Althans, volgens Bart Meuleman. Zijn boek De donkere kant van de zon, over popmuziek is een pareltje. Ja, het boek is inmiddels al een half jaar uit. Toch was het me ontschoten. Dat is raar. Blijkbaar krijgen Vlaamse auteurs in Nederland weinig aandacht in de media. En tja, het werk van Meuleman wijkt af van de boeken die door Nederlandse popjournalisten worden geschreven: het gaat de diepte in.
Goed, Meuleman is geen popjournalist. Toch schrijft hij met De donkere kant van de zon een boek over pop. Zijn uitleg in de inleiding spreekt boekdelen. Popjournalisten schrijven doorgaans enkel over de muziek, hebben weinig detail voor het umfeld van pop. Voor popcultuur, zogezegd. Een pleidooi dat ik van harte ondersteun. In tegenstelling tot de Duitse, Amerikaanse en Engelse popjournalistiek is de Nederlandse banaal. Dat betekent overigens niet dat er niet goed geschreven wordt. Helaas gebeurt dat voornamelijk in de marge.
Terug naar Meuleman. Dankzij Perdu kwam ik hem op het spoor. Of ik niet een lezing wilde geven over popmuziek, was de vraag van de literaire stichting uit Amsterdam. Op een avond waarop het boek van Meuleman centraal zou staan, of zou dienen als leidraad. Goed, Meulemans manier van denken, en schrijven, is niet de mijne. Hij duikt diep in de psyche van de popmuzikant en schrijft aan de hand van het culturele klimaat waarin de artiest opgegroeide en leefde een indringend portret. Mét oog voor de donkere kant van het leven. Vooral dat, eigenlijk. Prachtig om te lezen, een verademing ook. Maar zelf zit ik meer op lijn van Simon Reynolds. Ik duid liever stromingen, genres dan bands, individuele artiesten en muzikanten. Tja, de socioloog in mij is behoorlijk dominant.
Gisteren pakte ik Meuleman overigens pas ter hand. In de trein las ik zijn stukken over Dusty Springfield en Beach Boys. Uiteindelijk kwam het eindstation, Maastricht, veel te vroeg in zicht. Ik kan niet wachten op die avond over popmuziek in Perdu op vrijdag 14 maart.
Oh ja, de komende dagen breng ik met mijn ouders en zus door aan de rand van de Veluwe (in een landhuis waar Madonna nog heeft geslapen). Geen lijstjesmaandag dus morgen. Met excuses.
Britpop is deze eeuw niet meer wat het ooit geweest is. Goed, Franz Ferdinand is een aardige band, maar met materiaal als Arctic Monkeys wordt de oorlog zeker niet gewonnen. Een nieuwe Primal Scream, dáár is behoefte aan. En nee, één Kasabian maakt nog geen zomer. Hieronder vijf maal britpop die wél de tranen op de wangen doet prikken.
1. Working For A Nuclear Free City – Rocket
Typisch Manchester, uit Manchester. Working For A Nuclear Free City zit ergens tussen Primal Scream en Campag Velocet in. Stylus Magazine typeert de band als: “a flawless lucid-dream trip through a thousand fantastical influences”. Derde album Jojo Burger Tempest verschijnt binnenkort. Eindelijk de langverdiende doorbraak? Vast niet. Helaas.
2. Viva Stereo – Night Owl
Opvolgers van Primal Scream? Zou best eens kunnen. Niet alleen komt Viva Stereo uit Glasgow, muzikaal schurken ze dicht tegen het Primal Scream van eind jaren negentig aan. Maar tja, de doorbraak laat al jaren op zich wachten.
3. The Longcut – Repeated
Nogmaals Manchester. The Longhurst zijn bloedbroeders van Working For A Nuclear Free City. Misschien net iets meer rave, maar zeker net zo goed.
4. Campag Velocet – The Trumping Men
Misschien wel de beste britpop van deze eeuw tot nu toe. En nooit doorgebroken. Hoe dat komt? Geen idee. Aan de kwaliteit van Campag Velocet lag het in ieder geval niet. Eeuwig zonde dat de band in 2005 de handdoek in de ring gooide.
5. The Music – Getaway
Onderschat. Jazeker! The Music is geweldig, al is het materiaal zeker niet altijd even toegankelijk. Doet er niet. Ook op de dit jaar te verschijnen vierde langspeler gaat het viertal uit Leeds vlammen. En ja, grote kans dat het album wederom hoog in mijn top-10 van het jaar gaat eindigen. Zekerheidjes bestaan nog. Al blijft het vreemd dat The Music niet door iedereen wordt bewierookt.
Ach ja, doe eens gek. In tijden van economische malaise gaat het Nederlandse persbureau ANP zelf op onderzoek uit, in plaats van de persberichten van andere – al dan niet – onderzoeksbureaus over te schrijven. Goede zet? In het geval van de recente rondgang langs gemeenten om het gebruik sociale media te meten in ieder geval niet.
Oei! Laatste post? Het lijstje van vorige week maandag. Dat betekent? Precies ja. Nu kan ik natuurlijk plechtig beloven dat ik mijn blog vanaf nu weer veel aandacht ga geven. Waarvan acte. Vandaag in ieder geval weer een lijstje. Wegens griep, die behoorlijk heftig was (hoe erg? Zelfs geen zin in het luisteren van muziek. Zo erg dus), ditmaal weer een ludiek lijstje. Onder het mom van ‘Amerikaanse hiphop is al vanaf midden jaren negentig zwaar overgewaardeerd en Amerikaans (niet Brits) is de lelijkste raptaal ooit én in Holland is Kyteman zo lekker underground gebleven en kan Frans B zo goed met kinderen omgaan’ een rondje buren (en één keertje vliegen).
1. Kery James & Mac Tyer – Patrimoine du Ghetto Calista Film (Frankrijk)
De Moordlijst van OOR bestaat niet meer. Dat heeft tenminste één voordeel: individuele lijstjes zeggen altijd meer dan door consensus gekleurde gezamenlijke. De afgelopen week verliep relatief rustig qua mediaconsumptie, al reisde ik op en neer tussen Haarlem en Heerlen voor een vergadering en de tentoonstelling van Stanley Donwood. Veel nieuwe muziek luisterde ik niet. Toch een lijstje? Jazeker! Maar wel slechts een top-3.
1. Spoelstra – The Almighty Internet
Muzikale postmoderniteit, dát is dit langspeeldebuut van Spoelstra. Hij vat er het internet in muziek. Bijna letterlijk. Dit is muziek met de intensiteit van informatiestromen die iedere seconde van de dag op ons worden afgevuurd. Geen ontkomen aan? Nou, dat valt mee. Wie in de muziek zelf gaat zitten, hoort opeens de strakke structuren en duidelijke patronen die Spoelstra onder de geluidschaos heeft neergelegd. Mooi? Daar ben ik nog niet over uit. Wel een intrigerende plaat, dit The Almighty Internet.
2. Red Zone van Stanley Donwood, SCHUNCK*, Heerlen
Goed, voor negentiger jaren grafisch ontwerp kun je me ‘s nachts wakker maken. Het werk van Stanley Donwood – bekend geworden als ontwerper van Radiohead-producten – ademt het futuristische idee van dat tijdperk. Zijn werk is niet in hokjes te stoppen en is zwanger van de toekomst. Donwood exposeerde al eerder in Nederland, maar Heerlen heeft een primeur: Red Zone is het meest complete overzicht van het werk van de Brit tot nu toe. In de categorie: moet je zien.
3. The Medium Is The Massage van Marshall McLuhan en Quentin Foire
Mijn oude exemplaar bleek onvindbaar, dus kocht ik The Medium Is The Massage in de pocketuitvoering. In de trein gelezen en toch (weer) aangenaam verrast door de scherpe observaties van McLuhan. Prachtig grafische bijdragen van Foire, overigens. Die staan naast de tekst van McLuhan geheel op zichzelf. IJzersterke combinatie. Nooit gedacht dat ik het ooit zou vinden, maar: essentieel leesmateriaal voor mediastudenten.