gelukkig is er gonzo (circus)

by theo

Nee, ik heb ze niet alle honderd gelezen. Mijn eerste was nummer 12. Met stukken over Hunter S. Thompson, Speedy J en Pitchshifter. Gonzo (circus) was nieuw voor mij. Ik schreef voor de Nederlandse evenknie, Opscene. Echte concurrenten waren de bladen niet. Ander land én, belangrijker, andere accenten. Al was er overlap. Opscene was typisch Nederlands: meer popmuziek, mindere andere cultuur en minder diepgravende artikelen over, eh, intellectuele zaken. Dat was iets voor de Vlamingen.

Pas aan het begin van deze eeuw – Opscene had net de eeuwige jachtvelden opgezocht – schreef ik korte tijd voor Gonzo (circus). Staat me bij dat ik er ook sporadisch wat eindredactie bij deed. Die eerste samenwerking was van korte duur. Mijn eigen webzine cut-up, ontstaan uit de as van Opscene, vroeg om aandacht. En ja, eigenlijk leken Gonzo en cut-up op elkaar. Even intellectueel, maar anders in de benadering. cut-up was beduidend meer popcultuur, minder elitair ook.

Toch waren de twee media met elkaar verbonden. Het Nederlands heeft een klein taalgebied. En het aantal journalisten en schrijvers in Nederland die dieper willen gaan dan de gangbare media zijn in één dag te bezoeken. En tja, die schreven dus al voor Gonzo. Negen jaar lang vocht cut-up om haar bestaansrecht. Genoeg bezoekers, zeker, maar te weinig schrijvers. Die schreven dus liever voor Gonzo. Immers papier en dat bleek ook in het digitale tijdperk charmanter dan het web. Daarbij: Gonzo bestond al zolang.

Vorig jaar trok ik de stekker uit cut-up en trok ik weer in bij Gonzo. Met cut-up’er Peter Bruyn kreeg ik er de rubriek Frankfurt. In de prachtige honderdste uitgave van het Vlaamse tijdschrift schreven we beiden twee lange interviews. Ik voelde Merijn Oudenampsen en Vincent Koreman aan de tand. Geen enkel Nederlands blad zou de interviews hebben gepubliceerd. Te lang, te diepgaand, te niche, te moeilijk. Ach, gelukkig is er Gonzo. Op naar nummer 200.

Meer Gonzo (circus): www.gonzocircus.com.