De hoofdrolspeler uit de beste politieserie ooit is niet meer. Horst Tappert, beter bekend als Oberinspektor Stephan Derrick, is 85 jaar oud geworden. Hij speelde in 281 afleveringen van de serie.
Geloof dat ik daarvan een groot deel al heb gezien. Jammer. Want hoe goed Tatort – die andere geniale Duitse politieserie – wel niet is, Derrick is übercool. Zo eens kijken of er op de Duitse Amazon een dvd-pakket te koop is met alle afleveringen van Derrick. Hieronder een klein stukje uit de allerlaatste aflevering van Derrick waarin Tappert afscheid neemt van zijn trouwe publiek. Binnenkort maar eens een Derrick-avond organiseren. Als eerbetoon en omdat het leuk is.
Tja, daar kan ik dus meteen iets mee, met zo’n titel. Tijd is immers een van de hardnekkigste en meest dominante discoursen die de mensheid heeft ontwikkeld. En eigenlijk is elke beperking een belediging voor de geest. Toch? Maar goed, ik dwaal af. De titel van deze post is tevens die van het debuutalbum van Black Anvil. Een drietal onverlaten uit New York City.
Een tijdje geleden alweer ontdekte ik ze op MySpace. Daarna verloor ik ze uit het oog. Tot Ruud van Esch een interview met ze publiceerde op KindaMuzik. Het vorige maand uitgekomen debuutalbum Time Insults The Mind is een heerlijk metalalbum dat leentjebuur speelt bij hardcore en veelvuldig teruggrijpt op de jaren tachtig. Lonkt naar speedmetal en trashmetal dus. Goed, daar steekt een beetje nostalgie om de hoek. Maar toch. Als professioneel popjournalist hoor ik dat Black Anvil goed is. Dat heb ik overigens veel minder met andere representanten van retrohypes binnen de metal. Heb je er ontiegelijk veel van in de black metal. Daar is het luisterresultaat stukken minder dan de intenties doen vermoeden.
Maar goed. Ik luister veel te weinig metal, hardcore en andere harde rock om een echt oordeel te kunnen vellen. Zou ik wel meer moeten doen, vind ik. Maar ja, het ontbreekt me aan tijd en kennis van zaken. Want ook met een vrij internet dat me ongelimiteerde toegang geeft tot alle denkbare metal ooit gemaakt, weet ik niet wat wel en wat niet te luisteren. Een lastige zaak. Tips zijn dus welkom. Tot slot nog een mopje Black Anvil. Voor de liefhebbers. ohja, op het podium dragen ze makeup waar zelfs King Diamond (ooit Mercyful Fate, weet u nog?) jaloers op is.
Reeds samengesteld in de eerste week van november. Nu pas gepubliceerd. Ach, lijstjes zijn sowieso slechts momentopnamen. Op deze prachtige zondagmiddag, wel net niet winters genoeg, kan ik zo een handjevol albums bedenken dat er eigenlijk in had gemoeten. Of ook eigenlijk weer niet.
Toch klopt de essentie wel. Veel trage dance verslonden, dit jaar. De rock van Tomte (ik blijf ze geweldig vinden), Fuck Buttons (heerlijk dissonante plaat) en These New Puritans (eindelijk weer eens spannende artrock) vormt de uitzondering. Welk albums een notering bij de eerste tien hebben gemist? More! More! More! van het Japanse Capsule. Pas vorige maand verschenen, maar echt geweldige album van het duo. Blank Fade van Gaiser. Kan zo naast Anders Ilar en Trifonic. Enige album waarvan ik écht baal dat ik het niet in mijn top 10 heb gezet? At Mt. Ventoux van Roy Santiago. Had er echt in gemoeten.
Beste werk dat in 2008 verscheen is overigens een deel van de catalogus van het Britse Loop. Debuut Heaven’s End en tweede album Fade Out zijn onlangs heruitgebracht op cd, want tot voor kort alleen verkrijgbaar op vinyl. Maar goed. Die horen eigenlijk niet in een jaarlijstje thuis. Mijn lijstje uit OOR?
01. Anders Ilar – Sworn
02. Lindstrøm – Where You Go I Go Too
03. Tomte – Heureka
04. Fuck Buttons – Street Horrrsing
05. Popnoname – Surrounded By Weather
06. Trifonic – Emergence
07. Principles Of Geometry – Lazare
08. Justus Köhncke – Safe And Sound
09. There New Puritans – Beat Pyramid
10. Luomo – Convivial
Overigens heeft geen enkele van deze albums de samengestelde jaarlijst van OOR gehaald. Die is hier te bekijken: tv on the radio cd van 2008.
Dankzij het uitpluizen van de Metallicahistorie door De Subjectivisten zit ik weer op het spoor van de NWoBHM. Een aantal jaar geleden vatte ik het plan op een boek over de invloed van de stroming in Nederland te schrijven. Buiten wat losse flodders is het bij dat plan gebleven. Tijd om dat langzaam te ontdooien.
Wordt dan wel ergens volgend jaar. Mooie aanleiding? De komst van legende Angel Witch naar het Roadburn Festival in Tilburg op vrijdag 24 april. Ooit een geweldige pioniersband die op mijn persoonlijk minder indruk heeft gemaakt dan Diamond Head en Tygers of Pan Tang. Simpelweg omdat Ger Heuts – mijn belangrijkste leverancier van cassettebandjes vol nieuwe metal – het debuutalbum van de Britten niet bezat.
Overigens vergreep Metallica zich ook aan Angel Witch. Klassieker Angel Witch staat volgens mij ergens op een b-kantje, Sweet Danger hoorde ik ze ooit live spelen. Geen onverdeeld genoegen. Metallica was en is geen NWoBHM-band en is nooit in staat geweest de finesses van de Britse sound te spelen. Is het uiteraard ook niet de band naar.
Op het forum van De Subjectivisten – dat ik nog steeds met veel plezier lees – heeft het stukje over Metallica op mijn blog tot consternatie geleid bij één van de bezoekers. ‘Subjectivisten-bashing’ noemt hij het, terwijl het tegendeel bedoeld was. Soms lijkt het verleden vervaarlijk dichtbij. Gelukkig is hij de enige die is blijven hangen. Benieuwd hoeveel (ex-)Subjectivisten in april naast me staan, daar vooraan links bij Angel Witch.
Nog meer nieuws over Jpop. Wederom met dank aan Robert Crain. De heer en dame van Capsule komen met een nieuw album. De dames van Perfume bestormen de Japanse hitlijsten met een nieuwe single. En god god, wat klinkt het weer subliem. Futuristischer dan Daft Punk ooit heeft geklonken, een bitterzoetheid waar de tanden van Kylie Minogue spontaan van uitvallen. Tijd om met cut-up naar Tokyo te verhuizen? Ach, oordeel wederom zelf.
Nooit verwacht, toch gebeurd. Ik ben één van de vier genomineerden voor de Pop Media Prijs 2008. Vreemd genoeg heb ik in 2008 juist weinig geschreven. Waarschijnlijk heeft een artikel in OOR de jury op mijn spoor gezet. ach, blij met de nominatie? Zeker!
Vrienden en bekenden weten dat ik het niet zo prijzen heb. Die worden in ons land doorgaans uitgereikt aan vrienden of – erger – aan tevredenstellende middelmaat. De jury van de Pop Media Prijs gaat dit jaar echter niet voor de gemakkelijke weg. Mijn nominatie is lastig te verdedigen. Ik werk immers buiten de spotlights van de traditionele popjournalistiek.
Oké, mijn artikel over de geschiedenis van de Rotterdamse club Parkzicht, begin dit jaar in OOR, viel vast op. Mijn meer sociologisch getinte artikelen over dubstep en neodisco vast ook. Maar die dateren van vorig jaar. Nee, echt typerend voor mijn schrijfstijl zijn mijn recente artikelen over nieuwe media (‘2.0′) voor Glamcult en de interviews met Supermayer, LCD Soundsystem, Sonic Youth en Popnoname voor dat blad.
Dan is er nog cut-up. Mijn baby die inmiddels is gaan puberen. Lastig, maar ik heb goede hoop. Sterjournalist daar is overigens Peter Bruyn, waarvan ik hoop dat hij de Pop Media Prijs in de wacht sleept. Dat wordt namelijk tijd. Dit jaar maakt hij geen kans. Mijn drie medegenomineerden zijn Rob Stenders, Jan van der Plas en Jean-Paul Heck.
Geduchte concurrenten. Stenders richtte een onlineradiostation op. Niet echt schokkend, maar in ouderwetste popjournalistieke kringen nog steeds een daad van opperste vernieuwing. Van der Plas werkte keihard aan zijn 50 Jaar Nederpop. Heck schreef een boek en deed zijn ding voor de Telegraaf.
Of ik een kans maak? Ach, meedoen is al fijn genoeg. Tijdens Noorderslag mag ik met de heren in discussie en daar heb ik nu al zin in. Misschien ben ik juist daarom wel uitgekozen. Al vraag ik me af of de jury mijn artikelen over de staat van de Nederlandse popjournalistiek heeft gelezen. Vrijdag 16 januari wordt de winnaar van de Pop Media Prijs 2008 tijdens Noorderslag in Groningen bekend gemaakt. Ik ben heel erg benieuwd.
Zelf heb ik er geen last van, maar voor wie een remedie zoekt tegen winterdepressiviteit kan terecht bij de nieuwe generatie Jpop.
Eerlijk gezegd maakte Japan geen deel meer uit van mijn muzikale umfeld. In de jaren tachtig was ik verzot op livealbums uit de jaren zeventig die waren opgenomen in de legendarische Budokan-hal. Later interviewde ik Japanse acts en artiesten als Ken Ishi en Boom Boom Satellites (bestaan die nog?) voor Opscene en Bassic Groove. Met tolk, uiteraard. Want Engels spreken? Dat zit er ook voor popsterren in Japan niet in.
Onlangs introduceerde collega Robert Crain me aan Perfume en Capsule. Een waar genoegen. De suikerzoete muziek van de twee acts is tegenwoordige vaste prik op de cut-up.redactie. Een aantal redacteuren plant inmiddels een vakantie naar Tokyo of schrijft een artikel hoe goed Lost In Translation zou zijn geweest zonder My Bloody Valentine en mét goede Jpop.
In feite is er niet zoveel veranderd in de Japanse pop. Nog steeds speelt ze opzichtig leentjebuur bij westerse popmuziek. Die weet ze echter zo te veranderen dat er een heel nieuw geluid ontstaat. Hoe dat klinkt? Lastig te omschrijven. Daft Punk on speed? Kylie Monigue op vijfenveertig toeren? Madonna zonder identiteitsprobleem? Stereolab op z’n best? Ach, oordeel zelf en vergeet vooral niet je tips achter te laten. Ik adem inmiddels Jpop.