TEDxEutropolis
bezoek www.TEDxEutropolis.eu.
Gemopper en gemor. Mediaprofessionals en Applefans zijn teleurgesteld. De iPad is een grote iPhone. Meer niet. Steve Jobs, de charismatische topman van Apple, had het gisteren moeilijk om de hooggespannen verwachtingen waar te maken. Stiltes, weinig applaus, gestuntel. Na maanden van speculaties is de iPad niet waar de moderne elite op had gehoopt. En dat is precies de bedoeling: iPad gaat een revolutie veroorzaken bij de gewone mediaconsument.
Lees verder bij: Frankfurt, rondblik in het landschap @ Gonzo (circus).
De muziekindustrie speelt goed in op de verandering in het muzikale landschap, concludeert de International Federation Of the Phonographic Industry (IFPI) in haar vorige week verschenen Digital Music Report 2010, Music how, when, where you want it. Sterker nog: de muziekindustrie is de padvinder van de creatieve industrie. Het leverde de organisatie hoongelach op van muziekliefhebbers, muziekjournalisten en nieuwe mediadeskundigen. Trekt de IFPI een te grote broek aan? Ach, dat valt wel mee. Het probleem ligt elders.
Lees verder bij: Frankfurt, rondblik in het landschap @ Gonzo (circus).
Comment » | creatieve industrie, nieuwe media, oude media, pop
Gisteren viel het doek voor cut-up, het webzine dat ik negen jaar geleden heb opgericht met drie andere enthousiastelingen. Achteraf gezien was cut-up misschien een relikwie uit de negentiger jaren van de vorige eeuw. Een product van de op z’n laatste benen lopende moderniteit. Toch hebben we een kleine stempel gedrukt op het medialandschap in Nederland. Vorig jaar zat cut-up immers niet voor niets bij de laatste vier genomineerden voor de Pop Media Prijs 2008. Continue reading »
Klinkt als een futuristisch manifest. En ach, dat is goed. Er wordt anno 2009 te weinig gedroomd van een maakbare toekomst. Had ik ‘t vanmiddag toevallig nog met Thomas van Aalten over. Maar goed, morgen vertrek ik naar Eutropolis om er de creatieve sector aan het woord te laten. En ze de blik op elkaar te laten richten in plaats van op het verre westen.
Ach, vanuit Haarlem is het gemakkelijk kritiek leveren op de creatieve sector in Limburg. Toen ik er zelf woonde, zag ik de potentie van de regio ook niet. Weg wilde ik. Zo snel mogelijk. Naar Amsterdam. Goed, tijden veranderen. Amsterdam is inmiddels veranderd in een ingedutte provinciestad waar de ‘underground’ bijeenkomt in tot in detail gestylde clubs waar niets aan het toeval is overgelaten. Een scheur in de muur hier, wat afbladderende verf daar. Als spijkerbroeken waar de fabrikant alvast gaten en slijtageplekken in heeft gemaakt. Allemaal precies drie centimeter van elkaar. Dát Amsterdam is geen partij voor Eutropolis. Het spannende gebied tussen Luik, Hasselt, Sittard, Aken, Heerlen en Maastricht. Een gebied vol tegenstellingen, spanningen, taalverschillen, cultuurverschillen.

Daarbij: vanuit Heerlen rij je in een kleine driekwartier naar Keulen. Een metropool om de hoek, dus. Dat schept mogelijkheden. Daarbij is het mijn verleden nog altijd niet helemaal verwerkt en heeft de uitloop en vergrijzing in de regio gezorgd voor een huizenoverschot. Kansen te over dus. Nu is de creatieve industrie aan zet.
Het door Driezesnul en Zachte G georganiseerde Let’s Get Physical is daarmee niet zomaar een dag voor en door creatief Limburg. Het kan een aanzet zijn voor het ontwaken van de potentie die de regio heeft. Aan mij zal het niet liggen.
Maastricht heeft zich kandidaat gesteld voor Culturele Hoofdstad 2018. Dat betekent nogal wat voor de stad. Steun vanuit de rest van de regio Zuidlimburg. bijvoorbeeld. Projectbureau Zachte G maakte er al vier zeer interessante reportages over.
Maastricht wil heel graag, maar échte vernieuwende cultuur is er niet te vinden. Heel anders dan in Heerlen. Daar wordt inmiddels al gesproken over de Heerlense Lente. Talent krijgt er de kans, de mogelijkheden voor marginale cultuur zijn er, mede door steun van de gemeente, groot. Evenals de afkeer van Maastricht. Een gevoel dat diep in de cultuur van de Zuidlimburg zit ingebakken.
Maar toch, de kansen zijn er. De ligging van de regio is ideaal, de mogelijkheden van de eigen creatieve productie eveneens. Het geloof in de eigen kracht is echter nog te gering en er wordt opgekeken tegen de Randstad die, op zijn beurt, weer neerkijkt op Limburg. Juist samenwerkingen dichtbij huis, vlak over de grens, bieden mogelijkheden. Het cultuurverschil is kleiner, de taalbarrière een obstakel.
Genoeg werk aan de winkel. Het kandidaatschap kan de regio een enorme creatieve boost geven. Een boost waar Zuidlimburg al sinds de jaren zeventig naar snakt.
#4 Maastricht Culturele Hoofdstad 2018! from Zachte G TV on Vimeo.
Plotselinge gedachte: de uitvinding van het begrip ‘creatieve industrie’ past perfect binnen het concept repressieve ontsublimatie van Herbert Marcuse. Het voorbeeld waar ik aan dacht? Mahl.
Goed, die lead verdient uitleg. Allereerst repressieve ontsublimatie, een van de kernbegrippen op de prachtige cultuurkritiek die Marcuse bezigt in De Eendimensionale Mens. Kort door de bocht: onder invloed van de kapitalistische tendens om tegencultuur in het systeem op te nemen en zo te ontdoen van kritiek op de heersende orde ontstaat er een schijntolerantie waarin uiteindelijk niets er echt meer toe doet. De kunst en wetenschap is inmiddels volledig door het systeem geannexeerd. Het zogenaamde postmoderisme heeft een wereld geschapen waarin context, ideologie en kritiek geen echte relevantie meer hebben.
De opkomst van het denken over de creatieve industrie zoals beschreven door goeroe Richard Florida is van hetzelfde laken en pak. Ga maar na: volgens Florida wordt er in liberale, tolerante steden een goed klimaat geschapen voor de nieuwe creatieve industrie. Een bedrijfstak die bestaat uit een netwerk van instellingen, organisaties en individuen die, ehh, creatief bezig zijn met elkaar. Een definitie van dat creatief bezig zijn is er uit den boze. Hoeft ook niet, het netwerk doet het toch alleen maar met zichzelf en de subsidieverdelers.
Eerder schreef ik al in de MyCreativity Newspaper over de valkuil van die manier van denken over de creatieve industrie. Creativiteit is gebaat bij wrijving, bij botsingen, bij discussie. Juist dat ontbreekt in het model van Florida. Creativiteit die wil vernieuwen, de heersende orde wil aanpakken, maakt in zijn wereld geen kans. Sterker nog: bestaat niet meer. Hallo repressieve ontsublimatie! In de steden waar de ideeën van Florida door beleidsmakers zijn omarmd gaat de vernieuwende creativiteit met rasse schreden achteruit. Neem maar eens een kijkje in Londen, Amsterdam en – in mindere mate – Rotterdam.
In Zuid-Limburg gaat het er niet anders aan toe. Mahl Magazine, het leukste magazine waar ik in 2007 en 2008 voor schreef, is er na vier nummer mee opgehouden. Reden? Geen subsidie meer van provincie en stad Maastricht. Over het waarom wilde de redactie een woord kwijt. Uiteraard heb ik mijn eigen kanalen. Het verdwijnen van Mahl is even helder als pijnlijk: aangezien er in Limburg al een tijdschrift over cultuur en kunst is dat subsidie krijgt, hoeft er geen geld meer naar Mahl. Dat andere tijdschrift, Zuiderlucht, is er van de gevestigde cultuur. Een tijdschrift ook dat zich middenin de prille creatieve industrie van Zuidelijk Limburg heeft gepositioneerd. Een tijdschrift dus voor en door het netwerk. Lekker makkelijk, lekker veilig.
Typisch staaltje Florida-denken. Mahl staat voor de luis in de pels, de kritiek die grenzen opzoekt, de zoektocht naar iets dat écht nieuw is. En tja, dat past niet in de veilige, harmonieuze wereld van Florida. Daar hoort een Zuiderlucht.
Niets mis overigens met Zuiderlucht. Mooi vormgegeven blad met aardige inhoud over nauwelijks marginale onderwerpen. Kan dus prima naast Mahl bestaan. Of eigenlijk: moet juist samen met Mahl bestaan om een écht beeld te schetsen van het culturele klimaat in de Euregio. Ach, de beleidsbepalers denken daar dus anders over. Zuidelijk Limburg moet een dodelijk saaie verantwoorde culturele omgeving worden als Amsterdam inmiddels is geworden. Jammer, Zuid-Limburg verdient beter. Enige voordeel: de plannen om er terug te keren kunnen weer in het vriesvak.
Twitteren. Ik heb het al een jaar en vier dagen niet meer gedaan. Daar komt verandering in. Eigenlijk al sinds gisteren.
Probleem dat ik met Twitter heb? Doorgaans gaat het nergens over. Inhoudelijk dan. Twitter is verworden tot hét middel van dertigers en veertigers, actief in de creatieve industrie, om belevenissen, overpeinzingen en semipersoonlijke informatie te delen met anderen. Daar heb ik – als Limburger en voormalig bewoner van nuchtere steden als Rotterdam en Keulen – weinig mee. Dat vrijwel de hele Amsterdamse nieuwe mediascene twittert, is een teken aan de wand. Daar staat immers het netwerken centraal, niet de inhoud.
Waarom dan toch weer aan de Twitter? Heel praktisch: het ontbreekt me aan tijd om aandacht te schenken aan alle interessante nieuwe albums en opkomende bandjes met potentie in het zonnetje te zetten. Voor Glamcult en OOR maak ik doorgaans een strenge selectie. De ruimte is er immers beperkt. Schrijven voor cut-up vraagt meer voorbereiding. Tijd daarvoor heb ik niet. Of neem ik niet.
Twitter kan uitkomst bieden. Meer dan een teken of 140 is immers niet mogelijk. Daarbij is het een vluchtig medium en komt het niet zo nauw met de journalistieke juistheid van de boodschap. Ik mag er dus lekker subjectief zijn.
Vanaf vandaag dus eind januari een proef met Twitter. Dagelijks, of meerdere malen per dag, een mening over een popmedium. Ben benieuwd of ik het vol ga houden en of het voldoending geeft.
Natuurlijk, aan de oppervlakte lijk ik een behoorlijk sociaal persoon. Dat is schijn. Professionele schijn, om precies te zijn. Sinds ik terug ben in Nederland – maar eigenlijk al sinds mijn vertrek naar Duitsland in 2005 – zitten er te veel vingers aan één hand om mijn echte vrienden te tellen. Toch denderde mijn aantal vrienden op het sociale netwerk Hyves in hoog tempo richting tweehonderd. Hoog tijd om m’n profiel de nek om te draaien.
De geschiedenis herhaalt zich keer op keer. Er van leren? Ho maar. Nu houdt de gemeente Dordrecht zich weer van de domme. Gaat ze verbazingwekkend goed af. Wat is het geval? Projectontwikkelaar Arie van Pelt kocht een oud pand aan de Vrieseweg voor een habbekrats. Het plan? Renovatie. Grotendeels op kosten van de gemeente. Een dag na aankoop vroeg Van Pelt echter een sloopvergunning aan. En die is er gekomen. Enige hoop? Vrieseweg 80 is volgens de rijksoverheid een monument.