in your eyes i could get lost forever
by theo
Ik heb nooit begrepen waarom All Fall Down en Heads and Heart als minder worden beoordeeld dan de eerste twee platen van de The Sound. Sterker: op de een of andere manier heb ik al jaren – ik kocht de eerste vier albums van de band pas eind jaren tachtig – een antipathie tegen From the Lion’s Mouth. Waarom? Geen idee. Nog maar eens draaien dus.
Jarenlang heb ik de albums van The Sound niet gedraaid. Voor het laatst, denk ik, rond de zelfmoord van zanger en liedjesschrijver Adrian Borland op 26 april 1999. Hij sprong voor de trein. Pas jaren later verhuisde ik naar Haarlem. Een stad waar Borland iets mee had. Nooit uitgezocht wat, overigens. Het lijkt erop dat Borland een tijdje in Haarlem heeft gewoond.
Goed. Vanochtend kwam aan die The Sound-loze periode abrupt een einde. Tijdens het ontwaken neuriede ik “In your Eyes I Could get lost Forever” in het tempo van Burning Part of Me. Precies ja, een van de prijsnummers op Heads and Hearts. Waarom? Geen idee. Vandaag wordt een aangename dag. College voorbereiden voor volgende week, middagthee met een vriendin, checken of de Slegte in Haarlem net zo veel leuke boeken verkoopt als die in Eindhoven. Al kwam ik er al snel achter dat ik gisteren het concert van The Veils in Patronaat heb gemist. Stom.
Het voorbereiden van dat college moet even wachten. De brandende vraag die me tijdens het douchen bezig hield, dient beantwoord te worden. Waarom trek ik From the Lion’s Mouth niet? En, wellicht voor later zorg, waarom kocht ik nooit het vijfde album van The Sound, Thunder Up, en volgde ik de solocarrière van Borland niet? Gelukkig sta ik niet elke dag op met zulke vragen.
Goed. Naar The Sound dus. Eerlijk is eerlijk. Jeopardy, de debuutplaat van de Britten uit 1980, deed me altijd weinig. Niet onaardig, hoor. Heartlands is een leuke single. Maar de indruk die Unknown Pleasures en Chairs Missing of 154 achterlieten was vele malen groter. Albums uit dezelfde periode. From the Lion’s Mouth (1981) klinkt potsierlijk. Veel te zwaar aangezette, theatrale, donkere wave. Past niet bij de prachtige stem van Borland.
In de tijd dat ik de vier albums op vinyl aanschafte – eigenlijk: uit de uitverkoopbakken redde – bezat ik een prachtig systeem om mijn albums en cassettebandjes te ordenen. Op deze donkere woensdagochtend in november – bijna twintig jaar later – lukt het me na een half uur zoeken om From the Lion’s Mouth, All Fall Down en Heads and Hearts op te duikelen. Jeopardy is, tijdelijk, onvindbaar. Moet dan maar.
Uiteindelijk vertelt From the Lion’s Mouth, rondjes draaiend op m’n Soundlab, het verhaal van The Sound vóór 1982. Goede nummers, inderdaad theatraal en dik aangezet met synthesizers. Toch spelen de baslijnen op From the Lion’s Mouth de hoofdrol. Niet de stem en teksten van Borland. En dat is opmerkelijk. Het verklaart wel waarom ik het album niet buitengewoon goed vind. Al is de antipathie verdwenen.
Het punt is – en dat geldt ook voor Jeopardy – dat de teksten van Borland verhalen van existentiële angst. Gekoppeld aan de obligate new wave-melodieën en -ritmes, blijft er weinig te fantaseren over. Geeft meteen het verschil aan met Wire en Joy Division in die periode – eind jaren zeventig, begin tachtig. Zij koppelden soortgelijke teksten aan muziek die vervreemt. Bij The Sound gaan de verhalen van Borland te veel kopje onder in muzikaal gedram. Al staan er een paar fantastische nummers op het album. Sense Of Purpose bijvoorbeeld. Dat al iets laat horen van de richting die The Sound op zal gaan.
Al bij de eerste tonen van All Fall Down is duidelijk welke ontwikkeling The Sound heeft doorgemaakt. Plots horen muziek én teksten op een griezelige manier bij elkaar. Tot in elk detail is dat merkbaar. Het is geen prettig bij elkaar horen. Eerder een van afstoten en aantrekken. En dan is er Party Of My Mind, dat me direct doet afvragen: waarom stond dit album niet in m’n popalbum top-10 aller tijden voor OOR, vorig jaar? Het nummer is The Sound op z’n best. Bitterzoete tragiek. Huilen met een grimas op je gezicht.
Eerder schreef ik op mijn vorige blog over het verschil tussen de tekstuele benadering van Thees Ullmann (Tomte) en Morissey. Bij Morissey is er haat, negativiteit, bitterheid. Ullmann is die fase al voorbij. Er is berusting, gelatenheid. Dat laatste is ook bij Borland het geval. Natuurlijk, het is een manier van omgaan met de weerbarstige realiteit. Met dat wat toch niet veranderd kan worden omdat juist dát niet in je macht ligt. Hoe graag je het ook wilt. Die sfeer ademt All Fall Down. Voor het eerst ondersteunen muziek en tekst elkaar optimaal. Al is het tegen wil en dank. Want wringen en schuren doet het. Ja, het doet pijn. Al is de pijn verdomde prettig. Monument is een ode aan de liefde, maar wel eentje die verloren is.
De b-kant van All Fall Down bevat de beste liedjes van The Sound. Song and Dance is de soundtrack van het Borland-universum. Antwoorden op levensvragen? Zijn er niet. We kunnen wel een liedje maken en daarop dansen om ze te vergeten. Voor even. Moeilijke, maar prachtig plaat. Platenmaatschappij WEA is overigens niet onder de indruk en dumpt de band. De ep Shock of Daylight uit 1984 bezit ik helaas niet. Een jaar later verschijnt Heads and Hearts. Een op het eerste gehoor verrassend licht album. Schijn bedriegt. Muzikaal is de plaat inderdaad minder zwaar en donker dan All Fall Down. The Sound kruipt er dicht tegen het geluid van Simple Minds aan.
De thematiek blijft echter hetzelfde. Is op Heads and Hearts misschien nog wel sterker dan op All Fall Down. Op dat album klinkt hier en daar nog de wil door om te vechten. Steekt de aandrang om de situatie te veranderen de kop op. Is afwezig op Heads and Hearts. Het maakt het album, ondanks het luchtigere muzikale karakter, emotioneel de zwaarste van de vier platen die ik van ze bezit. Under You en Burning Part Of Me zijn de onbetwiste hoogtepunten. Alles is verloren, declameert Borland er. Mét een ‘ach, het niet anders’-glimlach. En oef, dat gaat diep. Want wat rest een mens dat weet dat nu écht alle hoop vervlogen is. Precies ja, er luchthartig over doen. De waarheid is immers te groot om te dragen.
Wat dat betreft maakte Borland op tekstueel gebied dezelfde ontwikkeling door als Jochen Distelmeyer van Blumfeld. Borland heeft het blijkbaar uiteindelijk niet van zich af kunnen zetten. En zo levert deze donkere ochtend in november nog heel wat acties op: achter het werk van The Sound en Borland aan dat ik nog niet bezit én op zoek gaan naar het boek Herinneringen aan Adrian Borland van Willemien Spook. Een mede-Haarlemse notabene.
Zo. Nu nog een keertje Heads and Hearts en All Fall Down draaien. From the Lion’s Mouth mag weer terug in de platenkast.
wilde gaan vragen hoe the veils waren, maar weinig nut dus.
Hoi Theo,
Wat From the Lion’s Mouth betreft ben ik het helemaal met je eens. Die plaat dankte z’n populariteit voor een belangrjk deel aan het feit dat het destijds een typisch ‘Vara – lees: Jan Douwe Kroeske – album was.
Bij hetverschijnen van ‘All fall down’ deed onmiddellijk het verhaaltje de ronde dat die plaat zo ongelofelijk slecht geproduceerd was. Zelf heb ik de plaat na 1 x luisteren in de platenwinkel destijds ook niet aangeschaft. Onlangs – een jaar of twee geleden – kwam ik ‘m ergens tweede hands tegen heb ik hem alsnog blind gekocht (Het was het enige Borland-abum dat ik niet had!) en dat van die productievalt erg mee. Sterker nog, ik ben met je eens dat het in veel opzichten een betere – in ieder geval interessantere plaat is – dan From the Lions Mouth.
Shock of Daylight moet je beslit te pakken zien te krijgen. Die vind ik aanmerkelijk sterker dan Heads & Hearts. Er staan maar zes songs op, maar daar zit geen slechte tussen en minimaal drie behoren tot het allersterkste wat hij geschreven heeft. Voor mij is deze plaat echt Adriens laatste stuiptrekking of sprintje om de ‘achterstand’ op U2 en echo goed te maken – maar hij heeft de adem niet om een heel album te vullen. En om de simpele reden dat het maar zes songts zijn heeft Shock nooit de erkenning gekregen die het verdient.
Je kunt op die drie albums – All Fall Down, Schock of Daylight en Heads & Hearts – goed de toenemende frustratie horen van Borland die drommels goed beseft dat hij de ‘concurrentie’ met U2 en Echo & the Bunnymen aan het verliezen is – en op Heads & hearts al keihard verloren heeft.
De ‘strijdbare wanhoop’ op All Fall Down’ is op “Heads & Hearts’ echt een ‘moedeoze wanhoop’ geworden.
Daarna verschijnt nog bdie dubbel-live lp – waar in feite de angel er ook al uit is – en vanaf dat moment begin ook het labiele gedrag van Adrian zich in de omgang duidelijk te manifesteren Vanaf de late jaren tachtig is hij veel in Haarlem!)
Het beste album blijft voormij toch Jeopardy. Omdat Borland op die plaat strijdbaarder linkt dat Joy Divison en muzikaal het – toen nog – veel softere U2 gewoon wegblaast.
groeten
peter
hmmm, toch Jeopardy maar eens een nieuwe kans geven. het scheelt denk ik wel in welke tijd je het album voor het eerst hebt gehoord. in 1979 en 1980 luisterde ik naar The Police, Deep Purple en, ehh, Michael Schenker Group.
Erg leuk stuk om te lezen Theo! Het zegt op zich genoeg over de kwaliteit van de Sound platen dat er zoveel jaar na dato nog steeds over geschreven kan worden. Voor mij is er echter 1 groot verschil tussen de eerste 3 Sound platen en de laatste 3 Sound platen. Dat heeft (voor mij) niet direct te maken met Borlands toenemende frustratie ten opzichte van U2, maar meer dat hij persoonlijker nummers gaat schrijven ipv de algemenere thema’s waar hij daarvoor over schreef. Zo persoonlijk dat het steeds pijnlijker voor hem werd dat de platen niet doorbraken en/of succesvol waren. Dat is voor mij de impasse van Borland geweest.
Hij voelde zich op een bepaalde manier ook zelf afgekeurd, het werd TE persoonlijk. De platen waren van waanzinnige kwaliteit zowel muzikaal als tekstueel maar de doelgroep die zich hier mee kon identificeren is gewoon niet groot. Ik weet wel dat Adrian’s ouders er later echt versteld van hebben gestaan dat er zoveel Sound fans zijn geweest. Dat hadden ze nooit verwacht, en Adrian zelf waarschijnlijk ook niet. Het is nog steeds eeuwig zonde dat hij niet meer onder ons is , want God wat schreef hij prachtige nummers en wat had de man een FANTASTISCHE stem! Waarvoor hulde!