Underworld en de teruggevonden muze

by theo

Terugblik op mijn journalistieke werk van de afgelopen, pakweg, twintig jaar. Lijkt me een mooie afsluiting van mijn transitie van popjournalist naar curator op dit blog (daar schreef ik al vaker over en het moet er nu maar eens van komen). De afgelopen jaren sprak ik Karl Hyde van Underworld een aantal maal. Ook voor OOR. Leukste gesprek, staat me bij, was in Hotel Arena in Amsterdam in, denk ik, 2007. Over onder andere Oblivion With Bells, krautrock, liefde voor Duitsland en de mogelijkheden en valkuilen van internet.


Niet alleen keert Underworld op Oblivion With Bells terug naar de eigen wortels. Het duo haakt op het zevende studioalbum ook aan bij de huidige trends op de dansvloer. Daaraan ging een moeizaam en onzeker proces vooraf. Karl Hyde geeft uitleg: ‘Het is eigenlijk heel simpel: jezelf continue heruitvinden of uitsterven. Een tussenweg is er niet.’

Als een bezetene doorzoekt Karl Hyde zijn spullen. Op zoek naar zijn iPod. ‘Ik heb ‘m altijd bij me’, mompelt hij en duikt nog wat dieper in z’n tas. ‘Nou, ik geloof je wel hoor’, probeer ik. Hyde luistert niet. Hij moet en zal laten zien dat zijn mp3-speler vol staat met krautrock van eind jaren zestig en begin jaren zeventig. Can, Faust, Amon Duül, Tangerine Dream, Ash Ra Temple. De namen rollen als honing over de tong van Brit. Uiteindelijk staakt hij zijn zoektocht. ‘Vroeger, toen ik een kleine jongen was, luisterde ik naar die muziek. Ik begreep er echt niets van’, ratelt hij door. ‘Later luisterde ik naar de John Peel Show. Hij leerde me dat je je niet hoeft te laten beperken door hokjes tussen muziekgenres. Hij draaide echt van alles. Je vond het te gek of je haatte het.’ Schaterlachend: ‘Ik háátte Faust!’ Het grappige aan John Peel was dat hij uiteindelijk altijd gelijk bleek te hebben, glimlacht Hyde. Eind jaren tachtig viel het kwartje voor het eerst. Onlangs trok het Berlijnse duo Âme hem weer over de streep. ‘Een jaar geleden kreeg ik een mix van ze in handen waarin ze al die bands die in mijn jeugd zo ontzettend niet-modieus waren aan elkaar mixten. Faust, Neu!, Can. Het klonk zó vers, zó ongelooflijk goed!’ Âme staat voor Hyde symbool voor een aantal cruciale ontwikkelingen in het landschap van de popmuziek. ‘De cirkel is als het ware weer rond.’

Een gesprek voeren met Hyde is geen gemakkelijke opgave. Hij is een geanimeerd verteller, heeft een lijzige stem en kiest zijn woorden zorgvuldig. Alsof hij een college geeft. Aan stemverheffing of non-verbale communicatie doet hij nauwelijks. En dus hang je als het ware aan zijn lippen. Moet van buitenaf een vreemd gezicht zijn: twee mannen die dicht naar elkaar toe gebogen converseren op zachte toon. Alsof ze een complot beramen. Intiem, dat zeker. Verloopt de samenwerking tussen Hyde – dit jaar vijftig geworden – en Rick Smith (48), zijn partner-in-crime bij Underworld, ook zo? Hyde die vertelt, Smith die luistert en aan de knoppen draait? Ze houden het in ieder geval al geruime tijd vol. Sinds begin jaren tachtig, om precies te zijn. De twee ontmoeten elkaar op de kunstacademie van Cardiff. Als Freur maken ze een vreemde mix van dub en naar Kraftwerk lonkende electro. Niet bepaald goed, wél interessant. Dat geldt niet voor de eerste muzikale stappen van Underworld. Of, om precies te zijn, Underworld Mk1, dat uit de as van Freur herreist. De poppy electrorock van Underneath the Radar en Change the Weather is saai en middelmatig. Underworld stopt ermee en het duo start het grafisch ontwerp- annex kunstbureau Tomato. Mét DJ Darren Emerson blazen ze Underworld – Mk2, dus – nieuw leven in. Het resultaat, Dubnobasswithmyheadman, is zonder twijfel één van de beste dancealbums ooit. Mooie en spannende tijd, benadrukt Hyde met twinkelende ogen: ‘Er broeide iets onbestemds. Niemand wist wat er precies aan de hand was, maar we voelden wel dat we er midden in zaten. Feesten op het strand, in vervalen loodsen aan de rand van de stad. We speelden in de eerste Cocoon-club in Frankfurt. Een immens industrieel complex. Daar hoorde ik voor eerst de vocale versie van mmm Skycraper I Love You midden in een danceset van Sven Väth. Het klopte helemaal.’

Daarna ging het, vrijwel ongemerkt mis. ‘We hebben de underground mainstream gemaakt. Plotseling werd wat wij deden een onderdeel van de gewone cultuur. De scherpe randen werden er vanaf geveild en tot standaard verheven. Daarna volgden regels en procedures. Spontane dingen werden plotseling in een keurslijf gedrongen. Alle leven werd eruit gezogen.’ Die ontwikkeling levert Underworld geen windeieren op. Single Born Slippery wordt, vooral dankzij de film Trainspotting, een grote hit. Vierde album Second Toughest in the Infants een commercieel succes. Met Hyde gaat het daarentegen helemaal niet goed. Hij kampt met een hardnekkige alcoholverslaving en ziet zijn ontboezeming daarover – Born Slippery – door het succes van Trainspotting hét drinklied bij uitstek worden. Een zware tijd, bekent Hyde. Verder wil hij er weinig over kwijt. ‘We waren een fenomeen geworden en dwaalden steeds verder af van de wortels van de dansmuziek’, klinkt het afgemeten. Na het verrassend goede album Beaucoup Fish verlaat Emerson de groep. Wéér houdt Underworld op te bestaan. Tijdelijk, want in 2002 verschijnt het matige A Hundred Days Off. Ook op het podium weet Underworld Mk3, aangevuld met dj en 3d-animator Darren Price, niet te overtuigen. Hyde schuift instinctief zijn stoel een stukje naar achter, recht zijn rug en zegt: ‘Dank je voor je eerlijkheid.’ Buigt zich dan weer voorover en analyseert: ‘We voelden ons opgesloten, geïsoleerd. We kregen geen voeding meer, snap je? Muziek werd steeds minder interessant. In die tijd verdwenen ook alle grote superclubs. Dat we in Engeland woonden, maakte het er ook niet beter op. We hebben het wel geprobeerd. Dubstep, bijvoorbeeld. We luisterden ernaar, kochten het, draaiden het keer op keer. Ook in onze radioshows, maar het deed ons emotioneel niet veel.’ Lachend: ‘Dat zullen sommige van m’n vrienden die helemaal weg zijn van dubstep wel niet zo leuk vinden om te lezen.’

De redding? Kwam uit Duitsland, vertelt Hyde met rode konen. ‘We hoorden Dominik Eulberg, Ricardo Villalobos, Mathew Jonson, muziek op Kompakt en Cocoon en we waren helemaal verkocht. Die jongens deden iets dat bij ons het heilige vuur weer heeft doen oplaaien. Ze deden wat wij ooit deden, maar dan op een nieuwe verfrissende manier. In Engeland gebeurde in die tijd echt helemaal niets. In Duitsland wel. Of all places! Hét land van de muziek waar ik naar luisterde toen ik jong was. Zo maken ze eigenlijk de cirkel rond. Dance is weer terug waar het ooit begonnen is.’ Dat er aan het begin van de eenentwintigste eeuw iets moest veranderen, stond buiten kijf. Een revolutie desnoods, meent Hyde. Eentje waarin de underground weer een stem kreeg. Zoals dat midden jaren negentig ook het geval was. Alleen dan wel op een eigentijdse manier. Oblivion With Bells, alweer het zevende studioalbum, is de muzikale blauwdruk van die nieuwe tijd. Het laat een herboren Underworld horen. Hyde en Smith schurken er dicht tegen het geluid van Dubnobasswithmyheadman aan. Steekwoorden? Melancholisch, dubby, introvert en verrassend loom. Andere overeenkomsten: de vocalen van Hyde zijn wederom dominant en de hoes is vormgegeven in de collagestijl waarmee Tomato bekendheid verwierf. Verschillen? Zijn er ook. Het euforische karakter dat zo typerend is voor Underworld begin jaren negentig, ontbreekt. Daarbij is het album niet alleen loom, ook de snelheid komt slechts in momenten boven de 120 beats per minuut uit. Klopt helemaal, beaamt Hyde. Al ligt het tempo in werkelijkheid wel hoger, verklapt hij. ‘Gevoelsmatig lijken de nummers een stuk trager. Pure euforie ontbreekt inderdaad, maar het is wel een heel erg positief album. Het reflecteert voor ons een periode van ongekende vrijheid en blijheid. Niet voor ons zelf, maar voor de band. We hebben onze muze, de underground, teruggevonden.’

Dankzij Âme en andere Duitse producers. Maar er is meer. Ook de ontwikkeling van het world wide web speelt een cruciale rol. Dankzij internet heeft de muziekindustrie flink aan macht ingeboet. ‘Iedereen kan nu muziek uitbrengen via het internet. Dat geeft een enorme vrijheid, maar zorgt ook voor onzekerheid. We waren bang om irrelevant te worden. We maakten comfortabele muziek. Financieel hoefden we ons geen zorgen te maken. Dat was ergens natuurlijk belangrijk, zeker als je kinderen moet opvoeden en je hypotheek moet betalen. Zo ontstond er wel een spanningsveld. Artistiek zijn we namelijk gebaad bij onzekerheid. Het is eigenlijk heel simpel: je moet jezelf continue heruitvinden of uitsterven. Een tussenweg is er niet.’ Dankzij de ontwikkelingen op internet, moésten Hyde en Smith het heft wel weer in eigen hand nemen. De muziekindustrie zette immers de hakken in het zand en probeerde zo het naderend onheil het hoofd te bieden. ‘Echt alles werd van te voren vastgelegd. De hoeveelheid artwork, hoeveel albums er moesten worden verkocht, hoe lang een plaat mocht zijn. Elke vrijheid werd ons ontnomen. Iets dat niet past binnen het standaardformaat werd geweigerd. Een plaat maken van twintig minuten? Onmogelijk. Eentje van vier uur? Ook onmogelijk. Dat soort processen zorgt ervoor dat elke inspiratie ontbrak. We voelden ons ook niet prettig bij de rol die inmiddels vervulden. We maken geen popmuziek voor de mainstream. We zijn outsiders, daar voelen we ons prettig bij. Het liefst zijn we een soort doorgeefluik van underground naar mainstream. De popmuziek van mogen komt immers uit die underground.’ En dus besloten Hyde en Smith al hun geld te stoppen in een eigen platenlabel, radiostation en liveoptredens. Op internet, wel te verstaan.

Ongelooflijk eng, benadrukt Hyde. Maar het gaf het duo wel de broodnodige onzekerheid en daardoor weer de mogelijkheid om creatief te zijn. glunderend: ‘internet is een zegen. Het heeft ons de mogelijkheid gegeven om nieuwe dingen te ontdekken en om anderen nieuwe dingen te laten ontdekken.’ De technische mogelijkheden zijn oneindig, maar, zo benadrukt hij, het gaat uiteindelijk om het gevoel. ‘Het doet me weer denken aan de jaren negentig. Iedereen werkt met elkaar samen, iedereen is met elkaar verbonden. Het voelt alsof we onderdeel zijn van een netwerk, van een groter geheel.’ Neem nou de radioshow, Dirty Radio. Dankzij internet maken Hyde en Smith overal liveradio. Thuis, vanuit hotelkamers, noem maar op. Ze draaien er bekende en onbekende muziek door elkaar. Muziek die kleine labels ze hebben toegezonden of die ze hebben ontdenkt in de lokale platenzaken van de steden die ze bezoeken. ‘Er is zoveel inspirerende en goede muziek. Dat willen we laten horen aan onze luisteraars. We plaatsen elke dag een link op onze website naar een band of een kunststromingen. Kopna Kopna, Ellen Allien, Dada, Fluxus, noem maar op.’ Sinds 2002 bracht Underworld twee handen vol nummers – The RiverRun Project – uit als exclusieve download, uiteindelijk fysiek verkrijgbaar als vijf 12inches in een beperkte oplage van tienduizend stuks en te koop als digitale download op Beatport. Ook Tomato beleefde dankzij het world wide web een nieuwe lente. ‘Eind jaren negentig waren we veel te groot geworden, een soort van mythe. Er waren ontzettend veel ontwerpers die ons nadeden en veel goedkoper waren. Dat was een goede tijd om alles stil te leggen. Nu zijn we weer bij elkaar. Op internet hebben we een soort van videokunststudio gemaakt waar we samenwerken met creatieve mensen die zich over de hele wereld bevinden. Zo maken we samen boeken, tv-shows en installaties. Een ongekende artistieke vrijheid.’

Maar waarom dan toch weer een traditioneel album uitbrengen? ‘Dat stond al van te voren vast hoor’, benadrukt Hyde, ‘al die andere dingen waren nodig om weer de vrijheid te voelen om écht creatief te zijn.’ Daarmee wil hij de activiteiten die het duo de afgelopen paar jaar heeft uitgevoerd niet bagatelliseren. Verre van. In feite vorm Oblivion With Bells een geheel met de digitale representatie van Underworld op internet. Het één kan niet zonder het ander. Neem nou het trage tempo van het nieuwe album. Dat is een logisch gevolg van de ontwikkeling die het duo heeft doorgemaakt. ‘Door onze aanwezigheid op internet nodigde Sven Väth ons uit om live via webtelevisie met hem te jammen. Zijn set was veel trager dan ons nieuwe materiaal. Dus hebben we onze set moeten aanpassen om de muziek synchroon te laten lopen. Klonk echt geweldig.’ Daarbij: alle nummers op het album zijn zorgvuldig geselecteerd uit de ruim tweehonderd nummers die het duo de afgelopen vijf jaar heeft geschreven. Een aantal daarvan belandde als download op de website of verscheen op de soundtrack van films als Breaking And Entering van Anthony Minghella en Sunshine van Danny Boyle. Twintig verschenen er uiteindelijk op de shortlist van Oblivion With Bells. Tot op het allerlaatste moment bleef de keuze onzeker. Uiteindelijk vielen alle snellere nummers af en kreeg Ring Road een plekje op het album. ‘Dat nummer zou er zeker niet op komen, hadden we van te voren afgesproken’, grinnikt Hyde, ‘maar door het lage tempo bleek het plotseling juist heel goed te passen.’ Ring Road is in meerdere opzichten een typisch Underworld-nummer, zonder zo klinken. Daarvoor wijkt de Indiase percussie te veel af. Wel is Hyde er zelf in topvorm. Op zijn typische, afstandelijke manier beschrijft hij een wandeling door Romford, de immense satellietstad ten Noordoosten van Londen.

Romford is exemplarisch voor Engeland, zo benadrukt Hyde. Hij woont er al jaren en heeft geen aspiraties om te verhuizen. Daarmee is hij zo ongeveer de enige. Romford is een stad op het randje, waar de inwoners slechts van één ding dromen: zo snel mogelijk verhuizen. ‘Je leeft er om de stad te verlaten’, vertelt Hyde. ‘Er wonen veel arbeiders die zijn vertrokken uit het oosten van Londen zelf, omdat daar immigranten zijn komen wonen die nieuwe culturen hebben meegebracht. Dat gebeurt nu ook met Romford. De stad is zo doorsnee, hier speelt zich het gemiddelde Engeland af.’ Het idee voor Ring Road ontstond op een saaie, maar mooie dag. Hyde verschuift zijn stoel, staat op en loopt naar het raam. Hij wijst naar buiten: ‘Een dag als vandaag eigenlijk. Zonnig, maar niet al te warm. Ik luisterde naar het album van The Last Poets en was erg onder de indruk van de teksten. Zo kreeg ik het idee om een cirkelvormige wandeling door de stad te maken en alles op te schrijven wat ik tegen zou komen. Weer thuis, heb ik er een tekst van gemaakt. Overigens heb ik hetzelfde experiment toegepast bij JAL To Tokyo dat op een van de RiverRun-12inches staat. Heb laatst Brian Eno nog gezegd dat hij het ook eens moest doen.’ Een van z’n beste teksten, geeft Hyde toe. vindt iedereen die het nummer gehoord heeft. Sowieso neemt tekst een belangrijke rol in op Oblivion With Bells. Waar hij over schrijft? Zwerven door de stad, zegt Hyde beslist. Niet letterlijk natuurlijk. Eigenlijk gaat de muziek van Underworld altijd over zwerven door de stad. ‘Dat ontheemde, maar toch ook licht tintellende gevoel van opwinding begrijp je?’ Is op Oblivion With Bells uitstekend gelukt, meent Hyde.

Komt vooral voor rekening van partner Smith. ‘Hij heeft een ondefinieerbare gave om precies aan te voelen wat wel en wat niet van waarde is. Noem het maar typisch Welsch. Dat is écht een Keltische eigenschap, hoor.’ Zijn manier van werken doet Hyde op een bepaalde manier denken aan die waarop Ash Ra Temple en Faust muziek maakten. Niet letterlijk natuurlijk, maar ook bij de Duitsers kwam er een bepaalde chemie vrij waardoor ze elektronische instrumenten op een natuurlijke manier wisten te gebruiken binnen een rockidioom. Misschien dat die muziek daarom tegenwoordig verre van gedateerd klinkt. Daarbij, vertelt Hyde enthousiast, gebeuren er in Scandinavië erg interessante dingen. ‘Daar mixen ze ook allerlei muziekstijlen door elkaar. Van krautrock tot psychedelica. We speelden laatst in New York met Trentemøller. Geweldig wat hij doet.’ Maar hoe komt het dat het muzikale gevoel van begin jaren zeventig weer aansluiting vindt bij de huidige dancescene? Is het de vrijheid in de muziek? Het naïeve, maar rotsvaste geloof in een betere toekomst? Hyde kijkt me verbaasd aan. ‘Wat je daar zegt is interessant. Daar maak ik een aantekening van, als je dat niet erg vindt.’ Snel noteert hij een paar steekwoorden in zijn zwarte opschrijfboekje. Ondertussen denkt hij hardop na. ‘We moeten meer met mensen samen gaan werken. Met James Holden bijvoorbeeld en met Trentemøller. Zo kunnen we tot een nieuwe idioom komen.’ ‘Waarom niet met Faust?’, opper ik. Met twinkelende ogen: ‘dát is een geweldig idee!’

Verschenen in muziekkrant OOR ergens in 2007.