Deze keer in Gonzo (circus): Andy Stott en Thierry Bardini

by theo

In het zomernummer van Gonzo (circus) tref je twee artikelen van me aan. Een over de post-dystopische disco van de Britse producer Andy Stott die vorig jaar met de briljante platen We Stay Together en Passed Me By op Modern Love hoge ogen gooide.

Tevens een interview met de Franse socioloog Thierry Bardini die eind vorig jaar zijn boek Junkware uitbracht in de Posthumanities-reeks van de Universiteit van Minnesota. De man is aangenaam gezelschap en ik zou graag een van zijn colleges willen bijwonen aan de Universiteit van Montreal. Helaas geeft hij die in het Frans. En tja, die taal ben ik maar voor een klein deel machtig.

Laat ik eindigen met de eerste alinea van het interview zoals het is verschenen in Gonzo (circus) #110. Meer lezen? Dan zul je de papieren uitgave aan moeten schaffen. Meer info: www.gonzocircus.com.

Thierry Bardini en de nexus-mens
Over junk, Baudrillard en de mens als netwerknode

Theoretiseren met de Franse slag, dat is wat Thierry Bardini in zijn nieuwe boek ‘Junkware’ doet. Als een hedendaagse Jean Baudrillard rijgt hij verhalen aan elkaar. Conclusie? Alles is junk. Maar een definitie geven? Ho maar.

“Hoe moet ik nou met je praten? Waarom adresseer ik mijn vraag aan jou en niet aan alle andere organismen die tegenover me zitten? De bacteriĆ«n in jouw lichaam, bijvoorbeeld?” vat Thierry Bardini ons gesprek samen. Hij kijkt me met vragende ogen aan, tovert een glimlach op zijn gezicht en trekt z’n schouders op. Een triomfantelijk gebaar dat zoveel betekent als: “Zie je nou wel?” Bardini leunt achterover en steekt een sigaret op. De geur van verbrande tabak mengt zich met die van vochtige planten en grond. Vlakbij kwettert een vogel. Verder is het doodstil in hartje Amsterdam.
Het afgelopen anderhalf uur heeft Bardini duidelijk gemaakt dat ik niets heb begrepen van zijn boek ‘Junkware’, dat vorig jaar verscheen in de ‘Posthumanities’-reeks van de Universiteit van Minnesota. Niet erg. Bardini begrijpt er namelijk zelf ook niets van. “Dat is de essentie van junk: het is een concept zonder begin en einde, zonder grootte, zonder afmetingen. Door precies te willen weten wat ik met het begrip bedoel kader je te veel af, ga je op zoek naar definities. Op die manier is junk niet te begrijpen”, legt Bardini geduldig uit.
Later meer over junk, een woord dat niet in het Nederlands is te vertalen. Dat dus sowieso lastig uit te leggen is. In het boek wekt dat irritatie, maar als Bardini aan het woord is, hoop je dat hij nooit tot de essentie komt. Dan is zijn verhaal immers ten einde. En god, wat kan de geboren Fransman vertellen.
Die licht spottende blik, dat steenkolen-Engels, die verontschuldigen wanneer hij het juiste woord niet weet en dus gaat voor het Franse; Bardini is charmant. Ergens begin vijftig, drie-dagen-baard, middellang zwartgrijs haar, netjes gekleed, behept met die typische Franse nonchalance, lachende ogen waarvan je niet weet of er ironie uit spreekt. En dan die belezenheid en referenties naar allerlei denkers, vooral Franse, die hij tussen neus en lippen door laat vallen. Als Bardini vertelt, houdt zijn omgeving de adem in.

Lees verder (2400 woorden, 4 pagina’s) in Gonzo (circus) #110 van juli/augustus 2012.