort het blootleggen van open zenuwen zeker bij. Die zijn eenvoudig te vinden. Het gaat best goed met Heerlen. Beter in ieder geval dan tien jaar geleden. Op cultureel gebied is er regelmatig iets te doen. Dat is een belangrijke winst. Onlangs verscheen het Manifest Culturele Lente waarin door middel van cijfers wordt aangetoond dat er niet alleen veel gesproken wordt over de culturele lente, maar dat ze ook daadwerkelijk bestaat. Harde cijfers tonen aan dat steeds meer inwoners van Parkstad gebruik maken van de culturele faciliteiten. Dat is goed nieuws.

De aanbevelingen van het rapport zijn dan weer niet zo sterk. Het in de Randstad al in tien jaar in onbruik geraakte begrip ‘jongeren’ wordt er van stal gehaald, de connectie tussen cultuurconsumptie en het belang van opleidingen en kennisinstituten in de stad (talent) wordt niet gelegd. Zelfs de tegenstanders van creatieve stad-goeroe Richard Florida onderschrijven de nadruk die de socioloog legt op de aanwezigheid van talent in de creatief succesvolle stad. Ondanks dat: Heerlen staat er niet slecht voor, al kan het altijd beter.

Nu ben ik een groot voorstander van het najagen van dromen. Maar ook daar is enig realisme van belang. Sinds mijn terugkeer in de stad is mijn rol van enthousiaste nieuwkomer verschoven naar kritische beschouwer aan de zijlijn. Heerlenaren, zo is mijn ervaring, kijken over het algemeen het liefst naar het groene gras bij de buren maar reageren heftig wanneer hun stad wordt bekritiseerd. Logisch: de identiteit is jaren geleden uit de stad weggesneden en daar is niets voor in de plaats gekomen. Dat gat wordt opgevuld met beelden, referenties en ideeën van elders. Voor het bevragen van de eigen identiteit is de tijd blijkbaar nog niet rijp, vandaar de overidentificatie voor, eh, dat wat er niet is: de trotse, zelfbewuste stad.

Twee factoren die aan de basis staan van projecten als het Maankwartier. En tja, ook Harry Prenger maakt zich er schuldig aan. Bewust, zo is mijn idee. Hij overidentificeert om het overidentificeren in Heerlen aan de kaak te stellen. In gewone mensentaal: hij overdrijft schromelijk om de manier waarop de Heerlense popscene elkaar complimenteert om niets te bekritiseren. Daarin slaat hij helaas door. Parkstad een grote popzaal waar elke avond van de week iets te doen is? Onmogelijk.

Er zijn maar drie steden in Nederland waar elke avond iets te doen is dat een redelijke hoeveelheid poppubliek op de been brengt: Amsterdam, Utrecht en Groningen. Niet voor niets de drie populairste studentensteden. Prenger vergelijkt de regio Parkstad met Eindhoven en Tilburg. Tja, qua bevolkingsaantallen heeft ie gelijk, maar qua potentieel poppubliek zijn de drie onvergelijkbaar. En ook in Eindhoven en Tilburg is het in de termen van Prenger behelpen: op een willekeurige maandag- of dinsdagavond is er niets te doen.

Tijdens mijn periode als journalist bij het Haarlems Dagblad was ik kind aan huis in de plaatselijke popzaal Patronaat. Fijne zaal, grote capaciteit, goede programmering, maar alleen rond en in het weekend is het er écht levendig. Een popzaal met een capaciteit van 500 tot 1000 mensen in Heerlen die dagelijks redelijk vol zit? Dat is dromen van het winnen van een miljoen bij de Postcodeloterij. Leuk om te doen, maar stiekem weet je wel beter.

Rest de vraag of het popaanbod in Heerlen echt zo slecht is als Prenger beweert. Lastige vraag. Heerlen is een kleine provincieplaats vergelijkbaar met een steden als Leeuwarden, Gouda en Hilversum. Toch: het potentiële verzorgingsgebied gaat over de tweehonderdduizend inwoners heen. Maar Parkstad is geen stad. De kernen hebben ondanks de grootstedelijkheid die in de jaren zestig en zeventig om de hoek kwam kijken nog steeds een dorps karakter. Dat geldt ook voor Heerlen. Heerlen is een dorp met het uiterlijk van een stad. Met dat als achtergrond doet Heerlen het niet slecht. Althans, dat vind ik.

Het popculturele aanbod is er net zo goed als, zelfs beter en frequenter dan dat van grotere steden als Zwolle, Alkmaar, Den Bosch en Leiden. Langzaam komt de elektronica- en hiphopscene er tot bloei. Daar mag Heerlen trots op zijn. Is er dan niets te verbeteren? Zeker wel. Maar dat zit ‘m meer in houding dan in aanbod. Maar misschien constateer ik dat meer als buitenstaander die moeite heeft zijn plek te hervinden in Limburg dan als inwoner van Heerlen. Het is taak van ZwartGoud om de discussie aan te zwengelen. Wat willen we als stad nu eigenlijk? Waar liggen de pijnpunten werkelijk? Wat is er nodig om van Heerlen, of Parkstad, wél die wat stedelijkere regio te maken. Gaat ZwartGoud, hoop ik, voor zorgen. Het wordt een hete zomer.

Standard
Eutropolis, heerlen, pop

Agnostic Front, de Lady Gaga van de hardcore

‘Welcome to the hardcore show’, schreeuwt gitarist Joseph James. En daar dreunen de gitaarakkoorden en dubbele basdrum alweer de zaal in. Geen tijd om bij te komen, geen tijd om na te denken. Alleen totale overgave biedt verlossing. Wie dat niet doet ziet de ware aard van Agnostic Front anno 2012: een perfect geoliede hardcore-machine die een perfect geoliede hardcore-machine nadoet.

Lees verder bij OOR (met foto’s van René Badwolff).

Standard