Pet Shop Boys en Keulen horen bij elkaar. Waarom? Beide ademen pop. Echte pop wel te verstaan. Bitterzoet en melancholisch. Volgende week komt de nieuwe productie van de Britten – een cover van I Am In Love With A German Filmstar - uit op Kompakt. De cirkel is rond.
Geen tijd, geen tijd. Eigenlijk was ik van plan RoXY en De Houserevolutie zo snel mogelijk te lezen en recenseren. Is er nog – steeds – niet van gekomen. Dat terwijl ik het boek het liefst wil verslinden.
De kritieken op het boek reppen van een eenzijdig beeld op de ontwikkelingen van het genre. De hoofdstad staat centraal. Logisch, gezien de insteek van auteur Job de Wit. Hij schrijft immers een boek over de RoXY. Toch stoort het me al jaren dat Amsterdam gezien wordt als de bakermat van housecultuur in Nederland. Niets is, volgens mij, minder waar.
Rotterdam maakte rond dezelfde tijd kennis met het nieuwe muziekfenomeen. Ik kan het nog niet hardmaken, maar het lijkt me logisch dat de regio Eindhoven en zuidelijk Limburg eerder waren. Rond 1988 luisterde ik voornamelijk naar punk, indie en weirde elektronica. Kan me echter wel herinneren dat er destijds al grote feesten waren in onder andere de Peppermil in Heerlen. Veel Limburgse feestgangers gingen de grens over, richting België. Daar regeerde new beat, een mengeling van electronic body music en acid.
Mijn interview met Maurice van Engelen – frontman van Praga Khan en in die hoedanigheid een van de aanstichters van de new beat-hype – vertelde me jaren geleden, tijdens een interviewsessie in Leuven, dat hij eind jaren tachtig zijn ogen uitkeek toen hij live speelde in Rotterdam. Goed, het zijn flarden informatie. De mist hangt er echter nog steeds.
Het wordt hoogtijd om in de geschiedenis van de Limburgse dancescene te duiken. Wordt vervolgd. Voor nu eerst maar eens het boek van Job de Wit Lezen.
Die Rob Wijnberg toch. In mijn colleges gebruik ik zijn boeken als voorbeeld van ‘hoe wetenschap dus niet moet’. De redacteur van NRC.NEXT schrijft ze – hij noemt ze zelf overigens plamfletten – alsof het niets is. Dat is te lezen. Wijnberg doet de term theoryjocking eer aan. Maar een slechte dj blijft een slechte dj. Zit ‘m in de juiste plaatjes op het juiste moment, weet je wel.
Goed, die Wijnberg dus. Mijn verbazing was groot toen de beste man mij wist te verrassen als tafelgast bij De Wereld Draait Door. Niet tijdens de uitzending, maar in het korte inleidende gesprek er naar toe. Wijnberg weet er het probleem van de zogenaamde economische crisis terug te brengen naar handzame proporties. Grappig overigens om te lezen dat de YouTube-kijkers er geen snars van snappen. Daarom hangen ze vast ook de hele dag rond op internet. Nog leuker: Wijnberg wordt er gebashed door de generatie waarover hij z’n eerste boek schreef. Misschien moet Wijnberg geen boeken meer schrijven maar een programma krijgen bij NRC.TV, dat stelt tot nu toe namelijk heel erg teleur.
Sommige schrijvers vervelen nooit. Douglas Coupland bijvoorbeeld. Zijn Generation X, Shampoo Planet, Microserfs en JPod zijn geweldig. En ach, zijn andere boeken mogen er ook zijn.
Goed, hij legt het af tegen Brett Easton Ellis, wiens Glamorama tot nu toe slechts wordt overtroffen door Het Leven Op Aarde van Jan Jacob Slauerhoff. Met zijn vorig jaar verschenen The Gum Thief komt Coupland niet in de buurt. Ook niet bij zijn eigen beste, Shampoo Planet, overigens.
Vermakelijk is zijn alweer twaalfde roman – na koud twintig pagina’s – in ieder geval wel. En dat is al een wonder in het hedendaagse literaire landschap. Meer over The Gum Thief wanneer ik het boek uit heb.
Voor nu twee prachtige monologen van hoofdrolspelers.
Benthany
‘And a final thing about crows – I had no idea I’d be going on like this – is that they look black to us, but to birds, they’re as insanely coloured as parakeets and peacocks – human colour perception is missing a small patch of the spectrum that only birds can see. Imagine if we could see the world like birds, even briefly. Everything would be wondrous. Which is another reason why I only wear black. Who knows what you’re missing when you look at me.’
Roger
‘Joan tried to tell me that everbody who’s ever lived has had cancer lots of times – even a fetus gets cancer – except our bodies almost always get rid of it before it spreads. Cancer is what we call those bits our bodies fail to sloug off. I found some comfort in that. It made cancer feel everyday and approachable. Universal. I wanted to reach inside Joan and pluck out the cancer – and maybe while I was there i’d remove gold coins and keys and tropical birds – and I’d show you the surprise all of us conceal within.’
De enige artiest die tot nu toe op een feestje van cut-up speelde: Popnoname. Voor vier man en een paardenkop gaf hij een prachtige show weg. Pas later werd zijn White Album opgemerkt in de mainstreammedia. Uiteraard met hulp van ondergetekende.
Sinds ik Jens-Uwe Beyer koffie en broodjes bracht tijdens zijn week eenzame opsluiting in een galerie in Keulen, ben ik fan. De week leverde niet op wat het op moest leveren: een hitsingle op het Keulse Kompakt. In plaats daarvan vond hij onderdak bij Italic. Klein, sympathiek en ook Keuls. Het label is net naar Berlijn verhuisd. Reden? De vriendin van de eigenaar kreeg er een nieuwe baan. Zo klein is het.
Surrounded By Weather is anders dan White Album. Minder dance, meer liedjes. Beyer lonkt er naar Brian Wilson. Naar Pet Shop Boys. Naar proto-microhouse. Dat levert een op het eerste gehoor onevenwichtig album op. Ja, er staan een paar prachtige houseanthems op, maar wanneer Beyer het tempo laat dalen, verslapt de aandacht. Een echt oordeel heb ik nog niet, daarvoor heb ik Surrounded By Weather nog niet vaak genoeg gehoord.
Op de MySpace van Popnoname staat een fijn voorproefje: 2012. Beyer husselt er alle houseclichés door elkaar. Typisch Popnoname. Recensie volgt snel in OOR, Glamcult en op cut-up.