Archive for June 2010


Kan niet wachten om ‘m te lezen…

June 30th, 2010 — 4:43pm

Bret Easton Ellis heeft een nieuwe, en al viel de vorige ietwat tegen, ik kan niet wachten om ‘m te lezen.

Eerst staat echter werk van Cory Doctorow op het programma. Maandag interview ik hem voor Gonzo (circus). Morgen begin ik aan zijn Makers (dat in september in een Nederlandse vertaling verschijnt) en Little Brother. Zijn nieuwste boek, For The Win, is overigens hier online te lezen: www.craphound.com/ftw/Cory_Doctorow_-_For_the_Win.htm.

Comment » | pop

Arandel: mysterieuze Fransman met een missie

June 29th, 2010 — 5:11pm

Vervreemdend. Ja, ongemakkelijk ook. Zo klinkt In D van Arandel. De Franse componist creëert maar wat graag afstand. Bij optredens scheidt een doek de artiest steevast van het publiek. Ook dit langspeeldebuut heeft die afstandelijkheid, maar dan muzikaal. Voor Arandel is muziek meer dan emotie. In D is niet voor niets een verwijzing naar In C, de compositie waarmee Terry Riley in 1964 kritiek uitte op de componisten die abstracte seriële technieken toepasten om nieuwe muziek te maken.

In die lijn is In D te zien als kritiek op de hedendaagse elektronische muziek waarin composities worden gemaakt uit ritmes, beats en samples die worden meegeleverd bij standaardsoftwarepakketten. Resultaat? Alle nieuwe muziek lijkt op elkaar. Niet alleen Riley is een inspiratiebron. Ook Dogma 95 van Lars von Trier dient als grondstof. De methode die Arandel gebruikt? Alles zelf opnemen en geen standaarden gebruiken. Geen samples of synthetische geluiden dus op In D. Alles is door Arandel en vrienden zelf ingespeeld, in stukjes geknipt en tot composities, zonder titel maar wel genummerd, gesmeed.

En die voelen dus ongemakkelijk. Creëren afstand, maar komen ook dichtbij. Kruipen in momenten zelfs onder de huid. Hoe dat komt? Lastig te zeggen. De manier waarop Arandel structuren uit klassieke avantgarde en minimal dancemuziek laat vervloeien ligt het meest voor de hand. Voelt namelijk natuurlijk en toch ook een beetje vreemd. Het fraaie ‘#8’ is daar een mooi voorbeeld. De blaasinstrumenten loeien er vervaarlijk over de diepe baslijnen heen, om even later integraal onderdeel te worden van de ritmische melodielijn. Dat doet Arandel uitermate knap.

Wanneer ritme de boventoon voert, zoals in opener ‘#1’ en het hieronder te beluisteren ‘#9’, kruipt Arandel dicht tegen danceproducers als Ripperton en Anders Ilar. En ook dan klinkt het resultaat organisch en misschien daarom juist vervreemdender. Kortom, intrigerend album dat nieuwsgierig maakt naar de live-uitvoering van de negen stukken.

Luister naar ‘#9′ van Arandel:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Opslaan als: minimal, avantgarde.
Meer Arandel: www.myspace.com/arandelmusic

1 comment » | dance, pop, recensie

interactieve media: iets met computers

June 28th, 2010 — 11:25am

‘Eh, ja, dat is wanneer je iets hebt met de computer, het medium, bedoel ik. Dat je er een relatie mee hebt, zeg maar. Dat je iets met elkaar doet in plaats van één richting op.’ Vier jaar geef ik les aan het Instituut voor Interactieve Media – of eigenlijk bij Interactieve Media van de Hogeschool van Amsterdam, maar ik blijf de opleiding steevast bij de oude naam noemen – en elk jaar stellen collega’s en ik studenten (eerstejaars en afstudeerders) dezelfde vraag: wat zijn interactieve media? Niet alle antwoorden zijn even hilarisch als bovenstaande. Maar toch. Ook bij nieuwe mediaexperts, zelfverklaard of niet, zorgt het begrip voor verwarring.

Neem nou de Interactive Awards die elk jaar, tijdens Eurosonic Noorderslag in Groningen, worden uitgereikt aan de internetonderneming én muzikant of band met het meest vernieuwende en onderscheidende muziekconcept. In januari ging SellaBand er met de Company Award aan de haal. Vreemd, omdat het concept over z’n hoogtepunt heen is. Krause won de Artist Award. Was iets voor te zeggen. Sussanne Clermonts cultiveerde haar contact met fans, maar deed dat niet helemaal van harte. Zo gebruikte ze Twitter vooral als zendmedium. Das niet bepaald interactief.

Goed, de Interactive Awards worden georganiseerd door Buma Stemra, theFactor.e en Eurosonic Noorderslag. Dat legt een flinke beperking op de concepten die in aanmerking komen voor de prijs. Organisaties, artiesten en bands die werken met Creative Commons licenties hebben een achterstand. Wie op www.interactive-awards.nl grasduint in de inzendingen, komt interessantere en betere concepten tegen dan die van de uiteindelijke winnaars. Interactievere ook. Het lijkt erop dat voor de professionele jury – waar ik, als popjournalist én docent interactieve media natuurlijk gewoon in had moeten zitten – het idee van massacommunicatie via nieuwe media nog steeds de maat der dingen is.

Ziedaar hét probleem bij interactieve media. Niet alleen is er nog geen sluitende definitie voor het begrip, het is vooral nog zo nieuw dat oude mediadefinities worden gehanteerd om het te kunnen omschrijven. En dat werkt, uiteraard, niet. Bij het Instituut voor Interactieve Media zorgt dat voor verwarring. Tijdens de presentaties van interactieve demo’s van propedeuse-studenten bleek het begrip door iedereen, student én docent, anders te worden ingevuld. Draait interactieve media om een relationeel verband waarbij medium én mediaconsument gelijkwaardig zijn? Vloeien medium en consument er, kortom, in elkaar over? Is interactieve media niet gewoon een andere naam voor nieuwe media? Of voor instabiele media, desnoods?

Vreemd is die Babylonische spraakverwarring niet. De eerder verklaarde experts doen er alles aan ons te laten denken in oude definities. Zo is Twitter een medium met meer dan 100 miljoen geregistreerde gebruikers en komen er elke dag 300 duizend nieuwe bij. Leuk om te weten, maar volstrekt oninteressant. Twitter is immers een netwerkmedium. Waarom het dan toch beschrijven in termen van een massamedium? Tja, daar schreef Marshall McLuhan al uitgebreid over zijn baanbrekende werk The Medium Is The Massage (IAM-studenten, nee iedereen: lees dat boek!).

Wat interactieve media dan wél zijn? Tja, dat hangt dus nog van je definitie af. Die van mij wil ik best geven. De essentie van interactieve media is dat zender en ontvanger tijdens het proces van communicatie elkaars gelijken zijn én dat ze continu van rol wisselen. Prachtig allemaal, zo’n definitie. De implicaties – ja, ik blijf socioloog – zijn echter veel interessanter. De mogelijkheden van interactieve media zijn namelijk enorm. Ze zijn, in theorie, in staat om hiërarchieën te ontmantelen. Om macht zonder inhoud als coördinatiemechanisme te laten verdwijnen. Om het globale weer lokaal te maken. Dat betekent nogal wat. Sinds het einde van negentiende eeuw zijn relaties in de westerse wereld langzaam steeds meer geobjectiveerd. Het meisje van elf dat in een sweatshop in Vietnam de polo die ik draag heeft genaaid? Ken ik niet. Het kalf dat geboren werd  (en misschien meteen weer vermoord) om de kaas die ik gisteravond in mijn salade at te kunnen produceren? Ken ik niet. De telefoniste van Essent die ik tot vijf keer toe heb gebeld om niet afgesloten te worden van gas en licht? Ken ik niet. Kortom, in essentie kunnen interactieve media het objectieve weer subjectief maken. Relaties weer betekenisvol voor beide partijen. In theorie, althans. In praktijk draaien interactieve media vooralsnog om computers, aantallen en macht. Wordt vervolgd.

4 comments » | Uncategorized, kritiek, nieuwe media, oude media

zondagclip #2: A.D.D. S.U.V. van Uffie

June 27th, 2010 — 1:58pm

Een nieuwe Uffie is niets om warm voor te lopen. Ook niet wanneer Pharrel Williams te hulp schiet. Die heeft sinds de begindagen van N.E.R.D. eigenlijk nauwelijks iets interessants gedaan (al doorbreekt hij hier mooi die vervelende, slaapverwekkende auto-tune). Geldt ook voor producer Mirwais, die ik vroeger hoog had zitten, maar sinds Madonna’s Music de weg kwijt is. Identiteitscrisis bij beide heren? Vast wel. En dat heeft met het grote geld te maken. Helaas. Uffie meet zich elk album, elk nummer, elk optreden, elk alles weer een nieuwe identiteit aan. Ook nu, in de clip van A.D.D. S.U.V.

En ach, ik leen de woorden even van het Duitse poptijdschrift SPEX, want precies raak:
“Das Video zu »A.D.D. S.U.V.« von Regisseurin Nathalie Canguilhem ist dementsprechend teils prototypisches Downtown-Los-Angeles-Material, teils Ed-Banger-Sleeve-Design: Nächtliche Großstadt-Fahrten in dicken Schlitten, glänzende Chrom-Felgen, Vollgas-Starts an roten Ampeln, ein Polizei-Einsatz, alles immer wieder unterbrochen von animierten Zeichnungen So-Mes. »Help Me, Mirwais«, lautet einer der letzten Gedanken von Uffie an ihren Album-Produzenten, bevor sie selbst auf der Rückbank des Streifenwagens landet.”

Oordeel zelf.

1 comment » | pop

Pin Me Down: slaapverwekkende electropop

June 23rd, 2010 — 8:02am

Succes is de moeder van overschatting, zei een goede vriend van me altijd. Hij is inmiddels overleden. Nooit trok hij een te grote broek aan. En toch stond hij op doodgewone avond in het onaanzienlijke Brunssum te bassen met Metallica. Had hij het jaren later nog over. Dergelijke bescheidenheid zou Russel Lissack sieren. De gitarist van Bloc Party surft met Pin Me Down gemakzuchtig mee op de golf van nieuwe electropopgroepen. Doet Bloc Party-frontman Kele Okereke overigens ook, maar dat is een ander verhaal.

Goed, Pin Me Down dus. In 2008 debuteerden Lissack met zangeres/gitariste Milena Mépris met het luchtige ‘Crytic’ op de Kitsuné 5-compilatie. Één van de mindere nummers op het album. Lissack sprak zijn connecties aan en wist aardig wat optredens en media-aandacht te regelen. Doet ie goed. Nu is er het titelloze debuutalbum dat in het verlengde ligt van single ‘Cryptic’. Dat betekent veertig minuten clichématige electropop zonder enige oorspronkelijkheid. Toegegeven, Mépris doet haar best. Ze sneert, zeurt en zingt vertwijfeld. Roept een enkele keer Blondie, eind jaren zeventig in gedachten. Nee, aan Mépris ligt het niet.

Ze moet het doen met de muzikale omlijsting die melodieën, riffjes en hooks uit eind jaren zeventig naar het heden transporteert. Blondie, alweer, maar vooral Buzzcocks vormen de inspiratiebron voor Lissack. Luister er ‘Pretty In Pink’ maar op na. Nu is lenen uit het verleden, desnoods integraal overnemen, geen ramp. Sterker nog: dat kan prachtige muziek opleveren. Niet in dit geval. Dat wat Blondie en Buzzcocks zo goed maakten, ontbreekt bij Pin Me Down volledig.

Nergens klinken Lissack en Mépris urgent, op het randje, spannend. De electropop is ontdaan van elke prikkel, glijdt het ene oor in, het andere uit. Pin Me Down maakt, kortom, liedjes zonder eigenheid. Slechte zaak. En dat had Lissack, als maker van liedjes die er wél te doen, moeten weten.

Positieve uitzondering is ‘Boy Who Cried Wolf’ met dat lekkere gitaarrif en zeurderige vocalen (hallo powerpop!) van Mépris. Luister maar:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Links:
www.myspace.com/pinmedown
www.pinmedown.net

Comment » | pop, recensie

zondagclip #1: Red Eyes van King Me

June 20th, 2010 — 11:10am

Er zijn van die bandjes die voor eeuwig in je hart blijven. King Me, ooit al lievelingen van de complete redactie van Opscene, is er een van. Vorige maand verscheen Them Brawlers, het zesde album van de indierockers uit Deventer en verschenen bij het sympathieke label Dying Giraffe.

Goed album? Weet heet! Luister maar naar single ‘Red Eyes’ en geniet van rammelende indierock in het verlengde van Beatnik Filmstars, Fall en oude Pavement. De clip is overigens geëdit en deels gefilmd door Paul Schwarte.

Meer King Me? www.kingme.nl

Comment » | pop

Enfant Terrible bundelt Nederlands elektro-talent

June 16th, 2010 — 10:20am

‘Als wij retro uitbrengen? Dan wordt er tegenwoordig alleen maar retro uitgebracht’ is een gevleugelde uitspraak van Martijn van Gessel, labelmanager van Enfant Terrible. Hij heeft een punt. Toch is zijn label in Nederland een belangrijke kracht achter de huidige minimal electro-hausse. En spreekt, met het Zweedse Agent Side Grinder onder contract, international een aardig woordje mee. Met dubbellaar Kamp Holland geeft het platenlabel nu de ruimte aan Nederlands talent.

Dat doet Enfant Terrible goed. Zeker in een muzikaal landschap waar investeren in nieuw talent niet meer vanzelfsprekend is. Overleven als klein, enthousiast en toegewijd label kan alleen door een niche op te zoeken. Die heeft Enfant Terrible gevonden. Met succes. Het siert eigenaar Van Gessel dat hij zoekt naar meer. Actief investeren in talentvolle muzikanten en bands, bijvoorbeeld. Juist dat is belangrijker dan ooit. Door de overvloed aan nieuwe muziek wordt het steeds lastiger om écht onbekende muziek te ontdekken. Zeker in Nederland, waar de traditionele en nieuwe media traditioneel weinig aandacht heeft voor marginale cultuur.

Enfant Terrible ontgint een deel van de tegencultuur en brengt de vondsten naar een select publiek van liefhebbers. Het samenstellen van Kamp Holland moet monnikenwerk zijn geweest. Enfant Terrible is de afgelopen jaren immers een kwaliteitskeurmerk geworden voor proto-elektro, avantgardepop en experimentele popelectro. Hoe dan het kaf van het koren te scheiden? Loopt er, kortom, wel genoeg talent rond in Nederland?

Ja, is het antwoord. Kamp Holland bulkt van het talent. Enfant Terrible rekt er ook de grenzen van de eigen niche mee op. Zo flirt Autonon in ‘Not For Immortals’ overduidelijk met breakcore en negentiger jaren rave en is ‘Slaapstaking’ van Puin + Hoop spannende analoge noise. Anders, maar dat stoort niet. Ook, inmiddels bij de liefhebber bekende namen als Distel, Hunter Complex en Hadewych (hallo Einstürzende Neubauten!) kleuren Kamp Holland aangenaam oranje.

Grootste verrassing? De ritmische bliepgekte van Peter Quistgard die klinkt als een soort analoge, melodieuze industrial. Noemt ie zelf trouwens Toy Muzak, die stijl. Mooie staalkaart van een opbloeiende Nederlandse tegencultuur dus. Ben er snel bij. Kamp Holland verschijnt enkel op twee plakken vinyl, in beperkte oplage.

Kamp Holland wordt komende zaterdag 19 juni 2010 gepresenteerd tijdens Disko Resistencia in dB’s in Utrecht.

Luister alvast naar ‘Nono’ van Peter Quistgard:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Links:
www.enfant-terrible.nl
www.dbstudio.nl

5 comments » | pop, recensie

Viberider: proto-grunge met melodieuze inslag

June 16th, 2010 — 7:43am

Zojuist verschenen: The Big Show, het debuutalbum van Viberider. Drie jaar geleden won de band de Nu Of Nooit-talentenjacht en was opener op Pinkpop. Vorig jaar verscheen EP Split For Michigan. Komende vrijdag speelt de band in De Nieuwe Nor, Heerlen.

Ach, een grapje bij tijd en wijle kan geen kwaad. De opzichtige flirt met boyband Bros in Dead Boots is echter wat te veel van het goede. ‘When Will I Will I Be Famous’ klinkt het in het refrein. Natuurlijk, sarcastisch bedoeld. Maar toch. Dergelijke trucjes heeft Viderider niet nodig om indruk te maken. Misschien is het wel balorigheid omdat de Limburgs/Rotterdamse band sinds de bescheiden doorbraak in 2007 steevast wordt weggezet als stoner-band. En tja, dat is Viberider niet.

Natuurlijk, de stoner-connectie ligt voor de hand. Dekt de lading echter niet. Ja, de invloeden van Queens Of The Stone Age liggen er in sommige nummers dik bovenop. Zoals in ‘Kiddo’s Cool Like Fonzie’, de opener van debuutalbum ‘The Big Show’. Het nummer is pastiche: net zo strak, net zo onoverkomelijk als het werk van de Amerikanen. Maar toch. Als er al vergeleken moet worden, dan met grunge uit begin jaren negentig van de vorige eeuw. Dáárin voelt Viberider zich thuis.

Vreemd is dat niet. Jowan van Barneveld en Ferry ‘Punto’ Duijsens – de gitaristen en de spil waar de band om draait – toonden zich eerder schatplichtig aan de stroming. Van Barneveld, ook beeldend kunstenaar, timmerde eigenhandig en tuinhuisje in elkaar dat een replica was van de plek waar Kurt Cobain zich een kogel door het hoofd schoot. In een interview met popjournalist Harry Prenger voor cultuurzine cut-up is hij vol lof over Nirvana: ‘Bij Nirvana kon je horen dat bij hun iets op het spel stond. Zeker toen ik op een cassettebandje Bleach hoorde gaf dit een gevoel van herkenning.’ Duijsens betoonde in zijn eerdere band Dreadlock Pussy al eer aan grunge.

Retroband dus, dat Viberider? Nou, nee. Komt door de fikse popinjecties. Juist dát is de aantrekkingskracht van de band. Luister er ‘Picture Me Without You’ en ‘Fck Stoner Anyway’ maar op na. Zo slick klonk harde rock zelden. Snufje melodieuze hardcore, zoete refreintjes die zich in je hoofd nestelen én harde gitaren. Beetje Foo Fighters, eigenlijk. Dát is de band die in 2007 beslag legde op de eerste plaats tijdens Nu Of Nooit en hoge ogen gooide in Buma-tent op Pinkpop.

Dat optreden leverde overigens nogal wat kritiek op van VPRO’s 3VOOR12. Zwakke zang, te weinig spanning en te weinig pop, oordeelde Menno Visser toen. Daar is aan gewerkt. Op debuut The Big Show voert pop de boventoon en komt Viberider verrassend melodieus uit de hoek. ‘Come On Everyone’ is een heerlijk, stekelig popliedje. Het prachtige ‘The Waste’ is proto-grunge: Mother Love Bone en Soundgarden ontmoeten elkaar downtown Seattle. Zoiets. De vocoder in ‘Caroline’, ook al gezegend met zo’n lekker poprefrein, is hilarisch.

Punten van kritiek? Tja, de zang blijkt zwak. Gelukkig speelt die een minder belangrijke rol ik de pop-grunge van Viberider. Belangrijker? Wanneer het tempo daalt komt de kracht van Viberider – de dynamiek, de catchy riffs en melodieuze refreinen – een stuk minder tot z’n recht. Of dat live ook het geval is? Gaan we komende vrijdag zien, tijdens de debuutpresentatie in De Nieuwe Nor in Heerlen.

Vrijdag 18 juni 2010 presenteert Viberider debuutalbum The Big Show in De Nieuwe Nor, Heerlen. Sungrazer uit Maastricht en Valkenburg doet het voorprogramma.

Fotocredit: Bas Notermans.

links:
www.viberider.nl
www.denieuwenor.nl

Comment » | pop, recensie

Berichten uit Eutropolis

June 14th, 2010 — 6:40pm

En voorzichtig begonnen met mijn hyperlokale journalistiekproject: bloggen over en vanuit Heerlen, het hart van Eutropolis:

www.berichtenuiteutropolis.eu.

Comment » | journalistiek

i_beta 2010: de dag erna

June 12th, 2010 — 12:52pm

Honderden creatieven in de Heerlense binnenstad. Lezingen en workshop op prachtige locaties (Schunk*, oude pornobios, Nieuwe Nor) en misschien wel de mooiste zaal van Nederland (Royal). i_beta 2010 was een creatief succes. Volgend jaar weer en dan met meer inbreng van mezelf.

Comment » | creatieve industrie, socialbeta

Back to top