theoploeg.net.

over pop. media. cultuur.

O’Brien te veel troubadour, te weinig Villager

Niet bye bye Guti maar theomania is de naam van mijn nieuwe blogrubriek bij Gonzo (circus).

Inmiddels schreef ik ook mijn tweede recensies. Over het optreden dat Villagers vrijdag 3 mei in Paradiso, Amsterdam gaf. Met Foto’s van Anne Vlaanderen.

“Villagers een band? Niet echt. Conor O’Brien laat er geen twijfel over bestaan: tot tweemaal toe introduceert hij een nummer dat hij heeft geschreven. Hij, ja. O’Brien bedoelt het vast niet zo, maar het concert dat Villagers afgelopen vrijdag in Paradiso, Amsterdam gaf is vooral zijn concert.”

Lees verder bij Gonzo (circus).

Teleurstelling bij Tim Hecker (voor Gonzo (circus))

Sinds begin dit jaar heb ik vrijwel niets meer geschreven. Popmuziek komt er het slechts vanaf: één recensie voor The Quietus. Meer niet. Vervanging zoeken voor OOR bleek lastiger dan ik hand gedacht. Genoeg mogelijkheden, maar een keuze maken viel me zwaar. Belangrijkste kanshebbers? Het Britse The Quietus en De Nieuwe Pers. Eerstgenoemde viel uiteindelijk af omdat ik toch liever in het Nederlands over pop schrijf dan in het Engels. Kwestie van moedertaal en je gevoelens zo goed mogelijk kunnen overbrengen. Ook de ‘krant van morgen’ viel uiteindelijk af omdat ik best geloof in het verdienmodel – abonnement op losse auteurs – maar het toch fijner vind wanneer iedereen op het web mijn stukjes kan lezen. Uiteindelijk schreef ik afgelopen week mijn eerste live-recensie in maanden voor Gonzo (circus). Oude bekende waar ik sowieso al voor schreef (alleen voor het papieren blad). Op de website van Gonzo (circus) ga ik mijn eigen blog voeren en zet ik mijn werk voor OOR eigenlijk gewoon voort. Al zal er bij Gonzo (circus) meer achtergronden, media en beetje theorie in verwerkt zijn. Niet teveel. Dat doe ik immers al met Peter Bruyn bij frnkfrt. Enfin, de eerste recensie staat online bij Gonzo (circus), een tweede volgt heel snel (Villagers gisteravond in Paradiso, Amsterdam). Een echt eigen plek heb ik nog niet, volgt nog en zal waarschijnlijk ‘Bye bye Guti’ gaan heten. Als de redactie de naam goedkeurt. En ja, in mijn recensie van het concert van Tim Hecker staat een verwijzing naar het gedachtegoed van Marshall McLuhan. Wie ‘m eruit haalt kan zich melden en verdient een prijs. Ondertussen ben ik blij dat mijn schrijfblokkade is opgeheven.

Oh ja, recensie begint zo…

En daar slaat Tim Hecker zijn ogen weer op, kijkt omhoog en schudt zachtjes met z’n hoofd. Een glimlach speelt om zijn mond. Van irritatie? Frustratie? Of is z’n glimlach ironisch bedoeld? waarschijnlijk een combinatie. Terwijl de Canadees in het donker zijn werk doet, gaan plotseling een paar lichten aan. Niet de bedoeling, ongelukje. Maar genoeg om Hecker uit zijn concentratie te brengen. Plots staat hij in de schijnwerpers. Ongewild.

Lees verder bij Gonzo (circus).

Cultuurdepressie in Heerlen

Het wil maar geen zomer worden in Heerlen. Culturele zomer, wel te verstaan. Jarenlang scheen er een waterig zonnetje dat soms net even iets feller leek te schijnen. Inmiddels valt er motregen. En de voorspellingen zijn niet bepaald rooskleurig. Dat zorgt voor verdeeldheid en teleurstelling bij cultureel Heerlen. Kersverse Schunck-directrice Christie Arends lijkt het eerste slachtoffer te worden.

Lees verder bij ZuiderLucht.

Popnoname en zijn melancho-pop

Het is veel te lang stil geweest rond Popnoname, het alter-ego van Jens-Uwe Beyer. Logisch. De Keulse producer heeft zich de afgelopen jaren bezig gehouden met andere zaken. Zo richtte hij samen met Barnt en Crato platenlabel Magazine op. Zonder meer een van de interessantste labels van dit moment. Ook is hij lid van Cologne Tapes, een allegaartje van bekende en minder bekende muzikanten uit Keulen en betrokken bij platenmaatschappij Kompakt. Bezigheden op het snijvlak van popmuziek en avant-garde. Onder zijn eigen naam maakt Jens-Uwe Beyer prachtige ambient. Eind vorig jaar verscheen het prachtige ‘Red Book’ bij Magazine. Elk jaar is hij vertegenwoordigd op de ‘Pop Ambient’-reeks van Kompakt.

Popnoname is pop zoals pop hoort te klinken: vrolijk, zoet, melancholisch en met scherpe randjes. Scherpe randjes als, oh cliché, de doornen van een roos: je verwacht het niet bij zoveel schoonheid, die prikkende uitstulpsels. En plots is daar bloed. Totaal onverwacht. Dat hoort pop dus ook te doen. De pop van Popnoname doet precies dat. Vanaf zijn doorbraak met ‘You Are Popnoname’ uit 2006 op het Düsseldorfse platenlabel Italic, maakt Jens-Uwe pop om je vingers bij af te likken. In mijn recensie van zijn debuutplaat ‘White Album’ (2007) vergeleek ik hem met Pet Shop Boys,  ’Surrounded By Weather’ (2008) is nog meer dan het debuut een ultieme popplaat. Soms zo suikerzoet dat alleen de échte popconnaisseur weet dat het materiaal puur goed is. Het album scoorde bijzonder hoog in mijn eindlijst dat jaar.

Die Jens-Uwe is er dus een tijd niet geweest.

En ja, ik heb hem gemist. Weet ik nu. Want nu is er een nieuwe single: ‘Change’. En verdomd, wat is dat nummer fraai. Typisch Popnoname ook. Want onvaste stem, catchy en mierzoete melodie en een aanstekelijk refrein. Kortom, pop waar de stad Keulen inmiddels bekend om staat. Oordeel zelf. Nu is het wachten op die derde langspeler.

Popnoname Change by Uldus Production from Uldus Bakhtiozina on Vimeo.

Ik ben geen bitch (gastbijdrage van Evelyn Austin)

Vrouwelijke rolmodellen. Het afgelopen jaar lijken we ze zo hard nodig te hebben dat we ze op de gekste plekken zien. Op televisie worden we plots geconfronteerd met een reeks twentysomething-vrouwen die intelligent en eigenaardig ‘zichzelf’ zijn. Zooey Deschanel knippert, twijfelt, flirt en draalt zich in New Girl een weg door het leven in gestreken jurkjes en perfect gekapte haren en de vier vrouwen in Girls worstelen met hun vriendschappen, hun ouders, hun seksleven en hun ambities. Maar waar New Girl er geen doeken om windt dat het relatief ambitieloos is wat betreft het werkelijk uitdiepen van ‘de jonge vrouw’, doet zelfs de titel Girls – die refereert aan dat andere controversiële ‘generatiedocument’, Larry Clarks Kids – al vermoeden dat het hier gaat om echte vrouwen met echte problemen. Anders dan bijvoorbeeld de cast van Sex And The City, de serie’s voorganger. Maar is dat wel zo?

Inmiddels kun je verder lezen bij frnkfrt.net dat de column van Evelyn graag adopteerde.

Düsseldorf durft weer

Na een rijk kunst- en popverleden sukkelde Düsseldorf in de jaren negentig langzaam in slaap. Maar onderhuids bleef het broeien. Met Salon des Amateurs en in mindere mate Slowboy heeft de stad weer plekken waar kunstenaars, muzikanten en andere creatieven elkaar vinden. “De bouwwoede in de stad brengt een bepaalde nervositeit met zich mee. Dat zie je terug in de kunst en hoor je in de muziek.”

Voor ZuiderLucht (jaargang 7, april 2013, #04) schreef ik over het nieuwe, hippe Düsseldorf. Peter de Ronde maakte foto’s.

Voor wie kwaliteitsjournalistiek een warm hart toedraagt? Wordt begunstiger van Zuiderlucht.  Dat is hard nodig.

De overbodige kunstenaar

554_480n

“The media are not toys; they should not be in the hands of Mother Goose and Peter Pan executives. They can be entrusted only to new artists, because they are art forms.”
Marshall McLuhan, Counterblast (1953)

Laat nieuwe media in hemelsnaam niet in handen vallen van managers, van bedrijven en hun marketingafdelingen. Nieuwe media zijn veilig bij kunstenaar, want nieuwe media zijn kunstvormen, schreef mediatheoreticus Marshall McLuhan in zijn baanbrekende manifest ‘Counterblast’ uit 1953. McLuhan was destijds nog professor Engelse literatuur aan de universiteit van Toronto, maar de mogelijkheden van de nieuwe media die na de tweede wereldoorlog opgang maken duwden hem met ferme hand de kant van de mediawetenschap op.

Lees verder bij frnkfrt.net (uitgesproken tijdens de opening van de expo van geluids- en mediakunstenaar Robin Rimbaud (Scanner) in Mediaroom van de Melkweg, Amsterdam.)

first review for The Quietus

Eerste recensie voor The Quietus is er een van Rich & On Wheels, het tweede album van Vox Von Braun. Je leest ‘m hier.

Heb lang nagedacht hoe schrijven over popcultuur eruit zou zien na OOR. Langere, doorwrochte stukken kan ik immers kwijt bij frnkfrt en Gonzo (circus). Zou ik het ‘gewoon’ schrijven over popcultuur sowieso wel missen? Na twee maanden blijkt: ja, dat mis ik (al is het niet zo sterk als ik had verwacht).

Na onze ontmoeting vorig jaar bleef John Doran van The Quietus me bombarderen met berichten dat hij me er graag bij wilde hebben. Ik twijfelde. Schrijven in het Engels is een uitdaging en staat garant voor meer lezers, zeker bij The Quietus. Toch: in mijn moederstaal schrijf ik het best omdat ik mijn emoties er het beste in kan uitdrukken.

Uiteindelijk ging ik overstag. Mede dankzij het vertrouwen van John én de belofte dat ik binnenkort een mooie groot stuk mag maken over een van mijn favoriete labels dat dit jaar twintig is geworden.

Bring it on!

Lost Bear kiest voor meer rock op Shingolai

In 2011 debuteerde Lost Bear met langspeler Limshasa. Goed album dat naadloos in de trend van neo-indie paste. De Utrechters grepen er terug op Dinosaur Jr., Pavement, Buffalo Tom, Pearl Jam en fIREHOSE. Amerikaanse indie uit de jaren tachtig, vroege begin jaren negentig dus. Dat deden de zeven (!) zo goed dat de oude helden bijna vergeten werden. Knap werk.

Eind vorig jaar verscheen een nieuwe ep van het gezelschap: Shingolai. Door mij schaamteloos over het hoofd gezien. Na ja, dat is niet helemaal waar. De ep heeft heel wat draaibeurten gehad tijdens mijn vele treinreizen de afgelopen maanden. Over de muziek schrijven kwam er nog niet. Had ik drie maanden geleden al moeten doen, want Lost Bear klinkt hier nog beter dan op het debuut en de split met stadsgenoten Schotel Van De Dag uit 2011.

2008648153-1Dat komt vooral door de wellicht onbekende keuze die band heeft gemaakt. De noise- en gitaarpopinvloeden zijn naar beneden geschroefd, het rockidioom verder ingekleurd. Vijf nummers staan er op Shingolai, amper genoeg voor een klein kwartier muziek. In mijn recensie van Limshasa noemde ik Andrew Wood als voorbeeld voor zanger Casper Steenhuizen, Mother Love Bone voor het geluid dat Lost Bear bij vlagen produceert. Wel, die vergelijking ligt er nu behoorlijk dik bovenop. Sterker nog: Shingolai had net zo goed een vergeten ep kunnen zijn van een band die zo rond 1989 rond Portland furore maakte en door Mother Love Bone werd uitgenodigd als voorprogramma. Bij wijze van spreken.

Zou om meerdere reden goed passen. Het bonte, extravagante van Andrew Wood en Mother Love Bone hoor je terug in Lost Bear. Niet zozeer het flamboyante van de veel te vroeg overleden zanger, maar de muzikale diepgang en openheid van zijn band in de begintijd van grunge. Met name de blazers verrijken het geluid van de Utrechters en geven hun indierock een extra laag. En dan is er nog de energie die van de vijf nummers afspat. Ook die lijkt op die van Mother Love Bone. De nummers klinken alsof er een feestje wordt gebouwd in de studio, het genieten van het spelen belangrijker is dan de kwaliteit van de opnamen. Zoveel levensvreugde hoor je weinig bij een hedendaagse popband. Lost Bear speelt alsof het leven ervan af hangt.

Dat hoor je al vanaf de eerste noot. ‘Sohilait’ is een schots en scheve rocker met prachtige blazerswerk en veel soul. Op FileUnder.nl wordt niet voor niets gerefereerd aan King’s X. Goed gehoord. ‘Science’ is Amerikaanse indie anno 1989 all over again. Prachtig. Ja, de muziek van Lost Bear is ouderwets, retro wellicht. Maar wat maakt ‘t uit? Zoveel energie en emotie samengebald in een kwartier muziek van deze kwaliteit hoor je zelden.

Shingolai van Lost Bear is verschenen bij Shaky Maracas/Snowstar. Meer Lost Bear: lostbearmusic.wordpress.com.

De zacht-bittere liedjes van Peter Vandrie

Eerste echte blog in het nieuwe jaar dat behoorlijk traag van start gaat. Althans, journalistiek gezien. Stoppen bij OOR betekent nieuwe keuzes maken en eerlijk gezegd is dat lastig. Ik kan maar moeilijk kiezen tussen de drie aanbiedingen die ik heb gehad. Dit weekend hak ik definitief de knop door. Er is dus weer snel een plek waar je van mij over popmuziek kunt kunt lezen. Buiten frnkfrt, ZuiderLucht en Gonzo (circus) dan, maar daar schrijf ik ook en vooral over andere zaken.

Goed, vanaf eind november ben ik eigenlijk nergens mee bezig geweest. Dat zou me vroeger benauwen, nu niet. De laatste tijd heb ik voor eerst in zeker tien jaar gewoon niets gedaan. Genoten van momenten, van kleine dingen, van grote dingen. Een verademing. Voelt als een herijking. Langzaam kom ik weer op gang. Ik moet toegeven dat me dat niet gemakkelijk afgaat: kom behoorlijk stroef uit de startblokken. De promolijst torent vervaarlijk boven mijn iMac uit. Lastige situatie. Zeker omdat er een handvol albums is waarover ik echt moét schrijven.

Één daarvan is Not Like Bones van Peter Vandrie, die ik nog ken uit de tijd dat hij met de band Matik furore maakte in het raverock-circuit. Voor Glamcult schreef ik ooit een behoorlijk groot artikel over de Amsterdamse rockers. Matic was er vroeg bij. Misschien iets te vroeg. Een tijdje later pas braken bands als Hot Chip door naar een groter publiek. Dat is verleden tijd. Met Matik of het hippe geluid van de Amsterdamse band heeft Vandrie solo niets van doen. Op z’n langspeeldebuut Not Like Bones ontpopt hij zich tot begenadigd liedjesschrijver.

Mét veel zelfvertrouwen. Op zijn site toont hij zich alles behalve bescheiden: ‘Imagine Beck meeting Feist in the desert, serenading her with Lou Reed songs.’ Daar kun je mee thuiskomen. Goede omschrijving? Er zijn betere. Hall & Oates die een poging doen om Beatles-liedjes te voorzien van eigentijds experimenteel popjasje, bijvoorbeeld. En dan is er nog de markante stem van Vandrie. Slepend, zeurderig, nasaal, soms onvast. Geeft zijn liedjes een eigenzinnig geluid. Een mooi geluid ook, al zal z’n markante stem niet iedereen bevallen.

Dan is er nog het vernuft van de liedjes. Neem ‘All The End Of The Show’, een prachtig, licht melancholische tearjerker met zacht-bittere melodie en warme, stemmige toetsen. En zo staan er meer prachtige liedjes op dit debuut. Hoe lager het tempo, hoe dominanter het stemgeluid van Vandrie wordt. Levert met ‘Closer To The Sun’ het mooiste moment op van een eigenzinnig debuut. Vandrie laat zich er bijstaan door een keur aan gelouterde popmuzikanten, maar steelt er vooral zelf de show. Kan ie in zijn zak steken.

Not Like Bones van Peter Vandrie is verschenen in eigen beheer.

Opslaan als: Hall & Oates verslaafd aan Beatles.
Meer Peter Vandrie: www.petervandrie.com.