pop, poptropolis

De platenzaak die mijn leven veranderde

In het kader van Record Store Day, die komende zaterdag wordt georganiseerd, vatte Guuz Hoogaerts, vrij naar een artikel in de Britse krant The Guardian, het plan op om prominente Nederlandse muziekkenners te vragen naar platenzaken die hun levens veranderden. Eerste Hulp bij Plaatopnamen levert het podium. De verhalen inspireren me zo, dat ook ik – tegen beter weten in, want deadlines te halen – mijn herinneringen op papier zette. Over Satisfaction in Heerlen.

Kolenmijn Hendrik in Brunssum, later AFCENT.

Brunssum. Ik had nergens anders willen opgroeien. In de jaren zeventig was het, eh, dorp een van de rijkste van het land. Kwam door de mijnbouw die de hele Oostelijke Mijnstreek na de tweede wereldoorlog opstuwde in de vaart der volkeren. Met de sluiting van de mijnen, die werd aangekondigd in 1965, verdween de welvaart. Naburige gemeenten Heerlen en Kerkrade verdwenen in een diep dal. Brunssum kreeg uitstel van executie. Het Noordelijke hoofdkwartier van de AFCENT werd er gevestigd en dus telde Brunssum plots bijna twintigduizend inwoners meer, waaronder veel Amerikanen en Canadezen.

Dat maakte de regio een uitermate spannende en Brunssum een kleine stad. In het naburige Heerlen rookten Amerikaanse soldaten, koud terug uit Vietnam, heroïne in de plaatselijke soultent Shangri-La. Blacklight in Schinveld was een dampend en stomend discohol. In lezingen die ik over de ontwikkeling van popcultuur in de regio geef, vertel ik maar al te graag dat in die tijd de Oostelijke Mijnstreek grootstedelijker was dan Amsterdam. Zowel in de negatieve als de positieve zin. Voor mij was het een gouden tijd. Op de legerzenders BFBS (uit het nabijgelegen Bielefeld) en CFNB (Canadian Forces Network Brunssum) hoorde ik de laatste popmuziek. In Brunssum-Noord reden meer Amerikaanse auto’s dan Europese en struinden donkere mannen met ghettoblasters door de straten. Althans, in mijn beleving.

Mijn ouders hadden niet veel met muziek. Ik herinner me een platenspeler en een handjevol albums, maar nadat ons gezin naar Brunssum-Noord verhuisde, verdween muziek naar de zolder. In de kamer stond een radio die nooit aanstond behalve op zondag. Dan luisterde mijn vader naar G.B.J. Hiltermann. Die had een mooie stem, vond ik destijds. Geen vinyl te bekennen dus. Dat zag ik op de vele ‘garage sales’ in de buurt. Amerikanen of Canadezen die terug naar huis mochten, deden hun spullen in de verkoop. Die werden uitgespreid in de garage. Ik kocht er comics en legerspullen die elders in het land niet te koop waren. Allemaal weggedaan. Wist ik veel. Ik zag er ook altijd bakken platen staan.

Mijn eerste albums kreeg ik van mijn ouders. Of eigenlijk van sinterklaas. Eerst een rode platenspeler van Philips. Daarna albums van AC/DC en Kiss. Dat waren populaire bands bij de Amerikaanse militairen en dus ook bij mij. Het grote vinyl-verzamelen kwam pas écht op gang vanaf mijn twaalfde. Op de middelbare school liepen mijn oude en nieuwe vriendenkring in elkaar over. Ivo Repin, Rene Heuts en later Martin Kroppen werden muziekbroers met wie ik op jacht ging. Naar vinyl. Eerst langs de tweedehandswinkels die de ‘garage sales’ hadden vervangen, daarna op de fiets naar Heerlen.

Brunssum had een platenzaak, Disco Downtown, maar daar werd in mijn beleving vooral hardrock verkocht. De verkoper zag er uit alsof ie zo was weggelopen uit UFO of de begeleidingsband van Ted Nugent. Satisfaction in Heerlen was hipper, eigentijdser. Ik bezocht de zaak al eens eerder in de jaren zeventig. Destijds zat de winkel in de Geleenstraat. Het was zo donker dat ik er geen hand voor ogen zag. Teleurgesteld strompelde ik weer naar buiten. Aan het begin van mijn vinyl-periode verhuisde Satisfaction net naar de Saroleastraat en daarna naar de Oranje Nassaustraat. Elke maand fietsten Ivo, Rene en ik op een zaterdagochtend van Brunssum naar Heerlen – zo’n acht kilometer – om in de bakken te struinen. We spaarden ons wekelijkse zakgeld om het uit te geven aan zwart goud.

Het procédé was doorgaans hetzelfde: we kochten elk drie platen. Twee oudjes die we uit de tweedehandsbak visten en één nieuw album. Dat nieuwe album tapeten we voor elkaar op TDK-cassettebandjes. Van te voren spelden we het maandblad Aardschok van a tot z. We wisten precies welke albums we moesten hebben. Dan begon een spannend ritueel: wie kocht wat? Al snel ontwikkelden onze individuele smaken zich net even iets anders en verliep het ritueel dus als vanzelf. Satisfaction was een fantastische winkel. De platen waarover we kwijlend in Aardschok hadden gelezen stonden er te glimmen in de bakken. Op de zaterdagochtend was het er druk. Als er een belangrijke release uitkwam kon je er over de koppen lopen. We bleven er ook altijd langer hangen dan nodig. We wisten precies wat we gingen kopen. Daar hadden we niet veel tijd voor nodig. Maar het kijken naar al die stoere, oudere metalheads met lang haar, leren jassen, spikes en stoere blik in de ogen was net zo spannend als de hoezen door de vingers laten glijden.

Onze vriendschap verwaterde. Onze smaken liepen steeds verder uit elkaar. Misschien zat er een verband tussen die twee, misschien ook niet. In ieder geval bleef ik een frequent bezoeker van Satisfaction. Elke week bracht ik er een paar uur door. Eigenaar Rob Eijsvogels was altijd wat nors, maar ook aardig. Een voorval staat in mijn geheugen gegrift. Ik kocht ‘Crazy From The Heat’ van David Lee Roth, in 1985 een van mijn favoriete artiesten. Op de terugweg naar huis brak de plaat in tweeën. Door de wind waaide het album, dat in een plastic tas aan mijn steur hing, tussen het stuur en mijn been. In een reflex fietste ik terug naar de platenzaak. Daar deed ik stamelend mijn verhaal (ik stotterde destijds zo erg dat ik liever altijd en overal mijn mond hield) waarop Rob me een nieuw exemplaar gaf: “Die kapotte stuur ik gewoon terug met de boodschap dat hij bij de verzending is gebroken. Maar deze wel heel houden, hè?”

Satisfaction van binnen, foto: Anita Hondong

Na de middelbare school verhuisde ik naar de Randstad. In Satisfaction kwam ik niet meer. Mijn platenverzameling bestaat nog steeds uit honderden albums met die typische ronde sticker van Satisfaction. Ik kocht er de eerste drie albums van Metallica toen ze uitkwamen, de debuten van Metal Church, Tygers of Pan Tang en Savage. Zal niet iedereen iets zeggen, maar ik koester ze en, ja ja, draai ze nog regelmatig. Sinds anderhalf jaar woon ik in Heerlen, maar bij Satisfaction kom ik niet meer. Waarom? Weet ik eigenlijk niet. Ik koop tegenwoordig nog maar weinig muziek (het voordeel van poprecensent zijn) en als ik iets koop, dan doe ik dat op vinyl. Als ik het goed begrepen heb, verkoopt Satisfaction – in de jaren negentig vrijwel volledig overgestapt op cd’s en dvd’s – weer steeds meer vinyl. Morgen toch weer eens binnenlopen.

Standard

2 thoughts on “De platenzaak die mijn leven veranderde

  1. Mike says:

    Leuk stuk. Ik herken me er erg in en het speelt precies in dezelfde tijd dat ik ook veel bij satisfaction kwam. En jawel hoor… De namen en platen van s
    Savage, Metal Church en Tygers of Pan Tang zeggen me wel degelijk wat. Stuk voor stuks krakers…

  2. Ivo says:

    Hey Theo,

    Leuk verhaal. Was inderdaad een super tijd. Ook ik draai (niet meer op vinyl) nog regelmatig oude metal. Laatst nog een video gezien van metal church als afsluiter van dynamo open air met het nummer metal church. Good old times.

    Groetjes
    Ivo