Leon Verdonschot: altijd op zoek naar het verhaal (uit de oude doos)
by theo
Regelmatig post ik hier interviews en artikelen van mijn hand die enkel verschenen op papier. In 2005 of 2006 interviewde ik Leon Verdonschot voor een speciale jubileumuitgave van Playground, het periodiek van Stichting Popmuziek Limburg. Het resultaat heb ik nooit gezien. Misschien omdat mijn woonplaats in de tijd om de paar maanden wisselde. Énfin, fijn interview met een goede journalist. Fotograaf Diederik Meijer maakte prachtige foto’s. Die zijn helaas niet meer in mijn bezit.

“Ik heb een zwak voor mensen die consequent hun eigen weg kiezen, hoe moeilijk dat ook is.”
Zes jaar geleden verruilde Leon Verdonschot de Westelijke Mijnstreek voor Utrecht om er zijn journalistieke carrière verder uit te bouwen. Zijn onlangs verschenen boek Hart Tegen Hart, Rock’n Roll Ontmoetingen bevat verhalen en interviews uit die periode. “Mijn moeder vindt het gewoon een hobby waar ik geld voor krijg. Dat klinkt als een cliché, maar ze heeft wel gelijk.”
Nou ja, hobby. In ieder geval ziet Leon Verdonschot zijn werk niet als, ehh, werk. Op Oeverloos – het radioprogramma dat hij elke zondag presenteert op Kink FM – bijvoorbeeld verheugt hij zich al op de zaterdagavond. Grinnikend: “Het is wel lastig voor me om maat te houden, juist omdat ik het zo leuk vind om te doen.” In Oeverloos interviewt Verdonschot (31) twee uur lang bekende en minder bekende Nederlanders. Muzikanten, kunstenaars, politici, BN’ers, iedereen sleept hij er voor de microfoon. “Dat kost me wel een groot deel van de zaterdag aan voorbereiding”, verzucht hij. Die goede voorbereiding is een van de kenmerken van zijn manier van werken. Voor hij op pad gaat of samen met zijn gast in de radiostudio plaatsneemt, verzamelt hij alle beschikbare informatie. Dat kost nogal wat tijd maar is noodzakelijk voor een goed interview, meent Verdonschot. En ach, met een beetje structuur is het prima te doen. “Elke ochtend begin ik met het maken van een lijstje van zaken die ik die dag ga doen.”
Behalve op de dag van zijn interview met Playground. Drie kwartier te laat arriveert hij op de afgesproken plaats, de Winkel van Sinkel in hartje Utrecht. Helemaal vergeten, verontschuldigt hij zich. Over een aantal dagen vertrekt hij naar Hongarije voor een lange vakantie. De komende dagen staan daarom in het teken van het afronden van wat kleine dingen. En daar horen geen lijstjes bij. Trouwens: “Limburgers zijn altijd te laat”, grapt hij. Op de laatste zes Utrechtse jaren na woonde Verdonschot zijn hele leven in Geleen. Een ramptoerist voelt hij zich tegenwoordig in dat “winderige gat zonder sfeer”. Maar begin jaren tachtig gebeurde er nog redelijk wat. Hij beleefde er zijn eerste liveconcert in de plaatselijke Hanenhof. “Little Steven!”, vertelt hij enthousiast, “Dat was in 1982. Ik ben er samen met mijn toenmalige oude buurman heen geweest. Er stond de volgende dag een slechte recensie van dat concert in Dagblad De Limburger. ‘Little Steven spartelend ten onder’ stond erboven. De dag daarna werd het kantoor van de krant beklad. Dat vond ik toen erg gaaf.”
Jeugdig activisme
Aan popjournalistiek dacht de kleine Verdonschot toen nog niet. Al koos hij na de middelbare school wel voor de studie journalistiek in Tilburg. Toch bleef het veranderen van de wereld en het prediken van de revolutie belangrijk dan de journalistiek. Om zijn functie als voorzitter van Dwars – de jongerenorganisatie van Groen Links – te blijven vervullen, bleef hij in Geleen wonen. “Elke ochtend nam ik de intercity naar Tilburg van negen over zeven in Geleen-Oost. Ik was destijds echt verschrikkelijk pretentieus. Op de opleiding werd ik vaak geïnterviewd door medestudenten. Dan vertelde ik dat ik journalistiek studeerde om de wereld te veranderen en dat gebruik wilde maken van de massamedia om mijn boodschap over te brengen.” Die houding veranderde tijdens zijn eerste stage bij Dagblad De Limburger. Hij organiseerde nog steeds acties – nu voor actiegroep Rebel – en schreef er later lovend over in de krant. Dat brak hem uiteindelijk op. Activisme en journalistiek gaan niet samen, vond zijn toenmalige chef. Hij stelde Verdonschot voor de keuze. “Dat vond ik toen een reactionair standpunt.”
Uiteindelijk koos hij voor de journalistiek. De enige juiste keuze, vindt Verdonschot nu. “Zonder zekerheden over hoe de wereld eruit ziet, moet je je steeds meer gaan afvragen hoe de dingen in elkaar zitten. Dat past veel beter bij me dan de hele dag vertellen hoe de wereld in elkaar zit. Ik ben nog steeds links, maar niet zo star als dat ik was. Gelukkig maar, anders was ik waarschijnlijk een heel erg verbitterd, star en humorloos mens geworden.” Aan de andere kant: dat jeugdig activisme hoort er gewoon bij. Ook dat heeft hem gemaakt tot wie hij nu is. “Ik heb er juist heel veel van geleerd. Ik heb geen wetenschappelijke opleiding gehad, dus dat meer theoretisch denken heb ik in die tijd ontwikkeld. Denken in doelen, strategie ontwikkelen, samenwerken met anderen, omgaan met het spanningsveld tussen compromissen en vasthouden aan je principes, noem maar op.” Na zijn stage bij De Limburger ging Verdonschot meteen freelancen. Hij bleef schrijven voor de krant, ging reportages maken voor Omroep Limburg, belandde in de redactie van popblad Watt (inmiddels ter ziele) en ging schrijven voor Fret.
Uit de kleren
Toen kwam Nieuwe Revu. Verdonschot wilde er heel graag stage lopen, maar op de hogeschool werd hem dat afgeraden. De studenten voor hem hadden er zware onvoldoendes gekregen. Daar had hij geen boodschap aan. “Bij Revu was het hek echt van de dam”, vertelt hij enthousiast. “Ik was gretig, vond het fantastisch en stak er heel veel tijd en energie in. Ik was iedere dag de eerste die kwam en de laatste die wegging.” Dat leverde hem uiteindelijk een negen als eindbeoordeling op. Een vaste baan zat er echter niet in dus bleef Verdonschot op freelance-basis voor Revu werken, naast zijn andere werkgevers. Tot zes jaar geleden. Voor een themanummer schreef Verdonschot samen met collega Ico van Rheenen over de meest extreme seksfeesten van Nederland. Van Rheenen haakte af, Verdonschot ging door. “We zouden eigenlijk alles samen doen, hadden we afgesproken. De Rotterdamse homoclub Shaft had een feest waarbij je alleen je t-shirt aan mocht houden. Dat gold ook voor ons. Dat ging Ico te ver. Ik ben wel gegaan.” Het leverde uiteindelijk een extreem en goed verhaal op. De toenmalige adjunct-hoofdredacteur kon niet anders concluderen: ‘wie voor ons uit de kleren gaat, kunnen we geen baan weigeren.’ Verdonschot nam met pijn in het hart ontslag bij De Limburger, stopte met werken voor zijn overige opdrachtgever en verhuisde naar Utrecht. “Dat was voor mij al een hele grote stad, maar heeft wel nog steeds de charme van de overzichtelijkheid. Het is eigenlijk een grote provinciestad.”
Figurant
Inmiddels werkt Verdonschot niet alleen voor Revu, maar schrijft hij ook regelmatig voor De Groene Amsterdammer, Playboy en het literaire tijdschrift Passionate. Tevens maakt hij wekelijks twee uur radio bij Kink FM. Slechts een klein deel van de verhalen en interviews die hij de afgelopen jaren schreef, zijn terug te vinden in zijn eerste (hij schreef al eens een boek over de Heideroosjes samen met Revu-collega Guuz Hogaerts) verhalenbundel Hart Tegen Hart. Het samenstellen daarvan was nog behoorlijk lastig, bekent Verdonschot. “Veel verhalen zijn inmiddels gedateerd of ik vind ze zelf niet meer goed genoeg.” Uiteindelijk is Hart Tegen Hart een verzameling verhalen over rock’n’roll geworden, over mensen die kost wat kost hun eigen weg blijven volgen. “Daar heb ik een zwak voor. Mensen die niet ten onder gaan in de massa, maar af durven te wijken en doen wat ze willen doen. Consequent hun eigen weg kiezen, hoe moeilijk dat ook is.” Dat is precies wat Frans Bauer en Peter Pan Speedrock met elkaar gemeen hebben, meent hij. Niemand die dat treffender in woorden kan vatten dan Verdonschot. De manier waarop verhalen vertelt, is voor Nederlandse begrippen uniek. Hij kruipt als het ware in de huid van de ander, maar is in het verhaal ook de aanschouwer. Dat verre neefje dat er op familiefeestjes altijd bij is maar waarvan je niet weet hoe hij eigenlijk heet.
Dat is de kracht van Verdonschot: zichzelf zo op de achtergrond plaatsen dat niemand hem meer bewust waarneemt. “Ik ga daar heel ver in. Het kost me veel energie, ook lichamelijk. Het is eigenlijk als een film waarin ik een figurant ben. Er moet heel veel vertrouwen zijn. Dat onzichtbare moet je namelijk niet letterlijk nemen. Ze moeten me zien als iemand die bij de familie hoort, ze moeten het gevoel hebben dat ik wellicht stukken ga opschrijven die zij er eigenlijk niet in willen hebben maar dat ik dat niet doe om ze te bezeiken. Dat is zeker geen afstandelijke journalistiek. Er is juist totale betrokkenheid van mijn kant.”
Geen vlees, geen bier
Dat levert prachtige verhalen op. Over de zelfmoord van Richie Backfire! bijvoorbeeld, het opportunisme en de twijfel van Frans Bauer en het harde, soms trieste leven op tour van Peter Pan Speedrock en The Spades. Alle verhalen hebben iets moois maar tegelijkertijd iets tragisch. De hoofdpersonen zijn sterk én kwetsbaar. Allemaal accepteren ze dat Verdonschot hen constant op de vingers kijkt. Het is vooral een kwestie van oprecht geïnteresseerd zijn in iemand. “Wanneer ik met Gordon op pad ben laat ik hem niet merken dat ik zijn muziek niks vind. Vind ik ook niet interessant, ik wil juist weten wie Gorden is en waarom hij zo is.” Zich helemaal aanpassen doet Verdonschot overigens niet. Zijn eigen waarden en normen blijft hij altijd trouw. Vooral de eerste dag op tour met een rock’n’roll band zorgt dat voor hilarische momenten. Verdonschot is namelijk vegetariër én drinkt geen alcohol. “Eerst komen tien glazen bier langs, dan tien hamburgers”, grapt hij. “Als het duidelijk is dat ik niet vroeg ga slapen is het al snel geen punt meer.” Een popjournalist is hij niet, vindt hij. Wel een algemeen journalist die ook met popmuzikanten spreekt. Al blijft popmuziek zijn grote passie. Bon Jovi, Bruce Springsteen, Little Steven, Fish en Ignite. Daar krijgt Verdonschot nog steeds koude rillingen van. “Laatst bij Bruce Springsteen in de Ahoy twee uur lang een brok in de keel. Of ik me dan laat gaan? Natuurlijk! Het is er toch donker, ziet dus niemand.”
Met Limburgse bands en muzikanten voelt hij toch een speciale band. “Die volg ik altijd wat intensiever. Favorieten? Transpunk! Maar ook Heideroosjes, Right Direction en Born From Pain.” En Limburg zelf? “Ik heb me er altijd een buitenbeentje gevoeld. Hier in Utrecht trouwens ook, maar dan toch net iets minder. Ik ben wel heel graag in Limburg. Als ik aan stuk wil werken dan ga ik graag naar Maastricht. De mooiste stad die ken! Het leven is er trager, gemoedelijker. Er zijn minder prikkels die om mijn aandacht vragen. Heerlijk vind ik dat. Maar na een aantal dagen begint me dat juist weer op mijn zenuwen te werken en wil ik terug naar Utrecht.”
Verschenen in 2005 of 2006 in Playground, een uitgave van Stichting Popmuziek Limburg
deze man kan schrijven, theo. geniet atlijd van zijn stukken in diverse media.
jammer dat hij links is, wist ik niet