“Een kutboel is het hier!”, klinkt het in Krimpen aan de Maas, het tweede deel van de Tegenlicht-documentairereeks Nederland Op De Tekentafel, een onderzoek naar de toekomst van grensregio’s, dat gisteravond werd uitgezonden op het publieke Net 2. Beelden van een desolaat, stedelijk landschap vergezellen de roep om aandacht. Verwaarloosde huizenblokken en lege plekken wisselen elkaar af. De documentairemakers nemen niet de moeite de schreeuwer te vragen naar zijn motivatie. Het scenario voor de uitzending lag al vast. Gemaakt op de tekentafel in Hilversum.
Stampende machines, marcherende militairen, draaiende mechanieken, bommenwerpers op weg naar destructie. Nee, de videoclip bij ‘Machine Of Hate’ is niet bepaald zachtzinnig. Integendeel. De beelden versterken de maniakaal doorstampende electro van BS-1. De muziek van de Utrechter – echte naam: Roland van Oorschot – is de perfecte soundtrack voor situaties waarin het individu alle controle heeft verloren. Situaties waarin machines of machinale processen de loop der dingen bepalen. Om het koud van te krijgen.
Goed, die combinatie ligt voor de hand. Dat ‘m dit geval niet minder krachtig. Van Oorschot kent zijn klassiekers, groeide op met de metal van Anthrax en industrial van Godflesh, luisterde goed naar electronic body music en de onderkoelde Detroit-electro van Drexciya. Meer nog dan in zijn andere project Funxiun komen die invloeden samen bij BS-1.
De vijf nummers op debuut-ep Machine Of Hate zijn rauw, nauwelijks gepolijst, verdrinken bijkans in agressieve acidbubbels, zijn kil als in het zonlicht blinkend staal. En toch is er altijd die glimp van een utopie, een wereld waarin machines ons mensen – het werkelijke gevaar – in toom weten te houden. Is dat de invloed van de utopie? Van Drexciya? Misschien. In ieder geval schuilt er in de industriële electro ergens hoop. Al is het die van de futuristen: pas wanneer alles stuk is, kan de vernieuwing beginnen. Voor ijzervreters en andere radicale modernisten.
Luister naar ‘Machine Of Hate’ van BS-1:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Opslaan als: oudindustrieel ontmoet utopisch postindustrieel, ook geschikt voor ijzervreters. Meer BS-1:www.bs-1.nl.
Machine Of Hate is op vinyl verschenen op het Utrechtse Marguerita Recordings, het label van Cosmic Force.
Traditionele media en internet, ze willen elkaar maar niet begrijpen. ‘Webloggen leeft nog, maar de gloriejaren zijn voorbij’, meent de Volkskrant vandaag naar aanleiding van het bericht dat Dutch Bloggies ermee ophoudt. Stompzinnig? Veel te kort door de bocht? Getuigend van weinig kennis van de blogosphere? Alledrie. En dat maakt het alleen maar nóg schrijnender voor de krant.
Wat bloggen precies is? Dat legt Heleen van Lier in haar artikel niet uit. Dat is raar. In ieder geval is het kommer en kwel in blogland. Argument voor die stelling komt van Jeroen Mirck: ‘De interesse in bloggen is niet meer zo heel groot. Bij blogworkshops voor bedrijven komt bijna niemand meer opdagen.’ Ach so, bloggen is dus niet meer hip omdat bedrijven, of eigenlijk medewerkers van bedrijven, er niet meer in zijn geïnteresseerd.
Dat is in tegenspraak met de reden die Mirck, juryvoorzitter van Dutch Bloggies, geeft voor het stoppen van de blogprijs. Er zouden namelijk te veel professionele blogs zijn ontstaan en die verdienen eigenlijk geen prijs. De amateurbloggers zijn vertrokken naar sociale media zoals Twitter, Hyves en Facebook waar ook allerlei informatie met anderen kan worden gedeeld. En ja, dat is volgens Mirck eigenlijk ook bloggen.
Voor die amateurs is de prijs er dus niet. Ook professionele blogs komen niet in aanmerking. En tja, dan blijft er niet veel over, concludeert Mirck. Dát zegt meer over Mirck dan over de werkelijke blogosphere, die overigens al jaren kritiek uit op Dutch Bloggies. Die zouden te incrowd zijn, te elitair en te veel van zichzelf vervuld. Een mening die ik deel. De afgelopen tijd kwamen er alleen al drie blogs in mijn interessegebied bij die ik dagelijks volg: Recensiekoning, De Optimist en Hard//Hoofd. Een stuk of vijf nieuwe bekijk ik regelmatig. Blogs die gemaakt worden door enthousiaste creatieven die veel energie, bloed, zweet en tranen in hun werk steken. Mirck en consorten begrijpen het blogmomentum gewoon niet meer.
Of is dat momentum nu verplaatst naar sociale media? Tja, dat is een oninteressante discussie, want totaal onvergelijkbare media en andere doelgroep. Het maakt maar weer eens duidelijk dat zelfverklaarde nieuwe mediagoeroe’s nog steeds denken in oude definities, die van massamedia. Een blog met tweehonderd vaste en trouwe bezoekers kan net zo relevant zijn als, eh, een Facebook-account met een paar duizend volgers. In het tijdperk van nieuwe media draait het immers niet om massa, maar om de kracht van het netwerk.
Goed, dat Mirck dat niet begrijpt is hem vergeven. Heleen van Lier, journaliste nieuwe media bij de Volkskrant, moet echter beter weten. Het immers haar taak verder te kijken dan de oppervlakte. Daar is ze immers journaliste voor. Doet ze niet. Slaafs schrijft ze de woorden van Mirck over, definieert ze nieuwe media als massamedia (‘de blogger wijkt uit naar Twitter’, alsof het óf óf is) en noemt ze twee kanshebbers voor de laatste blog-oscar der lage landen, ‘de blogger van het decennium’, om jeuk van te krijgen. Tonie van Ringelestijn en Merel Roze zijn onbetwist belangrijk geweest voor het Nederlandse bloglandschap. Maar wat doen Nalden en Bert Brussen in dat rijtje? Ze zitten bij De Wereld Draait Door en overschreeuwen zichzelf op het web, dat is voor Van Lier genoeg motivatie. Tja.
‘De blogger wijkt uit naar twitter’ laat vooral zien dat de Volkskrant niets begrijpt van nieuwe media. Al doet de krant er alles aan om het tegendeel te bewijzen. Die oppervlakkige, populistische toon en inhoud van het artikel representeren de donkere kant van het internet: wie maar hard genoeg schreeuwt, krijgt uiteindelijk gelijk. Met de Volkskrant komt het niet meer goed.
En daar zijn ze weer: Bas Heijne en Zygmunt Bauman. Natuurlijk, het begrip vloeibare identiteit van socioloog Bauman verklaart waarom mensen zich in een geglobaliseerde maatschappij niet op hun plek voelen. Maar dat weet de VPRO-kijker nu onderhand wel. Bauman komt immers elk jaar wel een keer langs. Er zijn interessantere gezichtspunten om de Nederlandse problematiek van Randstad versus de grensregio’s te duiden. En tja, Heijne diskwalificeert zich door enkel te praten in algemeenheden en standaard sociologische begrippen. Logisch. Hij is geen socioloog. En hij woont in de Randstad. Iets zinnigs over grensregio’s zegt hij niet.
Goed, teleurstellende eerste aflevering dus van Nederland Op De Tekentafel, een onderzoek naar de toekomst van onze grensregio’s. De combinatie matige theoretische onderbouwing – die ook nog eens niet relevant is – en typisch tegenover elkaar zetten van stad en platteland doet geen recht aan de complexiteit van het vraagstuk. Gemiste kans. En zonde. Waar het fout is gegaan? Het lijkt erop dat Tegenlicht vooral vanuit de eigen positie, de Randstad dus, heeft gedacht. En daar zit nu juist niet de kennis die nodig is om een écht interessante kijk te geven op de problematiek. Tegenlicht heeft nog drie afleveringen om aan te tonen dat Nederland Op De Tekentafel iets substantieels toevoegt. Ik hoop dat het programma daarin slaagt.
Kijk hier de eerste aflevering. Meer info bij Tegenlicht.
‘Excuses voor mijn Engels’, sluit Nick Davies zijn zoveelste smeuïge anekdote af. Dat deed de Brit vorige week donderdagavond steeds. Een stopzin, zoals iedereen er wel een heeft. Boeiend was zijn verhaal zeker. Teleurstellend was de opkomst bij de eerste door MIC Society (beetje vreemd, die Engelse naam) georganiseerde lezing. Een student of dertig en een handvol docenten had de weg naar het auditorium van het Singelgrachtgebouw van de Hogeschool van Amsterdam gevonden. Veel te weinig, natuurlijk.
Wie er wel was, viel met de neus in de boter. Davies’ laatste boek, Flat Earth News – in het Nederlands vertaald als Gebakken Lucht, is een ontluisterend kijkje in de keuken van de kwaliteitskranten. Zij kozen de laatste jaren steeds meer voor amusement en steeds minder voor diepgang en achtergrond. Een proces waar mediawereld als geheel aan ten prooi is gevallen, meent Davies.
Hij heeft gelijk. De laatste tijd heb ik meerdere malen over het fenomeen geschreven vanuit Nederlands perspectief. Over de gemakzucht waarmee persbureau ANP dubieuze onderzoekjes verwerkt tot lekker leesbare persberichten. Over de gemakzucht van kwaliteitskranten als NRC en Volkskrant die de persberichten zonder morren overnemen. Over de gemakzucht van de mediaconsument die alles voor zoete koek slikt en vindt dat hij of zij oh zo goed is in het inschatten van wat wel en wat niet waar is.
Ja, onderzoeksjournalist Nick Davies en ik zitten op één lijn. Donderdagavond gaf hij studenten een aantal goede tips mee én prikte hij het idee door dat traditionele media een genuanceerd beeld van de werkelijkheid geven. De huidige aandacht voor het aangekondigde huwelijk tussen prins William en Kate in Engeland? Te gek voor woorden, meent Davies. ‘De meeste mensen kan het geen fuck schelen’, sneert hij. Precies wat er in Nederland gebeurt. Goed voorbeeld? De hype rond Twitter door kranten als NRC en Volkskrant, door nieuwsprogramma’s als De Wereld Draait Door en ÉénVandaag. Iedereen aan de Twitter? Nee hoor. Slechts een paar honderdduizend Nederlands twittert regelmatig.
Kortom, in de media regeert tegenwoordig de waan van de dag. Davies maakt zich er boos over. Je gelooft hem direct. Die iets te grote leren jas die van zijn linkerschouder afglijdt, die schittering in zijn ogen wanneer hij over zijn vak praat. Het maakt hem kwetsbaar, eerlijk, oprecht. Ja, een beetje onbeholpen. De stelligheid waarmee hij zijn mening brengt, versterkt dat beeld. En ja, je gelooft ‘m ook wanneer Davies vraagt of de camera uit kan, gestopt kan worden met twitteren omdat hij iets gaat onthullen dat binnen de muren van de collegezaal dient te blijven.
Speelt Davies een spel met zijn publiek? Waarschijnlijk wel. De onthulling – Wikileaksbaas Julian Assange misbruikt de beschuldiging van verkrachting aan zijn adres door te klagen dat de Amerikaanse veiligheidsdiensten er achter zitten – die hij doet is eigenlijk geen onthulling. Davies schreef er reeds over in de Britse krant Guardian. Toch creëert hij er een sfeer van samenzwering mee. Wij – toehoorders – delen iets met Davies dat onbekend is. Tenminste, dat willen we graag geloven. Knap. En ja, ook ik val voor de charmes van de Brit.
Belangrijkste tip voor studenten? Davies is stellig: ‘specialiseer je als journalist in een onderwerp of klein geografisch gebied.’ Of beide. ‘Schrijf over opera in Amsterdam’, geeft hij als voorbeeld. Dat moet de aanwezige MIC- en IAM-studenten als muziek in de oren hebben geklonken. Zij weten immers als geen ander dat ze zichzelf neer moeten zetten als expert. Als belangrijke node in het netwerk waarin ze zichzelf positioneren. Worden individuele expert in de nabije toekomst belangrijker dan de titels waarvoor ze schrijven? Daar doet Davies geen uitspraak over. Andrew Keen, toevallig vorige week maandag te gast op de Hogeschool van Amsterdam, is daar stellig van overtuigd. Hij schrijft er momenteel een boek over. Hoop dat mijn studenten er de komende tijd al over na gaan denken. En de komende MIC Society-lezingen wél bijwonen. Daar worden ze namelijk écht beter van.
Dat waren mooie momenten om Jan Smeets – inderdaad, Mister Pinkpop zelf – te zien meeknikken tijdens ‘I Robot’ en met verwrongen grimas te zien kijken én luisteren naar ‘Vrijheid’ van rapper Badja!.
Kortom, geslaagde cultuurpraat tijdens de vernieuwde Cultuurbrouwerij in poppodium Nieuwe Nor gisteravond. Mijn eerste en hopelijk niet mijn laatste. Ik had overigens een bijrol. Hoofdrollen waren er voor Guido Wevers, artistiek leider van Maastricht Culturele Hoofdstad 2018, en Geerd Simonis, directeur C-Mill, die aan de tand werden gevoeld door L1-presentator Kris Németh. Ook Madi Hermens, 17 jaar pas en winnares Kunstbende Limburg categorie muziek in 2009, speelde mét haar prachtige stem en frivool pianogetokkel een voorname rol. De korte gedichten van stadsdichter Harrie Sevriens zorgden voor een glimlach op het gezicht bij de deelnemers die nog niet bezig waren met netwerken.
Mijn bijdrage? De interessantste cultuur uit het aanbod van de komende maand onder het voetlicht brengen in beeld én geluid. Werden uiteindelijk vijf tips. Waarvan twee buiten Parkstad en één schaamteloze zelfpromotie. Omdat het gisteren nogal snel ging – dik kwartier, denk ik – zet ik ze nog een keer op een rij.
tip 1: Alan Parsons Project, 30 november, Parkstad Limburg Theater Heerlen.
Mijn collega’s bij OOR konden hun lachen nauwelijks inhouden. Een recensie van Alan Parsons Project? In OOR? Was ik helemaal van de pot gerukt? Ach, het is ze vergeven. Immers: rock- en indiemannen daar op de redactie van OOR. Ze moesten eens weten. I Robot (1977) van diezelfde Alan Parsons Project zit in de dj-tas van heel wat hippe dj’s. Past namelijk perfect tussen hippe neodisco en microhouse. De invloed van Alan Parson op neodisco is overigens niet te overschatten. Voorbeelden? Te over. Luister maar eens naar de Noorse neodisco-producer Hans-Peter Lindstrøm. Stukje sneller dan ‘I Robot’, maar verder precies dezelfde sfeer.
Gaan dus, 30 november. En meteen I Robot voor een paar euro aanschaffen bij de plaatselijke platenzaak. Bij Gong Records ligt vast nog een exemplaar.
‘I Robot’ van Alan Parsons Project:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
‘Further into the future’ van Hans-Peter Lindstrøm:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
tip 2: Conferentie E-Sphere: living in the cloud met Aaron Koblin, 26 november, STRP Festival, Eindhoven.
Leuk festival, dat STRP in Eindhoven. In een paar jaar uitgegroeid tot een multidisciplinair, eh, spektakel met muziek en nieuwe media-installaties. Én gepraat. Tijdens de conferentiedag staat het hippe woord ‘de wolk’ centraal. Keynote-spreker? De achtentwintigjarige Aaron Koblin. Nieuwe mediakunstenaar met een missie. Tijdens E-Sphere zal de Amerikaan spreken over nieuwe manieren van datavisualisatie. Want ja, gewone droge statistieken passen eenvoudigweg niet meer bij deze tijd. Ook bij data neemt vorm het over van de inhoud. Dat is Koblins specialiteit. Ziet er fantastisch uit, dat zeker. Maar goede ontwikkeling? Ik denk van niet. Of Koblin daar ook zo over denkt? Vast niet. Maar juist dat maakt zijn keynote zo interessant.
tip 3: Plaat van het jaar: Foreigner van Von Spar uit Keulen.
Lijstjestijd. Afgelopen maandag stuurde ik mijn top-10 van beste albums van 2010 naar de redactie van OOR. Absolute nummer één? Von Spar. Uit Keulen. Vlakbij dus, want slechts op een dik uur rijden. In OOR schreef ik over het derde album Foreigner:
“Von Spar klinkt weer herkenbaar, al blijven de Duitsers weer net zo onberekenbaar als Liars en Trans Am. Met die laatste band deelt Von Spar de voorliefde voor lang uitgesponnen, kosmische rockjamsessies en jaren zeventig-disco. Met fascinerend resultaat. Op Foreigner klinken echo’s van Neu!, Can, Tangerine Dream, Giorgio Moroder en Alan Parsons door, single HyBoLT is een Kraftwerk-pastiche en in trOOps is het Afrofuturisme niet ver weg. Kan een mens zoveel retro verdragen? Met gemak. De manier waarop Von Spar in afsluiter Daddy Longlegs vroege krautambient vermengt met ambienttechno uit de jaren negentig is subliem. Tangerine Dream ontmoet Sun Electric, zeg maar. Pure klasse.”
Ach, oordeel zelf.
‘HyBoLT’ van Von Spar:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
tip 4: Batja! tijdens Biefstuk met Fesku, 4 december, Poppodium Nieuwe Nor, Heerlen.
Hiphop en Parkstad gaan hand in hand. Mooi voorbeeld? Bart Haan uit Hoensbroek. Als Batja! maakt hij old school-hiphop mét maatschappijkritiek. Ideale combinatie. EP Voor de liefde (2009) is gratis te downloaden via z’n Hyves. Zaterdag 4 december is Batja! te gast bij Biefstuk. Niet missen dus.
tip 5: Cultuurblog Zwart Goud, www.zwartgoud.net.
Schaamteloze zelfpromotie. Moet kunnen toch, zo’n eerste keer? www.zwartgoud.net, dus.
Nee, ik heb ze niet alle honderd gelezen. Mijn eerste was nummer 12. Met stukken over Hunter S. Thompson, Speedy J en Pitchshifter. Gonzo (circus) was nieuw voor mij. Ik schreef voor de Nederlandse evenknie, Opscene. Echte concurrenten waren de bladen niet. Ander land én, belangrijker, andere accenten. Al was er overlap. Opscene was typisch Nederlands: meer popmuziek, mindere andere cultuur en minder diepgravende artikelen over, eh, intellectuele zaken. Dat was iets voor de Vlamingen.
Pas aan het begin van deze eeuw – Opscene had net de eeuwige jachtvelden opgezocht – schreef ik korte tijd voor Gonzo (circus). Staat me bij dat ik er ook sporadisch wat eindredactie bij deed. Die eerste samenwerking was van korte duur. Mijn eigen webzine cut-up, ontstaan uit de as van Opscene, vroeg om aandacht. En ja, eigenlijk leken Gonzo en cut-up op elkaar. Even intellectueel, maar anders in de benadering. cut-up was beduidend meer popcultuur, minder elitair ook.
Toch waren de twee media met elkaar verbonden. Het Nederlands heeft een klein taalgebied. En het aantal journalisten en schrijvers in Nederland die dieper willen gaan dan de gangbare media zijn in één dag te bezoeken. En tja, die schreven dus al voor Gonzo. Negen jaar lang vocht cut-up om haar bestaansrecht. Genoeg bezoekers, zeker, maar te weinig schrijvers. Die schreven dus liever voor Gonzo. Immers papier en dat bleek ook in het digitale tijdperk charmanter dan het web. Daarbij: Gonzo bestond al zolang.
Vorig jaar trok ik de stekker uit cut-up en trok ik weer in bij Gonzo. Met cut-up’er Peter Bruyn kreeg ik er de rubriek Frankfurt. In de prachtige honderdste uitgave van het Vlaamse tijdschrift schreven we beiden twee lange interviews. Ik voelde Merijn Oudenampsen en Vincent Koreman aan de tand. Geen enkel Nederlands blad zou de interviews hebben gepubliceerd. Te lang, te diepgaand, te niche, te moeilijk. Ach, gelukkig is er Gonzo. Op naar nummer 200.
Gisteren gezellig dagje Hasselt – al twintig jaar niet meer in de stad geweest, laatste keer met Marthè Hoekstra – met zus en ouders maar ook vermoeiend en nog steeds verkouden. Geen Schradinova dus in Poppodium Nieuwe Nor ‘s avonds. Jammer, want daar was heel popcultureel Parkstad aanwezig. Maar goed, gezondheid gaat voor. Dan maar gezellig op de bank en voor de buis.
De marathonuitzending De Nacht van de Popmuziek bleek te veel van het goede. Na Joe Jackson hield ik het met een hoofd vol snot voor gezien. Geweldige televisie! En nee, dat Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis, met hulp van Fenno Werkman, vooral gaan voor oude muziek en rock is helemaal geen probleem. Keuzes maken een programma immers alleen maar beter.
Nee, van mij mag De Nacht van de Popmuziek wekelijks op de buis (en later op internet). Dat de laat-dertigers – check vooral #DNvP en #NvdP op twitter – niet tegen ‘oudelullenmuziek’ kunnen is triest voor ze, maar geen reden om andere muziekliefhebbers een groot plezier te ontzeggen. Jongeren hebben er in ieder geval geen probleem mee, zo weet ik uit ervaring. Tijdens mijn colleges popmuziek – als onderdeel van de afstudeerworkshop over de muziekindustrie – bleek dat die generatie niet bezig is met heden en verleden. Voor hen is Joe Jackson net zo 2010 als Editors. Postmodern in hart en nieren, zeg maar.
Goed. Op de beta-site van Uitzending Gemist staat De Nacht van de Muziek al online. Let wel: beta dus. Misschien is onderstaande uitzending al offline gehaald. Genieten zolang het kan, dus. Oh ja, macgebruikers hebben wel Silverlight nodig.
Een te dure hobby, dat vindt de Stadspartij Heerlen van Schunck*. Toch besloot de raad deze week om nog eens één miljoen euro extra te investeren in cultuur. Een moedig besluit. Heerlen en Nijmegen zijn de enige Nederlandse steden waar niet gesneden wordt in cultuursubsidies. Maar voor een culturele zomer is meer nodig dan geld.
Lees ‘Voor een culturele zomer is meer nodig dan geld’ bij Zwart Goud.
Ook als gevestigd blogger en muziekkenner kun je (te) ver gaan. Het commentaar dat ik via mail en twitter kreeg op mijn positieve woorden over Sander Kleinenberg loog er niet om. Waarom aandacht besteden aan Kleinenberg als er meer dan genoeg écht goede en onbekende muziek onder de aandacht te brengen valt? Tja, daar sta ik dan met mijn mond vol tanden. Ik houd gewoon zielsveel van pop. Of het nou Kleinenberg of Superpitcher is.
Met Fancesco Tristano maak ik, hoop en denk ik, veel goed. De jonge Spanjaard, ergens midden twintig, levert met Idiosynkrasia een prachtig album af op Infiné, een platenlabel om in de gaten te houden. Eerder bracht het Franse label albums uit van Agoria en Arandel. Avantpop van de hoogste kwaliteit, dus. Het werk van Tristano kwalificeren als pop is misschien niet op zijn plek. Toch doe ik het. Denk dat Tristano daar geen problemen mee heeft. Op Idiosynkrasia brengt hij niet alleen akoestische en elektronische instrumenten samen, hij weet er ook klassieke structuren en pop met elkaar te verbinden. En god, wat klinkt dát heerlijk.
Goed, Tristano – die in Luxemburg opgroeide en aan conservatoria in Luxemburg, Brussel en New York studeerde – waagde al twee maal eerder een poging. Debuut Not For Piano laat zijn worsteling met zijn muzikale wortels – minimal music van Steve Reich en Philip Glass waarmee hij in New York werd doodgegooid – duidelijk horen. Op Auricle Bio On, gemasterd door Moritz von Oswald, kroop hij langzaam uit z’n schulp. Eerder dit jaar stond Tristano met Carl Craig, Moritz von Oswald en een heus symfonieorkest op het podium. Idiosynkrasia nam hij op in de Planet E-studio van Craig in Detroit.
Noem het resultaat nieuw klassiek of avantpop. Zijn prachtige uitvoering van Detroit-klassieker ‘Strings Of Life’ doet me sterk neigen naar die laatste typering. Dat nummer staat niet deze derde plaat. Wel staat Tristano ook nu weer niet zozeer met elk been in een andere wereld. Daar klinkt zijn ‘akoestische’ techno te organisch voor. En ja, eigenlijk dekt dat woord techno de lading niet. Tristano gebruikt jazzritmes, accenten uit minimal music, is niet vies van groovende dansrimtes, maar breekt zijn maten en beats net zo lief in kleine stukjes. Ontzettend knap gemaakt, maar belangrijker is dat Idiosynkrasia de nekharen recht overeind doet staan van spanning en genot, er in elk nummer voor zorgt dat je als luisteraar door emoties wordt overspoeld. Precies ja, dat wat uitstekende popmuziek hoort te doen. Luister maar naar ‘Wilson’. En ja, die andere acht nummers zijn net zo goed. Echt waar. Kortom: verplichte aanschaf voor de lezers van dit blog.
Luister naar ‘Wilson’ van Francesco Tristano:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.