harry is terug
by theo
De man die mij ooit aan het schrijven kreeg, is terug. Niet dat hij ooit écht het toetsenbord in de afvoer heeft gekieperd, maar z’n sporadische stukjes in Het Platenblad en op webzine De Afgrond bereikten slechts een beperkte doelgroep.
Tja, begin jaren negentig was Harry Prenger nog een gezichtsloze held. Voor mij althans. Eigenlijk deed ik niet aan helden. Helden zijn enorme sukkels, wist Herman Brusselmans al. Goed, tweemaandelijks spelde ik mijn lijfblad Opscene van voor naar achter en van achter naar voor. De beste recensies? Die van Harry Prenger. Bij hem ging het niet om de muzikant of om het album. Alledaagse gebruiksvoorwerpen en bezigheden speelden er de hoofdrol. Colbertjes, bijvoorbeeld. De afwas. Een fles wijn. De vriendin van buurman.
New Journalism, dus. Al kende ik die term toen nog niet. Via via kwam ik er achter dat Harry Prenger, dat was ‘m dus, op slechts tien kilometer van mijn geboortedorp Brunssum woonde. Toevallig verhuisde ik ook nog eens naar z’n stad: Heerlen. Onnodig om uit te leggen wie ik benaderde toen ik door de Stichting Popmuziek Limburg tot juryvoorzitter van Nu of Nooit – de grote prijs van Limburg, zeg maar – was gebombardeerd.
Harry bleek een geval apart. Gesloten, sociaal moeilijk in de omgang, gepassioneerd en eigenzinnig. Op zijn aanraden solliciteerde ik bij Opscene. Daar bleek Harry een zeer gewaardeerde collega, die wel te vaak artiesten met de grond gelijk maakte. Maar ach, zo vond iedereen, dát is Harry. Na mijn verhuizing naar de Randstad verloren we elkaar uit het oog. Af en toe zocht hij me op in Utrecht. Om er een interview te doen voor Opscene of een concert te bezoeken. Meer dan eens heb ik hem aangeraden ook te verhuizen. Met zijn schrijftalent kon hij overal aan de slag, zo meende ik.
Volgens mij wilde hij best. Tijdens onze sporadische vinylstrooptochten door de Jordaan, bekende hij meer dan eens daar best te kunnen wonen. Het kwam er niet van. Daarna verloren we elkaar écht uit het oog. Harry reageerde ongemeen fel op mijn stuk over de dood van Theo van Gogh. Inmiddels communiceren we weer met elkaar. Harry woont nog steeds in Heerlen en schrijft nauwelijks meer. Al jaren niet, overigens. Een poging om bij de kunstredactie van dagblad de Limburger binnen te komen faalde. Onbegrijpelijk. Harry schrijft veel beter dan ik. Hij is dan wel mijn leermeester, zijn niveau zal ik nooit halen. Zijn persoonlijke en intuïtieve manier van schrijven is uniek. Maar goed, daar gaat het in journalistenland doorgaans niet om. Het netwerk is er belangrijker dan kwaliteit.
Goed, een wat lange inleiding voor uitstekende nieuws: Harry Prenger is een weblog gestart. Lees ‘m en geniet.
Overigens is het niet zo dat ik jaren niet geschreven heb. Na Opscene heb ik meegewerkt aan muziekblad Heaven, websites De Afgrond, Kindamuzik en een enkele keer aan Cut-Up. En ik heb al nu een jaar of drie een column in het Platenblad. Tussen de bedrijven voorzag ik nog menige editie van OOR’s Popenclopedie van bijdragen. Bij veel van deze periodieken heb ik een zekere mate van schrijfvrijheid genoten hetgeen er bij De Limburger vast niet in had gezeten…
[...] nooit ver weg. Ik geef toe, ongedierte is mijn lust en leven en volgens Theo Ploeg ben ik ook nog sociaal moeilijk in de omgang. Maar ik leef tenminste niet van de oppervlakkigheid en de vooronderstellingen. Begrippen waarmee [...]
over sociaal moeilijk, is dat niet het bekende ” de pot verwijt de ketel” verhaal?!
overigens is de randstad natuurlijk allang passe. harry moet fijn in limburg blijven waar de eurregio booming gaat zijn.
heerlen als eerste.