dance, OOR

OOR-jaarlijst 2012

Waarschijnlijk het laatste jaarlijstje van OOR waar ik aan bijdraag. Misschien maar goed ook. Geen enkele van de door mij genoemde albums is terecht gekomen in de algemene top-25. Dat betekent dat ik niet eens een interessante niche vertegenwoordig, maar ‘somewhere out there’ ben. Mijn voeling met de OOR-lezer en de rest van popjournalistiek Nederland is nagenoeg nul. Mijn nummer één – Kindred EP van Burial – werd door niemand anders genoemd. Tot overmaat van ramp ontbreekt het lijstje van Jacob Haagsma. Geen idee waarom. Beste album volgens 55 Nederlandse popjournalisten, radiomakers en bloggers is het album van Alt-J. Geen slecht album, maar de hype volstrekt niet waard. Vind ik. Kortom, afscheid bij OOR en de Nederlandse popjournalistiek in mineur. Door de achterdeur naar buiten, zeg maar. En dat is alleen al om bovenstaande reden goed.

Staan er albums in de top-25 waarover ik heb getwijfeld? Ja. Drie: die van Metz, Chromatics en Beach House. Maar er waren sowieso tientallen andere albums die kans maakten op een plekje in mijn top-10. De top-25 van OOR staat hier.

De top-10 die ik inleverde is samengesteld met de volgende beperking: ik ben bij OOR één van de specialisten in elektronische dansmuziek en dus heb ik me daar vooral op gefocust. In januari publiceer ik hier nog een lijstje van de voor mij beste albums van 2012. Nu houd ik bij het voor OOR samengestelde lijstje. Met de kanttekening dat met de kennis van nu de nieuwe Andy Stott er zeker in had gestaan.

1. Burial – Kindred EP
Op dit korte album verklankt Burial wat David Toop zo mooi ‘hauntology’ noemt: een soort angst voor iets dat niet zichtbaar is. Een soort existentiële angst voor het andere, de ander. Waar zijn debuut kon dienen als troost, daar maakt Kindred duidelijk: er is geen verlossing. Daar is geen ontkomen aan. Het geluid slokt je langzaam op als dichte mist. En dan is het te laat. Dan zit Burial al onder de huid. Is ontsnappen onmogelijk. De venijnige sfeer die hij neerzet is subtiel: gekraak van vinyl en glitch zijn een constante. Z’n beats klinken aangevreten, kapot. Dat benadrukt hun doelloosheid.

2. Die Heiterkeit – Herz Aus Gold
Op Herz Aus Gold, niet zomaar een referentie aan het klassieke album van Neil Young, grossiert deze Hamburgse band in rammelpop die een argeloosheid en gelatenheid uitstraalt die doet denken aan die op Slanted & Enchanted, het legendarische debuut van Pavement. Toch is dit album typisch Hamburg. De combinatie van indie en diepgaande teksten passen perfect in de traditie van de Hamburger Schule die in de jaren negentig bands als Blumfeld en Tocotronic voortbracht. Vooral aan die laatste band is Die Heiterkeit schatplichtig. Wie het aandurft in Herz Aus Gold te verdrinken hoort geen rammelende band meer, maar de soundtrack voor puur geluk. Van prettige verveling, van lome herfstdagen waarop van alles kan maar niets moet. Ideale muziek ook om te ontsnappen van de hypes van het moment

3. Shed – The Killer
Naar samenhang is het vruchteloos zoeken op The Killer. Diepe techno, industrieel beukwerk, ambient, asynchrone breakbeats, post-rave, ja zelfs een vleugje UK garage komt langs. Maar altijd subtiel. Follow The Leader sluit het album af met euforisch pianowerk. Alsof Pawlowitz wil zeggen: er is altijd hoop. The Killer is een zoektocht naar de euforie van het verliezen en uiteindelijk hervinden van jezelf. Kortom: naar de essentie van dansmuziek. En daarin gaat Pawlowitz dieper dan ie ooit is gegaan.

4. Juju & Jordash – Techno Primitivism
Elk van de vijftien nummers op dit album zou zo op de compilatie van Salon Des Amateurs, de hipste club van Duitsland, kunnen staan. Daar bestaan heden, verleden en muzikale hokjes niet. Net zoals op Techno Primitivism. Met techno heeft het werk van de twee in Amsterdam woonachtige Israëliërs steeds minder van doen. Ze vormen hier een organisch krautrock-duo dat de muzikale regels aan de laars lapt. Het resultaat? Een zinderende en dampende anderhalf uur avant-garde waarin echo’s van krautrock, vroege deep house, techno, synthesizer-pioniers, klassieke avant-garde en jazz doorklinken. Toekomstmuziek.

5. Stabil Elite – Douze Pouze
Twintigers uit Düsseldorft die krautrock en Neue Deutsche Welle naadloos met elkaar verbinden zonder oubollig te klinken. Sterker nog: zelden zo’n fris album gehoord. Single Expo is een kruising tussen Depeche Mode en La Düsseldorf, het prachtige, melancholische Milchstrasse groovet in beste jaren tachtig-traditie, Endecomputer citeert schaamteloos uit Autobahn. En dan zijn er nog de teksten die in al hun poëtische pracht het nu bekritiseren.

6. DFRNT – Fading
De muziek van DFRNT is de afgelopen jaren meer opgeschoven van dubstep en future garage naar diepe, trage en dubby house. Van breakbeat naar vierkwartsmaat dus, al komen beide voor op Fading. Dat nieuwe idioom zit hem als gegoten. Sterker: deze bijna een uur en twintig minuten durende tweede kent geen enkele zwakke plek. Komt vooral door de sterke opbouw. Fading begint rustig en euforisch met diepe house en werkt langzaam toe naar trage dubby en vervreemdende breakbeat. De luisteraar is dan inmiddels volledig opgeslokt door de prachtige nummers die zo rijk zijn aan detail dat erin ronddwalen een ware traktatie is.

7. JK Flesh – Posthuman
Dansmuziek, als je het zo kunt noemen, voor de post-menselijke discotheek. Vergelijkingen met het werk van Techno Animal, Godflesh en Scorn (het project van Mick Harris) liggen voor hand. Maar toch: Posthuman is anders, een soort overtreffende trap. Twintig jaar geleden maakte Broadrick al muziek die later de basis vormde voor dubstep. Posthuman is geen dubstep, maar de subsonische bassen vliegen je wel om de oren.

8. Mohn – Mohn
In negen nummers laveren Wolfgang Voigt en Jörg Burger ergens tussen GAS, het bekende ambientproject van Voigt, en introverte techno in. Soms verontrustend rauw en onbehouwen, dan weer zalvend en introvert. Maar altijd is er de finesse van verschillende, pulserende melodie- en ritmelijnen die langzaam dichter bij elkaar komen, elkaar omhelzen en uiteindelijk in het niets te verdwijnen. Laat de luisteraar in verontrusting achter en dat is een prettig gevoel.

9. Roel Funcken – Mercury Retrograde
Op Mercury Retrograde verricht Roel Funcken pionierswerk: hij struint langs subgenres, wikt ze, weegt ze, gebruikt ze, misbruikt ze en kiest daarna zijn eigen weg zonder zich ergens wat van aan te trekken. Funcken kent het bass-genre inmiddels en doet niet mee aan hypes. Hij lonkt naar brostep en bass music, solliciteert naar een plekje naast Flying Lotus en Gaslamp Killer, maar flirt daarna weer net zo intens met de industriële dub van The Bug en abstracte dubstep van het hyperdub-label. Laat er geen misverstanden over bestaan: dit album is wonderschoon.

10. John Talabot – Fin
Talabot uit Barcelona maakt deephouse die diep onder de huid kruipt: warm, traag en vervreemdend. En altijd zijn er die onverwachte details die hij toevoegt: die plots dwingende synthbas, die melodie die net te lang doorgaat, een net niet ontsporende zanglijn, opgeknipte vocalen en onaffe harmonieën. Bij elke luisterbuurt duiken er meer van die details op. Slowmotion disco en de terugkeer van rave-esthetiek.

Standard

11 thoughts on “OOR-jaarlijst 2012

  1. Frank says:

    Leuk, zo’n obscuur lijstje (en je nummer 1 is echt een briljantje), maar ga nou niet lopen zeuren dat dit niet in een ‘mainstream’ top 25 terechtkomt. Wat overigens behoorlijk meevalt, want Cloud Nothings en METZ zo hoog in die lijst is al verrassend genoeg.

  2. @frank: volgens mij zeur ik helemaal niet want ik constateer hetzelfde als jij: mijn lijst is te obscuur geworden. Ik zit daar verder niet mee, maar ‘t niet meer bij OOR.

  3. Jacob Haagsma says:

    Ik ben over het algemeen niet zo’n liefhebber van lijstjes (of canons – mij te statisch) en deze keer kwam ik er wegens vette drukte helemaal niet aan toe. Volgend jaar beter… (of niet).

  4. Roland says:

    Nu blijkt hoe relatief mainstream is. Sommige noemen Blof mainstream, sommigen Django Django )). Burial is zeker geen obscure naam, en Shed zit ertussen in, de rest had ik niet van gehoord, ook niet toen ik alle lijsten ben afgelopen. In het genre kan ik je aanraden: Daphni, Four Tet, Flying Lotus, Lukid, Nathan Fake, Robert Hood. Deze zijn misschien meer mainstream, relatief gezien dan….

  5. Roland says:

    Trouwens had net een top 100 gemaakt van beste albums uit 2012, door verschillende lijsten samen te voegen. Burial is bij mij op nummer 21 gekomen en jon talabot op nummer 91……

    • Ja, bijna allemaal albums die ik ook heb gerecenseerd. Ik vind het een erg goed elektronische muziekjaar. Ik kom hier nog met een lijstje en ga jou lijstje checken.

  6. Koen says:

    Tja, zeker niet mainstream, maar ook niet zwaar underground. Met name door de hype rondom dub, uk bass, 2step etc kom je een deel van deze platen veelal tegen in huidige jaarlijstjes (bijvoorbeeld bij RA: http://www.residentadvisor.net/feature.aspx?1704). Wat mij echter meer raakt is het feit dat je een EP i.p.v. een volwaardig album op de nr. 1 positie hebt gezet. Afijn, ik kan weinig met deze stroming, doe mij maar liever wat simpeler 4/4 werk van bijv. Jacob Korn.

    • Vergelijken bij de lijst van OOR is die van RA wel degelijk ‘obscuur’ hoor, veel meer niche. Die van mij is dan wel weer in lijn met die van RA. Er staat trouwens vrijwel geen dubstep, uk bass en 2step in mijn lijst.

      Met Peter Bruyn heb ik uitgebreid gesproken over Kindred EP van Burial en we kwamen beiden tot de conclusie dat het meer een album is dan een EP (door de lengte en textuur). Ach, het zijn maar naampjes natuurlijk.

      Wat vond jij de goede albums van 2013?

  7. Koen says:

    Ben ik wel met je eens, echter als je de lijn doorzet van de EDM-minded dan is RA zeken 1 van de belangrijkste bronnen (internationaal gezien) in mijn optiek.

    Hoog bij mij staan:
    Jacob Korn ‎– You & Me
    Iron Curtis – Soft Wide Waistband
    Alt-J – An Awesome Wave
    Django Django – Django Django
    Robag Wruhme ‎– Thora Vukk
    Jessie Ware – Devotion
    Four Tet – Pink
    Wesseltoft & Schwarz – Duo

    Voor de rest heb ik (te) weinig albums uit 2012 in 2012 geluisterd om toe te kunnen voegen, het waren voornamelijk EPs die bij mij de klok sloegen, o.a. Floating Points, Medlar, Krl, Alex Danilov, Trus’me, Recloose, Genius of Time, Nicholas, Kez Ym, Midland, Disclosure Smallpeople, Motor City Drum Ensemble om er maar een paar te noemen.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.