journalistiek, nieuwe media, oude media

Doe wat je zegt

Een week geleden pakte ik m’n Freitag voor een dagje Arnhem. Heeft consequenties gehad. Voor mij, dan. Doorgaans houd ik lezingen over relatief abstracte onderwerpen: de toekomst van de muziekindustrie, fotografie in tijden van nieuwe media, de soundtrack van de gebroken stad, de sociologie van innovatie, de opkomst van dance-muziek. Op Gesel XL, een tweedaags popfestival georganiseerd voor 3voor12/Gelderland sprak ik over de toekomst van de popjournalist. Mijn verhaal zette heel wat aanwezigen aan het denken, zo bleek achteraf. Ook ik kreeg mijn eigen verhaal niet meer uit mijn hoofd.

Drie jaar geleden haalde ik Andrew Keen, auteur van The Cult Of The Amateur, van de trein. In de metro spraken we over vertegenwoordigers van de Frankfurter Schule. Het klikte. Ik vertelde Keen dat ik schreef voor traditionele media die moeite hadden de stap naar het nieuwe mediatijdperk te maken. Keen lachte, sloeg me op de schouders en zei: “die media heb je helemaal niet meer nodig.” Word je eigen merk, adviseerde hij me. Voor het te laat is. Als de netwerkmaatschappij doorzet? Dan kun je je niet meer verschuilen achter die ouderwetse kranten en tijdschriften. Die overleven het misschien, misschien niet.

Jezelf neerzetten als merk? Dat klonk me fout in de oren. Daarbij was ik een van de vier genomineerden voor de Pop Media Prijs 2009. Die won ik, uiteraard, niet. Die nominatie had ik te danken aan het sterke underground-merk cut-up, dacht ik. Dat denk ik nog steeds. Ik ben van de merken-generatie. Als klein jongetje stond ik voor de spiegel met een omgekeerd tennisracket in de had. Ik zong mee met ‘I Was Made For Loving You’ van Kiss, maar droomde stiekem van een carrière als popjournalist. Bij OOR. Nou ja, eigenlijk eerst bij Aardschok. Wist ik veel. Die carrière kwam er. In het eerste decennium van deze eeuw heb ik aardig kunnen leven van de (pop)journalistiek. Inmiddels heb ik een aardige naam opgebouwd als ‘kenner’. Daar kun je iets mee doen.

En dat is precies wat Keen beweerde. In zijn nieuwe boek Digital Vertigo, dat in mei gaat verschijnen, legt hij uit hoe de nieuwe mediawereld er uit gaat zien. Ik ben nog bezig in het eerste hoofdstuk. Keen gaat er een stuk diepgravender en theoretischer te werk dan in The Cult Of The Amateur, dat meer een lang pamflet leek. En ja, nu snap ik Keen. De traditionele media waarvoor ik werk willen en kunnen nieuwe media niet begrijpen. Trekken aan een dood paard is een heilloze missie. Erg? Misschien niet. Een titel als OOR kan verder als enkel papieren blad. Het internet zoals we dat nu kennen wordt immers langzaam weggeduwd door de wereld van de apps. OOR als app én papieren blad, dus. Datzelfde geldt voor Gonzo (circus): kleine, kritische én loyale lezersgroep. Komt dus wel goed, ook zonder goede aanwezigheid op het web.

Een week geleden vertelde ik in Arnhem over het nieuwe curatorschap. De journalist als spil in zijn of haar eigen netwerk. Hoe groot dat netwerk is? Doet er niet zoveel toe. Zolang je maar weet wat je netwerk wil.

Zeven regels stelde ik op om het nieuwe curatorschap tot een succes te maken:

1. Kies een duidelijke niche
2. Maak duidelijke en heldere keuzes
3. Combineer verschillende media
4. Ben oprecht
5. Ben persoonlijk
6. Doen niet alles, wil niet alles doen
7. Ben de spil in je netwerk

De beelden van de presentatie, dus zonder mijn gesproken verhaal, kun je hieronder bekijken. Ik overtuigde niet alleen een deel van de aanwezigen, maar ook mezelf. Het gaat me veel tijd kosten, ik zal dit blog vervloeken, maar dit blog wordt een belangrijke plek in mijn eigen netwerk als curator. Misschien wel dé belangrijkste plek. Dat betekent nogal wat. De laatste tijd doe ik bitter weinig met dit blog. In feite is het nu niets anders dan een verwijzingsmiddel naar mijn stukken bij Frankfurt, OOR, Gonzo (circus), ZwartGoud en Joop. Vanaf komende maandag zijn de rollen omgedraaid. Dan is dit blog het belangrijkste. Gaat veel tijd kosten. Die ik niet heb. Maar toch. Wie een lezing geeft over het nieuwe curatorschap, moet zelf nóg meer aan de bak. Inderdaad: doe wat je zegt.

Standard

9 thoughts on “Doe wat je zegt

  1. Kijk, presentaties waarin Eclectro wordt aangehaald, dat moeten wel sterke verhalen zijn. Dat is het ook. Ik mis alleen wat dingen in het verhaal over jezelf.

    1: waarom ga je dit doen?
    2: wat wil je ermee bereiken?
    3: hoe betaal je je hypotheek ermee?

  2. Goede vragen Inge.

    Een hypotheek heb ik niet. Met mijn internetactiviteiten verdien ik nu al geen geld. Dat verdien door te schrijven voor papier, adviezen te geven, les te geven en lezingen te geven.

    In feite herstructureer ik mijn activiteiten die ik sowieso al deed zonder er geld aan te verdienen. Ik blijf in de nieuwe opzet dicht bij mezelf. Na ja, dat geven de zeven regels al aan. Zorg er zelf voor dat ik de spil in het netwerk word en niet het tijdschrift waarvoor ik pro deo op het web schrijf.

    De laatste jaren versterkte ik de traditionele mediamerken op het web die zelf niet of nauwelijks investeerden om hun digitale aanwezigheid te versterken. Mijn hele punt is: je hebt die merken niet meer nodig als je het curatorschap goed kunt invullen.

    Geld verdienen met curatorschap is, denk ik, vooral (of eigenlijk alleen maar) indirect mogelijk. Door de dingen die ik al doe voor geld.

  3. Daarmee wil ik overigens niet alle tijdschriften en ‘merken’ op het web over één kam scheren. Eclectro en mijn eigen cut-up vind ik goede voorbeelden van niche-initiatieven die voldoen aan de zeven regels. Dat gaat frnkfrt ook doen.

  4. Sterk verhaal. Had het gister al doorgelezen, had alleen Eclectro in de presentatie over het oog gezien ;)

    Wat ik zelf nog aan wil vullen is dat je ook vooral moet reflecteren op de keuzes die je maakt. Iets wat nu een goede keuze is, vertaalt zich zes maanden later misschien wel tot een minder goede beslissing. Het sluit ook aan op wat Inge zegt en je eigen regel nummer 4: kijk kritisch naar wat je wil bereiken, blijf dat doen, en wees oprecht over de keuzes die je eerder maakte.

    Doe je dat niet mis je wellicht de boot naar een nieuw curatorschap en schrijf je over een paar jaar hetzelfde verhaal.

  5. Ah, zo is het duidelijker. Waar het jou dus om gaat, is dat je jezelf centraal stelt, en dat je vanuit dat vertrekpunt bepaalt waar je voor schrijft, en hoe. Niet meer ondergeschikt aan het medium je werk doen, maar werk doen dat bij jou past, en dan dit publiceren op het meest geschikte medium hiervoor. Klopt dat?

  6. Dat klopt. Vroeger, een paar jaar geleden, was dat nog een lastige zaak. Nu je merkt dat op internet ‘mensen’ steeds meer centraal komen te staan, kan ik me ontworstelen van de media waar ik eerst aan onderschikt was. Natuurlijk, dat kon altijd al, maar ik voel aan alles dat de tijd rijp is voor individuen om die rol op zich te nemen.

  7. Mooi. Heel herkenbaar, in dat geval, en volgens mij ook een prima keuze. Je ziet inderdaad dat de mens steeds centraler komt te staan, vooral nu het aantal anonieme mensen op internet hard afneemt. Schrijvers zie je ook heel vaak van medium wisselen of op heel veel platformen publiceren, waarbij ze dit elke duidelijk onder eigen naam doen. Ook door Twitter zijn individuen belangrijker geworden, omdat de dienst bijna altijd exclusief gebaseerd is op personen (en niet op anonieme verzamelmedia).

  8. Pingback: Waarom OOR en ik afscheid nemen — theoploeg.net

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.