Archive for December 2010


‘Nooit meer weg’

December 30th, 2010 — 11:43am

Zomers uitzicht over de Keulse Baan, Heerlen

“Hoe lang ga je dat nog volhouden?”, vroeg een collega geamuseerd toen ik begin oktober voor de vierde keer in een week de trein van drieëntwintig minuten over vijf van Heerlen naar Amsterdam had genomen. Ik schonk hem mijn mooiste glimlach. Het antwoord op die, eigenlijk retorisch bedoelde, vraag is niet veranderd: nog jaren.

Voor Zwart Goud schreef ik afgelopen week een terugblik op 2010. Een hectisch jaar, een jaar van weer een verhuizing, maar ditmaal een ingrijpende. Wonen in Heerlen bevalt prima, werken in Amsterdam is goed te doen en ik zou het voor geen goud willen missen, ‘integreren’ gaat anders dan ik had verwacht. Vrijwel direct ben ik opgenomen in de, eh, creatieve gemeenschap in de stad. Er écht bijhoren doe ik naar mijn gevoel nog niet. Of dat ooit gaat gebeuren? Geen idee. Ik verwacht van niet. Te lang weggeweest, te lang in de Randstad gewoond. Is ook niet zo belangrijk. Weg ga ik er in ieder geval niet meer.

Lees mijn column op Zwart Goud over mijn terugkeer naar Heerlen.

Comment » | heerlen, Zwart Goud

jaarlijstjes en OOR

December 26th, 2010 — 10:32am

Popjournalist? Dan maak je in december een lijstje van beste platen van het afgelopen jaar. De vaste lezers weten inmiddels dat ik niet zo veel heb met dat soort lijstjes. Vraag me een dag later om ‘m nog eens samen te stellen en er komt een ander lijstje uit. Smaak, aangelegd met kennis en ervaring, is nu eenmaal broos en delicaat. Zo ook dit jaar. Voor OOR koos ik tien albums die ik nog steeds koester. Al zou mijn lijstje er nu anders hebben uitgezien. Daarover later meer.

Eerst terug naar OOR en de jaarlijstjes. Ditmaal vroeg de redactie vijftig popkenners om deel te nemen aan het jaarlijkse festijn. Interessant detail: Jochem Geerdink, die op Twitter flinke stampij maakte omdat hij niet in de lijst genomineerden voor de Pop Media Prijs stond, hoorde daar niet bij. De afgelopen vijf jaar analyseerde popjournalist Peter Bruyn vier maal de uitkomsten van de eindjaarslijstjes in OOR. Ook dit jaar levert dat weer fijn leesvoer op.

Opvallendste gegeven? Alleen The Suburbs van Arcade Fire en High Violet van The National komen statistisch gezien op een plek in de eindlijst in aanmerking. Bij de overige albums in die eindlijst kijkt ‘ruis’ om de hoek. De nummers 21 tot en met 50 van die eindlijst doen er helemaal niet meer toe, analyseert Bruyn. De afwijking is in die regionen zo gering dat de volgorde niets zegt. Lees de boeiende analyse van Bruyn er maar zelf op na.

Mijn lijstje week dit jaar nogal af van het gemiddelde. Geen enkel album in mijn lijst belandde in de uiteindelijk OOR Eindlijst. Dat had gemakkelijk wél zo kunnen zijn. Crooks & Lovers van Mount Kimbie en Swim van Caribou vielen pas in het laatste stadium af. Mensen die mij kennen weten dat ik weinig op heb met statistiek. De OOR Eindlijst kan me dus gestolen worden. Evenals alle eindlijsten, overigens. Zeggen namelijk niets. Wél interessant? de individuele lijstjes. Die zeggen namelijk wel veel. Waarom? Eenvoudig: ze zijn samengesteld door experts die duizenden nieuwe albums per jaar horen, die ontzettend diep in een bepaalde muzikale subcultuur zitten en beroepsmatig geneigd zijn niet over één nacht ijs te gaan om een oordeel te vellen.

Kortom, dat Cosmogramma van Flying Lotus op elf staat in de OOR Eindlijst zegt me niet zo veel. Wel dat Atze de Vrieze het album op één heeft staan in zijn lijst. Verrassingen in de vijftig individuele lijstjes? De unieke ‘smaak’ van Tim Veerwater. Moet ie koesteren. Fabric 55 van Shackleton had zó mijn eindlijst gehaald wanneer ik de promo niet eerst op de stapel ‘nog te luisteren had gelegd’. Met mijn nominatie was het album de top vijftig binnengedrongen. Ook Koen Poolman en René Passet namen het op in hun lijst. Met Raymond Rotteveel deelde ik een album: Jojo Burger Tempest van Working For A Nuclear Free City. Grootste verrassing? Geen overlap met oud-stadsgenoot Peter Bruyn.

Goed, genoeg geschreven. De lijstjes!

OOR EINDLIJST 2010 (alleen de eerste tien)

1. Arcade Fire – The Suburbs
2. The National – High Voilet
3. The Black Keys – Brothers
4. Gonjasufi – A Sufi And A Killer
5. Beach House – Teen Dream
6. Ariel Pink’s Haunted Graffiti – Before Today
7. Spoon – Transference
8. Tame Impala – Innerspeaker
9. The Tallest Man On Earth – The Wild Hunt
10. Vampire Weekend – Contra

Tja, van geen enkel van die tien albums ben ik écht onder de indruk al kan ik dat van Gonjasufi best waarderen en is Before Today ook meer dan aardig.

Welke tien albums koos ik? Op een rij, mét korte toelichting.

Von Spar – Foreigner
Derde alweer van deze Keulenaren. Von Spar klinkt weer herkenbaar, al blijven de Duitsers weer net zo onberekenbaar als Liars en Trans Am. Met die laatste band deelt Von Spar de voorliefde voor lang uitgesponnen, kosmische rockjamsessies en jaren zeventig-disco. Met fascinerend resultaat. Op Foreigner klinken echo’s van Neu!, Can, Tangerine Dream, Giorgio Moroder en Alan Parsons door, single ‘HyBoLT’ is een Kraftwerk-pastiche en in ‘trOOps’ is het Afrofuturisme niet ver weg. Kan een mens zoveel retro verdragen? Met gemak. De manier waarop Von Spar in afsluiter ‘Daddy Longlegs’ vroege krautambient vermengt met ambienttechno uit de jaren negentig is subliem. Tangerine Dream ontmoet Sun Electric, zeg maar.

Lindstøm & Christabelle – Real Life Is No Cool
De samenwerking tussen Lindstrøm en Christabelle is niet nieuw, maar wie Real Life Is No Cool hoort, vraagt zich direct af waarom dit album zo lang op zich heeft moeten wachten.
Waar Lindstrøm met Prins Thomas meer richting krautrock is opgeschoven, struint hij met vocaliste Christabelle door de ruïnes van disco en synthpop. ‘Music In My Mind’ (het beste nummer op het teleurstellende solodebuut van Lindstrøm) laat ook hier horen hoe goed de twee op elkaar zijn ingespeeld. Om maar te zwijgen van het fenomenale ‘Looking For What’, waarin het speelse gepraat van Christabelle, een stuwende Moroder-baslijn en losse pianoakkoorden leiden tot een funky soort spacedisco. Schaamteloos graaien in het verleden? Jazeker. Maar o, wat klinkt het mooi.

Francesco Tristano – Idiosynkrasia
Internationaal baasje. Groeide op in Luxemburg, studeerde in Brussel en New York. Worstelde al twee maal met het samenbrengen van klassieke avantgarde en techno. Dat is ‘m op deze derde gelukt. Idiosynkrasia nam hij op in de Planet E-studio van Craig in Detroit. Noem het resultaat nieuw klassiek of avantpop. Dance is het in ieder geval niet. Daar klinkt zijn ‘akoestische’ techno te organisch voor. Tristano gebruikt jazzritmes, accenten uit minimal music, is niet vies van groovende dansrimtes, maar breekt zijn maten en beats net zo lief in kleine stukjes. Ontzettend knap gemaakt, maar belangrijker is dat Idiosynkrasia de nekharen recht overeind doet staan van spanning en genot, er in elk nummer voor zorgt dat je als luisteraar door emoties wordt overspoeld. Avantgarde met de emotie van pop.

Working For A Nuclear Free City – Jojo Burger Tempest
Meest onderschatte band van het moment. Stijl? Typisch Manchester, uit Manchester. Working For A Nuclear Free City zit ergens tussen Primal Scream en Campag Velocet in, met toefjes Hybrid en Mouse On Mars. Stylus Magazine typeerde de muziek eerder als “a flawless lucid-dream trip through a thousand fantastical influences”. Ik houd het op zo’n typisch begin jaren negentig Opscene-bandje: losjes, heftig, emotioneel en vooral niet stijlvast. Doen het al bijna een decennium en het blijft goed. Jojo Burger Tempest klinkt als los zand. En dat is in dit geval positief. Het titelnummer duurt een dik half uur en vat alles nog eens goed samen. Stylus slaat de spijker op z’n kop.

Aeroplane – We Can’t Fly
Een draak van een plaat noemde ik We Can’t Fly in OOR. Zo eentje die goed fout is. Goed, volgens veel bevriende dancekenners gaat Vito De Luca nu echt te ver. Voor mij blijft hij knap balanceren op de dunne draad tussen kunst en kitsch. Zonder zich te verstappen. Neemt niet weg dat het schaamrood ook mij regelmatig op de kaken staat wanneer We Can’t Fly rondjes draait op de platenspeler. Psychedelische gitaarsolo’s, synthesizersolo’s, een strijkorkest en reggaeritmes in één nummer? Dat kan écht niet. Maar toch. In handen van De Luca klinkt het als een klok.

Prins Thomas – Prins Thomas
Goede zet van Prins Thomas die (tijdelijke?) breuk met maatje Hans-Peter Lindstrøm. Zonder dralen keert Prins Thomas neodisco de rug toe en omarmt kosmische rock. Goed de disco-invloeden klinken op de achtergrond door, maar zoemende synthesizers, bedwelmende baslijnen en motorik voeren de boventoon. Klinkt geweldig. Alsof Prins Thomas eigenhandig een 21e eeuwse variant van kosmische rock wil uitvinden. Lukt ‘m niet. Wel daalt de Noor af naar de krochten van het genre en komt hij terug met goud. Die dolgedraaide Moog van ‘Slangemusikk’ die overgaat in de autobahnrock van het tien minuten lange ‘Sauerkraut’? Bewijst dat Prins Thomas de ziel van kosmische rock heeft gevonden.

Superpitcher – Kilimanjaro
De kroonprins van de Keulse dance komt eindelijk met z’n tweede. En ja, ook deze is prachtig. De ambientpop van debuut Here Comes Love laat Aksel Schaufler achter zich. Nieuw zijn de pure popliedjes die hij drapeert met zijn ijle vocalen. De melancholische mengeling van new wave, dubritmes, popmelodieën en frisse synthesizerpatronen klinkt helemaal nu. Maar zomaar een hip album is deze tweede niet. Daar zijn de composities te uitgekiend voor. ‘Who Stole The Sun’ en ‘Country Boy’ is het soort proto-pophouse waar alleen Superpitcher patent op lijkt te hebben: dansbare, échte liedjes mét een diepere laag. Kortom, Superpitcher lapt het ‘m weer.

dOP – Greatest Hits
Debuteren met een Greatest Hits? Dat getuigt doorgaans van grove zelfoverschatting. Niet bij dOP. De Fransen zijn inmiddels een gevestigde naam in de Duitse dj-scene. De hipste clubs van Berlijn vechten om hun diensten. Terecht, zo laat dit debuut horen. Greatest Hits is geen dance volgens het boekje. De drie producers gaven de Franse componist Emmanuel dʼOrlando de touwtjes in handen. Die haalde er weer anderen bij, waaronder het Macedonian Radio Symphonic Orchestra. Een puur house-album is dit debuut dus zeker niet. En toch ook weer wel, want trage dansritmes en diepe bassen voeren de boventoon. Die mengen gemakkelijk met de klassieke elementen die dʼOrlando toevoegt. Repetitief pianoritme hier, zware strijkpartij daar. Het past. Zo verfrissend als hier klonk house zelden.

Lonelady – Nerve Up
Verbaasd me eerlijk gezegd dat ik de enige ben die Lonelady in z’n lijstje noemt, want typisch OOR. Misschien omdat Julie Campbell uit Manchester haar debuut heeft uitgebracht op WARP? In ieder geval onterecht, want de Britse klinkt hier bij vlagen als de jonge Kristin Hersch ten tijde van, jawel, Throwing Muses. Wat Nerve Up zo goed maakt? De combinatie van de dof stampende drumcomputer, strakke postpunkgitaren, hoekige riffs, kunstmatig handgeklap én de ontwapenende engelenstem van Campbell. Kortom, album vol prachtige liedjes waar de emotie en klasse vanaf druipen.

Noisia – Split The Atom
Enige Nederlandse bijdrage in mijn lijst. Had meer kunnen zijn. Ook Black Sun Empire drong uiteindelijk aan op een plekje bij de eerste tien, maar dat album kwam toch net iets te laat (of de deadline voor het lijstje was te vroeg). Mét The Qemists, Pendulum en Netsky is Noisia de drum’n’bass-sensatie van de afgelopen jaren. Toch zijn de Groningers veel minder stijlvast. Op Split The Atom schoppen ze rigoureus heilige huisjes omver. Stompende drum’n’bass wordt er afgewisseld met zware dubstep, filterdisco in een new rave-jasje en progressieve ambient. Vreemd samenraapsel van stijlen en toch klinkt het niet vreemd. En zo trekt Noisia een lijntje van Europese synthdisco naar dubstep. Gezien de positie van de Groningers in de Britse dancescene daarom niet minder dan een sleutelalbum.

Net niet dit jaar? Een hoop albums. Toch wil ik er nog een paar noemen. Omdat ze het verdienen, want 2010 was een goed dancejaar. Erg goede dubstep is te horen op Crooks & Lovers van Mount Kimbie en Fabric 55 van Shackleton. Essentiële techno maakten Shed op The Traveller en Pantha Du Prince op Black Noise. Niet te missen pop? Swim van Caribou. Lights And Wire van Black Sun Empire verdient een eervolle vermelding. Albums van trance-helden BT en Hybrid waren dit jaar net niet spannend genoeg.

En? Wat zijn jouw beste albums van 2010?

2 comments » | OOR, pop

respect voor dieren? Ga toch weg!

December 25th, 2010 — 11:31am

“Pap! Kijk! die olifant is aan het dansen!”, schatert een jongen het uit. Zijn vader aait hem over de bol en schampert: “het zijn net mensen, hè.” Goed, de jongen, een jaar of acht, weet niet beter. Dansen doet de olifant, een Aziatische, niet. Langzaam wiegt hij zichzelf in een sluimerende toestand door zijn lichaam heen en weer te wiegen. Repetitieve bewegingen die zorgen voor de aanmaak van endorfine in het lichaam. Het verzacht de pijn van de eenzaamheid, betovert de onmetelijke saaiheid. Dag in dag uit. Plaats van handeling? Circus Renz Internationaal op het  terrein van het voormalige busstation in Heerlen.

Lees verder bij Zwart Goud.

Comment » | heerlen, Zwart Goud

Beste dancetrack 2010 bij Eclectro

December 23rd, 2010 — 12:01pm

De beste website over dance in Nederland, Eclectro, laat de lezers ook dit jaar de beste danctrack van 2010 kiezen. Goed, er is al een selectie gemaakt. Erg? Nee hoor, want Eclectro ging bij het samenstellen niet over een nacht ijs. Luister, kies en oordeel zelf.

2 comments » | dance, pop

The Third Twin: is Daft Punk terug?

December 21st, 2010 — 8:14am

Tron en Daft Punk, ideale combinatie. De praktijk wijst anders uit. In 1982 maakte Wendy Carlos een futuristische soundtrack bij het eerste deel. De Amerikaanse componiste gebruikte geen klassieke instrumenten, alleen synthesizers. Resultaat? Filmmuziek die net zo compromisloos is als de film. Tron trok begin jaren tachtig niet veel kijkers. Later werd de film een klassieker door z’n revolutionaire verhaal en prachtige effecten. En die geweldige soundtrack dus.

Daft Punk legde voor Tron: Legacy, het vervolg dat eind januari in de Nederlandse bioscopen is te zien, het oor te luister bij de componisten van films als Star Wars en The Dark Knight. Een honderd-koppig orkest zorgde voor de rest. Slechts sporadisch is de stempel van Guy-Manuel de Homem-Christo en Thomas Bangalter te horen op de onlangs uitgebrachte Original Soundtrack. Dan is het smullen. Van de referenties aan Giorgio Moroder en Tangerine Dream. Van typische Daft Punk-nummers als ‘Derezzed’.

In Glamcult en op cut-up schreef ik eerder (2007) dat er nooit meer een nieuw album van Daft Punk zal komen. Het duo bracht destijds een film uit, Electroma waarin 74 minuten lang werd gezocht naar een betere wereld. Zonder succes. Op hun laatste langspeler Human After All, uit 2005 alweer, had Daft Punk de grenzen van het eigen universum bereikt. Extremer was niet mogelijk. Lees maar even mee met mijn drie jaar jongere ik:

Human After All is zonder meer de meest menselijke plaat van Daft Punk, al lijkt afstandelijkere muziek moeilijk denkbaar. Riffs, beats, melodieën en korte teksten worden er eindeloos herhaald. Alsof er bij het maken van de plaat niet meer is gedaan dan geknipt en geplakt. Human After All definieert het leven als een stroom van herhaling. Uiteindelijk is er niets buiten het nu, hoe graag we ook dromen van dat mooie verleden of die beloftevolle toekomst. Niet alleen klinkt de teleurstelling van Bangalter en De Homem-Christo door, er is vooral berusting. Muzikaal zijn ze niet in staat om antwoord te geven op die ene prangende vraag die de Fransen al vanaf het begin bezig lijkt te houden: wat halen we in godsnaam betekenis uit het hier en nu? Dat thema staat centraal in de videoclip van ‘Da Funk’ – geregisseerd door Spike Jonze – die verhaalt van een jongen met hondenkop die zichzelf dreigt te verliezen in de grote stad. Nergens vindt hij aansluiting, hoe krampachtig hij het contact met anderen ook probeert te forceren.”

Het lijkt erop dat ik ongelijk heb gekregen. Goed, de filmmuziek voor Tron: Legacy biedt niet veel perspectief. The Third Twin wel? The Third wat? Jawel, De eerste soundtrack die Daft Punk maakte werd geweigerd door Walt Disney, de producent van het tweede Tron-deel. Althans, leren geruchten. Omdat de naam Daft Punk de komende tijd enkel in het nieuws mag komen in relatie tot Tron, besloot het Franse duo dat materiaal uit te brengen als The Third Twin op het album Homemade dat ik hier eerst abusievelijk Homework noemde. Hoezo Freudiaans?

Goed, het zijn geruchten, maar het bewijs stapelt zich op. Oordeel zelf, maar geniet vooral van de heerlijk, melancholische filterhouse die teruggrijpt op de beginperiode van Daft Punk. Precies ja, op Homework.

Meer The Third Twin? www.myspace.com/thethirdtwindjs

Update: bovenstaande nummers zijn gratis te downloaden op de Last.fm-pagina van The Third Twin: www.last.fm/music/The+Third+Twin/Homemade

14 comments » | dance, pop

Fijne kerst met ESC.REC. en Lomechanik

December 20th, 2010 — 11:38am

Dat zijn nog eens kerstkado’s om heel blij van te worden. Op Flakes laten twee van de interessantste platenlabels – ESC-REC. uit Deventer en Lomechanik uit Nijmegen – van ons land nieuw en gevestigd talent horen (dat prachtige Bend over harder van MiaMia). Gratis en voor niets. Downloaden die handel en draaien tijdens het vegetarische kerstdiner.

Comment » | dance, kunst, pop

modeontwerpsters pionieren in Heerlen

December 19th, 2010 — 4:43pm

“Misschien zitten we over een jaar of tien in Afrika of Australië”, grapt Robin Brands. “Zolang het maar goed voelt wat we doen”, voegt ze er serieus aan toe. Voorlopig is Brands (24) samen met Hjordis Orbons (ook 24) neergestreken in Heerlen. Daar heeft het duo sinds een week een tijdelijke (‘pop-up store’ in hip Engels) modewinkel annex atelier. Midden in het winkelhart. “We moeten het hier een kans geven. Er zijn ontzettend veel mensen creatief bezig in de regio, óók op het gebied van mode. Daarom is zo’n plek als deze zo belangrijk”, legt Orbons uit. Die plek is de bovenverdieping van het pand aan de Schinkelstraat 2. Beneden is de winkel van ‘flower composer’ Rob Orbons, de vader van Hjordis. In die benedenverdieping wisten Brands en Orbons de jury van de Design For Emptiness Award succesvol te verleiden. Tijdens het in de zomer gehouden i_beta/festival sleepten de dames de prijs, die de gemeente Heerlen in samenwerking met de community van Zachte G voor het eerst uitreikte aan het beste idee om leegstand en krimp tegen te gaan in de stad, in de wacht.

Lees verder bij Zwart Goud.

Comment » | creatieve industrie, heerlen, Zwart Goud

Cultuurpraat #2

December 16th, 2010 — 8:21pm

Afgelopen maandag gaf ik voor de tweede maal cultuurtips tijdens de laatste Cultuurbrouwerij van het jaar. Hieronder zet ik ze nog eens op een rij (en Arcade Fire sla ik over). Wederom interessante bijeenkomst, overigens. De discussie over ‘het nieuwe werken’ had wat dieper mogen gaan, maar ach, veel mensen zijn nog niet met het onderwerp bekend. De korte, eh, gedichten van Harry Sevriens zorgen weer voor een glimlach. Tot maandag 10 januari, bij de eerste Cultuurbrouwerij van 2011.

tip 1.
Pop Up Store van HJORDISROBIN.

Afgelopen zomer wonnen jonge modeontwerpers Hjordis Orbons en Robin Brands de Design For Emptiness Award tijdens het eerste i_beta/festival. Hartstikke mooi, natuurlijk, maar een geldbedrag alleen om een onderneming te starten is niet genoeg. Een pand moesten de dames maar zelf zoeken. Dat lukte. Tot kerst zitten Hjordis en Robin met hun modemerk HJORDISROBIN op de bovendieping van de Schinkelstraat 2. Daarna is het afwachten. De gemeente geeft niet thuis, al kwam wethouder Riet de Wit wel goede sier maken bij de opening van de modewinkel annex atelier. Tja. Op bezoek gaan dus komende week. Vinden ze heel gezellig.

tip 2.
Eric Koller, 7 januari 2011, Parkstad Limburg Theater, Kerkrade.

Geboren Heerlenaar en cabaretier die durft af te wijken. Bij Eric Koller speelt taal een ondergeschikte rol. Nee, hoofdrolspelers zijn een microfoon met los contact, een hond, en golfbal. Gespeeld door Koller zelf, op die microfoon na.

tip 3.
Bloodtrail, voorprogramma  No Turning Back, 7 januari 2011, De Nieuwe Nor, Heerlen.

Voor wie niet van cabaret houdt: een avond met een handvol hardcorebands van de nieuwe stempel. No Turning Back uit Brabant geldt als beste Europese hardcoreband. Wij weten wel beter. Zie tip 4. De avond wordt geopend door Bloodtrail, een jonge band uit Heerlen die goed heeft geluisterd naar jaren tachtig metal en Born From Pain (of Hatebreed, zo je wilt). Eerste wapenfeit? Die Or Drown, een spijkerharde ep vol maatschappijkritiek. Hardcore zoals het hoort.

Oordeel zelf en luister naar ‘Here And Now’ van Bloodtrail:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

tip 4.
Born From Pain, 23 december 2010, Smiley’s, Brunssum.

Ondanks het succesvolle benefiet in oktober valt het doek toch definitief voor poppodium Smiley’s in Brunssum. Eeuwig zonde. Op 23 december kan er voor het laatst genoten worden van livemuziek. Born From Pain, wel dé beste hardcoreband van Europa, is present. Niet missen dus.

Luister naar een oudje van Born From Pain, ‘New Hate’:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

tip 5.
Filtered Forms met onder andere Funtcase, 8 januari 2011, De Nieuwe Nor, Heerlen.

Nieuwe dansavond van de in Utrecht woonachtige Limburger Roel Funcken, samen met zijn broer bekend als het elektronica-duo Funckarma. Mét de hardere dubstep en elektronica. Het begin is in ieder geval goed. Brit Funtcase staat bekend als dubsteptalent én laat de bassen heel diep grommen.

Luister naar ‘So Vexed’ van Funtcase:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

tip 6.
Wiel Arets Architecten overzichtstentoonstelling, 18 december 2010 tot en met 2 februari 2011, SCHUNCK*, Heerlen.

In 1984 begon de pas afgestuurde Wiel Arets zijn eerste architectenbureau in Heerlen. Inmiddels heeft hij kantoren over de hele wereld en is hij vermaard om zijn open sobere en eenvoudige ontwerpstijl. Zijn ontwerp van de Kunstacademie in Maastricht is inmiddels een klassieker. In 2005 won hij de Rietveldprijs voor het ontwerp van de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Utrecht en ontving hij de BNA-kubus. SCHUNCK* eert de architect met een overzichtstentoonstelling.

Universiteitsbibliotheek Utrecht

tip 7.
B!NK, culturele non-glossy, voor 40 cent te koop op diverse plekken in Parkstad.

De eerste uitgave een cultuurblad B!nk belooft veel goeds. Ga maar na: non-glossy, gewoon onder de foto-gekopieërd, lekker DIY, eigenwijs, eigenzinnig én met, eh, spannende inhoud. Dit eerste deel gaat namelijk over lantarenpalen. Altijd al willen weten waarom een buitenlamp de gang naar de sofa van Freud maakt? B!nk kopen. Voor 40 cent (!) is ie in je bezig. Onder andere Gong Records in Heerlen heeft ‘m liggen.

tip 8.
Rick Nolov Band en vrienden, Dancing With Wolves In The Snow, 28 december 2010, De Nieuwe Nor, Heerlen.

Ach, wie van de dertigers en veertigers in Parkstad heeft er niet geswingd op ‘White Shoes’? Met kerst mag het weer. Dan treedt Rick Nolov met band en gasten in de tijdmachine. En ach, nostalgie? Dat is toch weer helemaal 2010? Helaas heb ik het nummer zelf niet kunnen achterhalen. Een digitaal kopietje over? Ontvang ik graag! Voor nu doen we het met de oorspronkelijke hoes van de single uit 1982.

1 comment » | heerlen, kunst, pop

Back to top