Gitzwart en zonder hoop
by theo
Why Don’t You Pull The Plug. In de debuutroman Het Uur Van Lood van Rob van Erkelens bekleedt het als vraag verpakte commando uit een nummer van Death een sleutelrol. Eentje met verschillende betekenissen. Uiteindelijk doet het er niet toe. Wat er niet is, kan immers niet eindigen. Ook niet door er de stekker uit te trekken.
“Walkman op. Einstürzende Neubauten. Yugung, bOEm. Ik ben zes meter groot en mijn hoofd hangt aan een draad uit de hemel.”
Nieuw is Het Uur Van Lood niet. De roman stamt uit 1993. De tijd van het literaire tijdschrift Zoetermeer, van Generatie Nix en de opstanding van een nieuwe generatie Nederlandse romanschrijvers. Zwagermans, Giphart en, dus, Van Erkelens. Er waren er meer, maar die zijn inmiddels weer vergeten. Een beetje als Van Erkelens zelf eigenlijk. In de maarteditie van muziekblad OOR wordt zijn enige roman (al is er sprake van een tweede, Oorlog in de Slaapstad uit 1998, die is blijkbaar nooit verschenen) – in een artikel naar aanleiding van de vandaag gestarte boekenweek – niet eens genoemd als een vaderlandse krachtsinspanning waar literatuur en popmuziek hand in hand gaan. Zonde, maar begrijpelijk. Van Erkelens vertaalde in de jaren negentig nog een aantal muziekboeken uit het Engels en is al tijden als journalist verbonden aan weekblad De Groene Amsterdammer. Literatuur schreef hij na 1993 niet meer.
Jammer. Het Uur Van Lood is niet alleen een van de betere Nederlandse debuten ooit, het is een van de weinige romans waarin popmuziek onlosmakelijk verbonden is met het verhaal. De paginalange beschrijving van een concert van de metalband Bolt Thrower is net zo mooi en speciaal als de albumbesprekingen van Patrick Bateman in American Psycho. Eigenlijk zelfs mooier. Voor de naamloze ikfiguur is de popmuziek een van de weinige bronnen van verlichting. Niet dat het helpt. Het leven is immers niet te redden. Ja, Het Uur Van Lood is een nihilistisch boek dat perfect bij de tijdsgeest van toen – en ironisch genoeg, nu – past. Van Erkelens gaat er echter een stuk verder dan zijn tijdgenoten. De hoofdpersoon weet immers dat hij verstrikt is geraakt in een web van negatieve gedachten, vreemde gedragingen en excessen. Hij constateert het en besluit er niets aan te doen. Geen slachtofferschap dus in enge zin, wel een diepe ontkenning van de westerse maatschappij waarin hij leeft en het leven zelf.
De zwartgalligheid waarmee Van Erkelens zijn hoofdpersoon opzadelt, is vrijwel ondragelijk. Hij aanschouwt de wereld om hem heen, onderzoekt en ontleedt deze tot de kleinste details en velt een oordeel. Alsof je het oudere werk van W.F. Hermans leest, maar dan zonder het zelfmedelijden. Begrijpelijk, de hoofdpersoon van Van Erkelens heeft immers al elke hoop laten varen, is op een bepaalde manier eigenlijk al dood.
“Ik ben een geest, de rest van mij is voornamelijk aanhangsel, een appendix, een blindedarm. Maar dan wel serieus ontstoken. Dat lichaam van mij bonst en dreunt en gilt en steekt: pijn, pijn, pijn. Ik wil die zwarte plek die mijn lichaam is, uit mij wegsnijden.” [pag. 36]
en
“..ik heb gevoeld hoe ik een moord van minder belang zou kunnen achten dan het wel of niet uitverkocht zijn van de nieuwste cd van Smashing Pumpkins. Met spijt, want ik zou graag íets willen voelen. Daarom ontregel ik mijn biologische staat regelmatig, gedreven door het verlangen om er niet te zijn.” [pag.60]
Oorzaak van die pijn, van dat verlangen is de dood van de vader. Wat voor soort relatie de hoofdpersoon met hem had, wordt niet direct duidelijk. Wel dat het een problematische was. In de zeer realistische dromen komt de vader op bezoek en laat de hoofdpersoon zien hoe het leven wel met twee armen dient te worden omarmd. Vader dwingend, de plots stotterende zoon volgend. De enige relatie die de hoofdpersoon nog in stand kan houden is die met zijn vriendin Tsetse. In de vier dagen waarin het verhaal zich afspeelt, is Tsetse op zakenreis. Ze laat hem dus in de steek, net als zijn vader deed, en haalt daarmee elke structuur, elke betekenis en zin uit zijn leven. Wat volgt is een duizelingwekkende, hallucinerende trip door realiteit, dromen en gedachten, langs dealers, bekende en onbekende slaapsteden, meisjes die ruiken als Tsetse, donkere muziekclubs en ziekenhuizen.
Die laatste vervullen een belangrijke rol. Samen met zijn zus Assika – zijn broer heeft zelfmoord gepleegd – bezoekt de ikpersoon dagelijks zijn moeder die zich steeds minder kan herinneren en zelfs haar eigen kinderen niet herkent. Zij niet, hij wel, terwijl hij het liefst ook niets meer weet. Tegen het einde speelt hij mee in een – waarschijnlijk gedroomde – televisieshow waarin hij een donorhart probeert te winnen voor zijn doodzieke vriendin Tsetse. Met succes. Haar kan hij wel redden, zijn vader (en broer en moeder) niet. Tsetse is dan ook het enige dat er nog te doet en ook zij is dus weg. Wat rest is een leven zonder doel, zonder tijd, zonder gevoel (behalve die pijn), zonder geheugen en zonder genot. Oké, er wordt gerookt, gezapt, gedronken en gesnoven dat het een lieve lust is, maar plezierig is het niet. De pijn wordt er wel minder van. Voor even.
Twee zaken brengen de hoofdpersoon nog in vervoering: het fotograferen van klokken (liefst met lange sluitertijd zodat het lijkt alsof de klok beweegt) en het luisteren naar popmuziek, liefst in de trein. Steevast loopt hij rond met zijn walkman op die alleen afgaat wanneer het bandje moet worden omgedraaid of verwisseld. Steevast wordt hij door anderen verwisseld met de zanger van een of andere bekende band. Zijn soundtrack? Pet Shop Boys, Die Haut, Morbid Angel, Einstürzende Neubauten, Marc Almond, Stravinsky, Joy Division, Carcass, Scraping Foetus Off The Wheel. En Bolt Thrower en Death natuurlijk. Over die eerste later meer. Why Don’t You Pull The Plug – met en zonder vraagteken – vormt een sleutelzin in Het Uur Van Lood. Waarom maakt de ikpersoon er eigenlijk geen einde aan? Zijn leven? Dat van zijn moeder? Dat van Tsetse in zijn droom? Durft hij niet? Weet hij diep van binnen dat de redding nabij is (Tsetse komt terug naar huis)? Heeft hij zichzelf inmiddels al effectief geëlimineerd? Of ziet hij het niet als de manier om zijn lijden te eindigen (al die bordjes This Is No Exit – overigens verwijzing naar de debuutroman Less Than Zero van Brett Easton Ellis)?
Hoe dan ook, alleen al om het prachtige verhaal is Het Uur Van Lood verplichte kost. En dan zijn er nog die vele referenties naar popcultuur. Hoogtepunt? De concertbeschrijving van Bolt Thrower. Hieronder een kort fragment. Lezen en dan meteen naar de boekhandel. Niet voor de nieuwe Zwagermans (kun je er wel bijkopen natuurlijk), maar voor Van Erkelens. Want, nog steeds onovertroffen.
“Met zijn vieren zijn ze. Groot, vierkant, sterk en gemeen. De instrumenten zijn minuscuul in hun houthakkershanden. Ja. In battle there is no law. Zij tegen de rest. En tegen de goden. BAM! Het begint. Een reis naar de grenzen van het geluid. Op het podium, voor de donkerrood oplichtende glas-in-loodramen in de achtermuur van de voormalige kerk, staat een dikke, ruwe, bijna ondoordringbare muur van geluid. Die muur is diepzwart. Soms brokkelen er stukken af, soms hakt een korte, vierkante gitaarsolo even een opening, om die meteen weer opgevuld te zien worden door diezelfde, waanzinnige brij geluid. Niet in golven komt die, hij is bewegingsloos: geen zee, maar een meer, een bevroren bergmeer, doodstil, keihard en schitterend. Een glimmend meer van twintig eeuwen, de rottenis van een overdaad aan mislukte plannen, aan verbetenheid, aan grimmigheid.” [pag. 157-158]
Rob van Erkelens
Het Uur Van Lood
1993, Nijgh & Van Ditmar
dit artikel verscheen op vrijdag 7 april 2006 op cut-up.com. Sinds december 2009 is webzine cut-up niet meer. Toch staat de content nog steeds online. Daar komt eind deze maand waarschijnlijk verandering in. De digitale voetsporen van cut-up worden dan voor altijd uitgewist. De mij dierbare stukken van eigen hand verschijnen de komende weken op dit blog.
Geweldig. Ontzettend bedankt voor het openbaar maken van deze recensie/samenvatting! Ik moest een boek lezen voor school, dit boek sprak me aan vanwege de achterkant, maar dit is werkelijk de enige samenvatting die online te vinden is. (we moeten een samenvatting van internet toevoegen – ik snap zelf ook niet waarom we het niet zelf moeten schrijven.)
Nogmaals ontzettend bedankt hiervoor. Uw recensie/samenvatting verwoord wat ik niet in eigen woorden kon beschrijven, de sfeer van het boek is perfect beschreven.
Dankuwel!